Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-11-09
ECLI:NL:RBGEL:2023:6123
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,112 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 19/2395
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres] en de erfgenamen van [persoon A] , uit [plaats] , eisers
(gemachtigde: [gemachtigde] )
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek, het college
(gemachtigden: mr. J.J. Molenaar en mr. J.P.H. de Bruin).
Procesverloop
In het besluit van 28 mei 2013 (primair besluit) heeft het college het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
In het besluit van 25 maart 2019 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eisers tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 26 september 2022 op een regiezitting behandeld. Eiseres is verschenen met haar gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon B] , [persoon C] en mr. J.P.H. de Bruin.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om eisers in de gelegenheid te stellen om duidelijk te maken uit welke besluiten die zijn genomen in de periode tussen 31 december 2007 en 31 december 2012 schade voortvloeit, wat die schade is en om ook aan te geven wat het causale verband is tussen het besluit en de schade.
Eisers hebben een reactie ingediend.
Op 25 oktober 2023 heeft een tweede zitting plaats gevonden. Dezelfde mensen zijn ter zitting verschenen.
Overwegingen
Voorgeschiedenis
1. Eisers zijn eigenaar van het perceel [locatie] te [plaats] (kadastrale percelen [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] ). Het bedrijf aan de achterzijde van hun perceel is Wanders Metaalprodukten B.V. Ongeveer 850 meter ten oosten van hun woning ligt ook “Windpark den Tol”. Daarnaast is ook op 930 meter ten noordwesten van hun woning het windmolenpark “Azewijn-Netterden” gerealiseerd.
2. Bij brief van 31 december 2012, door het college ontvangen op 2 januari 2013, hebben eisers bij het college een verzoek tot schadevergoeding ingediend. In dit verzoek staat het volgende:
“Hierbij stellen wij de gemeente Oude IJsselstreek, waarvan U de vertegenwoordigers bent, aansprakelijk voor de materiele en immateriële schade geleden door ons ten gevolge van uw beleid en besluiten aangaande het wel of niet handhaven van de milieuwetgeving en ruimtelijke ordening, het niet voorschrijven van maatwerkvoorschriften overeenkomstig het activiteitenbesluit, het niet beschermen van de bodemkwaliteit op ons perceel en het niet vervullen van alle andere plichten waartoe U geroepen was op basis van Uw taakgeving, onze eerdere verzoeken, en alle overige wet en regelgeving die U ter beschikking stond om onze rechten, materieel- en immaterieel welzijn te beschermen.
Wij verzoeken U ons de door ons geleden schade te vergoeden.”
3. Het college heeft eisers op 6 februari 2013 verzocht om binnen een termijn van 8 weken het verzoek om schadevergoeding nader te concretiseren en te onderbouwen. Hiertoe heeft het college in deze brief een aantal vragen aan eisers gesteld. Op 3 april 2013 hebben eisers hierop gereageerd en aangegeven hieraan nog niet te kunnen voldoen. Op 22 april 2013 hebben zij verzocht om een termijn van 6 maanden te geven om een nadere onderbouwing te kunnen geven van de voorlopige aansprakelijkheidsstelling. Volgens eisers zijn zij afhankelijk van de gemeente om een gezondheidsonderzoek in te stellen en bodemonderzoeken te laten doen op hun perceel dat grenst aan een fabrieksterrein dat volgens eisers zwaar vervuild is. Om te bepalen wat de gezondheidsschadelijke aspecten zijn achten eisers een diepgaander onderzoek nodig. De onderzoeksgegevens die eisers nu nog niet kunnen aanleveren bepalen volgens eisers de omvang van de schade. Zij weten deze omvang nu nog niet.
4. Bij besluit van 30 mei 2013 heeft het college het verzoek om vergoeding van schade afgewezen. Het college heeft overwogen dat het verzoek om schadevergoeding niet is gebaseerd op een wettelijke regeling, zodat dit verzoek dient te worden aangemerkt als een verzoek om een zelfstandig schadebesluit te nemen. Dit verzoek heeft het college getoetst aan in de rechtspraak ontwikkelde toetsingscriteria.
Volgens het college hebben eisers niet inzichtelijk gemaakt welke handelingen van het bestuursorgaan ten grondslag liggen aan het verzoek om schadevergoeding. Het verzoek is in zeer algemene bewoordingen geformuleerd en in de reactie op het verzoek van het college om het verzoek om de schadeoorzaak nader te onderbouwen wordt slechts volstaan met de stelling dat eisers schade leiden door de aanwezigheid van het bedrijf van Wanders.
