Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-10-31
ECLI:NL:RBGEL:2024:7501
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Mondelinge uitspraak
2,655 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/7572
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 oktober 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoekster], uit [plaats], verzoekster
en
de burgemeester van Culemborg
(gemachtigden: [naam gemachtigde 1] en [naam gemachtigde 2]).
Samenvatting
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester om de sluiting van de woning van verzoekster met twee weken te verlengen. De voorzieningenrechter beoordeelt aan de hand van de gronden van verzoekster of de burgemeester bevoegd was om de sluiting van de woning te verlengen en of hij daartoe mocht overgaan. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De burgemeester mocht de sluiting met nogmaals twee weken verlengen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 17 oktober 2024 heeft de burgemeester besloten de sluiting van de woning van verzoekster aan [locatie] in [plaats] (de woning) met twee weken te verlengen van 18 oktober 2024 20.00 uur tot 1 november 2024 20.00 uur. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd hangende de bezwaarprocedure een voorlopige voorziening te treffen en het besluit te schorsen.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 oktober 2024 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster en de gemachtigde van de burgemeester.
2.2.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter mondeling uitspraak gedaan.
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. In de nacht van 26 op 27 september 2024 vond bij de voordeur van de woning van verzoekster in [plaats] een explosie plaats. Hierbij is de voordeur naar binnen geblazen, het kozijn van de voordeur is daarbij ontzet. De glazen deur tussen de hal en de woonkamer was eveneens weggeblazen en er zat een gat en een grote barst in een ruit in de woonkamer aan de achterzijde van de woning. In de woning is materiële schade ontstaan. Bovendien is de garagedeur door de explosie krom getrokken. Ook zijn de twee auto’s die op de oprit bij de woning stonden als gevolg van de explosie (zwaar) beschadigd. Verzoekster was op het moment van de explosie met haar man en dochter in de woning aanwezig. De vierde bewoner, de zoon van verzoekster, was niet in de woning aanwezig.
3.1.
Op 27 september 2024 heeft de politie de burgemeester met een bestuurlijke rapportage van deze explosie op de hoogte gesteld. De burgemeester heeft hierin aanleiding gezien met toepassing van artikel 174a van de Gemeentewet te bevelen de woning met ingang van 27 september 2024 om 20.00 uur tot en met 4 oktober 2024 20.00 uur te sluiten en gesloten te houden.
3.2.
In de uitspraak van 2 oktober 2024 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was de woning te sluiten en ook tot sluiting voor de duur van één week mocht overgaan. Daarna heeft de burgemeester de sluiting verlengd met twee weken. In de uitspraak van 9 oktober 2024 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was de sluiting met twee weken te verlengen en ook tot verlenging over mocht gaan.
3.3.
Op 16 oktober 2024 heeft de politie de burgemeester met een bestuurlijke rapportage op de hoogte gesteld van de onderzoeksbevindingen tot dat moment. Naar aanleiding van deze bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester besloten de duur van de sluiting te verlengen tot 1 november 2024 20.00 uur.
3.4.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 17 oktober 2024 en de voorzieningenrechter gevraagd dit besluit gedurende de bezwaarprocedure te schorsen. Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Om dit te beoordelen beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoekster of de burgemeester bevoegd was de sluiting van de woning voor de duur van twee weken te verlengen en of hij daartoe ook over mocht gaan.
De burgemeester is bevoegd om tot verlenging van de sluiting van de woning over te gaan
5. Op grond van artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet kan de burgemeester besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door ernstig geweld, of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning of het lokaal of op het erf of in de onmiddellijke nabijheid van het erf, de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring.
5.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat de burgemeester op zichzelf bevoegd is om de sluiting van de woning te verlengen gelet op de explosie, de toegebrachte schade en de angstgevoelens in de buurt.
Mocht de burgemeester de bevoegdheid tot sluiting gebruiken?
