Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-11-16
ECLI:NL:RBGEL:2023:6321
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,453 tokens
Inleiding
RECHTBANK Gelderland
Team insolventies
Zittingsplaats Zutphen
insolventienummer: R.05/23/226 R
uitspraakdatum: 16 november 2023
vonnis van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 16 november 2023
[verzoeker] wonende te [adres]
[woonplaats] ,
verzoeker,
heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift is behandeld ter terechtzitting van 16 november 2023.
Daarbij is verzoeker gehoord.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
Ten aanzien van verzoeker is voldaan aan het bepaalde in artikel 288 van de Faillissementswet, zodat het verzoek zal worden toegewezen.
Verzoeker heeft verzocht de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling eerder in te laten gaan, nu verzoeker al gedurende zeventien maanden conform de berekening van het vrij te laten bedrag heeft afgelost. De rechtbank zal dit verzoek toewijzen, omdat voldoende is aangetoond dat verzoeker maximaal heeft afgelost. Wel merkt de rechtbank in dit verband nog op dat indien het spaarbedrag over de maanden juli 2022 tot en met november 2023 niet op korte termijn op de boedelrekening wordt gestort, er een boedelachterstand ontstaat en dit tot gevolg kan hebben dat de schuldsaneringsregeling wordt verlengd of zelfs voortijdig
-zonder schone lei- kan worden beëindigd. Dit kan ook het geval zijn indien komt vast te staan dat vanaf de ingangsdatum andere wsnp-verplichtingen niet (correct) zijn nagekomen.
In de uitspraak van vandaag wordt, zoals de wet voorschrijft, ook een bewindvoerder benoemd (artikel 287 lid 3 Fw). De taak van de bewindvoerder is in de eerste plaats om erop toe te zien dat de schuldenaar de verplichtingen die uit de schuldsaneringsregeling voortvloeien naleeft. De bewindvoerder heeft daarbij andere (wettelijke) bevoegdheden dan schuldhulpverlening. De taak van de bewindvoerder is ten tweede om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alles wat de schuldenaar nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt, zie artikel 295 Fw. De taak van de rechter-commissaris, die ook in de uitspraak van vandaag wordt benoemd, is om toezicht te houden op de vervulling van die taak door de bewindvoerder (artikel 314 Fw).
In dit geval is de toepassing van de schuldsaneringsregeling (meer dan) twaalf maanden voor de uitspraak van vandaag ingegaan, omdat de schuldenaar al eerder is begonnen met aflossen. De rechtbank heeft daarbij vastgesteld dat de schuldenaar in die periode heeft voldaan aan de verplichting om fulltime te werken, of te solliciteren naar een fulltime baan (wat hierna ook wel de inspanningsverplichting wordt genoemd), en de verplichting om inkomsten boven het vrij te laten bedrag af te dragen.
Zoals hiervoor aan de orde kwam heeft de schuldenaar ook andere verplichtingen, zoals de informatieverplichting en de verplichting om schuldeisers niet te benadelen. De rechtbank kan niet beoordelen in hoeverre aan die verplichtingen is voldaan. De bewindvoerder moet er, onder toezicht van de rechter-commissaris, op toezien dat die verplichtingen worden nageleefd. Sommige verplichtingen ontstaan bovendien pas door het uitspreken van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dat betreft bijvoorbeeld de verplichting om tot de boedel behorende goederen af te staan (art. 296 Fw). Dat brengt mee dat de schuldenaar in de voorgaande periode niet aan alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen heeft kunnen voldoen. Om die reden zal de rechtbank de termijn van de schuldsaneringsregeling vaststellen op zes maanden.
Omdat schuldenaar al wel gedurende zeventien maanden heeft voldaan aan zijn inspannings- en afdrachtplicht, is hij vanaf de datum van vandaag nog slechts gedurende één maand verplicht zich in te spannen zoveel mogelijk inkomsten te vergaren en zijn inkomsten boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedel. Dit vanwege het uitgangspunt van de wetgever dat de schuldsaneringsregeling in beginsel achttien maanden duurt, en schuldenaar op deze wijze gedurende achttien maanden aan beide verplichtingen heeft voldaan. Alle overige verplichtingen blijven gedurende de resterende duur van de regeling bestaan. Voor de goede orde wordt overwogen dat alles wat schuldenaar heeft en gedurende de resterende periode van de schuldsaneringsregeling verkrijgt, in de boedel valt (artikel 295 Fw).
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (art. 3 lid 1 IVO).
Dictum
De rechtbank:
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
wonende te [adres] [woonplaats] ;
benoemt tot rechter-commissaris mr. J.H. Steverink,
en tot bewindvoerder dhr. P.J.S. Ramakers, Postbus 3155, 6802 DD Arnhem;
geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven gedurende een termijn van zes maanden;
stelt bij wijze van voorschot, bij toereikend boedelactief, het salaris van de bewindvoerder vast op het op grond van artikel 2 van het Besluit salaris bewindvoerder schuldsaneringsregeling geldende bedrag.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Steverink en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 november 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.