Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-06-12
ECLI:NL:RBGEL:2023:3815
Civiel recht
Wraking
1,056 tokens
Inleiding
proces-verbaal
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/420033 / KG RK 23-453
proces-verbaal van de mondelinge beslissing van 12 juni 2023
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
wonende te [woonplaats 1]
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. S. Peerdeman
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de voorzitter van de wrakingskamer
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het proces-verbaal van 31 mei 2023 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld
de schriftelijke reactie van de rechter van 6 juni 2023
de door verzoekster op 12 juni 2023 voorafgaand aan de mondelinge behandeling gezonden schriftelijke stukken, inhoudende 2 reacties op eerdere stukken
de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 12 juni 2023.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling is verschenen:
- verzoekster
1.3.
Het ter zitting door verzoekster gedane verzoek om aanhouding van de zaak heeft de wrakingskamer op de zitting afgewezen.
1.4
Ter zitting heeft de wrakingskamer mondeling uitspraak gedaan, die in uitgewerkte vorm, met de daaraan ten grondslag liggende overwegingen, als volgt luidt.
2De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot wraking af.
Beoordeling
3.1.
De wrakingskamer geeft hiervoor de volgende motivering.
3.2.
Verzoekster heeft blijkens het proces-verbaal van het mondelinge wrakingsverzoek zoals toegelicht tijdens de mondelinge behandeling – kort samengevat – het volgende aan haar wrakingsverzoek ten grondslag gelegd.
De voorzitter van de wrakingskamer heeft onvoldoende ruimte gegeven voor waarheidsvinding. Zij heeft geen vragen gesteld over bepaalde stukken en bovendien heeft zij weinig kritische vragen gesteld aan verzoekster en de betreffende rechter. Tot slot heeft de voorzitter van de wrakingskamer hoor- en wederhoor niet voldoende toegepast.
3.3.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
3.4.
De hiervoor weergegeven toets die de wrakingskamer moet aanleggen voor de beoordeling van het wrakingsverzoek is een zware toets. De wrakingsgronden van verzoekster halen deze toets niet. Het niet stellen van vragen over bepaalde stukken, dan wel het stellen van weinig kritische vragen aan verzoekster en de betreffende rechter, wil - als daarvan al sprake zou zijn geweest - niet zeggen dat de voorzitter van de wrakingskamer daarmee niet onpartijdig is. Ook alle andere punten die ten grondslag zijn gelegd aan het wrakingsverzoek halen deze zwaarwegende toets niet.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Graat, voorzitter, mr. A.L.M. Steinebach-de Wit en mr. T.C. Henniphof, leden in tegenwoordigheid van de griffier […] en in openbaar uitgesproken op 12 juni 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.