Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-12-12
ECLI:NL:RBGEL:2023:7122
Bestuursrecht
Wraking
883 tokens
Dictum
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/429021 KG RK 23-938
Dictum
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster]
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. J.M. Graat, mr. J.A. van Schagen en mr. A.S.W. Kroon,
rechters in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechters.
Procesverloop
1.1.
Per e-mailbericht van 11 december 2023 (het e-mailbericht van verzoekster) hebben [naam 1] (secretaris van [verzoekster] ) en [naam 2] (voorzitter van [verzoekster] ) een wrakingsverzoek ingediend. Naar de wrakingskamer begrijpt, hebben zij dit wrakingsverzoek ingediend namens de [verzoekster] die partij is in de procedures met nummers ARN AWB 21/606 en ARN AWB 21/1739 welke in behandeling zijn bij de meervoudige belastingkamer van deze rechtbank.
2Het verzoek
2.1.
In het e-mailbericht van verzoekster staat het wrakingsverzoek als volgt geformuleerd:
“Naar aanleiding van de uitspraak die in onderhavige zaak (met bovengenoemde zaaknummers: ARN 21/606 en 21/1739) is gedaan, mailen wij u het volgende.
Wij maken bezwaar tegen dit besluit en wij wraken de hele wrakingskamer omdat zij hebben gebouwd op de vermoedens van de andere rechters die onterecht beweren dat wij hen zouden wraken omdat wij uitstel willen. Wij hebben zowel mondeling als schriftelijk onze wrakingsgronden verduidelijkt. Wij hebben nooit misbruik gemaakt van het wrakingsinstrument. Het feit dat de wrakingskamer hierin is meegegaan met de gewraakte rechters, bewijst hun partijdigheid en dat zij de wraking niet op een objectieve wijze in behandeling hebben genomen. Tevens heeft een van de leden van de wrakingskamer tijdens de zitting zich op een onheuse, onterechte en onbehoorlijke wijze
hebben geuit jegens [naam 2] door zich jegens hem in de richting te uiten dat hij wantrouwen zou hebben tegen het Nederlandse rechtsstelsel. Dit is een kwalijke beschuldiging waar wij ons van distantiëren. Tenslotte neemt de wrakingskamer ons een fundamenteel recht waarmee ons recht op een eerlijk proces in het geding raakt.”
Beoordeling
3.1.
Het wrakingsverzoek is op 11 december 2023 ontvangen en is - gelet op de onder 2.1 geciteerde tekst - gericht tegen de op 9 oktober 2023 gegeven beslissing van de wrakingskamer in de wrakingsprocedure met zaaknummer C/05/424276 / KG RK 23-707. Dit betreft een eindbeslissing op een op 26 augustus 2023 ingediend wrakingsverzoek van verzoekster.
3.2.
De wet geeft geen mogelijkheid om rechters te wraken nadat deze een einduitspraak hebben gedaan. Daarom kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
3.3.
Er is dan ook geen reden om het wrakingsverzoek mondeling te behandelen. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt niet toegekomen. Vast staat immers dat het wrakingsverzoek niet kan worden toegewezen.
Dictum
De wrakingskamer van de rechtbank verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Dictum
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.