Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-02-01
ECLI:NL:RBGEL:2024:483
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
14,961 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/184472-21
Datum uitspraak : 1 februari 2024
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] (Turkije),
wonende aan [adres] in ( [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. H.H. Jansen, advocaat te Apeldoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
De volledige tenlastelegging is opgenomen als bijlage I bij dit vonnis. De rechtbank volstaat hier met de vermelding dat verdachte er – kort gezegd – van wordt verdacht dat hij al dan niet als medepleger:
meerdere salarisspecificaties en jaaropgaves op naam van [naam 16] , [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 15] en [naam 4] heeft vervalst in de periode van 28 juni 2016 tot en met 3 april 2020, te Apeldoorn;
overeenkomst van opdracht, jaar-/kwartaalfacturen dienstverlening, een betalingsbewijs en een factuur aangaande het gebruik van faciliteiten heeft vervalst in de periode van 28 juni 2016 tot en met 3 april 2020, te Apeldoorn;
24 salarisspecificaties over de jaren 2018 en 2019 op naam van [naam 16] heeft vervalst, in de periode van 28 juni 2016 tot en met 27 mei 2020, althans 1 januari 2020 tot en met 27 mei 2020, te Apeldoorn;
jaarrekening 2016 van V.O.F. [Bedrijf] en jaarrekeningen 2017 en 2018 van [Bedrijf] B.V. heeft vervalst in de periode van 28 juni 2016 tot en met 3 april 2020, te Apeldoorn.
Overwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten, met uitzondering van sub c onder feit 2 (vervalsing van een betalingsbewijs).
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 en 3 tenlastegelegde, vanwege het ontbreken van het oogmerk om de geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken. De raadsvrouw heeft tevens vrijspraak bepleit ten aanzien van het tenlastegelegde onder sub c van feit 2, omdat de betrokkenheid van verdachte bij het valselijk opmaken van het betalingsbewijs niet kan worden vastgesteld. Voor het overige onder 2 tenlastegelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsvrouw eveneens vrijspraak bepleit. Volgens haar ontbreekt de wetenschap bij verdachte dat de door [medeverdachte] aangeleverde stukken vals waren en is er geen sprake van dat verdachte de aanmerkelijke kans op de valsheid van de aangeleverde geschriften bewust heeft aanvaard. Daarnaast ontbreekt volgens de raadsvrouw het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
Beoordeling
Aanleiding
[Bedrijf] (de rechtbank begrijpt: [Bedrijf] v.o.f., in 2017 overgegaan in [Bedrijf] B.V., hierna aangeduid als [Bedrijf] ) is begin 2016 begonnen met haar werkzaamheden van het verlenen van zorg op basis van de Wmo 2015 en de Jeugdwet uit hoofde van raamovereenkomsten met diverse gemeenten. In het najaar van 2016 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de diverse betrokken gemeenten, waaronder de gemeente Apeldoorn (hierna: gemeente Apeldoorn c.s.), en [Bedrijf] naar aanleiding van klachten die bij de gemeenten waren binnengekomen over de werkwijze van [Bedrijf] . Na [Bedrijf] in 2017 in gebreke te hebben gesteld, hebben de gemeente Apeldoorn c.s. de raamovereenkomsten ontbonden. Over de jaren 2016, 2017 en 2018 heeft [Bedrijf] in totaal een bedrag van € 1.162.820,78 bij de gemeente Apeldoorn c.s. gedeclareerd. In geschil was een totaal gedeclareerd bedrag van € 591.045,98. Van dit bedrag is € 159.588,98 uitbetaald en de betaling van het restantbedrag van € 431.457,00 was opgeschort. Dit bedrag is niet uitbetaald, omdat niet kon worden vastgesteld of daarvoor kwalitatief verantwoorde zorg is verleend.
[Bedrijf] heeft de gemeenten begin 2018 gedagvaard en nakoming van de raamovereenkomst door de gemeente Apeldoorn c.s.gevorderd. De gemeente Apeldoorn c.s. stelde zich daartegenover op het standpunt dat [Bedrijf] niet heeft aangetoond dat zij in de door haar gestelde omvang zorg heeft verleend.
Tijdens de civiele procedure stond die laatste vraag centraal. Het geschil heeft zich daarbij tijdens de mondelinge behandeling toegespitst op de vraag of [Bedrijf] met het zorgpersoneel dat zij tot haar beschikking had, het aantal uren heeft kunnen leveren die zij in rekening heeft gebracht en daarnaast of ook gebruik is gemaakt van gekwalificeerd personeel.
Tijdens de civiele procedure zijn door medeverdachte [medeverdachte] , namens [Bedrijf] , stukken overgelegd.
Daarnaast heeft [medeverdachte] , namens [Bedrijf] , stukken overgelegd aan de gemeente Arnhem in het kader van een rechtmatigheidsonderzoek op grond van de Wmo 2015 en Jeugdwet naar zorgaanbieder [Bedrijf] .
Verdachte wordt verweten dat hij al dan niet samen met een ander diverse stukken (die zijn overgelegd in de civiele procedure tegen de gemeente Apeldoorn, dan wel in het kader van het rechtmatigheidsonderzoek ingesteld door de gemeente Arnhem) heeft vervalst.
Feit 1 en 3 – vervalsing van salarisspecificaties en jaaropgaves
Valse stukken
De politie heeft onderzoek verricht naar documenten op naam van [Bedrijf] (waaronder salarisspecificaties 2016 en 2017 en jaaropgaves 2016 en 2017) die zijn aangetroffen op de laptop van verdachte. Op die laptop werden onder meer stukken aangetroffen die overeenkomen met de door medeverdachte [medeverdachte] ingebrachte stukken in een civiele procedure bij de rechtbank tegen de gemeente Apeldoorn. Uit het onderzoek blijkt dat de stukken, die zijn ingebracht in de civiele procedure en die zijn aangetroffen op de laptop van verdachte, vals zijn.
Op de laptop van verdachte werden – naast de eerder genoemde stukken – 24 salarisspecificaties over 2018 en 2019 van [Bedrijf] op naam van [naam 16] aangetroffen. De politie heeft ook onderzoek verricht naar deze documenten. Deze documenten komen overeen met de door medeverdachte [medeverdachte] aangeleverde stukken voor een door de gemeente Arnhem ingesteld rechtmatigheidsonderzoek. Uit het onderzoek volgt dat deze stukken vals zijn. Er heeft geen betaling plaatsgevonden overeenkomstig het volgens de salarisspecificaties verdiende loon over 2018 en 2019 aan [naam 16] .
De rol van verdachte
Verdachte heeft erkend dat hij salarisspecificaties en jaaropgaves heeft aangepast. Hij deed dat in opdracht van [medeverdachte] .
Oogmerk
Om tot een bewezenverklaring van valsheid in geschrift te komen is het oogmerk (tot misleiding) vereist. Dat oogmerk dient niet te zien op het vervalsen of valselijk opmaken zelf.
Het oogmerk moet zijn gericht op het gebruik ‘als echt en onvervalst’.
De verdediging stelt zich op het standpunt dat het oogmerk ontbreekt. Dat verweer wordt door de rechtbank gepasseerd, gelet op het volgende. Verdachte is een HBO-geschoolde boekhouder. Hij verzorgde jarenlang nagenoeg de volledige administratie van [Bedrijf], hetgeen maakt dat hij volledig inzicht heeft gehad in de bedrijfsadministratie. De rechtbank leidt daaruit af dat verdachte moeten hebben gezien – althans dat hem bekend moet zijn geweest – dat de betalingen door de gemeente Apeldoorn c.s. waren opgeschort. Vervolgens wordt blijkbaar aan verdachte gevraagd om stukken aan te passen. Het ging daarbij om tientallen salarisspecificaties over meerdere jaren van verschillende medewerkers en jaaropgaves van verschillende medewerkers over verschillende jaren. Tevens is hem gevraagd de jaarrekeningen 2016 en 2017 aan te passen. Verdachte heeft erkend dat hij de jaarrekening van 2016 en 2017 heeft aangepast. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard: “ [medeverdachte] kon de vennootschapsbelasting niet betalen. Dat moest worden aangepast, omdat hij een lagere vennootschapsbelasting wilde betalen, omdat hij bepaalde bedragen niet kon innen”.
De salarisspecificaties over 2016 en 2017 en de jaaropgaves 2016 en 2017 zijn bovendien nota bene jaren na dato gewijzigd, namelijk in juli 2019. Deze bestanden werden allemaal opgeslagen in een map genaamd “te verwijderen Flex VOF”, terwijl de originele salarisspecificaties waren opgeslagen in mappen genaamd “2016\Lonen eenmanszaak [Bedrijf] ”, “2016\VOF Lonen 2016” en “2017\VOF Lonen 2017”. De jaarrekeningen 2016 en 2017, zijn gewijzigd op (exact) dezelfde dag als waarop de salarisspecificaties en jaaropgaves 2016 en 2017 zijn gewijzigd.
Op de laptop van verdachte is een Excel-bestand aangetroffen genaamd "Gewerkte uren [verdachte] [Bedrijf] ". In dit Excel-bestand zijn diverse tabbladen aanwezig, waaruit volgt welke werkzaamheden verdachte voor [Bedrijf] verricht zou hebben. Het laatste tabblad heeft als titel "JULI 2019". In dit tabblad is het volgende opgenomen:
“Uren aanpassen jaarrekenig 2017 en salarissen 2016/2017
9
uur
van 15:00 tm 21:00”
Daarnaast is op de laptop een factuur aangetroffen van [bedrijf 1] gericht aan [medeverdachte] Beheer B.V. Van deze factuur is een pdf-bestand en een Excel-bestand. De bestandsnaam van beide is "Factuur 2019081 [medeverdachte] B.V.". Deze factuur heeft een factuurdatum van 17 juli 2019. Op de factuur staat de volgende omschrijving:
“Aanpassen jaarrekening 2016/2017 [Bedrijf]
Uren vanaf 15:00 uur tot 21:00 uur onderbouwing
Onderbouwing salarissen 0,25.”
De salarisspecificaties van 2018 van [naam 16] werden in volgende map aangetroffen: [map] \. De salarisspecificaties van 2019 van [naam 16] werden in volgende map aangetroffen:
[map] \Loonstroken 2019.pdf. Dit bestand is voor het laatst aangepast op 9 mei 2020 om 12:10 uur.
Op de laptop van [verdachte] zijn ook loonstroken aangetroffen voor het jaar 2018, die overeenkomen met hetgeen bekend is bij de Belastingdienst. Al deze salarisstroken zijn opgeslagen in de map: [map] \.
In de telefoon van [medeverdachte] bevond zich een WhatsApp-gesprek tussen [medeverdachte] ( [medeverdachte] ) en verdachte van 6 mei 2020.
Conclusie
De rechtbank acht het tenlastegelegde onder 1 en 3 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2 – vervalsing van een overeenkomst van opdracht (a), een jaarfactuur (b), een betalingsbewijs (c) en een factuur (d)
Ten aanzien van de overeenkomst van opdracht (sub a), de jaarfactuur (sub b) en de factuur aangaande het gebruik van faciliteiten (sub d) is er sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
de overeenkomst van opdracht tussen [bedrijf 2] en [Bedrijf] aangaande het verrichten van werkzaamheden door [bedrijf 2] ten behoeve van [Bedrijf] , ondertekend op 28 december 2016, p. 4042;
de jaarfactuur dienstverlening periode 01-01-2017 t/m 29-10-2017 afkomstig van [bedrijf 2] en gericht aan [Bedrijf] B.V. (factuurnummer 2018.0001), gedateerd 15 mei 2018, ter hoogte van € 49.959,00, p. 3666;
de factuur aangaande het gebruik van faciliteiten conform overeengekomen afspraken, periode 01-01-2017 t/m 29-10-2017 afkomstig van [Bedrijf] en gericht aan [bedrijf 2] (factuurnummer 2018.0074) gedateerd op 15 mei 2018, ter hoogte van € 12.500,00, p. 4055;
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 januari 2024.
