Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-09-21
ECLI:NL:RBGEL:2023:7216
Civiel recht; Arbeidsrecht
Mondelinge uitspraak
696 tokens
Inleiding
proces-verbaal
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Nijmegen
zaakgegevens 10631248 \ HA VERZ 23-38 \ 25115 \ 41245
zitting van 21 september 2023
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 21 september 2023
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
gemachtigde mr. D. Dekker,
procederende krachtens toevoegingsnummer [nummer] ,
tegen
[verweerder] , voorheen h.o.d.n. [naam bedrijf] ,
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
procederend in persoon.
Partijen zullen hierna [verzoeker] en [verweerder] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties
- het verweerschrift.
1.2.
Op 21 september 2023 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Dictum
De kantonrechter
2.1.
veroordeelt [verweerder] tot betaling van de transitievergoeding aan [verzoeker] van € 9.622,99 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2023 tot aan de dag van algehele voldoening;
2.2.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, aan de zijde van [verzoeker] tot op heden begroot op € 615,00.
Beoordeling
3.1.
De kantonrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
3.2.
Op basis van artikel 7:673 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is [verweerder] aan [verzoeker] een transitievergoeding verschuldigd, omdat hij de arbeidsovereenkomst tussen partijen heeft opgezegd. [verweerder] erkent ook dat hij de verzochte transitievergoeding aan [verzoeker] moet betalen. Dat hij op dit moment in betalingsonmacht verkeert om deze vergoeding te voldoen, hoe vervelend ook, ontslaat hem niet van zijn betalingsverplichting. De kantonrechter wijst het verzoek daarom toe. Ook de verzochte wettelijke rente wordt als onweersproken toegewezen.
3.3.
Omdat [verweerder] in het ongelijk wordt gesteld, moet hij de proceskosten dragen. Deze kosten bedragen aan de zijde van [verzoeker] tot op heden € 86,00 aan griffierecht en € 529,00 aan salaris voor de gemachtigde. In totaal is dat € 615,00.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. M.J.P. Heijmans, kantonrechter, in het openbaar uitgesproken op 21 september 2023 en vastgelegd op 21 september 2023.