Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-01-25
ECLI:NL:RBGEL:2024:424
Civiel recht
Wraking
1,544 tokens
Dictum
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/430313 KG RK 24-35
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
wonende te Den Haag
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. D.S.M. Bak, mr. T.C. Henniphof en mr. R.M.H. Pennings,
rechters in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechters.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 8 januari 2024.
2Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van de rechters als leden van de wrakingskamer in de zaak met nummer C/05/428562 / KG RK 23-917.
Beoordeling
3.1.
De wrakingskamer stelt voorop dat een wrakingsverzoek alleen gericht kan worden tegen de rechter bij wie een zaak in behandeling is. In dit geval hebben de rechters in hun hoedanigheid van leden van de wrakingskamer het wrakingsverzoek van verzoeker afgewezen op 29 december 2023. Het hiertegen gerichte verzoek tot wraking van verzoeker is ingediend op 8 januari 2024 naar aanleiding van de ontvangst van de beslissing van de rechters. Het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechters in die zaak hun eindbeslissing over het aan hen voorgelegde wrakingsverzoek hebben gegeven. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Dit geldt ook voor het wraken van de wrakingskamer nadat op het wrakingsverzoek is beslist. Gelet daarop kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen, nu de rechters het wrakingsverzoek van verzoeker niet meer in behandeling hebben.
3.2
Er is dan ook geen reden om het wrakingsverzoek mondeling te behandelen. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt niet toegekomen.
Dictum
De wrakingskamer van de rechtbank verklaart verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door de mrs. A.S.W. Kroon, A.F. Germs-de Goede en E.J. Davids in tegenwoordigheid van de griffier [grffier] en in openbaar uitgesproken op 25 januari 2024 .
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Dictum
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/430313 KG RK 24-35
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
wonende te Den Haag
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. D.S.M. Bak, mr. T.C. Henniphof en mr. R.M.H. Pennings,
rechters in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechters.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 8 januari 2024.
2Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van de rechters als leden van de wrakingskamer in de zaak met nummer C/05/428562 / KG RK 23-917.
Beoordeling
3.1.
De wrakingskamer stelt voorop dat een wrakingsverzoek alleen gericht kan worden tegen de rechter bij wie een zaak in behandeling is. In dit geval hebben de rechters in hun hoedanigheid van leden van de wrakingskamer het wrakingsverzoek van verzoeker afgewezen op 29 december 2023. Het hiertegen gerichte verzoek tot wraking van verzoeker is ingediend op 8 januari 2024 naar aanleiding van de ontvangst van de beslissing van de rechters. Het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechters in die zaak hun eindbeslissing over het aan hen voorgelegde wrakingsverzoek hebben gegeven. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Dit geldt ook voor het wraken van de wrakingskamer nadat op het wrakingsverzoek is beslist. Gelet daarop kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen, nu de rechters het wrakingsverzoek van verzoeker niet meer in behandeling hebben.
3.2
Er is dan ook geen reden om het wrakingsverzoek mondeling te behandelen. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt niet toegekomen.
Dictum
De wrakingskamer van de rechtbank verklaart verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door de mrs. A.S.W. Kroon, A.F. Germs-de Goede en E.J. Davids in tegenwoordigheid van de griffier [grffier] en in openbaar uitgesproken op 25 januari 2024 .
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.