Ten aanzien van het betalingsbewijs:
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat dat er geen wettige bewijsmiddelen voorhanden zijn om te komen tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde onder sub c. De rechtbank spreekt verdachte hiervan vrij.
Feit 4 – vervalsing van jaarrekeningen
Valse stukken
De politie heeft onderzoek verricht naar documenten op naam van [Bedrijf] v.o.f. en [Bedrijf] B.V. (jaarrekeningen 2016, 2017 en 2018) die zijn aangetroffen op de laptop van verdachte. Op die laptop werden onder meer stukken aangetroffen die overeenkomen met de door medeverdachte [medeverdachte] ingebrachte stukken in een civiele procedure bij de rechtbank tegen de gemeente Apeldoorn c.s.
Jaarrekening 2016 (AH.001-401)
Door [medeverdachte] is in de civiele procedure tegen de gemeente Apeldoorn c.s. een jaarrekening 2016 van [Bedrijf] VOF overgelegd (te weten, als productie 25, jaarrekening 2016, AH.001-401, p. 2510 e.v.). Deze jaarrekening werd aangetroffen op de laptop van verdachte en is voor het laatst is gewijzigd op 5 juli 2019. In deze jaarrekening van 2016 staat vermeld dat in totaal € 10.600,00 aan personeelskosten zijn gemaakt.
Door [medeverdachte] zijn in de civiele procedure tegen de gemeente Apeldoorn c.s. salarisspecificaties en jaaropgaves overgelegd van de werknemers [naam 16] , [naam 15] , [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] over 2016 ter onderbouwing van deze kostenpost op de jaarrekening. Uit die aangeleverde salarisspecificaties en jaaropgaves volgt een bedrag van € 9.807,04 aan totale loonkosten voor genoemde medewerkers (heffingsloon en premies werknemersverzekeringen/ werkgeversheffing ZVW). Hiervan is het totale heffingsloon € 8.315,75. Het brutoloon (de rechtbank begrijpt: het heffingsloon) dat bekend is bij de Belastingdienst voor genoemde medewerkers betreft in totaal € 4.917,00. Daarmee is er sprake van een verschil van € 3.399,00 tussen het heffingsloon dat volgt uit de aangeleverde salarisspecificaties en het heffingsloon zoals bekend bij de Belastingdienst.
Uit de salarisspecificaties volgt verder dat aan de medewerkers in totaal aan nettoloon € 6.951,56 betaald op een bankrekeningnummer. Uit een analyse van de bankrekeningen in gebruik bij [medeverdachte] volgt dat er € 4.089,44 is uitbetaald aan die werknemers. Daarmee is er sprake van een verschil van € 2.862,12.
Uit het voorgaande volgt dat de loonkosten zoals vermeld in de jaarrekening 2016 zoals overlegd door [Bedrijf] in de civiele procedure tegen de gemeente Apeldoorn c.s. niet overeenkomt met de totale loonkosten, die volgen uit de in dezelfde procedure overlegde salarisspecificaties. Dat de vermeldde loonkosten niet juist zijn, volgt ook uit het verschil tussen het bij de Belastingdienst bekende heffingsloon over 2016 en het heffingsloon dat volgt uit de salarisspecificaties. Verder blijkt dat het loon dat volgens de salarisspecificaties in 2016 is uitbetaald niet overeenkomt met het daadwerkelijk betaalde loon. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de post ‘personeelskosten’ op de jaarrekening 2016 niet overeenkomt met de werkelijkheid en dat daarmee de jaarrekening 2016 valselijk is opgemaakt.
Jaarrekening 2017 [Bedrijf] B.V. (AH.001-402)
Op 27 maart 2019 heeft [medeverdachte] in de procedure tegen de gemeente Apeldoorn c.s. een jaarrekening 2017 van [Bedrijf] BV overgelegd (als productie 19, AH.001-119). Op 27 oktober 2019 zijn diverse documenten overgelegd ten behoeve van de mondelinge behandeling op 7 november 2019, waaronder een jaarrekening 2017 van [Bedrijf] BV (als productie 26, AH.001-402).
Beide jaarrekeningen werden aangetroffen op de laptop van verdachte.
In de jaarrekening 2017 die op 27 maart 2019 (AH.001-119) is overgelegd, staat géén post ‘inhuur personeel derden’ vermeld. Uit onderzoek volgt dat deze jaarrekening voor het laatst is gewijzigd op 14 augustus 2018. In de jaarrekening 2017 die op 27 oktober 2019 is overgelegd staat vermeld: “inhuur personeel derden: € 257.739”. Uit onderzoek volgt dat deze jaarrekening voor het laatst is gewijzigd op 7 juli 2019. Op de balans in de jaarrekening 2017 die op 27 maart 2019 (AH.001-119) is overgelegd, staat aan de passiva zijde de post “Nog te betalen [bedrijf 3] : € 15.700,00”. Op de balans in de jaarrekening 2017 die op 27 oktober 2019 (AH.001-402) is overgelegd, staat aan de passiva zijde de post “Nog te betalen [bedrijf 3] : € 199.301,00”.
Onderdeel van de door [medeverdachte] op 27 oktober 2019 overlegde stukken is productie 38, AH.001-414. In deze productie is een nadere specificatie opgenomen van het bedrag inhuur derden zoals deze opgenomen is in de jaarrekening 2017. Volgens [Bedrijf] zou het betaalde bedrag aan inhuur derden als volgt tot stand zijn gekomen:
Adm.
Conclusie
De rechtbank acht dan ook het tenlastegelegde onder feit 4 wettig en overtuigend bewezen.
