Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-11-06
ECLI:NL:RBGEL:2023:6131
Civiel recht
Wraking
1,374 tokens
Dictum
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/426027 / KG RK 23-785
Dictum
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
de rechtspersoon [verzoekster]
gevestigd te [vestigingsplaats]
en
[verzoeker 2]
,
wonende te [adres]
advocaat mr. J.J.M. Cliteur
hierna te noemen: verzoekers,
strekkende tot de wraking van
mr. G.J. Meijer, mr. F.M.T. Quaadvliet en mr. G. F. van den Berg,
rechters in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechters.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het schriftelijke wrakingsverzoek van 6 oktober 2023;
de schriftelijke reactie van de rechters, ontvangen op 13 oktober 2023.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:
[verzoeker 2] advocaat mr. J.J.M. Cliteur;
[naam 1], belanghebbende, met mr. M.C.A. Geerts.
De rechters hebben laten weten niet te zullen verschijnen.
2Het wrakingsverzoek
2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechters in de zaak
met nummer C/05/412571/ HA ZA 22-536 tussen verzoekers enerzijds en mevrouw [… 1], de heer [… 2], [… 3] de heer [… 4], de heer [… 5] en de heer [naam 1] (verder: gedaagden) anderzijds. Verzoekers hebben onder bovengenoemd zaaknummer, zoals zij zelf aangeven, een schadevergoedingsprocedure aanhangig gemaakt. Op 4 oktober 2023 heeft de rechtbank een tussenvonnis gewezen.
2.2
Verzoekers hebben blijkens het schriftelijke verzoek samengevat het volgende aan hun verzoek ten grondslag gelegd:
Als gevolg van (onder meer) de rechtsoverweging 6.23 van het tussenvonnis van 4 oktober 2023 is er sprake van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden (artikel 36 Rv.) Er is geen sprake van een fair trial noch van equality of arms (vergelijk artikel 6 EVRM), mede nu enerzijds gedaagden niet worden afgerekend op het achterhouden van het strafdossier, en anderzijds aan verzoekers wordt verboden om zelf het strafdossier over te leggen zodra zij daarover komen te beschikken. Bovendien wordt aan het verbod mede ten grondslag gelegd dat verzoekers het strafdossier eerder hadden kunnen inbrengen, terwijl verzoekers nu juist hebben aangegeven dat zij nog niet over het strafdossier beschikken.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben verzoekers, in reactie op datgeen wat de rechters schriftelijk naar voren hebben gebracht, nog toegelicht dat het niet alleen gaat om de in het vonnis gekozen bewoordingen, maar (ook) om datgene wat de rechters met deze beslissing laten zien of blijken.
2.4
De rechters hebben laten weten niet in de wraking te berusten en hebben op het verzoek schriftelijk gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.
Beoordeling
3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2
Dictum
De door verzoekers aangevoerde omstandigheden halen deze hoge drempel niet. Uit de gekozen bewoordingen van de rechtbank ter motivering van de beslissingen in het tussenvonnis, maar ook anderszins, blijkt niet van (de schijn van) partijdigheid dan wel vooringenomenheid van de rechters jegens verzoekers.
3.3.
De slotsom is dat het verzoek tot wraking wordt afgewezen.
Dictum
De wrakingskamer van de rechtbank:
- wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Graat, voorzitter, mr. M.A. van Leeuwen en mr. M.J.M. Verhoeven, leden in tegenwoordigheid van de griffier [naam 2] en in openbaar uitgesproken op 6 november 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.