Volgens het college rust daarnaast op eisers de bewijslast om de schade te onderbouwen. Eisers hebben deze schade niet aan de hand van bewijsstukken nader onderbouwd. In het verzoek is ook niet aangegeven welke handelingen van het college of de raad hebben geleid tot de gestelde schade, zodat er ook geen causaal verband is aangetoond tussen de gestelde schade en het publiekrechtelijk handelen van de gemeente Oude IJsselstreek. Het stellen van een nadere termijn voor het onderbouwen van de schade zal volgens het college niet leiden tot een andere beoordeling van de criteria die gelden voor het behandelen van dit verzoek om een zelfstandig schadebesluit.
5. Op 9 juli 2013 hebben eisers een bezwaarschrift ingediend. Hierna heeft een mediation-traject plaatsgevonden. Op verzoek van eisers is de zitting bij de bezwaarschriftencommissie na beëindiging van dit traject meerdere malen en om uiteenlopende redenen uitgesteld.
6. Eiseres en gemachtigde zijn op 11 september 2018 gehoord door de commissie bezwaarschriften. De commissie heeft in haar advies van 8 oktober 2018 het volgende overwogen:
“In de rechtspraak zijn in de loop der jaren diverse toetsingscriteria ontwikkeld waar de beoordeling en toetsing van een verzoek om een zelfstandig schadebesluit aan moet voldoen. Naar de mening van de commissie hebben burgemeester en wethouders voldoende pogingen gedaan om deze criteria bij bezwaarden onder de aandacht te brengen.
Ook tijdens de hoorzitting heeft de commissie nogmaals uitdrukkelijk aan bezwaarden gevraagd wat het schadeveroorzakende besluit is, wat de schade voor bezwaarden is en welk causaal verband er tussen het schadeveroorzakende besluit en de schade is.
De commissie is van mening dat bezwaarden ondanks de grote hoeveelheid aangeleverde documenten geen concrete schadeveroorzakende besluiten hebben genoemd. Daarnaast heeft de commissie in de stukken geen situatie kunnen vinden waarin objectief en onafhankelijk feiten zijn vastgesteld die als gevolg van een causaal verband voor bezwaarden tot schade hebben geleid.”
7. In het bestreden besluit van 25 maart 2019 heeft het college onder verwijzing naar het advies van de commissie bezwaarschriften het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. Volgens het college is het verzoek om schadevergoeding van eisers onvoldoende onderbouwd.
Toepasselijk recht
8. Op 1 juli 2013 is de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten in werking getreden. In artikel IV, eerste lid, van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten is, voor zover van belang, bepaald dat op schade, veroorzaakt door een besluit dat werd bekendgemaakt voor het tijdstip waarop deze wet in werking is getreden, het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing blijft. Nu het verzoek is gedaan op 31 december 2012 is in deze zaak het oude recht nog van toepassing.
9. Het recht dat gold voor schadevergoeding door onrechtmatig overheidshandelen vóór 1 juli 2013 was het volgende. Het toen geldende artikel 8:73, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gaf de bestuursrechter de bevoegdheid om een bestuursorgaan tot schadevergoeding te veroordelen als hij het beroep tegen een schadeveroorzakend besluit gegrond verklaarde. Daarnaast bestond de mogelijkheid om een voor bezwaar en (hoger)beroep vatbaar zelfstandig schadebesluit uit te lokken, door het betrokken bestuursorgaan te verzoeken gestelde schade, geleden ten gevolge van een onrechtmatig besluit, in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, of een besluit of handeling die daarmee gelijk wordt gesteld, te vergoeden of er kon een vordering bij de civiele rechter worden ingediend. Voor andere schade dan schade ten gevolge van een onrechtmatig besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, of een besluit of handeling die daarmee gelijk wordt gesteld, kon alleen een vordering bij de civiele rechter worden ingediend.
Welk besluit?
10. Volgens vaste jurisprudentie is de beslissing over de vergoeding van beweerdelijk geleden schade een zelfstandig schadebesluit, indien deze schade het gevolg is van een besluit waartegen bezwaar en beroep mogelijk is (materiële connexiteit). Verder is het vaste rechtspraak dat het beroep tegen een zelfstandig schadebesluit wordt beoordeeld door de bestuursrechter die bevoegd is te oordelen over het beroep tegen het schadeveroorzakende besluit (processuele connexiteit).
11. Uit het bestreden besluit blijkt dat het voor het college niet duidelijk is geworden wat volgens eisers het schadeveroorzakende besluit is.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.M. van Gerwen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op:
De griffier is verhinderd de uitspraak
te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Vergelijk bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:905.
Uitspraak van de Afdeling van 7 juli 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN0498.
Overwegingen
De rechtbank heeft op 29 november 2019 in een brief het voorlopige standpunt ingenomen dat het op de weg van het college lag en ligt om in het kader van een zorgvuldige besluitvorming te onderzoeken of aan het gestelde schadeveroorzakend handelen besluiten ten grondslag lagen. Het college is gevraagd om aan te geven of en zo ja welke voor bezwaar en beroep vatbare besluiten ten grondslag lagen aan het gestelde schadeveroorzakend handelen.