3De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.Hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2016 tot en met 3 april 2020, te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, een of meer geschriften, te weten de navolgende:
[naam 16]
a. een jaaropgave 2016 op naam van [voorletter] . [naam 16] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 2.897 (p. 3845 bijlage bij AH.012) en/ofb. een jaaropgave 2017 op naam van [voorletter] . [naam 16] met daarop vermeld een heffingsloon van € 9.119 (p. 3419 bijlage bij AH.005) en/ofc. 3 salarisspecificaties over het jaar 2016, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [voorletter] . [naam 16] (p. 3857 t/m 3859) en/ofd. 12 salarisspecificaties over het jaar 2017, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [voorletter] . [naam 16] (p. 3424 t/m 3435) en/of
[naam 1]
a. een jaaropgave 2016 op naam van [naam 1] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 1.718 (p. 3847 bijlage bij AH.012) en/ofb. een jaaropgave 2017 op naam van [naam 1] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 3.274 (p. 3422 bijlage bij AH.005) en/ofc. 5 salarisspecificaties over het jaar 2016, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [naam 1] (p. 3869 t/m 3873 en p. 3456 t/m 3464 en p. 3929 t/m 3933) en/ofd. 9 salarisspecificaties over het jaar 2017, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [naam 1] (p. 3456 t/m 3464) en/of
[naam 2]
a. een jaaropgave 2016 op naam van [naam 2] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 1.215 (p. 3848 bijlage bij AH.012) en/ofb. een jaaropgave 2017 op naam van [naam 2] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 7.758 (p. 3420 bijlage bij AH.005) en/ofc. een salarisspecificatie over het jaar 2016, op naam van [naam 2] (p. 3874) en/ofd. 7 salarisspecificaties over het jaar 2017, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [naam 2] (p. 3441 t/m 3447) en/of
[naam 3]
a. een jaaropgave 2016 op naam van [naam 3] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 124 (p. 3849 bijlage bij AH.012) en/ofb. een jaaropgave 2017 op naam van [naam 3] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 6.121 (p. 3421 bijlage bij AH.005) en/ofc. een salarisspecificatie over het jaar 2016, op naam van [naam 3] (p. 3879) en/ofd. 2 salarisspecificaties over het jaar 2017, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [naam 3] (p. 3454 t/m 3455) en/of
[naam 15]
a. een jaaropgave 2016 op naam van [naam 15] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 2.358 (p. 3846 bijlage bij AH.012) en/ofb. 4 salarisspecificaties over het jaar 2016, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [naam 15] (p. 3860 en p. 3863 en p. 3865 t/m 3866) en/of
[naam 4]
a. een jaaropgave 2017 op naam van [naam 4] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 671 (p. 3423 bijlage bij AH.012) en/ofb. een salarisspecificatie op naam van [naam 4] , waaruit blijkt dat in de maand mei 2017 een nettobedrag ter hoogte van € 127,50 aan salaris is uitbetaald aan [naam 4] (p. 3466)
althans een of meer geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) met het oogmerk om dat/die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid
[naam 16]
a. in die jaaropgave 2016 op naam van [voorletter] . [naam 16] staat dat H . [naam 16] over het jaar 2016 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 2.897 en/ofb. in die jaaropgave 2017 op naam van [voorletter] . [naam 16] staat dat H. [naam 16] over het jaar 2017 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 9.119 en/ofc. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [voorletter] . [naam 16] - Pieterson en/ofd. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [voorletter] . [naam 16] - Pieterson en/of
[naam 1]
a. in die jaaropgave 2016 op naam van [naam 1] staat dat [naam 1] over het jaar 2016 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 1.718 en/ofb. in die jaaropgave 2017 op naam van [naam 1] staat dat [naam 1] over het jaar 2017 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 3.274 en/ofc. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 1] en/ofd. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 1] en/of
[naam 2]
a. in die jaaropgave 2016 op naam van [naam 2] staat dat [naam 2] over het jaar 2016 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 1.215 en/ofb. in die jaaropgave 2017 op naam van [naam 2] staat dat [naam 2] over het jaar 2017 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 7.758 en/ofc. in die salarisspecificatie staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 2] en/ofd. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 2] en/of
[naam 3]
a. in die jaaropgave 2016 op naam van [naam 3] staat dat [naam 3] over het jaar 2016 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 124 en/ofb. in die jaaropgave 2017 op naam van [naam 3] staat dat [naam 3] over het jaar 2017 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 6.121 en/ofc. in die salarisspecificatie staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 3] en/ofd. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 3] en/of
[naam 15]
a. in die jaaropgave 2016 op naam van [naam 15] staat dat [naam 15] over het jaar 2016 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 2.358 en/ofb. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 15] en/of
[naam 4]
a. in die jaaropgave 2017 op naam van [naam 4] staat dat [naam 4] over het jaar 2017 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 671 en/ofb. in die salarisspecificatie staat dat over de maand mei 2017 een nettobedrag aan loon ter hoogte van € 127,50 is betaald aan [naam 4] ;
2.hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2016 tot en met 3 april 2020, te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, een of meer geschriften, te weten de navolgende:
a. een overeenkomst van opdracht tussen [bedrijf 2] en [Bedrijf] aangaande het verrichten van werkzaamheden door [bedrijf 2] ten behoeve van [Bedrijf] , ondertekend op 28 december 2016 (p. 4042) en/ofb. een jaarfactuur dienstverlening periode 01-01-2017 t/m 29-10-2017 afkomstig van [bedrijf 2] en gericht aan [Bedrijf] B.V. (factuurnummer 2018.0001), gedateerd 15 mei 2018, ter hoogte van € 49.959,00 (p. 3666 bijlage bij AH.008) en/of c. een betalingsbewijs waaruit blijkt dat op 30 mei 2018 een bedrag van € 39.692 is betaald door [Bedrijf] aan [bedrijf 2] en/of op 22 mei 2018 een bedrag van € 10.267 is betaald door [Bedrijf] aan [bedrijf 2] (p. 3675) en/ofd.
