Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-11-27
ECLI:NL:RBGEL:2023:6426
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
6,001 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/123381-23
Datum uitspraak : 27 november 2023
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
Raadsman: mr. R.J. Sterk, advocaat in Lelystad.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 maart 2023 tot en met 24 maart 2023 te Haarlem, in elk geval in Nederland,
als wachtmeester aangesteld bij het Eskadron Hoog Risico Beveiliging van de Koninklijke Marechaussee, in genoemde periode (gedurende de nachtdiensten) belast met het bewaken en beveiligen van [object] , meer specifiek met het als dienstdoend wachtcommandant aansturen van de operationele dienst,
opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig, zich heeft onttrokken aan een bijzondere verplichting betreffende de waakzaamheid of veiligheid, althans die verplichting niet heeft vervuld dan wel niet in staat was te vervullen,
door toen en daar opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig, diens koppel met onder meer vuurwapen en pepperspray af te doen, in een comfortabele houding op een bank te gaan liggen en/of met behulp van zijn smartphone en/of Ipad/tablet afleiding te zoeken en zijn, verdachtes, ogen gericht te houden op het scherm van zijn smartphone en/of Ipad/tablet en/of en één of beide AirPods/oordopjes in zijn oren te stoppen,
als gevolg waarvan hij op die momenten onvoldoende situational awareness heeft gehad en/of omgevingsgeluiden, waaronder inkomende telefoon- en/of portofoon-oproepen van collega’s en externe partijen, niet meer (goed) heeft kunnen horen/waarnemen en/of niet (adequaat) op voornoemde inkomende telefoon- en portofoon-oproep(en) heeft gereageerd,
in elk geval niet voortdurend paraat en waakzaam is geweest,
terwijl als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg daarvan schade is ontstaan aan, althans te duchten is geweest voor
-de bestrijding van gemeen gevaar voor personen en/of goederen, te weten medewerkers van [object] te Haarlem en/of voor het gebouw waarin die [object] is gevestigd en/of de zich in of nabij dat gebouw bevindende personen en goederen,
-de gereedheid tot het daadwerkelijk uitvoeren van een operatie van genoemd Eskadron Hoog Risico Beveiliging, te weten de beveiliging van [object] te Haarlem door de Koninklijke Marechaussee, dan wel
-de veiligheid, hierin bestaande dat geen voortdurend toezicht heeft plaatsgevonden door verdachte, op het te beveiligen object en de directe omgeving daarvan en de te beveiligen personen.
Feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Verdachte was in de periode van 20 maart 2023 tot en met 24 maart 2023 aangesteld gedurende de nachtdiensten als wachtmeester bij het Eskadron Hoog Risico Beveiliging van de Koninklijke Marechaussee. Hij was belast met het bewaken en beveiligen van [object] te Haarlem, meer specifiek als dienstdoend wachtcommandant met het aansturen van de operationele dienst.
Verdachte is gedurende deze nachtdiensten met zijn smartphone en iPad/tablet in zijn handen op de bank gaan liggen. Hij heeft daarbij zijn koppel met onder meer zijn vuurwapen en pepperspray afgedaan en AirPods/oordopjes in zijn oren gestopt.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich heeft onttrokken aan zijn bijzondere verplichting als wachtcommandant betreffende de waakzaamheid en veiligheid en niet voortdurend paraat en waakzaam is geweest. Hij heeft onvoldoende (actief) toezicht gehouden op en onvoldoende sturing gegeven aan zijn ondergeschikten als gevolg waarvan gevaar is ontstaan voor de operatie en de beveiliging van [object] en de zich daarin bevindende goederen en personen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Hij voert daartoe aan dat vol opzet niet kan worden bewezen en dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op risico’s heeft aanvaard.
