Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-05-29
ECLI:NL:RBGEL:2024:4228
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,010 tokens
Inleiding
RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 10314956 \ CV EXPL 23-908
Vonnis van 29 mei 2024
in de zaak van
[eiseres]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. M.A. Woudenberg,
tegen
VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,
te Arnhem,
gedaagde partij,
hierna te noemen: VGZ,
gemachtigde: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 1 mei 2024;
- de akte uitlating voorschotnota van VGZ;
- de e-mail van [eiseres] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
[eiseres] is in de gelegenheid gesteld bezwaar te maken tegen de begroting van de deskundige en tegen de benoeming van de deskundige. VGZ is in de gelegenheid gesteld bezwaar te maken tegen de begroting van de deskundige.
2.2.
Zowel [eiseres] als VGZ heeft aangegeven geen bezwaar te maken tegen de kostenbegroting. [eiseres] heeft aangegeven ook geen bezwaar te maken tegen benoeming van [deskundige] als deskundige. De hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige zal dus worden vastgesteld op € 7.260,00 inclusief btw.
2.3.
VGZ heeft nog opgemerkt dat ze ervan uitgaat dat de deskundige enkel de daadwerkelijk bestede uren in rekening zal brengen. Naar aanleiding van deze opmerking merkt de kantonrechter op dat het aan de deskundige is om in haar eindafrekening de door haar bestede tijd te specificeren.
2.4.
In het tussenvonnis van 26 juli 2023 is al aangekondigd en toegelicht dat [eiseres] het voorschot op de kosten van de deskundige moet betalen.
2.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het bedrag van € 7.260,00 inclusief btw,
3.2.
bepaalt dat [eiseres] het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.3.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
3.4.
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van [eiseres] op een termijn van vier weken,
3.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2024.
520 / 40141