Feiten
6De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Overwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot
een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht. Zij heeft daarnaast gevorderd dat aan verdachte een beroepsverbod voor de duur van 5 jaar wordt opgelegd voor een functie in de zorg. Ook heeft zij de openbaarmaking van het vonnis ex artikel 36 van het Wetboek van Strafrecht gevorderd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft onder andere verzocht om bij de bepaling van de straf niet het benadelingsbedrag als uitgangspunt te nemen, maar vooral rekening te houden met verdachtes ondergeschikte en afhankelijke rol in het geheel, de omstandigheid dat enkel verdachte heeft verklaard over zijn handelen en het handelen van anderen en de omstandigheid dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanmerking is gekomen. De raadsvrouw heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de redelijke termijn ex artikel 6 lid 1 EVRM is geschonden en heeft verzocht om ook hiermee rekening te houden bij de bepaling van de straf.
Beoordeling
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van het feit
Verdachte heeft als boekhouder, samen met zijn medeverdachte, zijnde de eigenaar van de onderneming waarvoor verdachte de boekhouding verzorgde, in korte periode (enkele dagen) een grote hoeveelheid valse documenten opgemaakt. Verdachte heeft dit gedaan vanuit zijn rol als professional. Met dergelijk handelen schaadt verdachte het vertrouwen dat het maatschappelijk verkeer in de juistheid van de in de bewezenverklaring genoemde geschriften moet kunnen stellen. Het vervalsen van dergelijke stukken heeft een ontwrichtende werking op het economisch verkeer en de rechtbank neemt dit verdachte kwalijk. De feiten rechtvaardigen in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Redelijke termijn
Verdachte is op 14 september 2021 aangehouden. Verdachte is niet in verzekering gesteld. Op 24 januari 2023 is de inleidende dagvaarding betekend. Op dat moment is de redelijke termijn aangevangen. Een eindvonnis dient vervolgens in de regel binnen twee jaren te volgen. In de zaak van verdachte is op 1 februari 2024 vonnis gewezen. Dit is 1 jaar en 9 dagen later. Daarmee is de redelijke termijn niet overschreden. De rechtbank zal bij de bepaling van de straf wél rekening houden met de ouderdom van de zaak.
Op te leggen straf
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden dient te worden opgelegd. Aan deze voorwaardelijke straf zal een proeftijd voor de duur van 2 jaren worden verbonden. De proeftijd dient als stok achter de deur om niet opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal daarnaast een taakstraf voor de duur van 240 uur opleggen. Uit het dossier volgt niet dat verdachte voorarrest heeft ondergaan.
Anders dan de officier van justitie, ziet de rechtbank geen aanleiding om een beroepsverbod voor een functie in de zorg op te leggen. Verdachte was (immers) ten tijde van het plegen van de delicten werkzaam als boekhouder en heeft de delicten ook in die hoedanigheid gepleegd. Dat hij als boekhouder zich begaf op het terrein van de zorg, maakt dat niet anders. De rechtbank ziet niet in welk strafdoel een beroepsverbod voor een functie in de zorg, in dit specifieke geval, dient.
Anders dan de officier van justitie, ziet de rechtbank eveneens geen aanleiding om het vonnis van verdachte openbaar te maken door deze niet-geanonimiseerd te publiceren dan wel door middel van het publiceren van een niet-geanonimiseerd persbericht op rechtspraak.nl.
8De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 47, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft maakt aan een strafbaar feit;
legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.E. ter Hart (voorzitter), mr. M.J. Ouweneel en mr. M.J. Wasmann, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 februari 2024.
Bijlage I
1.Hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2016 tot en met 3 april 2020,te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, een of meer geschriften, te weten de navolgende:
[naam 16]
a. een jaaropgave 2016 op naam van H. [naam 16] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 2.897 (p. 3845 bijlage bij AH.012) en/ofb. een jaaropgave 2017 op naam van H . [naam 16] met daarop vermeld een heffingsloon van € 9.119 (p. 3419 bijlage bij AH.005) en/ofc. 3 salarisspecificaties over het jaar 2016, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van H . [naam 16] (p. 3857 t/m 3859) en/ofd. 12 salarisspecificaties over het jaar 2017, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van H . [naam 16] (p. 3424 t/m 3435) en/of
[naam 1]
a. een jaaropgave 2016 op naam van [naam 1] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 1.718 (p. 3847 bijlage bij AH.012) en/ofb. een jaaropgave 2017 op naam van [naam 1] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 3.274 (p. 3422 bijlage bij AH.005) en/ofc. 5 salarisspecificaties over het jaar 2016, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [naam 1] (p. 3869 t/m 3873 en p. 3456 t/m 3464 en p. 3929 t/m 3933) en/ofd. 9 salarisspecificaties over het jaar 2017, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [naam 1] (p. 3456 t/m 3464) en/of
[naam 2]
a. een jaaropgave 2016 op naam van [naam 2] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 1.215 (p. 3848 bijlage bij AH.012) en/ofb. een jaaropgave 2017 op naam van [naam 2] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 7.758 (p. 3420 bijlage bij AH.005) en/ofc. een salarisspecificatie over het jaar 2016, op naam van [naam 2] (p. 3874) en/ofd. 7 salarisspecificaties over het jaar 2017, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [naam 2] (p. 3441 t/m 3447) en/of
[naam 3]
a. een jaaropgave 2016 op naam van [naam 3] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 124 (p. 3849 bijlage bij AH.012) en/ofb. een jaaropgave 2017 op naam van [naam 3] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 6.121 (p. 3421 bijlage bij AH.005) en/ofc. een salarisspecificatie over het jaar 2016, op naam van [naam 3] (p. 3879) en/ofd. 2 salarisspecificaties over het jaar 2017, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [naam 3] (p. 3454 t/m 3455) en/of
