Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-04-24
ECLI:NL:RBGEL:2024:2726
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,624 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/433579 / HA ZA 24-153
Vonnis van 24 april 2024
in de zaak van
1 [eiser sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiser sub 2],
handelend onder de naam [bedrijf 1] ,
wonende en kantoorhoudende te [woonplaats] ,
3. [eiser sub 3],
wonende te [woonplaats] ,
eisers,
advocaten mr. K. van Polen en mr. A.B. Bouter te Barneveld,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagden,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding;
het tegen gedaagden verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.2.
Eisers vorderen gedaagden te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering zal als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen, omdat eisers hebben verzuimd de beslagstukken volledig in het geding te brengen. Bij de stukken ontbreken de - ingevolge het bepaalde in artikel 721 Rv - op straffe van nietigheid voorgeschreven exploten van overbetekening van een afschrift van de dagvaarding aan de derde-beslagenen. Bij gebreke daarvan kan niet worden beoordeeld of de wettelijke termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen. De vordering tot vergoeding van de beslagkosten zal daarom worden afgewezen.
2.3.
Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:
- dagvaarding € 135,97
- griffierecht € 2.626,00
- salaris advocaat € 3.502,00 (1,0 punt × tarief € 3.502,00)
Totaal € 6.263,97
2.4.
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
Dictum
De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres sub 1 te betalen een bedrag van € 149.163,19, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 14 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres sub 1 te betalen een bedrag van € 1.169,67 aan wettelijke rente, berekend tot en met 13 maart 2024,
3.3.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres sub 1 te betalen een bedrag van € 2.266,63 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 13 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan eiser sub 2 te betalen een bedrag van € 179.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 14 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan eiser sub 2 te betalen een bedrag van € 1.407,55 aan wettelijke rente, berekend tot en met 13 maart 2024,
3.6.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan eiser sub 2 te betalen een bedrag van € 2.570,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 13 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.7.
veroordeelt gedaagde sub 1 om aan eiser sub 3 te betalen een bedrag van € 172.550,00, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 14 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.8.
veroordeelt gedaagde sub 1 om aan eiser sub 3 te betalen een bedrag van € 1.419,06 aan wettelijke rente, berekend tot en met 13 maart 2024,
3.9.
veroordeelt gedaagde sub 1 om aan eiser sub 3 te betalen een bedrag van € 2.500,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag met ingang van 13 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.10.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op
€ 6.263,97, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.11.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagden niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.12.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.13.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2024.