6. Een sluiting van een woning is een ingrijpende maatregel. Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn sluitingsbevoegdheid, moet hij het concrete geval toetsen aan het evenredigheidsbeginsel uit artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. Die toets houdt in dat beoordeeld moet worden of de verlenging van de sluiting van de woning geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is, gezien de overige in het geding zijnde belangen.
De maatregel is geschikt
7. De maatregel is geschikt om het doel, het wegnemen van de ernstige verstoring van de openbare orde, te bewerkstelligen. Dat wordt ook niet betwist.
Is de maatregel noodzakelijk?
8. De voorzieningenrechter heeft in zijn uitspraken van 2 en 9 oktober 2024 overwogen dat de burgemeester de maatregel noodzakelijk mag achten en daarbij mee mag wegen dat naar alle waarschijnlijkheid een heel zwaar middel is gebruikt. Dit blijkt ook wel uit de toegebrachte schade. De burgemeester mag hierbij ook acht slaan op de angstgevoelens in de buurt. Er is geen reden daar nu anders over te oordelen. Uit de bestuurlijke rapportage van de politie van 16 oktober 2024 blijkt dat het onderzoek nog niet is afgerond en dat er nog altijd geen uitsluitsel is over de achtergrond van het incident. Ook blijkt uit de rapportage dat de politie samen met medewerkers van de gemeente met buurtbewoners hebben gesproken en dat in de buurt nog steeds veel onrust is naar aanleiding van het incident, waarbij met name angst voor herhaling van het incident bestaat. De voorzieningenrechter heeft met toestemming van verzoekster inmiddels kennis kunnen nemen van de onder geheimhouding overgelegde delen van de bestuurlijke rapportage van 3 oktober 2024. Uit dit deel van de bestuurlijke rapportage blijkt ook dat sprake is van veel onrust en angstgevoelens in de buurt. De burgemeester heeft daarom verlenging van de sluiting van de woning noodzakelijk kunnen achten om de openbare orde te herstellen. Het betoog dat de maatregel niet noodzakelijk zou zijn slaagt daarom niet.
Is de maatregel evenwichtig?
9. Vraag is vervolgens of de verlenging van de sluiting ook evenwichtig is. Ook als een sluiting van een woning noodzakelijk is, mag die in het licht van alle van belang zijnde feiten en omstandigheden niet onredelijk bezwarend zijn. Het is als het ware een weegschaal waarin het algemeen belang dat de burgemeester behartigt aan de ene zijde en de belangen van verzoekster en haar gezin aan de andere zijde tegen elkaar worden afgewogen. Als de balans in het voordeel van verzoekster uitslaat, kan de burgemeester in redelijkheid niet langer gebruik maken van zijn bevoegdheid om de woning te sluiten.
9.1.
De burgemeester erkent dat met sluiting van de woning een zware inbreuk wordt gemaakt op de rechten van verzoekster en haar gezin op grond van artikel 8 van het EVRM, maar stelt dat het belang van de herstel van de openbare orde en het behouden van de rust in de omgeving zwaarder weegt dan de belangen van verzoekster. Het onderzoek van de politie loopt nog en bij buurtbewoners bestaan volgens de burgemeester gevoelens van angst en onrust.
9.2.
Uit de vaststelling dat de sluiting noodzakelijk is, volgt al dat de burgemeester een zwaarwegend belang heeft om de sluiting te verlengen. Dit betekent dat er heel wat tegenover moet staan om de balans toch in het voordeel van verzoekster te doen doorslaan.
Conclusie
10. De voorzieningenrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat de burgemeester verlenging van de sluiting van de woning geschikt, noodzakelijk en evenwichtig mocht achten en daarom tot verlenging van de sluiting mocht besluiten. Hieruit volgt dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
11. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2024 door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.H.Y Snoeren-Bos, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voorzieningenrechter rechtbank Gelderland 2 oktober 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:6792.
Voorzieningenrechter rechtbank Gelderland 9 oktober 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:6854