[naam 15]
a. een jaaropgave 2016 op naam van [naam 15] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 2.358 (p. 3846 bijlage bij AH.012) en/ofb. 4 salarisspecificaties over het jaar 2016, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [naam 15] (p. 3860 en p. 3863 en p. 3865 t/m 3866) en/of
[naam 4]
a. een jaaropgave 2017 op naam van [naam 4] met daarop vermeld een heffingsloon ter hoogte van € 671 (p. 3823 bijlage bij AH.012) en/ofb. een salarisspecificatie op naam van [naam 4] , waaruit blijkt dat in de maand mei 2017 een nettobedrag ter hoogte van € 127,50 aan salaris is uitbetaald aan [naam 4] (p. 3466)
althans een of meer geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) met het oogmerk om dat/die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid
[naam 16]
a. in die jaaropgave 2016 op naam van H . [naam 16] staat dat H . [naam 16] over het jaar 2016 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 2.897 en/ofb. in die jaaropgave 2017 op naam van H . [naam 16] staat dat H . [naam 16] over het jaar 2017 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 9.119 en/ofc. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 16] en/ofd. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 16] en/of
[naam 1]
a. in die jaaropgave 2016 op naam van [naam 1] staat dat [naam 1] over het jaar 2016 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 1.718 en/ofb. in die jaaropgave 2017 op naam van [naam 1] staat dat [naam 1] over het jaar 2017 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 3.274 en/ofc. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 1] en/ofd. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 1] en/of
[naam 2]
a. in die jaaropgave 2016 op naam van [naam 2] staat dat [naam 2] over het jaar 2016 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 1.215 en/ofb. in die jaaropgave 2017 op naam van [naam 2] staat dat [naam 2] over het jaar 2017 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 7.758 en/ofc. in die salarisspecificatie staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 2] en/ofd. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 2] en/of
[naam 3]
a. in die jaaropgave 2016 op naam van [naam 3] staat dat [naam 3] over het jaar 2016 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 124 en/ofb. in die jaaropgave 2017 op naam van [naam 3] staat dat [naam 3] over het jaar 2017 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 6.121 en/ofc. in die salarisspecificatie staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 3] en/ofd. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 3] en/of
[naam 15]
a. in die jaaropgave 2016 op naam van [naam 15] staat dat [naam 15] over het jaar 2016 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 2.358 en/ofb.
Conclusie
Code
Jaar
Saldo
Boeking
[Bedrijf]
2017
€ 58.437,50
Inhuur personeel kwartaal [bedrijf 2] , 0142017
[Bedrijf]
2018
€ 183.601,00
Inhuur personeel [bedrijf 3] 2018-0002
2018
€ 15.700,00
Inhuur personeel 2017 [bedrijf 2] 2018-0001
TOTAAL
€ 257.738,50
( a) [bedrijf 2]
Uit de door [medeverdachte] aangeleverde gegevens volgt dat [naam 6] (eigenaar van eenmanszaak [bedrijf 2] ), [naam 7] , [naam 8] en [naam 9] zouden zijn ingehuurd via [bedrijf 2] in de periode december 2016 tot en met maart 2017. Uit onderzoek door de politie volgt onder meer dat de factuur van [bedrijf 2] niet is opgenomen in de fiscale gegevens van [naam 6] (eigenaar van [bedrijf 2] ) en dat [bedrijf 2] bij de Belastingdienst niet bekend is als werkgever.
Middels een akte uitlaten, roldatum 6 december 2019, heeft [Bedrijf] tijdens de civiele procedure tegen de gemeente Apeldoorn c.s. een betalingsbewijs overgelegd van 26 april 2017. Met het aanleveren van deze betalingsbevestiging heeft [Bedrijf] willen doen blijken dat er inderdaad kosten zijn gemaakt voor inhuur derden via [bedrijf 2] . Uit onderzoek door de politie volgt dat het aangeleverde betalingsbewijs van de factuur van [bedrijf 2] is vervalst, omdat het betalingsbewijs van 26 april 2017 is en dat de bankrekening van [Bedrijf] waarvan het bedrag betaald zou zijn pas is geopend op 25 augustus 2017.
Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de kostenpost ‘inhuur personeel derden’ op de jaarrekening 2017 voor zover deze zou bestaan uit de inhuur van personeel van [bedrijf 2] , niet overeenkomt met de werkelijkheid.
( b) [bedrijf 2]
Uit de door [medeverdachte] aangeleverde gegevens volgt dat [naam 7] (eigenaresse van eenmanszaak [bedrijf 3] ), [naam 8] , [naam 9] , [naam 6] , [naam 10] en [naam 11] zouden zijn ingehuurd door [Bedrijf] via [bedrijf 3] in de periode april 2017 tot en met juli 2018.
Uit onderzoek door de politie volgt:
dat de facturen van [bedrijf 3] niet zijn opgenomen in de fiscale gegevens van [bedrijf 3] ;
dat [bedrijf 3] bij de Belastingdienst niet bekend is als werkgever en
dat de vermeende werknemers dan wel ingehuurde personen geen inkomen hebben genoten dat in relatie staat tot [bedrijf 3] , dan wel [Bedrijf] , of dat het inkomen niet in relatie staat tot de hoogte van de factuur.
Ter onderbouwing van de factuur van € 183.601,00 zijn door [Bedrijf] 12 betalingsbewijzen overgelegd tijdens de civiele procedure tegen de gemeente Apeldoorn c.s. Uit onderzoek door de politie volgt dat de twaalf aangeleverde betalingsbewijzen die volgens [Bedrijf] zouden zien op betaling van de twee facturen van [bedrijf 3] zijn vervalst, omdat de betalingen die volgen uit de betalingsbewijzen niet zijn terug te vinden in de mutaties van de betreffende bankrekeningen.
Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de kostenpost ‘inhuur personeel derden’ op de jaarrekening 2017 voor zover deze zou bestaan uit de inhuur van personeel van [bedrijf 2] , niet overeenkomt met de werkelijkheid.
( c) Tussenconclusie jaarrekening 2017
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de post ‘inhuur personeel derden’ op de jaarrekening 2017 niet overeenkomt met de werkelijkheid en dat daarmee de jaarrekening 2017 valselijk is opgemaakt.
