Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-08-20
ECLI:NL:RBGEL:2024:5629
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,475 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/438082 / JE RK 24-695
Datum mondelinge uitspraak: 19 augustus 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling (met instemming)
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, gevestigd te Arnhem,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[naam vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- de verzoekschriften met bijlagen, ontvangen op 28 juni 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2024. Daarbij was aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.2.1.
De moeder heeft een uitnodiging van de kinderrechter ontvangen, maar zij is niet verschenen. Zij heeft zich vooraf afgemeld.
1.2.2.
De vader heeft ook een uitnodiging van de kinderrechter ontvangen, maar hij is niet verschenen. Hij heeft vooraf laten weten dat hij niet naar de mondelinge behandeling kon komen.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
2.2.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij hun vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 augustus 2023 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verlengd tot 24 augustus 2024.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
4De standpunten
4.1.
Uit het verzoekschrift blijkt dat de ouders kunnen instemmen met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Daarom is de behandeling van de zaak gepland op een MI-zitting. De ouders gaan akkoord met de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW). Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 BW.
5.2.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij hun vader en hebben onder begeleiding contact met hun moeder. Gebleken is dat uitbreiding van dat contact voor onrust en spanning zorgt. Ook is er sprake van wantrouwen tussen de ouders, bijvoorbeeld omdat de moeder volgens de vader opdrachten geeft aan de kinderen. Los daarvan zijn er ook zorgen over de thuissituatie bij de vader, omdat daar weinig zicht op is. Er zal daarom gestart worden met een IAG-traject vanuit Entrea Lindenhout om vanuit daar passende vervolgstappen te kunnen zetten. Om dit traject en de ontwikkeling van de kinderen in de gaten te kunnen houden is de betrokkenheid van de jeugdbeschermer langer noodzakelijk.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tot 24 augustus 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2024 door mr. A.E.M. Overkamp, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. G. Vlemmings als griffier, en op schrift gesteld op 19 augustus 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.