Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-11-09
ECLI:NL:RBGEL:2023:6156
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,378 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/304571-22
Datum uitspraak : 9 november 2023
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres [adres 1]
op dit moment gedetineerd in de [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. R.A. Bruinsma, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 21 november 2022 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal
opzettelijk
brand heeft gesticht gesticht in/aan (een kamer(s) op de begane grond van een)
woning/pand aan de [adres 2] te Groesbeek (in [gebouw] genaamd [naam]
behorende aan [instelling] ) door een aansteker, althans open vuur in aanraking te brengen met een knuffel(beer), althans met één of meerdere brandbare stof(fen) ten gevolge waarvan een bank en/of een jas en/of een of meerdere meubel(s) en/of het interieur en/of de inboedel en/of overige in het pand aanwezige goederen en/of het pand zelf geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (mede)bewoner(s),
medewerker(s) en/of aanwezige(n) in/nabij de aangrenzende/omliggende kamers en/of panden/percelen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was en/of
- gemeen gevaar voor de in het pand aanwezige goederen en/of het pand zelf en/of de aangrenzende/omliggende panden/percelen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;
2Heropening onderzoek
Na sluiting van het onderzoek heeft de officier van justitie in zijn e-mail van 7 november 2023 de rechtbank nieuwe informatie verstrekt over onderhavige zaak. Kort gezegd houdt deze nieuwe informatie in dat hij van de reclassering heeft begrepen dat verdachte bij een eventuele oplegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel op korte termijn terecht zou kunnen bij [kliniek] . Deze informatie is niet in lijn met wat tijdens de behandeling van de zaak bekend was en is besproken.
Het is de rechtbank onder de beraadslaging gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. Zij acht het daarom noodzakelijk dat nader onderzoek plaatsvindt.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onderzoek dient te worden heropend en vervolgens geschorst voor onbepaalde tijd.
De rechtbank is van oordeel dat het voor een behoorlijke strafrechtelijke afdoening noodzakelijk is dat door de officier van justitie wordt uitgezocht op welke termijn en onder welke voorwaarden verdachte bij [kliniek] terecht kan, bij een eventuele oplegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel.
De rechtbank geeft opdracht aan de officier van justitie om binnen een week duidelijkheid te verschaffen over de termijn waarbinnen verdachte terecht zou kunnen bij [kliniek] . Daarbij wordt de officier van justitie verzocht aan te geven of dat gevolgen heeft voor zijn vordering en zo ja, welke. De raadsman wordt vervolgens in de gelegenheid gesteld binnen een week een reactie te formuleren. Beide reacties dienen te worden gericht aan de voorzitter, via het bekende mailadres van de griffier, met een cc aan de andere betrokken partij. Er zal op korte termijn een nieuwe zitting worden gepland.
Dictum
De rechtbank:
heropent het onderzoek en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd;
geeft opdracht aan de officier van justitie om binnen een week vanaf de datum van dit tussenvonnis duidelijkheid te verschaffen over de termijn waarbinnen verdachte terecht zou kunnen bij [kliniek] ;
verzoekt de officier van justitie eveneens binnen een week schriftelijk aan de rechtbank te laten weten of die informatie gevolgen heeft voor de vordering en zo ja, welke;
verzoekt de raadsman vervolgens binnen een week na het schrijven van de officier van justitie schriftelijk een reactie te formuleren en aan de rechtbank te doen toekomen,
beveelt de oproeping van verdachte en haar raadsman van de nadere terechtzitting.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.C.P. Goossens (voorzitter), mr. L.M. Vogel en mr. M. Wevers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 november 2023.
mr. M. Wevers en de griffier zijn buiten staat dit tussenvonnis te ondertekenen