Jaarrekening 2018 [Bedrijf] B.V. (AH.001-706)
Door [medeverdachte] is tijdens de civiele procedure een jaarrekening 2018 van [Bedrijf] (productie 57, AH.001-706) overgelegd op 6 december 2019. Deze jaarrekening werd ook aangetroffen op de laptop van verdachte. Uit onderzoek volgt dat het bestand voor het laatst is gewijzigd op 5 december 2019. In deze jaarrekening zijn de volgende posten opgenomen:
“Personeelskosten: € 59.184
Inhuur personeel derden: € 108.526”.
Uit de onderbouwing opgenomen in producties 58 tot en met 60 blijkt dat genoemde kostenposten uit de volgende onderdelen bestaan:
Jaar
Boekstuk
Saldo
2018
10-0-2018
€ 26.301,08
[bedrijf 4] 2017-0001, jaarfactuur
2018
31-12-2018
€ 14.183,92
Lonen
2018
20-06-2018
€ 82.255,00
[bedrijf 3]
2018
31-12-2018
€ 45.000
[medeverdachte] Beheer management fee / div kosten 2017
TOTAAL
€ 167.740,00
Door [medeverdachte] zijn in de civiele procedure verschillende betalingsbewijzen aangeleverd ter onderbouwing van bovenstaande kosten met betrekking tot de facturen van [bedrijf 4] en [bedrijf 3] .
( a) [bedrijf 4]
Uit productie 38 zou volgen dat [medeverdachte] , eigenaar [bedrijf 4], (in 2017) en [naam 12] (2017 en 2018) en [naam 13] (2017 en 2018) zijn ingehuurd door [Bedrijf] bij [bedrijf 4] .
[naam 12] heeft verklaard dat zij alleen heeft stagegelopen bij [Bedrijf] en nog nooit heeft gehoord van [bedrijf 4] .
In de aangeleverde factuur (factuurnummer 2018-0016, factuurdatum 10-07-2018; vervaldatum 24-07-2018), ingediend als productie 58, staat vermeld dat [Bedrijf] in totaal een bedrag van € 26.301,08 verschuldigd is aan [bedrijf 4] .
Uit het aangeleverde betalingsbewijs volgt dat het bedrag van € 26.301,08 op 23 juli 2018 betaald is aan [bedrijf 4] op rekeningnummer [rekeningnummer] . Het bedrag is betaald vanaf bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [Bedrijf] . Uit raadpleging van de transacties van genoemd bankrekeningnummer is op 23 juli 2018 géén betaling te zien aan [bedrijf 4] .
Conclusie
een factuur aangaande het gebruik van faciliteiten conform overeengekomen afspraken, periode 01-01-2017 t/m 29-10-2017 afkomstig van [Bedrijf] en gericht aan [bedrijf 2] (factuurnummer 2018.0074) gedateerd op 15 mei 2018, ter hoogte van € 12.500 (p. 4055)
althans een of meer geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) met het oogmerk om dat/die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid
a. in die overeenkomst van opdracht staat dat [bedrijf 2] werkzaamheden zal verrichten op het gebied van ambulante zorgverlening voor [Bedrijf] over de periode 01-01-2017 t/m 31-10-2017 en/ofb. in die jaarfactuur met factuurnummer 2018.0001 staat dat [Bedrijf] B.V. een bedrag van € 49.959,00 verschuldigd is aan [bedrijf 2] vanwege door [bedrijf 2] verrichtte dienstverlening in de periode van 01-01-2019 t/m 29-10-2017 en/of c. in dat betalingsbewijs staat dat op 30 mei 2018 een bedrag van € 39.692 is afgeschreven ten behoeve van bankrekeningnummer NL53 INGB 0006 4181 38 op naam van [bedrijf 2] met als omschrijving 20180001 en/of dat op 22 mei 2018 een bedrag van € 10.267 is afgeschreven ten behoeve van [bedrijf 2] en/ofd. in die factuur staat dat [bedrijf 2] een bedrag van € 12.500 verschuldigd is aan [Bedrijf] vanwege het gebruik van faciliteiten over de periode 01-01-2017 t/m 29-10-2017;
3.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2016 tot en met 27 mei 2020, althans op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 27 mei 2020, te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, een of meer geschriften, te weten de navolgende:
a. 12 salarisspecificaties over het jaar 2018, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [voorletter] . [naam 16] (p. 3244 t/m 3255) en/ofb. 12 salarisspecificaties over het jaar 2019, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [voorletter] . [naam 16] (p. 3232 t/m 3243)
althans een of meer geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) met het oogmerk om dat/die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid
a. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [voorletter] . [naam 16] - Pieterson en/ofb. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [voorletter] . [naam 16] - Pieterson ;
4.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2016 tot en met 3 april 2020, te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, een of meer geschriften, te weten de navolgende:
a. jaarrekening 2016 V.O.F. [Bedrijf] (AH.001-401, p. 2510) en/ofb. jaarrekening 2017 [Bedrijf] B.V. (AH.001-402, p. 2520) en/ofc. jaarrekening 2018 [Bedrijf] B.V. (AH.001-706, p. 3098)
althans een of meer geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) met het oogmerk om dat/die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid
a. in die jaarrekening een bedrag ter hoogte van € 10.600 is opgenomen aan ‘personeelskosten’ en/ofb. in die jaarrekening een bedrag ter hoogte van € 257.739 is opgenomen aan ‘inhuur personeel derden’ en/ofc. in die jaarrekening een bedrag ter hoogte van € 108.526 is opgenomen aan inhuur personeel derden’.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 t/m 4, telkens:
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.
