Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-03-27
ECLI:NL:RBGEL:2024:2513
Strafrecht; Strafprocesrecht
Beschikking
3,284 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2024:2513 text/xml public 2026-04-29T11:04:46 2024-04-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2024-03-27 24-003402RK Uitspraak Beschikking Herroeping NL Arnhem Strafrecht; Strafprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:2513 text/html public 2026-04-28T11:43:45 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2024:2513 Rechtbank Gelderland , 27-03-2024 / 24-003402RK Herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling (nieuw) met 117 dagen. Nu betr zich vanaf begin niet aan de voorwaarden heeft gehouden, heeft OM terecht de VI herroepen. Bezwaar ongegrond, waarbij rb meeneemt dat OM voornemens is nieuw VI-traject op te starten. RECHTBANK GELDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Arnhem raadkamernummer : 24-003402 parketnummer : 05-298852-22 datum : 27 maart 2024 beslissing van de enkelvoudige raadkamer ingevolge artikel 6:6:8 van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van [veroordeelde] , geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] (Marokko), thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Justitieel Complex [plaats] , hierna te noemen veroordeelde. Advocaat: mr. F.G.W.M. Huijbers, advocaat te Nijmegen. De procedure Bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 november 2023 is veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht. Op 15 december 2023 heeft het openbaar ministerie de beslissing over de voorwaardelijke invrijheidstelling van veroordeelde uitgesteld voor een periode van maximaal 60 dagen. De advocaat heeft namens veroordeelde op 21 december 2023 bezwaar gemaakt tegen deze beslissing. Op 10 januari 2024 heeft het openbaar ministerie zijn beslissing van 15 december 2023 herzien en bepaald dat de voorwaardelijke invrijheidstelling van veroordeelde ingaat op 13 januari 2024, met een proeftijd van 365 dagen en onder algemene en bijzondere voorwaarden. Bij het niet nakomen van een van de voorwaarden kan de voorwaardelijke invrijheidstelling worden herroepen voor een periode van 117 dagen. Op 26 januari 2024 heeft het openbaar ministerie beslist dat de beslissing tot voorwaardelijke invrijheidstelling voor een periode van 117 dagen wordt herroepen. Op 6 februari 2024 heeft de advocaat namens veroordeelde bezwaar ingediend tegen dezeherroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Einddatum van de detentie is thans 25 mei 2024. Het onderzoek ter terechtzitting De rechtbank heeft op 13 maart 2024 het bezwaarschrift ter openbare zitting behandeld, waarna de behandeling van het bezwaar is aangehouden. De rechtbank heeft de behandeling voortgezet op 27 maart 2024. Ter zitting van 27 maart 2024 zijn gehoord: - veroordeelde; - de raadsman; - namens GGZ Tactus Verslavingszorg [reclassering medewerker] , reclasseringswerker; - de officier van justitie mr. E. Leunk. De standpunten De reclassering De reclassering heeft op 19 maart 2024 een nieuw reclasseringsadvies uitgebracht, inhoudende dat veroordeelde nogmaals een kans wordt geboden tot re-integratie binnen een (strak) gedwongen kader. De officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het bezwaar ongegrond dient te worden verklaard. De rechtbank dient marginaal te toetsen of het openbaar ministerie op het moment waarop de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling heeft plaatsgevonden, in redelijkheid die beslissing heeft kunnen nemen. Het reclasseringsadvies van 19 maart 2024 valt buiten het beoordelingskader. Op basis van dat rapport zal een nieuw traject tot voorwaardelijke invrijheidstelling worden ingezet, zodat veroordeelde alsnog een nieuwe kans krijgt onder aanvullende voorwaarden. De verdediging De advocaat is van mening dat de nieuwe ontwikkeling wellicht buiten het beoordelingskader valt, maar dat ook met een marginale toetsing ex tunc tot gegrondverklaring van het bezwaar kan worden gekomen omdat het openbaar ministerie destijds een onvoldragen beslissing heeft genomen omdat er kennelijk nog andere mogelijkheden waren dan herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Veroordeelde is bereid aan de voorwaarden te voldoen zoals die zijn weergegeven in het advies van de reclassering. De beoordeling De voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden herroepen indien de veroordeelde een daaraan verbonden voorwaarde niet heeft nageleefd. In het VI-besluit van 10 januari 2024 is onder meer bepaald dat veroordeelde moet gaan wonen bij [stichting] , zich moet melden bij de reclassering en geen alcohol of drugs mag gebruiken. Uit het reclasseringsadvies van 26 februari 2024 is gebleken dat veroordeelde zich niet gehouden heeft aan deze voorwaarden. Hij heeft op de eerste dag van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling drugs gebruikt, zich herhaaldelijk niet gehouden aan de regels van de beschermde woonvorm bij [stichting] en hij was regelmatig ongeoorloofd afwezig. Ook is veroordeelde niet bereikbaar geweest voor de reclassering en is hij op 26 januari 2024 teruggekeerd naar de beschermde woonvorm onder invloed van middelen. Gelet op het vorenstaande en mede gezien het problematische verleden van veroordeelde, dat wordt gekenmerkt door aanhoudend crimineel gedrag en het voortdurend stuk lopen van hulpverlening op zijn recidive, terugval in drugsgebruik en geringe behandelmotivatie, is de recthbank van oordeel dat het openbaar ministerie op goede gronden tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling heeft besloten. Het bezwaar zal daarom ongegrond worden verklaard. De rechtbank betrekt in haar overwegingen ook dat inmiddels een traject is gestart dat op korte termijn moet leiden tot een nieuwe voorwaardelijke invrijheidstelling, onder strikte voorwaarden. De reclassering heeft in haar advies van 19 maart 2024 aanvullende voorwaarden geformuleerd, waaronder verblijf bij [stichting] , locatieverbod voor Nijmegen en een locatiegebod voor Trai, een en ander te controleren met een enkelband. Ter zitting heeft veroordeelde aangegeven zich deze keer echt, heus waar, aan de voorwaarden te zullen houden. De officier van justitie heeft ter zitting meegedeeld dat een nieuw VI-besluit in de maak is, waarbij veroordeelde op 29 maart a.s. opnieuw naar Trai kan gaan. Hij doet er goed aan dit te beschouwen als zijn allerlaatste kans. Beslissing De rechtbank: - verklaart het bezwaar ongegrond Deze beslissing is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, rechter, in tegenwoordigheid van G.C.F.J. Derkx, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2024.
Volledig
ECLI:NL:RBGEL:2024:2513 text/xml public 2026-04-29T11:04:46 2024-04-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2024-03-27 24-003402RK Uitspraak Beschikking Herroeping NL Arnhem Strafrecht; Strafprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:2513 text/html public 2026-04-28T11:43:45 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2024:2513 Rechtbank Gelderland , 27-03-2024 / 24-003402RK Herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling (nieuw) met 117 dagen. Nu betr zich vanaf begin niet aan de voorwaarden heeft gehouden, heeft OM terecht de VI herroepen. Bezwaar ongegrond, waarbij rb meeneemt dat OM voornemens is nieuw VI-traject op te starten. RECHTBANK GELDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Arnhem raadkamernummer : 24-003402 parketnummer : 05-298852-22 datum : 27 maart 2024 beslissing van de enkelvoudige raadkamer ingevolge artikel 6:6:8 van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van [veroordeelde] , geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] (Marokko), thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Justitieel Complex [plaats] , hierna te noemen veroordeelde. Advocaat: mr. F.G.W.M. Huijbers, advocaat te Nijmegen. De procedure Bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 november 2023 is veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht. Op 15 december 2023 heeft het openbaar ministerie de beslissing over de voorwaardelijke invrijheidstelling van veroordeelde uitgesteld voor een periode van maximaal 60 dagen. De advocaat heeft namens veroordeelde op 21 december 2023 bezwaar gemaakt tegen deze beslissing. Op 10 januari 2024 heeft het openbaar ministerie zijn beslissing van 15 december 2023 herzien en bepaald dat de voorwaardelijke invrijheidstelling van veroordeelde ingaat op 13 januari 2024, met een proeftijd van 365 dagen en onder algemene en bijzondere voorwaarden. Bij het niet nakomen van een van de voorwaarden kan de voorwaardelijke invrijheidstelling worden herroepen voor een periode van 117 dagen. Op 26 januari 2024 heeft het openbaar ministerie beslist dat de