Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-07-11
ECLI:NL:RBGEL:2023:4037
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,783 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/083351-21
Datum uitspraak : 11 juli 2023
Tegenspraak
verkort vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsman: mr. J. Michels, advocaat in Amersfoort.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 4 september 2020 te Wezep, in elk geval in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Zuiderzeestraatweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen:
- [slachtoffer ] en/of
- [slachtoffer 1] en/of
- [slachtoffer 2] en/of
- [slachtoffer 3] en/of
- [slachtoffer 4] en/of
- een of meer onbekend gebleven personen,
welk geweld bestond uit:
- het zwaaien met een mes, in elk geval met een scherp en/of puntig voorwerp, in de
richting van één of meer personen en/of
- het steken en/of snijden en/of prikken met een mes, in elk geval een scherp en/of
puntig voorwerp;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 4 september 2020 te Wezep,
- [slachtoffer ] en/of
- [slachtoffer 1] en/of
- [slachtoffer 2] en/of
- [slachtoffer 3] en/of
- [slachtoffer 4] en/of
- een of meer onbekend gebleven personen
heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp op voornoemde [slachtoffer ] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of een of meer onbekend gebleven personen gericht en/of gericht gehouden en/of getoond en/of daarmee een of meer zwaaiende bewegingen gemaakt.
Overwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat het primair tenlastegelegde bewezen kan worden, met uitzondering van de passages in de tenlastelegging:
zwaaien met een mes;
het steken en/of snijden en/of prikken met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp.
Beoordeling
De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.
De rechtbank acht op basis van deze bewijsmiddelen ook bewezen dat er door één van de deelnemers (niet zijnde verdachte) aan de openlijke geweldpleging is gezwaaid met een mes; nu sprake is van handelen ‘in vereniging’ kan deze passage ook in de zaak van verdachte worden bewezen. De rechtbank acht (mede) op basis van de verklaring van verdachte ter terechtzitting bewezen dat hij zich heeft bediend van een ijzeren staaf.
Van de geweldpleging jegens [slachtoffer ] zal verdachte worden vrijgesproken; hiervoor wordt alleen medeverdachte Ten Hoope door de rechtbank verantwoordelijk gehouden.
3De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 4 september 2020 te Wezep, in elk geval in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Zuiderzeestraatweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen:
- [slachtoffer ] en/of
- [slachtoffer 1] en/of
- [slachtoffer 2] en/of
- [slachtoffer 3] en/of
- [slachtoffer 4] en/of
- een of meer onbekend gebleven personen,
welk geweld bestond uit:
- het zwaaien met een mes, in elk geval met een scherp en/of puntig voorwerp, in de richting van één of meer personen en/of
- het steken en/of snijden en/of prikken met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
5De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Overwegingen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van het bepalen van de strafmaat gewezen op de volgende feiten en omstandigheden:
(1) er is sprake van een gedateerd feitencomplex;
(2) artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is meermalen van toepassing;
(3) artikel 22b Sr is niet van toepassing;
(4) verdachte is zelf behoorlijk door de gevolgen getroffen. Hij heeft een ontsierend litteken opgelopen en is op de bewuste avond bijna een liter bloed verloren;
(5) uit de verklaring van zijn werkgever volgt dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het einde van zijn dienstverband zal betekenen, terwijl het leven van client nu juist in rustiger vaarwater is beland;
(6) overeenkomstig de oriëntatiepunten van het LOVS is het uitgangspunt bij een 141 Sr met letsel tot gevolg 150 uren taakstraf. In deze is sprake van een ernstige 141 Sr – zaak.
De raadsman stelt voor aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en een taakstraf voor de duur van 120 uur / subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis.
Beoordeling
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een ernstige vorm van openlijke geweldpleging. Zonder precies te weten wat zich bij het café [naam café] op de bewuste avond al had afgespeeld, is hij samen met twee anderen, aan komen scheuren met een auto. Alle drie zijn uitgestapt en zonder aarzeling op een groep personen die zich aldaar voor het café bevond afgelopen. Twee van de drie, waaronder verdachte, waren voorzien van een wapen; verdachte had naar eigen zeggen een ijzeren staaf bij zich en één van zijn medeverdachten een groot mes. Dit heeft vervolgens geleid tot een grootschalige vechtpartij met uiteindelijk vijf slachtoffers tot gevolg, waarvan nota bene vier aan de zijde van verdachte en diens vrienden. Verdachte heeft zelf ook een forse steekverwonding opgelopen. Hoewel verdachte niet verantwoordelijk wordt gehouden voor de verwondingen van de slachtoffers, kan hem indirect wel een verwijt worden gemaakt. Door het ondoordachte handelen van verdachte en zijn medeverdachte is immers ‘de vlam in pan’ geraakt op de bewuste avond.
Het feit rechtvaardigt in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.
In de omstandigheden zoals aangevoerd door de verdediging ziet de rechtbank aanleiding daartoe niet over te gaan; in het bijzonder vanwege de ouderdom van de zaak en de omstandigheid dat verdachte zelf ook is getroffen. Hij heeft immers een fors ontsierend litteken opgelopen. Dit leidt er toe dat de rechtbank het redelijke strafvoorstel van de verdediging zal overnemen, met die kanttekening dat geen aanleiding bestaat om af te zien van de gebruikelijke proeftijd van twee jaar.
8De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden;
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft maakt aan een strafbaar feit;
legt op een taakstraf van 120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Ouweneel (voorzitter), mr. M.J. Wasmann en mr. M.G.E. ter Hart, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 juli 2023.
mr. M.J. Ouweneel is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.