5De strafbaarheid van de feiten
Dictum
in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 15] en/of
[naam 4]
a. in die jaaropgave 2017 op naam van [naam 4] staat dat [naam 4] over het jaar 2017 een bruto jaarinkomen heeft genoten van € 671 en/ofb. in die salarisspecificatie staat dat over de maand mei 2017 een nettobedrag aan loon ter hoogte van € 127,50 is betaald aan [naam 4] ;
2.Hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2016 tot en met 3 april 2020,te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, een of meer geschriften, te weten de navolgende:
a. een overeenkomst van opdracht tussen [bedrijf 2] en [Bedrijf] aangaande het verrichten van werkzaamheden door [bedrijf 2] ten behoeve van [Bedrijf] , ondertekend op 28 december 2016 (p. 4042) en/ofb. een jaarfactuur dienstverlening periode 01-01-2017 t/m 29-10-2017 afkomstig van [bedrijf 2] en gericht aan [Bedrijf] B.V. (factuurnummer 2018.0001), gedateerd 15 mei 2018, ter hoogte van € 49.959,00 (p. 3666 bijlage bij AH.008) en/ofc. een betalingsbewijs waaruit blijkt dat op 30 mei 2018 een bedrag van € 39.692 is betaald door [Bedrijf] aan [bedrijf 2] en/of op 22 mei 2018 een bedrag van € 10.267 is betaald door [Bedrijf] aan [bedrijf 2] (p. 3675) en/ofd. een factuur aangaande het gebruik van faciliteiten conform overeengekomen afspraken, periode 01-01-2017 t/m 29-10-2017 afkomstig van [Bedrijf] en gericht aan [bedrijf 2] (factuurnummer 2018.0074) gedateerd op 15 mei 2018, ter hoogte van € 12.500 (p. 4055)
althans een of meer geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) met het oogmerk om dat/die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid
a. in die overeenkomst van opdracht staat dat [bedrijf 2] werkzaamheden zal verrichten op het gebied van ambulante zorgverlening voor [Bedrijf] over de periode 01-01-2017 t/m 31-10-2017 en/ofb. in die jaarfactuur met factuurnummer 2018.0001 staat dat [Bedrijf] B.V. een bedrag van € 49.959,00 verschuldigd is aan [bedrijf 2] vanwege door [bedrijf 2] verrichtte dienstverlening in de periode van 01-01-2019 t/m 29-10-2017 en/ofc. in dat betalingsbewijs staat dat op 30 mei 2018 een bedrag van € 39.692 is afgeschreven ten behoeve van bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [bedrijf 2] met als omschrijving 20180001 en/of dat op 22 mei 2018 een bedrag van € 10.267 is afgeschreven ten behoeve van [bedrijf 2] en/ofd. in die factuur staat dat [bedrijf 2] een bedrag van € 12.500 verschuldigd is aan [Bedrijf] vanwege het gebruik van faciliteiten over de periode 01-01-2017 t/m 29-10-2017;
3.Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2016 tot en met 27 mei 2020,althans op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 27 mei 2020, te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, een of meer geschriften, te weten de navolgende:
a. 12 salarisspecificaties over het jaar 2018, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [naam 16] (p. 3244 t/m 3255) en/ofb. 12 salarisspecificaties over het jaar 2019, althans een of meerdere salarisspecificaties, op naam van [naam 16] (p. 3232 t/m 3243)
althans een of meer geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) met het oogmerk om dat/die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid
a. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 16] en/ofb. in die salarisspecificaties staat dat een bedrag aan loon is betaald op het bankrekeningnummer van [naam 16] ;
4.Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2016 tot en met 3 april 2020,te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, een of meer geschriften, te weten de navolgende:
a. jaarrekening 2016 V.O.F. [Bedrijf] (AH.001-401, p. 2510) en/ofb. jaarrekening 2017 [Bedrijf] B.V. (AH.001-402, p. 2520) en/ofc. jaarrekening 2018 [Bedrijf] B.V. (AH.001-706, p. 3098)
althans een of meer geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) met het oogmerk om dat/die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid
a. in die jaarrekening een bedrag ter hoogte van € 10.600 is opgenomen aan ‘personeelskosten’ en/ofb. in die jaarrekening een bedrag ter hoogte van € 257.739 is opgenomen aan ‘inhuur personeel derden’ en/ofc. in die jaarrekening een bedrag ter hoogte van € 108.526 is opgenomen aan inhuur personeel derden’.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 13] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal onderzoek ON3R0201051 Mortel, BVH-nummer [bvh-nummer] , gesloten op 10 december 2021, en daarnaast een aanvulling, proces-verbaal nazending stukken, gesloten op 14 juli 2022, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Proces-verbaal van verdenking, p. 26.
Proces-verbaal van verdenking, p. 31.
Proces-verbaal van verdenking, p. 32.
Proces-verbaal van bevindingen, AH.024, p. 4280 t/m 4287; proces-verbaal van bevindingen, AH.012, p. 3783-3794 en bijlagen p. 3845-3849, 3857 t/m 3859, 3860, 3863, 3865-3866, 3869-3873, 3874 en 3879; proces-verbaal van bevindingen, AH.005, p. 3373-3390 en bijlagen p. 3419-3422, 3423, 3424-3435, 3441-3447, 3454-3455, 3456-3464 en 3466.
Proces-verbaal van bevindingen, AH.002, p. 3194-3199 en bijlagen, p. 3232-3243 en 3244-3255.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 18 januari 2024.
Verklaring van verdachte bij de politie, p. 706.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 18 januari 2024.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 18 januari 2024.
Proces-verbaal van bevindingen, AH.024, p. 4280 t/m 4287.
Proces-verbaal van bevindingen, AH.024, p. 4286.
Proces-verbaal van bevindingen, AH.024, p. 4283-4284.
Proces-verbaal van bevindingen, AH.036, p. 4622.
Proces-verbaal van bevindingen, AH.036, p. 4619.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 18 januari 2024.
Proces-verbaal van bevindingen, AH.012, p. 3783-3784.
Proces-verbaal van bevindingen, AH.024, p. 4284.
Proces-verbaal van bevindingen, AH.012, p. 3783-3784; jaarrekening 2016, AH.001-401, p. 2510-2518; salarisspecificaties 2016, p. 2545-2571.
Proces-verbaal van bevindingen, AH.006, p. 3498-3499.
Proces-verbaal van bevindingen, AH.024, p. 4280-4287.
Jaarrekening 2017, AH.001-119, pagina 3508-3517.
Proces-verbaal van bevindingen, AH.024, p. 4284.
Jaarrekening 2017, AH.001-402, p. 2520-2535 (zie ook p.