Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-04-24
ECLI:NL:RBGEL:2024:3369
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
551 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Tegenspraak
Parketnummer : 05/287190-23 (ontneming)
Datum uitspraak : 24 april 2024
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [postcode] [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. M.G.M. Frerix, advocaat in Ede.
1De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 77.679,00.
Procesverloop
De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, nu integrale vrijspraak is bepleit.
Beoordeling
Bij vonnis van heden is verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten waarop de officier van justitie de vordering heeft gebaseerd.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de vordering moet worden afgewezen.
4De toegepaste wettelijke bepalingen
Dictum
De rechtbank:
- wijst de vordering van de officier van justitie af.
Aldus gegeven door mr. A. Bonder (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Draaijers, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 april 2024.