Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-10-09
ECLI:NL:RBGEL:2024:6729
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,691 tokens
Inleiding
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11162259 \ CV EXPL 24-5005 \ 44456 \ 58879
Vonnis van 9 oktober 2024
in de zaak van
het publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met eigen rechtspersoonlijkheid CAK,
gevestigd te 's Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: CAK,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De zaak in het kort
1.1.
CAK is belast met de vaststelling en inning van de eigen bijdragen die verschuldigd zijn voor verblijf in een zorginstelling in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. [gedaagde] is in verband met haar verblijf in een zorginstelling (verpleeghuis) bijdrageplichtig. In deze procedure vordert CAK (gedeeltelijke) betaling van de facturen voor de eigen bijdrage van [gedaagde] voor de maanden november en december 2020 tot een bedrag van € 675,22, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten. Volgens [gedaagde] is zij niet gehouden de facturen te betalen, omdat CAK bij beschikking de eerder vastgestelde eigen bijdrage heeft herzien en op nihil heeft gesteld.
1.2.
De kantonrechter geeft [gedaagde] gelijk. Dit betekent dat [gedaagde] de facturen niet hoeft te betalen. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 juni 2024 met producties;- de conclusie van antwoord met producties;- de conclusie van repliek met producties- de conclusie van dupliek.
Beoordeling
Geen eigen bijdrage verschuldigd voor november en december 2020
3.1.
De facturen waarvan CAK (gedeeltelijke) betaling vordert (factuur 20015753805 van 20 november 2020 en factuur 20016047418 van 21 december 2020), zien op de eigen bijdragen van [gedaagde] voor de maanden november 2020 en december 2020. De hoogte van deze facturen is gebaseerd op de beschikking van 1 mei 2020, waarin CAK de eigen bijdrage van [gedaagde] voor de periode vanaf 29 mei 2020 heeft vastgesteld op € 492,67 per maand. [gedaagde] heeft weliswaar geen bezwaar ingediend tegen de beschikkingen waarin de hoogte van de eigen bijdrage wordt vastgesteld, waardoor deze beschikkingen formele rechtskracht hebben gekregen. CAK heeft echter bij latere beschikking van 21 januari 2021 de eigen bijdrage van [gedaagde] voor de periode vanaf 29 mei 2020 herzien en vastgesteld op € 0,00 per maand. Als gevolg van deze herziening is de grondslag voor de facturen van november en december 2020 komen te vervallen, aangezien [gedaagde] op basis van de herziene eigen bijdrage in de maanden november en december 2020 geen eigen bijdrage verschuldigd is. Dit volgt ook uit de factuur van 21 januari 2021 (20016340673) waarin CAK de eerder vastgestelde eigen bijdragen voor het jaar 2020 per maand heeft gecorrigeerd vanaf 29 mei 2020.
Geen verrekening
3.2.
Pas bij repliek stelt CAK dat zij naar aanleiding van de herziene eigen bijdrage correcties heeft uitgevoerd en de creditbedragen heeft verrekend met de oudst openstaande facturen, waardoor [gedaagde] de facturen voor de maanden november 2020 en december 2020 alsnog (gedeeltelijk) verschuldigd is. CAK heeft niet gesteld welke facturen zij bedoelt met de ‘oudst openstaande facturen’. CAK volstaat met een verwijzing naar artikel 3.3.1.6 lid 3 van het Besluit langdurige zorg en het door CAK overgelegde overzicht van facturen (gedateerd augustus 2024).
3.3.
Naar het oordeel van de kantonrechter had CAK, als professionele partij, eerder duidelijkheid moeten verschaffen over de opbouw van haar vordering. Bovendien volgt de kantonrechter CAK ook niet inhoudelijk in haar opvatting. Allereerst volgt uit artikel 3.3.1.6 lid 3 van het Besluit langdurige zorg dat de herziene eigen bijdrage voor zover mogelijk wordt verrekend met de eerder vastgestelde bijdrage. Indien CAK als gevolg van een herziene bijdrage wenst te verrekenen, dan zal de herziene bijdrage eerst moeten worden verrekend met de eerder vastgestelde bijdrage en pas daarna met andere (oudere) openstaande schulden. Daarnaast kan van verrekening in dit geval geen sprake zijn, omdat [gedaagde] geen van de facturen van CAK voor de periode vanaf 29 mei 2020 t/m december 2020 heeft voldaan. Hierdoor heeft de herziening van de eigen bijdrage niet tot gevolg dat CAK verplicht is om iets terug te betalen aan [gedaagde] . Met andere woorden: er is geen schuld van CAK aan [gedaagde] die verrekend kan worden met (oudere) openstaande facturen van CAK.
Tot slot
3.4.
De slotsom is dat de herziening van de eigen bijdrage voor de onderliggende periode tot gevolg heeft dat er geen grondslag meer is voor (het vorderen van) betaling van de facturen 20015753805 en 20016047418. De vorderingen van CAK worden dan ook afgewezen.
3.5.
CAK is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden tot op heden vastgesteld op nihil, omdat zij zonder gemachtigde procedeert en daarnaast geen kosten heeft opgevoerd.
Dictum
De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van CAK af,
4.2.
veroordeelt CAK in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot dit vonnis vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.S. van Nijen en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2024.
58879