Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-08-19
ECLI:NL:RBGEL:2024:5633
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,890 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/438102 / JE RK 24-702
Datum mondelinge uitspraak: 19 augustus 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing (met instemming)
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, gevestigd te Arnhem,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[naam vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 juli 2024;
het e-mailbericht van de moeder met bijlage, ontvangen op 13 augustus 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2024. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.2.1.
De ouders hebben een uitnodiging van de kinderrechter ontvangen. Zij zijn niet verschenen. De moeder heeft zich vooraf afgemeld.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een e-mailbericht gestuurd aan de kinderrechter.
Feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft in een (netwerk)pleeggezin.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 augustus 2023 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 21 augustus 2024.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 augustus 2023 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 21 augustus 2024.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg (de kinderrechter begrijpt: een netwerkpleeggezin). De machtiging wordt verzocht met ingang van 19 augustus 2024 voor de duur van een jaar (de kinderrechter begrijpt: voor de duur van de ondertoezichtstelling). De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
Uit het verzoekschrift blijkt dat de betrokkenen het eens zijn met verlenging van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van [de minderjarige] . Om die reden is de zaak gepland op een MI-zitting.
4.2.
[de minderjarige] heeft in haar e-mailbericht aangegeven dat zij het eens is met het verzoek. De moeder heeft in haar e-mailbericht kenbaar gemaakt dat zij niet naar de zitting wilde komen, omdat die zittingen volgens haar een negatieve impact hebben op de onderlinge verhoudingen. De moeder wil de wens van [de minderjarige] om de huidige situatie te handhaven respecteren, daarom stemt zij in met het verzoek. Verder heeft zij een aantal inhoudelijke opmerkingen gemaakt bij het verzoekschrift.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW)). Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 BW.
5.2.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW).
5.3.
[de minderjarige] woont sinds december 2022 bij haar oudere zus en diens partner. Hier groeit [de minderjarige] veilig op en komt zij tot positieve ontwikkeling. Om die reden heeft [de minderjarige] ook geen expliciete hulpvraag meer. Tegelijkertijd heeft [de minderjarige] lang klem gezeten in de echtscheidingsstrijd tussen haar ouders. Het contact met haar moeder is beperkt, de opbouw daarvan gaat op het tempo van [de minderjarige] . De samenwerking tussen het pleeggezin en de ouders verloopt niet optimaal. Volgens de GI is een vrijwillige uithuisplaatsing niet mogelijk vanwege dat gebrek aan samenwerking. De kinderrechter overweegt daartoe ook dat een plaatsing ‘buiten het gezin’ tijdens een ondertoezichtstelling altijd met een machtiging tot uithuisplaatsing moet, dat staat in artikel 1:265a BW. Het doel van het aankomende jaar is dat [de minderjarige] toewerkt naar kamertraining. Daarvoor is zij ook aangemeld bij Triade in [plaatsnaam] . Het streven is dat [de minderjarige] vanaf medio 2025 zelfstandig kan gaan wonen.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 21 augustus 2025;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin (bij haar zus [naam] ) tot 21 augustus 2025;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2024 door mr. A.E.M. Overkamp, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. G. Vlemmings als griffier, en op schrift gesteld op 19 augustus 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.