beslissing tot voorwaardelijke invrijheidstelling voor een periode van 117 dagen wordt herroepen. Op 6 februari 2024 heeft de advocaat namens veroordeelde bezwaar ingediend tegen dezeherroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Einddatum van de detentie is thans 25 mei 2024. Het onderzoek ter terechtzitting De rechtbank heeft op 13 maart 2024 het bezwaarschrift ter openbare zitting behandeld, waarna de behandeling van het bezwaar is aangehouden. De rechtbank heeft de behandeling voortgezet op 27 maart 2024. Ter zitting van 27 maart 2024 zijn gehoord: - veroordeelde; - de raadsman; - namens GGZ Tactus Verslavingszorg [reclassering medewerker] , reclasseringswerker; - de officier van justitie mr. E. Leunk. De standpunten De reclassering De reclassering heeft op 19 maart 2024 een nieuw reclasseringsadvies uitgebracht, inhoudende dat veroordeelde nogmaals een kans wordt geboden tot re-integratie binnen een (strak) gedwongen kader. De officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het bezwaar ongegrond dient te worden verklaard. De rechtbank dient marginaal te toetsen of het openbaar ministerie op het moment waarop de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling heeft plaatsgevonden, in redelijkheid die beslissing heeft kunnen nemen. Het reclasseringsadvies van 19 maart 2024 valt buiten het beoordelingskader. Op basis van dat rapport zal een nieuw traject tot voorwaardelijke invrijheidstelling worden ingezet, zodat veroordeelde alsnog een nieuwe kans krijgt onder aanvullende voorwaarden. De verdediging De advocaat is van mening dat de nieuwe ontwikkeling wellicht buiten het beoordelingskader valt, maar dat ook met een marginale toetsing ex tunc tot gegrondverklaring van het bezwaar kan worden gekomen omdat het openbaar ministerie destijds een onvoldragen beslissing heeft genomen omdat er kennelijk nog andere mogelijkheden waren dan herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Veroordeelde is bereid aan de voorwaarden te voldoen zoals die zijn weergegeven in het advies van de reclassering. De beoordeling De voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden herroepen indien de veroordeelde een daaraan verbonden voorwaarde niet heeft nageleefd. In het VI-besluit van 10 januari 2024 is onder meer bepaald dat veroordeelde moet gaan wonen bij [stichting] , zich moet melden bij de reclassering en geen alcohol of drugs mag gebruiken. Uit het reclasseringsadvies van 26 februari 2024 is gebleken dat veroordeelde zich niet gehouden heeft aan deze voorwaarden. Hij heeft op de eerste dag van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling drugs gebruikt, zich herhaaldelijk niet gehouden aan de regels van de beschermde woonvorm bij [stichting] en hij was regelmatig ongeoorloofd afwezig. Ook is veroordeelde niet bereikbaar geweest voor de reclassering en is hij op 26 januari 2024 teruggekeerd naar de beschermde woonvorm onder invloed van middelen. Gelet op het vorenstaande en mede gezien het problematische verleden van veroordeelde, dat wordt gekenmerkt door aanhoudend crimineel gedrag en het voortdurend stuk lopen van hulpverlening op zijn recidive, terugval in drugsgebruik en geringe behandelmotivatie, is de recthbank van oordeel dat het openbaar ministerie op goede gronden tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling heeft besloten. Het bezwaar zal daarom ongegrond worden verklaard. De rechtbank betrekt in haar overwegingen ook dat inmiddels een traject is gestart dat op korte termijn moet leiden tot een nieuwe voorwaardelijke invrijheidstelling, onder strikte voorwaarden. De reclassering heeft in haar advies van 19 maart 2024 aanvullende voorwaarden geformuleerd, waaronder verblijf bij [stichting] , locatieverbod voor Nijmegen en een locatiegebod voor Trai, een en ander te controleren met een enkelband. Ter zitting heeft veroordeelde aangegeven zich deze keer echt, heus waar, aan de voorwaarden te zullen houden. De officier van justitie heeft ter zitting meegedeeld dat een nieuw VI-besluit in de maak is, waarbij veroordeelde op 29 maart a.s. opnieuw naar Trai kan gaan. Hij doet er goed aan dit te beschouwen als zijn allerlaatste kans. Beslissing De rechtbank: - verklaart het bezwaar ongegrond Deze beslissing is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, rechter, in tegenwoordigheid van G.C.F.J. Derkx, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2024.