Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-10-17
ECLI:NL:RBGEL:2023:6177
Strafrecht
Proces-verbaal
1,725 tokens
Inleiding
proces-verbaal/uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaakgegevens 10319908 \ BR VERZ 23-134 \ 894 ER
cjib-nr / registratienr 248336930 / TE3992
zitting van 17 oktober 2023
proces-verbaal/beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
[betrokkene]
gevestigd te [adres]
betrokkene
gemachtigde mr. M. Lagas
tegen
de officier van justitie
De zaak is behandeld op de openbare zitting door de kantonrechter mr. F.J.H. Hovens, bijgestaan door als griffier.
Verschenen zijn:
[naam] , namens gemachtigde
mr. C.M. Oostdam, medewerker van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM), als vertegenwoordiger van de officier van justitie, hierna te noemen de officier van justitie
Gronden voor de beslissing:
Het beroep is ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie met bovenvermeld CJIB nummer.
Aan betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd vanwege het als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring.
Gemachtigde voert -zakelijk weergegeven- het volgende aan.
Er was daar een tijdelijke geslotenverklaring ingesteld voor vallende takken van bomen. De omstandigheden waren zo dat er een veiligheidshek was geplaatst. Die was voor een groot gedeelte in de berm geplaatst. Dat zorgde voor onduidelijkheid voor velen. Ook omdat de storm deels was gaan liggen. Daardoor dacht de bestuurder dat de borden niet meer van kracht zouden zijn. Over de onduidelijke situatie is ook nog een nieuwsbericht verschenen. De situatie was onvoldoende duidelijk aangegeven en vraag ik matiging van de sanctie of vernietiging van de beschikking.
De officier van justitie voert -zakelijk weergegeven- het volgende aan.
De bestuurder heeft na het passeren van het bord van de geslotenverklaring er voor gekozen om toch door te rijden. Daarmee heeft de bestuurder het risico genomen dat er een sanctie werd opgelegd. Ik zie in het verweer geen reden voor matiging van de sanctie. Ik vraag ongegrondverklaring van het beroep.
De kantonrechter overweegt als volgt.
In Wahv-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in: “Bord C1. Op genoemde datum plaats en tijdstip zag ik dat dit voertuig handelde in strijd met een voor hem geldende geslotenverklaring. Deze geslotenverklaring is er geplaatst in verband met de veiligheid op de posbank door vallende takken en bomen. Elke toegangsweg was op deze manier afgesloten.”
Bij tijdelijke verkeersmaatregelen, zoals hier het geval was, is een verkeersbesluit niet vereist (vgl. artikel 17 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 34, aanhef en onder a jo artikel 35, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer) dat rept over dreigend gevaar. Dat was kennelijk het geval, nu volgens verbalisant de veiligheid in het geding was in verband met vallende takken en bomen. Volgens betrokkene was dit het geval na een storm. Redelijke uitleg van de Regeling Domeinlijsten met als taakopdracht Domein Openbare Ruimte brengt mee wdat verbalisant ook in die gevallen bevoegd is tot handhaven en verbaliseren. Het verweer van betrokkene op dit punt treft derhalve geen doel.
De kantonrechter ziet in de onvoldoende nader feitelijk onderbouwde stelling dat de situatie onduidelijk was geen aanleiding te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant, nu dit de verbalisant opgevallen zou moeten zijn. Naar oordeel van de kantonrechter is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
Vervolgens dient de kantonrechter te beoordelen of er redenen zijn om het bedrag van de sanctie te matigen of kwijt te schelden. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de in hoge mate tariefsmatig vastgestelde bedragen af te wijken.
Dergelijke omstandigheden zijn hier niet gebleken.
De overige onbesproken gebleven gronden leiden verder niet tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie.
Nu betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, bestaat geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De kantonrechter zal het kostenverzoek daarom afwijzen.
Er zal daarom als volgt worden beslist.
Dictum
De kantonrechter:
-verklaart het beroep ongegrond;
-wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. F.J.H. Hovens, en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier, De kantonrechter,
Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.14, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen.