Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-07-17
ECLI:NL:RBGEL:2024:4693
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
959 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/437326 / HA ZA 24-315
Vonnis van 17 juli 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOOOM DIGITAL B.V.,
gevestigd te Arnhem,
eiseres,
advocaat mr. A.A. Bart te Veenendaal,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
THEATER DIEREN B.V.,
gevestigd te Doesburg,
gedaagde,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding;
het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
In randnummer 9 van de dagvaarding heeft eiseres vermeld dat haar totale vordering
€ 31.632,82 bedraagt. Dit omvat volgens haar ook ‘Kosten Derden (extracten, deurwaarder, etc.)’, ter grootte van € 11,00. Onder het kopje ‘KOSTEN EXTRACTEN’ (randnummer 12 van de dagvaarding) heeft eiseres vermeld dat zij - in verband met het opvragen van een uittreksel van de Kamer van Koophandel - € 11,00 vordert. Voor zover eiseres bedoelt om meer dan (eenmaal) € 11,00 aan informatiekosten te vorderen, is deze vordering bij gebreke van voldoende onderbouwing niet toewijsbaar.
2.3.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 115,22
- informatiekosten € 11,00
- griffierecht € 2.889,00
- salaris advocaat € 786,00 (1,0 punt × tarief € 786,00)
Totaal € 3.801,22.
2.4.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
Dictum
De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 26.651,46, vermeerderd met de contractuele rente van 1,5% per maand of gedeelte daarvan over het toegewezen bedrag met ingang van 27 mei 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 1.546,44 aan contractuele rente, berekend tot 27 mei 2024,
3.3.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 3.423,92,
aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.4.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 3.801,22,
3.5.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2024.