Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-12-13
ECLI:NL:RBGEL:2023:6809
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,482 tokens
Inleiding
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/419191 / HZ ZA 23-148
Verwijzingsvonnis van 13 december 2023
en
Zaaknummer: 10828724 CV EXPL 23-3270
Vonnis van de kantonrechter van 13 december 2023
in de zaak van
TTH B.V.,
te Zutphen,
eisende partij,
hierna te noemen: TtH,
advocaat: mr. H. Krans te Zutphen,
tegen
[gedaagde partij]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
advocaat: mr. I.L. Conijn te Doetinchem.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 23 augustus 2023
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 30 november 2023.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
Verwijzingsvonnis C/05/419191 / HZ ZA 23-148
2.1.
De zaak is aangebracht bij de handelskamer van deze rechtbank. TtH vordert na wijziging van eis – samengevat – betaling door [gedaagde partij] van € 20.855,00, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 april 2023 en verder veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten.
2.2.
Tijdens de mondelinge behandeling is met partijen besproken dat de zaak dient te worden verwezen naar de kantonrechter gelet op het bedrag van de vordering na de eiswijziging (artikel 93 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) jo. artikel 95 Rv) en wat de gevolgen daarvan zijn. Op de mondelinge behandeling hebben partijen ermee ingestemd dat de behandelend rechter de zaak na verwijzing aan zich houdt, maar dan in hoedanigheid van kantonrechter. Partijen zijn erop gewezen dat zij na verwijzing niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen in het vervolg van de procedure bij de kantonrechter, dat de in de rechtbankprocedure geheven griffierechten ingevolge artikel 8 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zaken zullen worden verlaagd en dat de teveel betaalde griffierechten door de griffier zullen worden teruggestort.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank zich in de zaak met nummer C/05/419191 / HZ ZA 23-148 onbevoegd verklaren van de vorderingen kennis te nemen en de zaak in de stand waarin deze zich bevindt verwijzen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Zutphen, waarna mr. M. Stempher zal voortgaan met de behandeling van de zaak in hoedanigheid kantonrechter (onder zaak- en rolnummer 10828724 CV EXPL 23-3270).
Vonnis van de kantonrechter 10828724 CV EXPL 23-3270
2.4.
De kantonrechter zet de zaak na verwijzing door in de stand waarin deze zich bevindt, waarbij wordt verwezen naar het procesverloop zoals opgenomen in r.o. 1.1 en de verwijzingsbeslissing zoals hiervoor gemotiveerd in r.o. 2.2. en 2.3 en opgenomen in r.o. 3.1 en 3.2 van dit (gecombineerde) vonnis.
2.5.
Op de mondelinge behandeling van 30 november 2023 hebben partijen een regeling getroffen ter beëindiging van hun geschil. De gemaakte afspraken zijn opgenomen in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling en door partijen ondertekend.
2.6.
Partijen hebben de kantonrechter verzocht het volgende in het dictum van een eindvonnis op te nemen:
“- [gedaagde partij] zal € 10.000,00 aan TtH betalen, zulks in een eerste termijn van € 5.000,00 op uiterlijk 15 januari 2024 en vervolgens in vijf maandelijkse termijnen van € 1.000,00, te voldoen voor de vijftiende dag van elke volgende maand. - Bij niet tijdige betaling van enige termijn wordt het resterende bedrag direct opeisbaar.
- Na uitvoering van het bovenstaande verlenen partijen elkaar over en weer finale kwijting ten aanzien van de geschilpunten in deze procedure.
- Partijen dragen ieder de eigen kosten.”
TtH heeft aldus haar eis gewijzigd, in die zin dat zij veroordeling van partijen tot nakoming van de ter zitting getroffen regeling vordert. Uit de overeengekomen minnelijke regeling volgt dat [gedaagde partij] instemt met deze eiswijziging.
2.7.
Gelet op de inhoud van de tussen partijen ter zitting getroffen regeling, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
De rechtbank in de zaak C/05/419191 / HZ ZA 23-148
3.1.
verklaart zich onbevoegd van de vorderingen kennis te nemen en verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Zutphen,
3.2.
bepaalt dat mr. M. Stempher zal voortgaan met de behandeling van de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, maar dan in hoedanigheid van kantonrechter,
De kantonrechter in de zaak 10828724 CV EXPL 23-3270
3.3.
veroordeelt partijen tot nakoming van de afspraken die hiervoor zijn weergegeven onder 2.6. en zijn opgenomen in het aangehechte proces-verbaal,
3.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Stempher en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2023.
ES/Ma