Daarnaast heeft de raadsman bepleit dat verdachte eveneens moet worden vrijgesproken van de tenlastegelegde schuldvariant. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs ten aanzien van de vermeende gemiste oproepen op de portofoon. Hierdoor blijven enkel de gemiste oproepen op de wachtcommandantentelefoon over. De hypothetische schade is niet een direct gevolg van het gedrag van verdachte.
Beoordeling
Aanleiding
Op 30 maart 2023 heeft majoor [majoor] aangifte gedaan tegen verdachte, naar aanleiding van een melding die door de beveiligers van de Koninklijke Marechaussee is gedaan op 24 maart 2023 over incidenten die gedurende de nachtdiensten hadden plaatsgevonden. Verdachte heeft door het zich gemakkelijk te maken tijdens de nachtdiensten door op de bank te gaan liggen, zijn AirPods in te doen en met zijn smartphone in zijn hand te liggen, zowel op telefonische als portofonische meldingen niet gereageerd, omdat hij deze niet gehoord heeft doordat hij niet in de buurt was of doordat hij zijn AirPods in had.
Omdat de marechaussees beveiligers dit een moeilijke situatie vonden, hebben zij dit gemeld bij hun leidinggevende.
Situational awareness
Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij alle vier de nachtendiensten heeft gedraaid met verdachte als wachtcommandant. Getuige heeft verklaard dat er weinig tot geen communicatie was met verdachte.
De eerste twee nachtdiensten lag verdachte languit op de bank, met zijn oortjes in op zijn telefoon een serie te kijken. De andere nachten deed hij dit op zijn tablet.
In de nachtdienst van 20 op 21 maart 2023 zat getuige samen met [getuige 2] in het kaderkantoor toen zij de wachtcommandantentelefoon af hoorden gaan. Deze telefoon is onlosmakelijk verbonden met de wachtcommandant. Getuige merkte dat verdachte hier niet op reageerde en heeft toen zelf de telefoon opgenomen. Pas op het moment dat getuige naar de eetkamertafel in de rustruimte liep en zelf de telefoon oppakte, merkte verdachte dat de telefoon was afgegaan. In de nachtdienst van 23 op 24 maart 2023 kreeg getuige geen reactie van verdachte toen hij midden in de nacht samen met [getuige 2] verdachte twee keer achter elkaar via de portofoon heeft opgeroepen. Zij hoorden over hun eigen portofoon de oproep wel doorkomen. Op het moment dat getuige verdachte hiermee confronteerde, gaf verdachte aan dat zijn portofoon mogelijk zacht stond. Getuige zag dat verdachte schrok en dat zijn gezichtsuitdrukking veranderde. Hij hoorde verdachte ‘sorry, dat was niet de bedoeling’ zeggen. Getuige zag dat verdachte op dat moment zijn oortjes nog in had. Getuige zag dat verdachte aan de volumeknop van de portofoon draaide, waarbij het lcd-scherm oplichtte, wat volgens getuige inhoudt dat de portofoon werkt.
Getuige [getuige 2] heeft alle vier de nachtdiensten samen met verdachte als wachtcommandant gedraaid. Getuige heeft verklaard dat verdachte naar mate de nachtdienst van 20 op 21 maart 2023 vorderde het zich comfortabel maakte door op de bank te gaan liggen. Verdachte deed hierbij zijn koppel af en hield zijn telefoon voor zich. De nachtdienst van 21 op 22 maart 2023 was in zijn beleving identiek aan de voorgaande nachtdienst. Er was deze nachtdienst nog minder interactie met verdachte dan de dienst daarvoor. Toen getuige samen met [getuige 1] in het kaderkantoor zat, hoorden zij de wachtcommandantentelefoon overgaan. [getuige 1] is opgestaan en hiernaartoe gelopen. Getuige denkt dat verdachte niet heeft meegekregen dat de telefoon overging, omdat hij zag dat verdachte op dat moment zijn oortjes in had. De telefoon is meerdere keren overgegaan. [getuige 1] heeft uiteindelijk de telefoon beantwoord. Gedurende de nachtdienst van 22 op 23 maart 2023 heeft verdachte eveneens de hele nacht op de bank gelegen. In de nachtdienst van 23 op 24 maart 2023 wilde getuige samen met [verdachte] (de rechtbank leest: [getuige 1] ) gaan rijden en dit wilden zij melden via de portofoon. Zij hebben twee á drie keer geprobeerd om via de portofoon contact te krijgen met verdachte, echter er kwam geen reactie.
Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij drie van de vier nachtdiensten samen met verdachte als wachtcommandant heeft gedraaid. Alle drie de diensten heeft hij gezien dat verdachte comfortabel op de bank lag.
Gedurende de dienst van 20 op 21 maart 2023 merkte getuige dat verdachte een ongeïnteresseerde houding aannam en continue op zijn telefoon keek. Daarnaast stond de TV aan. Getuige omschrijft dat verdachte gedurende deze dienst inactief was. De dienst hierop volgend, van 21 op 22 maart 2023, lag verdachte wederom op de bank. Dit keer met zijn koppel af, vest uit en AirPods in zijn oren.
Getuige [getuige 4] , teamleider bij de Koninklijke Marechaussee, heeft verklaard dat de wachtcommandant een wachtcommandantentelefoon heeft omdat hij aanspreekpunt is voor ziekmeldingen, OPCENT, vragen vanuit de meldkamer en voor de operators die zaken niet over de portofoon kunnen bespreken. Alles wat betrekking heeft op dienst gaat via deze telefoon van de wachtcommandant. Ook meldingen vanuit OC-politie komen binnen op dit nummer bij incidenten.
Deze telefoon moet 24 uur per dag bereikbaar zijn en er moet altijd een wachtcommandant zijn die de telefoon opneemt. De wachtcommandant moet op de hoogte zijn waar zijn personeel zich bevindt in verband met de aansturing.
Gelet op het voorgaande is de militaire kamer van oordeel dat verdachte onvoldoende situational awareness heeft gehad. Door op de bank te liggen in een comfortabele houding, met één of beide AirPods in zijn oren, en niet te reageren op meldingen via de wachtcommandantentelefoon of portofoon, is hij niet voldoende alert geweest op hetgeen zich in zijn directe omgeving afspeelde en waar de beveiligers van de Koninklijke Marechaussee, voor wie hij verantwoordelijk was, zich gedurende de nachtdiensten bevond.
Schade
Aangever majoor [majoor] heeft verklaard dat verdachte door het niet reageren op oproepen als wachtcommandant niet de statische en dynamische eenheden kon aansturen en geen aanspreekpunt was voor eenheden en ketenpartners. Hierdoor is volgens aangever schade te duchten geweest voor de bestrijding van gemeen gevaar voor personen en goederen op de door verdachte te beveiligen locatie, te weten [object] . Door het niet adequaat reageren op meldingen is de veiligheid van [object] en van de dynamische en statische eenheden niet te waarborgen geweest.
Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat het gevolg van het niet beantwoorden van een binnenkomende oproep via de portofoon kan zijn dat de wachtcommandant zijn collega-marechaussees niet kan ondersteunen op het moment dat zij ergens op stuiten tijdens een dynamische patrouille. De wachtcommandant weet dan niet waar zijn personeel is en kan hen niet aansturen bij calamiteiten. Ook heeft zij verklaard dat verdachte instructies heeft gehad over zijn werkzaamheden als wachtcommandant en een introductiegesprek heeft gehad met haar en pelotonscommandant [pelotonscommandant] . Getuige heeft verklaard dat zij in haar standaardpraatje altijd vertelt dat de wachtcommandantentelefoon de verantwoordelijkheid van de wachtcommandant is, net als de portofoons. De wachtcommandant is de enige opsporingsambtenaar op dienst, dus bij hem liggen de verantwoordelijkheden. Dat een wachtmeester der eerste klasse blijkbaar niet weet dat hij waakzaam, alert en benaderbaar moet zijn tijdens zijn dienst en een voorbeeldfunctie heeft vindt getuige onbegrijpelijk.
Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat het behoorlijk slecht kan aflopen voor de marechaussees en dat hun veiligheid in gevaar kan komen op het moment dat zij in een bedreigende situatie zitten en de wachtcommandant nodig hebben, om bijvoorbeeld zijn bevoegdheden te gebruiken of omdat zij aansturing nodig hebben en een oproep via de portofoon niet beantwoord wordt. Dit zou ook de veiligheid van de wachtcommandant zelf in gevaar kunnen brengen. De situatie bij [object] kan zomaar omslaan. Als er iets gebeurt, moeten ze adequaat reageren. Als een telefoontje gemist wordt, kan het in het ergste geval gebeuren dat er informatie is die gedeeld moet worden om een dreigende situatie aan te lopen of te voorkomen.
Conclusie
Op grond van het voorgaande is de militaire kamer van oordeel dat verdachte zich opzettelijk heeft onttrokken aan een bijzondere verplichting betreffende de waakzaamheid en veiligheid. De militaire kamer acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in artikel 107 van het Wetboek van Militair Strafrecht strafbaar gestelde misdrijf.
3De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 maart 2023 tot en met 24 maart 2023 te Haarlem, in elk geval in Nederland,
als wachtmeester aangesteld bij het Eskadron Hoog Risico Beveiliging van de Koninklijke Marechaussee, in genoemde periode (gedurende de nachtdiensten) belast met het bewaken en beveiligen van [object] , meer specifiek met het als dienstdoend wachtcommandant aansturen van de operationele dienst,
opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig, zich heeft onttrokken aan een bijzondere verplichting betreffende de waakzaamheid of veiligheid, althans die verplichting niet heeft vervuld dan wel niet in staat was te vervullen,
door toen en daar opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig, diens koppel met onder meer vuurwapen en pepperspray af te doen, in een comfortabele houding op een bank te gaan liggen en/of met behulp van zijn smartphone en/of Ipad/tablet afleiding te zoeken en zijn, verdachtes, ogen gericht te houden op het scherm van zijn smartphone en/of Ipad/tablet en/of en één of beide AirPods/oordopjes in zijn oren te stoppen,
als gevolg waarvan hij op die momenten onvoldoende situational awareness heeft gehad en/of omgevingsgeluiden, waaronder inkomende telefoon- en/of portofoon-oproepen van collega’s en externe partijen, niet meer (goed) heeft kunnen horen/waarnemen en/of niet (adequaat) op voornoemde inkomende telefoon- en portofoon-oproep(en) heeft gereageerd,
in elk geval niet voortdurend paraat en waakzaam is geweest,
terwijl als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg daarvan schade is ontstaan aan, althans te duchten is geweest voor
-de bestrijding van gemeen gevaar voor personen en/of goederen, te weten medewerkers van [object] te Haarlem en/of voor het gebouw waarin die [object] is gevestigd en/of de zich in of nabij dat gebouw bevindende personen en goederen,
-de gereedheid tot het daadwerkelijk uitvoeren van een operatie van genoemd Eskadron Hoog Risico Beveiliging, te weten de beveiliging van [object] te Haarlem door de Koninklijke Marechaussee, dan wel
-de veiligheid, hierin bestaande dat geen voortdurend toezicht heeft plaatsgevonden door verdachte, op het te beveiligen object en de directe omgeving daarvan en de te beveiligen personen.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
als militair opzettelijk zich onttrekken aan een bijzondere verplichting betreffende de waakzaamheid of veiligheid, terwijl als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg daarvan schade te duchten is voor de bestrijding van gemeen gevaar voor personen of goederen, dan wel de veiligheid.
5De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Overwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair tot vrijspraak gepleit. Subsidiair heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd.
Beoordeling
De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Ook heeft de militaire kamer naar de justitiële documentatie van verdachte gekeken. Niet is gebleken dat verdachte eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.
