Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-08-28
ECLI:NL:RBGEL:2024:7912
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
2,156 tokens
Inleiding
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11247668 \ VV EXPL 24-97
Vonnis in kort geding van 28 augustus 2024
in de zaak van
1 [eiseres sub 1] ,
2. [eiser sub 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
gemachtigde: ing. J. Zuurman,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 augustus 2024, met producties - de mondelinge behandeling van 21 augustus 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de verstekverlening ter zitting tegen de niet verschenen gedaagde.
Feiten
2.1.
[eisers] verhuren aan [gedaagde] het appartement op de eerste verdieping aan de [adres gehuurde] (hierna: het gehuurde), tegen een bij vooruitbetaling te betalen huurprijs van laatstelijk € 890,00 per maand.
2.2.
Uit het vonnis van de kantonrechter van 17 mei 2023 blijkt dat [gedaagde] tot en met de maand december 2022 een huurachterstand heeft laten ontstaan van € 6.380,57 en dat die achterstand op 21 maart 2023 is voldaan.
Geschil
3.1.
[eisers] vorderen dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt:
I. om het gehuurde aan de [adres gehuurde] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met al de haren en het hare te ontruimen en te verlaten, met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eisers] te stellen en te laten,
II. tot betaling van de openstaande huurschuld tot en met augustus 2024 ten bedrage van € 6.146,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldata van de huren tot aan de dag van volledige betaling,
III. tot betaling van € 890,00 per maand of gedeelte van een maand vanaf 1 september 2024 tot de dag van ontruiming,
IV. tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 571,85, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van dagvaarden tot aan de dag van volledige betaling,
V. in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis.
3.2.
[eisers] leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] ernstig tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst, nu zij de huurtermijnen vanaf februari 2024 niet (volledig) heeft betaald, zodat een betalingsachterstand is ontstaan van € 6.146,00. [eisers] stellen dat [gedaagde] in 2022 ook al een huurschuld van € 6.380,57 heeft laten ontstaan. Ondanks meerdere sommaties en de aanmelding van [gedaagde] bij de gemeentelijke schuldhulpverlening, is [gedaagde] niet overgegaan tot betaling van de recente huurschuld. [eisers] stellen zich op het standpunt dat de tekortkoming van [gedaagde] dermate ernstig is, dat deze de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure rechtvaardigt.
Beoordeling
4.1.
De dagvaarding is op de bij de wet voorgeschreven wijze betekend aan het adres van [gedaagde] . Zij is niet verschenen in deze procedure, zodat tegen haar verstek wordt verleend.
4.2.
Het spoedeisend belang van de vordering vloeit voort uit de stellingen van [eisers] .
4.3.
Aangezien tegen [gedaagde] verstek is verleend, dient de kantonrechter binnen het bestek van dit kort geding te beoordelen of de door [eisers] ingestelde vorderingen de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.
4.4.
Gelet op de huurachterstand van bijna zeven maanden en het feit dat [gedaagde] in 2022 ook al een forse huurachterstand heeft laten ontstaan, is de kantonrechter voorshands van oordeel dat met een grote mate van waarschijnlijkheid in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken. De gevorderde ontruiming van het gehuurde wordt daarom, als niet onrechtmatig of ongegrond, toegewezen.
4.5.
Ook de gevorderde huurachterstand tot en met augustus 2024, die niet wordt betwist, en de (toekomstige) huurtermijnen/gebruiksvergoeding tot aan de dag van ontruiming worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten komen niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat ook deze worden toegewezen.
4.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
136,71
- griffierecht
€
248,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.062,71
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde aan de [adres gehuurde] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eisers] zijn, en de sleutels af te geven aan [eisers] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eisers] :
a. a) € 6.146,00 aan achterstallige huur tot en met 31 augustus 2024, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
b) € 890,00 per maand vanaf 1 september 2024 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 571,85 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2024 tot aan de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.062,71, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2024.
51588 \ 858