Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-04-10
ECLI:NL:RBGEL:2024:3373
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,723 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05.188027.23
Datum uitspraak : 10 april 2024
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officieren van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres 1] in [postcode] [woonplaats] ,
raadsman: mr. S.L.J. Janssen, advocaat in Rotterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 27 juli 2023 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (in totaal) ongeveer 30.031,30 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 27 juli 2023 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal) ongeveer 30.031,30 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3 a van die wet.
Overwegingen
Het standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie (hierna: officier van justitie) hebben gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde medeplegen van het vervoeren en aanwezig hebben van 30 kilo cocaïne.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte niet wist dat hij 30 kilo cocaïne aan het verplaatsen was en daar dus ook geen opzet op heeft gehad. Verdachte dacht dat het niet om cocaïne ging, maar om softdrugs. De rechtbank dient aan de andersluidende eerste verklaring van verdachte geen waarde toe te kennen omdat deze door onzorgvuldig advies van de piketadvocaat tot stand is gekomen. Verdere bewijsmiddelen, die aantonen dat hij geweten heeft dat het cocaïne betreft, ontbreken. Met het wegstrepen van het bestanddeel opzet uit het tenlastegelegde blijft over de (impliciet subsidiair ten laste gelegde) overtreding van de Opiumwet als bedoeld in artikel 10 lid 1 Opiumwet.
Beoordeling
In het kader van een onderzoek naar twee explosies in Tricht werd de woning van [medeverdachte] aan [adres 2] in Geldermalsen geobserveerd. Op 27 juli 2023 zag het observatieteam dat [medeverdachte] en verdachte met een grote grijze vuilniszak de woning verlieten en naar een Renault Clio, met [kenteken] , liepen. De kennelijk zware vuilniszak werd door verdachte via het rechter achterportier op de achterbank gelegd. [medeverdachte] was inmiddels voorin aan de bijrijderszijde ingestapt, verdachte stapte aan de bestuurderszijde in de auto. Zij reden samen naar de parkeerplaats van het Laco-zwembad in Geldermalsen. Op de parkeerplaats zijn beiden door de politie aangehouden. Tijdens de aanhouding zagen verbalisanten op de achterbank van de auto de grijze vuilniszak. In de openstaande vuilniszak lagen 17 blokken, verpakt in zwarte plasticfolie en voorzien van het UPS-logo.
Op vrijdag 28 juli 2023 is door de politie tactisch onderzoek verricht aan de in beslag genomen personenauto. In de achterbak van de auto bevond zich een verborgen ruimte waar nog eens 13 donkergekleurde blokken met het UPS-logo lagen.
Alle 30 blokken werden door het NFI positief op cocaïne getest en gewogen. Het gewicht van elk van deze blokken lag tussen de 1.157 en 1.317 gram. Het totaalgewicht van de in beslag genomen blokken cocaïne was 30.031,30 gram.
De telefoon van verdachte is onderzocht. In die telefoon zijn chat-conversaties aangetroffen, onder meer inhoudende dat ’30 van UPS’ bedoeld waren om naar [adres 3] in Rotterdam te brengen, waarbij tevens werd bericht ‘en je krijgt 300k (de rechtbank begrijpt: 300.000) mee terug’.
Verdachte heeft in zijn eerste verhoor bij de politie bekend dat hij blokken met cocaïne in de auto vervoerde. Later is verdachte op zijn verklaring teruggekomen. Hij heeft toen verklaard dat hij samen met medeverdachte naar het zwembad moest rijden met een vuilniszak. Hij was toen nieuwsgierig naar wat erin zat, heeft het gezien en heeft verklaard ‘als je logisch nadenkt weet je wat het misschien kon zijn en dat was eigenlijk stom van mij. Toen hebben we de zak in de auto gelegd en zijn we naar Laco gereden. Ik zag zwarte pakketje met een UPS logo op’. Ter terechtzitting verklaarde hij dat hij aanwijzingen kreeg om samen met [medeverdachte] naar het zwembad te rijden. Hij heeft de vuilniszak in de auto gelegd, niet wetende dat het om cocaïne ging. Voor de opdracht zou hij een geldelijke vergoeding ontvangen.