Verdachte heeft zich als militair, werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, schuldig gemaakt aan een wachtdelict door tijdens zijn dienst onder meer zijn koppel met vuurwapen af te doen, in een gemakkelijke houding op de bank te gaan liggen en filmpjes te gaan kijken op zijn smartphone en tablet met AirPod(s) in zijn oren waardoor hij niet heeft voldaan aan zijn verplichting als wachtcommandant om voldoende paraat en waakzaam te zijn. Dat hij hierdoor daadwerkelijk (meermaals) inkomende oproepen heeft gemist neemt de militaire kamer de verdachte ernstig kwalijk, te meer daar hij als hoogste in rang en leidinggevend wachtcommandant niet alleen het goede voorbeeld diende te geven, maar ook direct verantwoordelijk was voor het aansturen van de onder zijn bevel geplaatste operationele eenheid. Door het handelen van verdachte en het niet bereikbaar zijn voor zijn ondergeschikten heeft hij zijn verplichtingen als wachtcommandant betreffende de waakzaamheid en veiligheid niet vervuld.
De militaire kamer heeft voor wat betreft de hoogte van de straf rekening gehouden met de door haar in vergelijkbare gevallen opgelegde straffen voor gepleegde wachtdelicten. Hoewel plaatsgevonden onder een ander dreigingsniveau, was bij die wachtdelicten overwegend sprake van eenmalig verzuim zonder daadwerkelijke gevaarzetting en betrof het verdachten met een andere rang en functie, waardoor de militaire kamer in het nadeel van verdachte zal afwijken van deze opgelegde straffen.
Daarnaast ziet de militaire kamer reden af te wijken van de eis van de officier van justitie. Dat verdachte alle blaam buiten zichzelf plaatst en geen enkele blijk geeft van het afleggen van enige rekenschap ten aanzien van hetgeen hem verweten wordt, rekent de militaire kamer verdachte ernstig aan.
Bovendien acht de militaire kamer deze houding van verdachte zeer zorgelijk gelet op toekomstige leidinggevende functies die verdachte nog kan gaan bekleden. De houding van verdachte leidt tot een gebrek aan vertrouwen bij de militaire kamer dat verdachte niet wederom in de fout zal gaan – te meer wanneer het een functie betreft waar verdachte minder affiniteit mee heeft – en noopt tot het opleggen van een straf met zowel een onvoorwaardelijk als een voorwaardelijk deel, met een aanzienlijke proeftijd.
Alles overwegende acht de militaire kamer de oplegging van een taakstraf van 100 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, passend en geboden.
8De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:
- 9, 22 c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;
- 107 van het Wetboek van Militair Strafrecht.
Dictum
De militaire kamer:
verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
veroordeelt niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot legt op een taakstraf van 100 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende militaire hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;
bepaalt dat een gedeelte van deze taakstraf, te weten 40 uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs (voorzitter), mr. Y. van Wezel, rechter, en Kapitein ter Zee (LD) mr. F.E. Venema (militair lid), in tegenwoordigheid van L. Willems, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 november 2023.
Mr. Y.H.M. Marijs en Kapitein ter Zee (LD) mr. F.E. Venema zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de Koninklijke Marechaussee, sectie Interne Onderzoeken, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27AZ/23-400019, gesloten op 9 mei 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders
vermeld.
Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 24-26, alsook de verklaring van verdachte ter terechtzitting.
Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 24-26.
Proces-verbaal van getuigenverhoor, p. 34-37.
Proces-verbaal van getuigenverhoor, p. 40-43.
Proces-verbaal van getuigenverhoor, p. 53-55.
Proces-verbaal van getuigenverhoor, p. 65 en 71.
Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 24-26.
Proces-verbaal van getuigenverhoor, p. 65-66 en 71.
Proces-verbaal van getuigenverhoor, p. 55.
Proces-verbaal van getuigenverhoor, p. 40-43.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 november 2023.