12. Op 30 januari 2020 heeft het college een lijst met voor bezwaar en beroep vatbare besluiten die mogelijk ten grondslag liggen aan het gestelde schadeveroorzakend handelen aan de rechtbank gestuurd.
13. Van beide partijen zijn nog schriftelijke reacties ontvangen. Zo hebben eisers in een brief met de titel ‘Lijst met besluiten en handelingen’ een eigen lijst aangeleverd en nader toegelicht dat het voor hen met name gaat om het bedrijf Wanders en het windmolenpark ‘Azewijn – Netterden’.
14. Op 26 september 2022 heeft een regiezitting plaats gevonden. Voorafgaand aan deze zitting heeft het college in een reactie van 15 september 2022 op de verjaringstermijn gewezen. Op deze zitting is afgesproken dat eisers voor 1 april 2023 duidelijk moeten maken uit welk(e) besluit(en) de schade voortvloeit, aan te geven wat de schade is en wat het causale verband is tussen het besluit en de schade. De periode is beperkt tot de periode in de 5 jaar voorafgaand aan het verzoek tot schadevergoeding, gelet op de geldende verjaringstermijn van 5 jaar van het van overeenkomstige toepassing zijnde artikel 3:310, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW).
15. Op 27 maart 2023 hebben eisers gereageerd. Zij hebben aangegeven dat er binnen de bovengenoemde termijn slechts één besluit is aan te wijzen, te weten het besluit van 1 april 2009 waarin het college het verzoek om het stellen van maatwerkvoorschriften voor de fabriek van Wanders heeft afgewezen. Verder wijzen zij erop dat het ook gaat om zaken die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft getoetst maar waarbij het college niet eerlijk heeft verklaard, waardoor de toetsing niet volledig was. In het stuk van 13 oktober 2023 gaan eisers ook in op andere besluiten en handelingen van het college die zij aan hun verzoek tot schadevergoeding ten grondslag leggen.
Oordeel rechtbank
16. De rechtbank stelt gezien hetgeen onder 9. is overwogen voorop dat in de huidige procedure uitsluitend schade aan de orde kan zijn die is veroorzaakt door besluiten van het college. Schade die zou zijn veroorzaakt door feitelijke handelingen, al dan niet ter voorbereiding of uitvoering van besluitvorming, kan in deze procedure niet aan de orde zijn.
17. Verder is van belang dat het gaat om schade waarvoor de rechtsvordering nog niet is verjaard, gelet op de geldende verjaringstermijn. Artikel 3:310, eerste lid, BW is van overeenkomstige toepassing. Deze bepaling luidt als volgt:
“Een rechtsvordering tot vergoeding van schade of tot betaling van een bedongen boete verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade of de opeisbaarheid van de boete als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt of de boete opeisbaar is geworden.”
18. Voor het aanvangen van de verjaringstermijn op grond van artikel 3:310, eerste lid, BW is vereist dat een benadeelde bekend is met de feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon. Uit de jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat deze termijn begint te lopen op de dag dat een besluit onherroepelijk wordt. Dat is de dag dat een benadeelde de vereiste bekendheid heeft. Dat betekent dat voor alle besluiten die langer dan 5 jaar voor de aanvraag van eisers, te weten 31 december 2012, onherroepelijk zijn geworden, de rechtsvordering tot vergoeding van schade is verjaard.
19. Eisers hebben gewezen op het verzoek tot schadevergoeding met betrekking tot het verzoek tot het stellen van maatwerkvoorschriften. De rechtsvordering tot vergoeding van schade is voor dit besluit niet verjaard. Dit verzoek is door het college bij besluit van 1 april 2009 afgewezen. Nadat het bezwaar ongegrond is verklaard hebben eisers beroep ingesteld bij de Afdeling. Hun beroep is ongegrond verklaard. Daarmee heeft het besluit formele rechtskracht gekregen. Dat betekent dat het voor rechtmatig moet worden gehouden. Dat betekent dat dit besluit niet ten grondslag kan liggen aan een verzoek om schadevergoeding vanwege een onrechtmatig besluit.
20. Voor zover eisers betogen dat ook besluiten die formele rechtskracht hebben gekregen, maar die volgens eisers onrechtmatig zijn omdat relevante informatie is verzwegen of de waarheid niet is verteld, aangemerkt moeten worden als onrechtmatige besluiten en daarmee als schadeoorzaak, oordeelt de rechtbank als volgt. Deze procedure kan niet worden gebruikt als een verkapt nieuw beroep tegen onherroepelijke besluiten. Eventuele processen-verbaal die eisers hierover in het geding hadden willen brengen, maken dat niet anders. Het is niet aan de rechtbank om te beoordelen of de uitspraken van de Afdeling juist zijn of niet.