Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-04-17
ECLI:NL:RBGEL:2024:2421
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,863 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/433380 / JE RK 24-287
Datum uitspraak: 17 april 2024
Beschikking van de kinderrechter over toestemming wijziging verblijfplaats
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[naam minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. S.J. Daniels te Utrecht,
Familie [naam pleegouders],
hierna te noemen de pleegouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in zijn beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 14 maart 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 april 2024. Daarbij waren aanwezig:
de moeder met haar advocaat;
de pleegouders;
een vertegenwoordiger van de GI.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 februari 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 24 februari 2025. Bij deze beschikking heeft de kinderrechter ook de machtiging verlengd [minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 24 februari 2025.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt toestemming te verlenen tot wijziging van het verblijf van [minderjarige] , met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De pleegouders hebben aan de GI aangegeven dat zij willen stoppen met de pleegzorgplaatsing. Enerzijds omdat zij voor [minderjarige] op termijn een voltijdspleeggezin willen en anderzijds omdat zij geen deel meer willen uitmaken van een volgens hen niet-werkend hulpverleningssysteem. Na overleg tussen de GI en EntreaLindenhout is door EntreaLindenhout geadviseerd om de pleegzorgplaatsing te beëindigen. Mede omdat de pleegouders niet meer in contact waren met EntreaLindenhout en er dus geen zicht was op de opvoedsituatie. [minderjarige] verblijft sindsdien bij haar moeder. De GI wil die situatie voortzetten, weliswaar met intensivering van de hulpverlening bij de moeder thuis. Er wordt binnen de kaders van de ondertoezichtstelling nog gezocht naar een oplossing om de moeder te ontlasten in de zorg voor [minderjarige] in de vorm van een steungezin, weekendoplossing of zorgboerderij.
4De standpunten
4.1.
De pleegouders zijn het eens met het verzoek als zodanig. Zij hebben echter wel aangegeven dat zij de pleegzorgplaatsing wilden afbouwen in plaats van abrupt te beëindigen. De pleegouders zijn geenszins tevreden over de manier waarop de GI met de situatie is omgegaan. Wel stellen zij het belang van [minderjarige] voorop en hopen zij dat er wordt gekeken naar een ander pleeggezin. Tot voor kort was de GI namelijk nog van mening dat een voltijdse thuisplaatsing niet haalbaar was.
4.2.
Door en namens de moeder is naar voren gebracht dat zij het eens is met het verzoek. De moeder begrijpt dat de GI via de ondertoezichtstelling betrokken blijft. Het belang van [minderjarige] wordt door toewijzing van het verzoek niet geschaad.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter stelt allereerst vast dat [minderjarige] gedurende ten minste één jaar door de pleegouders wordt opgevoed en verzorgd (artikel 1:265i, lid 1 BW). De GI heeft in dat geval toestemming van de kinderrechter nodig om de verblijfplaats van de minderjarige te mogen wijzigen. De kinderrechter zal de GI die toestemming verlenen en zal hierna uitleggen waarom.
5.2.
Uit het tweede lid van artikel 1:265i BW blijkt dat de kinderrechter een verzoek tot toestemming van wijziging verblijfplaats slechts kan afwijzen indien de kinderrechter dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk vindt. Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de pleegzorgplaatsing niet langer passend is voor [minderjarige] . Hoewel de pleegouders zich vijf jaar lang hebben ingezet voor [minderjarige] en dit [minderjarige] veelal ten goede is gekomen, hebben zij aangegeven niet langer te kunnen meewerken aan die plaatsing. Ook hebben zij aangegeven het niet eens zijn met de beslissing van de GI om de plaatsing zo acuut te beëindigen. Er zijn nog steeds zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] en de pleegouders delen die ook. Vanuit de kaders van de ondertoezichtstelling wordt er echter op toegezien dat het goed blijft gaan met [minderjarige] en dat zij zich leeftijdsadequaat kan ontwikkelen. [minderjarige] verblijf inmiddels al bij haar moeder en dit gaat naar omstandigheden goed. Ook heeft zij (volgens de GI) aangegeven dat zij niet meer terug wil naar het pleeggezin. De kinderrechter geeft daar nu ook formeel toestemming voor.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verleent de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering toestemming tot wijziging van het verblijf van [minderjarige] naar de moeder;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2024 door mr. T. Hermans, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. G. Vlemmings als griffier, en op schrift gesteld op 22 april 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.