Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-11-29
ECLI:NL:RBGEL:2023:6675
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,327 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team bewind en erfrecht
Zittingsplaats Zutphen
zaaknummer: 10655816 BM VERZ 23-4988
uitspraak van 29 november 2023
beschikking van de kantonrechter
op verzoek van
[naam verzoekster] ,
correspondentieadres: [adres] ,
hierna te noemen: verzoekster,
betreffende
[naam rechthebbende] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [postcode en woonplaats] , [straat en huisnummer] ,
hierna te noemen: rechthebbende.
Procesverloop
De kantonrechter heeft kennis genomen van:
- de tussenbeschikking van de rechtbank Gelderland van 17 oktober 2023 met zaaknummer 10655816 BM VERZ 23-4988;
- de e-mail van verzoekster van 31 oktober 2023.
Het verzoek is behandeld tijdens de zitting van 25 september 2023. Hierbij zijn rechthebbende en namens verzoekster [medewerker] verschenen via een beeld-en-geluid-verbinding. Bij voormelde tussenbeschikking is verzoekster in de gelegenheid gesteld het verzoek nader te onderbouwen.
Omdat van de belanghebbenden (twee zussen en een broer) geen adresgegevens in de BRP noch anderszins bekend zijn, hebben zij niet de gelegenheid gehad hun mening over het verzoek kenbaar te maken.
Beoordeling
Op basis van artikel 1:431 lid 1 Burgerlijk Wetboek kan een bewind worden ingesteld indien rechthebbende tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, onder andere als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand.
De kantonrechter is op basis van de stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat op dit moment onvoldoende is gebleken dat rechthebbende niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Het verzoek is onderbouwd met een medische verklaring, afkomstig van verzoekster zelf, waarin staat dat rechthebbende vanwege psychiatrische problematiek is opgenomen en dat hij daarvoor in behandeling is. Daarnaast is de diagnose Mild cognitive impairment gesteld. Er is geen sprake van ziektebesef/ inzicht. De financiën worden thans waargenomen door de dochter van een vriend van rechthebbende, aldus verzoekster.
Ter zitting heeft verzoekster toegelicht dat rechthebbende hallucinaties had in de thuissituatie, waarna hij is opgenomen. Gedacht werd aan dementie maar verzoekster kan geen diagnose stellen. Terugkeer naar huis is niet mogelijk, ondanks het feit dat er bij een bezoek thuis geen sprake was van hallucinaties. Er zijn hiaten in zijn cognitieve vermogen. Hij mist het overzicht. Genoemde dochter van de vriend heeft een bankmachtiging. Deze situatie is voor zowel rechthebbende als voor de dochter van de vriend onwenselijk voor de lange termijn, aldus verzoekster.
Rechthebbende heeft ter zitting aangegeven wat zijn inkomsten en vaste lasten zijn en dat hij de afgelopen maanden tekort kwam. Het tekort vulde hij aan van zijn spaarrekening. De dochter van de vriend neemt zijn geldzaken voor hem waar sinds begin maart maar hij wil het weer van haar overnemen.
De kantonrechter is van oordeel dat uit het vorenstaande maar beperkt blijkt van een geestelijke toestand als bedoeld in artikel 1:431 BW. Dat rechthebbende door die eventuele geestelijke toestand zijn vermogensrechtelijke belangen niet kan behartigen, blijkt echter niet. Rechthebbende heeft een kennis gemachtigd en dat die deze hulp niet wil voorzetten of dat zij dit niet goed zou doen, blijkt niet. Evenmin blijkt dat rechthebbende dit zelf niet meer kan nu hij behandeling krijgt.
Bewind is een beperkende maatregel die niet te gemakkelijk moet worden ingesteld.
Verzoekster heeft van de mogelijkheid om het verzoek nader te onderbouwen geen gebruik gemaakt.
De kantonrechter is op basis van de stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat op dit moment onvoldoende blijkt van een noodzaak voor het instellen van een bewind. De kantonrechter zal het verzoek daarom afwijzen.
Dictum
De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot onderbewindstelling van de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam rechthebbende] af.
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. T.I. Spoor en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2023.
Tegen deze beslissing kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
a. door de verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft verstrekt of verzonden:
binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op
andere wijze bekend is geworden.