Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2024-04-09
ECLI:NL:RBGEL:2024:1990
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,659 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zutphen
Zaaknummer: C/05/433078 / ZJ RK 24-156
Datum uitspraak: 26 maart 2024
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Zwolle,
hierna te noemen de Raad,
over
[naam minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, regio Noord,
hierna te noemen de GI,
gevestigd te Apeldoorn.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 11 maart 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 maart 2024. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordigster van de Raad;
- een vertegenwoordigster van de GI.
Feiten
De moeder oefent alleen het gezag over [minderjarige] uit.
[minderjarige] woont bij de moeder.
3Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
3.2.
Er is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] , omdat hij aanwezig is geweest/getuige is geweest van situaties waarin sprake is geweest van fysieke, seksueel en/of verbaal geweld. Dit heeft geleid tot onveilige situaties. Het is nog niet duidelijk wat de impact hiervan op [minderjarige] is geweest, maar voorstelbaar is dat zijn gevoel van basisveiligheid hierdoor is beschadigd. Dat kan effect hebben op zijn gedrag, algehele ontwikkeling en gevoel van welbevinden.
De moeder van [minderjarige] is op dit moment bereid, maar onvoldoende in staat onder eigen verantwoordelijkheid of met ondersteuning van vrijwillige hulpverlening de bedreiging weg te nemen, doordat de problematiek te complex en te ernstig is en zij overbelast is. Ze heeft niet meer de energie om consequent door te pakken in de hulpverlening en de opvoeding van [minderjarige] .
De verwachting is dat de moeder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn weer zelf kan dragen.
4Het standpunt van de moeder
4.1.
Hoewel daartoe correct opgeroepen is de moeder niet verschenen in de procedure.
Beoordeling
5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
5.2.
De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige] zijn:
- [minderjarige] groeit op in een onveilige omgeving met (huiselijk) geweldsincidenten.
- De moeder ervaart stress, houdt geen goed dag-nachtritme aan en haalt verkeerde mensen in huis.
- Er is onvoldoende zicht op [minderjarige] , en hij gaat onregelmatig naar de opvangroep.
5.3.
De kinderrechter zal daarom [minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van een jaar.
5.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er grote zorgen zijn over de thuissituatie van [minderjarige] . De moeder kan [minderjarige] momenteel onvoldoende een veilige en stabiele opvoedsituatie bieden. Vanaf zijn geboorte en vooral in 2023 zijn er meerdere meldingen bij Veilig Thuis gedaan over het opvoedklimaat, huiselijk geweld en ongure types die bij de moeder over de vloer komen. Er is een veiligheidsplan door Veilig Thuis opgesteld, maar er is regie vanuit de GI nodig om de noodzakelijke hulpverlening in te zetten voor [minderjarige] en de moeder om zo de situatie voor hen structureel te verbeteren. De Raad heeft tijdens de mondelinge behandeling benoemd dat de moeder in de basis voldoende vaardigheden heeft om [minderjarige] liefdevol op te voeden. Het is vervolgens aan de moeder om samen te werken met de jeugdbeschermer en te leren werken aan zichzelf en aan een stabiele toekomst voor [minderjarige] en haar.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.1.1. stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Gelderland met ingang van 26 maart 2024 tot 26 maart 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2024 door mr. A.E.M. Overkamp, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Verschuren als griffier, en op schrift gesteld op 9 april 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.