Conclusie
Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte op 27 juli 2023 samen met zijn [medeverdachte] 30.031,30 gram cocaïne heeft vervoerd. Het vervoeren van de cocaïne impliceert het aanwezig hebben. In hetgeen door de verdediging is aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan hetgeen verdachte in zijn eerste verhoor bij de politie heeft verklaard. Daar komt bij dat hij in het latere politieverhoor heeft verklaard dat hij zag dat er zwarte pakketjes met een UPS logo in de vuilniszak zaten en dat je als je logisch nadenkt weet wat het misschien kan zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte met zijn gedragingen op zijn minst de aanmerkelijke kans aanvaard dat het om cocaïne ging. Verdachte vervulde een actieve rol door de vuilniszak met de blokken in de auto te zetten en de auto te besturen. Gelet op het feit dat beide verdachten samen met de zware vuilniszak de woning van verdachte hebben verlaten en in de auto stapten, komt de rechtbank tot de conclusie dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank ook het ten laste gelegde medeplegen bewezen.
3De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op of omstreeks 27 juli 2023 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (in totaal) ongeveer 30.031,26 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 27 juli 2023 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal) ongeveer 30.031,26 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3 a van die wet.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van:
feit 1
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod
en
feit 2
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
5De strafbaarheid van de feiten
Feiten
6De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Overwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat gelet op de persoonlijke omstandigheden en het feit dat verdachte first offender is, een straf gelijk aan het voorarrest, eventueel gecombineerd met een voorwaardelijke straf of een taakstraf, passend en geboden is.
Beoordeling
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte, diens blanco strafblad en het advies van de reclassering.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben en vervoeren van een grote hoeveelheid cocaïne. De handel in verdovende middelen is een ernstig strafbaar feit en kent nadelige maatschappelijke gevolgen. Het gebruik van verdovende middelen vormt een bedreiging voor de volksgezondheid. Drugshandel gaat veelal gepaard met andere vormen van criminaliteit. Daarnaast wordt Nederland gezien als schakel in de internationale drugshandel met alle negatieve (diplomatieke en economische) gevolgen van dien. Om die reden dient tegen drugscriminaliteit streng te worden opgetreden. Ondanks dat verdachte een bijdrage aan het in stand houden van een drugslijn heeft geleverd, houdt de rechtbank rekening met de ondergeschikte rol die verdachte heeft vervuld bij het plegen van de strafbare feiten.
Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden. De rechtbank komt dan ook niet tot opheffing van de voorlopige hechtenis zoals door de verdediging is verzocht.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Beoordeling
De rechtbank zal beslissen dat de in beslag genomen personenauto, merk/type Renault Clio met [kenteken] , met betrekking tot welke de drugshandel is begaan, wordt onttrokken aan het verkeer, omdat de auto voorzien is van een verborgen ruimte, kennelijk bedoeld om ongezien drugs te transporteren, waardoor het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.
9De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 33 b, 33c, 47 en 55 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2 en 10 van de Opiumwet.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de personenauto, merk/type Renault Clio met [kenteken] .
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Bonder (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. M.L. Braaksma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. U. Posthumus, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 april 2024.
De griffier is buiten staat
dit vonnis mede te ondertekenen.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ON5R023060, gesloten op 31 augustus 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Proces-verbaal van observatie, p. 24 en 25.
Proces-verbaal van bevindingen, pag. 13 t/m 15.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 84 t/m 86.
Proces-verbaal van bevindingen, pag. 14, proces-verbaal van bevindingen, pag. 28, proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, pag. 30 t/m 34, en proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, pag. 37 t/m 61 met als bijlagen 17 NFiDENT-rapportages.
Proces-verbaal van bevindingen, pag. 185-188.
Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 238 en 239.