Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-10-24
ECLI:NL:RBGEL:2024:7297
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
1,014 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/6978
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. G.G. Kranendonk),
en
de bewaarder van het kadaster en de openbare registers,
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van de bewaarder om het verzoek tot herstel af te wijzen. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
1.2.
Verzoeker heeft de bewaarder verzocht tot herstel van de grenzen van de percelen van [locatie 1] en [locatie 2] te [plaats] . De bewaarder heeft met het besluit van 21 juli 2023 dit verzoek afgewezen. De gegevens op de kadastrale kaart komen overeen met de gegevens op de relazen van bevindingen.
1.3.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt, waarna de bewaarder met het besluit van 30 oktober 2023 bij zijn standpunt is gebleven en het bezwaar ongegrond heeft verklaard. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 30 oktober 2023.
Beoordeling
2. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening het bestreden besluit te vernietigen en de bewaarder op te dragen een nieuw besluit te nemen. Verzoeker is het er niet mee eens dat de bewaarder minuutgrenzen heeft gehanteerd, terwijl er veldwerk en coördinaten uit 1994 beschikbaar zijn. Vanwege een civielrechtelijke kwestie met de buren heeft verzoeker belang bij een spoedig oordeel over de rechtmatigheid van het besluit.
2.1.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De voorziening waar verzoeker om vraagt, is namelijk niet passend. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet namelijk zien op het al of niet treffen van een voorziening die noodzakelijk is in afwachting van een bodembeslissing. Het vernietigen van het bestreden besluit en de bewaarder opdragen een nieuw besluit te nemen is het doen van de beroepsprocedure. Het bij wijze van voorlopige voorziening alvast vernietigen van een besluit heeft naar zijn aard juist geen voorlopige strekking. Ook is het niet passend om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen welke methode de bewaarder moet hanteren bij de vaststelling van de percelen. Ook dit heeft geen voorlopig karakter.
2.2.
De voorzieningenrechter begrijpt dat verzoeker gebaat is bij een oordeel over het bestreden besluit, maar het enkel belang hebben bij een rechtmatigheidsoordeel is onvoldoende voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Conclusie
3. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y.A.J. van Egmond, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.