Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-09-08
ECLI:NL:RBGEL:2023:5122
Bestuursrecht
Wraking
878 tokens
Dictum
RECHTBANK GELDERLAND
locatie Arnhem
wrakingskamer
zaaknummer / rolnummer: C/05/423605 / KG RK 23-660
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot wraking van
mr. A.P. VAATSTRA,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het proces-verbaal van het verzoek om wraking ter zitting van 9 augustus 2023
de mededeling van de rechter dat hij niet op het wrakingsverzoek zal reageren.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling is verzoeker niet verschenen.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaken met nummers ARN 22/3939 en 22/3940 tussen verzoeker en de inspecteur van de belastingdienst over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en de aanslag Zorgverzekeringswet over het jaar 2015.
2.2.
Verzoeker heeft ter zitting een drietal wrakingsgronden opgenoemd, die in het proces-verbaal zijn opgenomen. Deze gronden voor wraking zijn: 1) de rechter wenst de zaken niet te behandelen, 2) de rechter maakt niet de keuze die gemaakt moet worden en 3) deze keuze moet vooraf worden gemaakt.
Beoordeling
3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
Het wrakingsverzoek bestaat uit een drietal, zonder verdere toelichting, opgesomde wrakingsgronden. Verzoeker heeft nagelaten concrete feiten aan te voeren waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden.
Ten aanzien van de eerste wrakingsgrond heeft bovendien te gelden dat een wraking aan het begin van de zitting op zichzelf al met zich brengt dat op dat moment geen inhoudelijke behandeling van de zaak kan plaatsvinden. Uit het proces-verbaal blijkt op geen enkele wijze dat de rechter de zaak niet wilde behandelen voordat hij gewraakt werd.
Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Dictum
De wrakingskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Graat, voorzitter, mr. M.S.T. Belt en
mr. H.C. Leemreize, leden in tegenwoordigheid van de griffier […] en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.