Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-06-22
ECLI:NL:RBGEL:2023:3549
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,458 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Inloopteam bestuursrecht
zaaknummer: ARN 22/4255
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. F.E. van Nisselrooij),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het UWV), verweerder.
Inleiding
Met het besluit van 2 augustus 2021 heeft het UWV aan eiseres vanaf 4 oktober 2021 een WGA-vervolguitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toegekend naar de mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.
De ex-werkgever van eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
In bezwaar heeft het UWV dit besluit herroepen en de WGA-vervolguitkering van eiseres per 28 september 2022 beëindigd, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De mate van arbeidsongeschiktheid is daarbij vastgesteld op 24,98%.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen deze beslissing op bezwaar (het bestreden besluit) van 27 juli 2022.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Met de brief van 23 maart 2023 heeft de rechtbank op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) partijen schriftelijk om een (stilzwijgende) toestemming verzocht voor het achterwege laten van een onderzoek ter zitting. Partijen konden uiterlijk op 6 april 2023 hierop hun reactie kenbaar maken. Nadat het inloopteam bestuursrecht geen reactie had ontvangen, is met de brief van 7 april 2023 het onderzoek gesloten en bepaald dat op 21 april 2023 de uitspraak zou worden gedaan.
Na de sluiting van het onderzoek is gebleken dat eiseres voor het einde van de 8:57 Awb-termijn, namelijk op 6 april 2023, een aanvullend beroepschrift met medische bijlagen had ingediend dat het inloopteam bestuursrecht op 11 april 2023 heeft ontvangen. De rechtbank heeft hierop met de beslissing van 13 april 2023 het onderzoek heropend en het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het aanvullend beroepschrift met medische bijlagen. Het UWV heeft vervolgens gereageerd met een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts B&B).
Met stilzwijgende toestemming van partijen is hierna een zitting achterwege gebleven. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.
Wat ging aan deze procedure vooraf
1. Eiseres heeft voor het laatst gewerkt als postsorteerder voor 29,58 uur per week. Op 5 oktober 2017 heeft zij zich ziekgemeld vanwege gezondheidsklachten. Het UWV heeft eiseres vervolgens per 4 oktober 2019 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend.
2. Met het besluit van 2 augustus 2021 heeft het UWV eiseres bericht dat haar loongerelateerde WGA-uitkering eindigt en dat zij vanaf 4 oktober 2021 recht heeft op een WGA-vervolguitkering. Naar aanleiding van het bezwaar van de ex-werkgever heeft het UWV een herbeoordeling gedaan van de arbeidsongeschiktheid van eiseres en heeft hij na medisch en arbeidskundig onderzoek het bestreden besluit genomen.
Wat vindt het UWV
3. Het UWV vindt dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is en heeft daarom besloten om de WGA-vervolguitkering van eiseres met ingang van 28 september 2022 te beëindigen.
4. Het UWV heeft de medische grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een verzekeringsarts B&B van 27 juni 2022. De medische belastbaarheid van eiseres is opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 7 oktober 2021.
5. Het UWV heeft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige B&B) van 20 juli 2022.
Wat vindt eiseres
6. Eiseres is het niet eens met het UWV. Zij stelt dat zij onvoldoende duurzaam benutbare mogelijkheden heeft voor het verrichten van arbeid. Zij meent dat de verzekeringsarts (de rechtbank begrijpt: verzekeringsarts B&B) bij zijn besluitvorming onvoldoende rekening heeft gehouden met haar medische klachten. Daarnaast meent eiseres dat bij de medische beoordeling haar functionele mogelijkheden veel te positief zijn ingeschat en dat in de FML meer beperkingen hadden moeten worden aangenomen. Ter onderbouwing van haar standpunten wijst eiseres op medische informatie van haar psychiater van 30 januari 2023. Hieruit blijkt volgens eiseres dat een deeltijdbehandeling volgen al een te grote belasting voor haar is. Zij vindt dan ook dat zij ongeschikt is om 8 uur per dag en 35 uur per week te werken.
7. Ook acht eiseres de arbeidskundige beoordeling niet juist, aangezien zij zich met haar zwaardere beperkingen niet in staat acht de theoretisch gevonden functies te verrichten. Zij wijst er daarbij op dat uit de informatie van de psychiater kan worden afgeleid dat zij ook op de datum in geding niet in staat is de geduide functies te verrichten, omdat de belasting (in uren) in die functies nog groter is dan de voorgestelde deeltijdbehandeling.
Tot slot heeft eiseres naar voren gebracht dat zij in Polen nog steeds een ziekte-uitkering ontvangt.
Wat vindt de rechtbank
8. De vraag is of het UWV terecht stelt dat eiseres geen recht meer heeft op een WGA-vervolguitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank moet die vraag beantwoorden aan de hand van wat eiseres daartegen in heeft gebracht. Belangrijk punt is dat het gaat om de medische toestand van eiseres op 28 september 2022 en de vraag welke beperkingen daaruit volgen.
9. De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft beslist dat eiseres voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom de WGA-vervolguitkering van eiseres per 28 september 2022 beëindigd heeft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Medische grondslag van het bestreden besluit
10. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts B&B de medische belastbaarheid van eiseres in het rapport van 27 juni 2022 op inhoudelijk overtuigende wijze en zonder tegenstrijdigheden heeft gemotiveerd.
11. De rechtbank vindt dat de verzekeringsarts B&B in zijn rapport van 27 juni 2022 voldoende heeft uitgelegd waarom niet meer of andere beperkingen zijn aangenomen. De medische informatie van de psychiater van 30 januari 2023 die eiseres in beroep heeft ingestuurd, biedt geen steun voor het standpunt dat het UWV de beperkingen van eiseres heeft onderschat en dat zij op de datum in geding in het geheel geen benutbare mogelijkheden had. De verzekeringsarts B&B heeft in zijn rapport van 3 mei 2023 voldoende gemotiveerd dat deze informatie geen aanleiding geeft om de FML aan te passen. Hij heeft toegelicht dat eiseres ruim na de datum in geding is gezien door de psychiater waardoor deze informatie in de basis niet kan worden meegenomen. Daarnaast heeft hij toegelicht dat een te starten deeltijdbehandeling met onzekere aanvang, ook als taal geen barrière zou zijn, geen invloed heeft op de duurbeperking op de datum in geding. Meest belangrijk is volgens de verzekeringsarts B&B het gegeven dat uit het verslag van de psychiater een, met voorgaande verzekeringsgeneeskundige rapporten en de eerder aanwezige medische informatie vanuit de huisarts, gelijkluidend medisch beeld naar voren komt. De rechtbank kan deze toelichtingen volgen.
12. De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiseres op 28 september 2022 in staat moet worden geacht arbeid te verrichten als daarbij rekening wordt gehouden met de beperkingen die de verzekeringsarts B&B heeft vastgesteld.
Arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit
13.
Conclusie
15. Het UWV heeft terecht besloten om de WIA-uitkering van eiseres per 28 september 2022 te beëindigen, omdat zij per die datum voor minder dan 35%, te weten 24,98%, arbeidsongeschikt is. Dat eiseres, zoals zij stelt, in Polen nog steeds een ziekte-uitkering ontvangt, neemt - wat hier verder van zij – niet weg dat het UWV op goede gronden heeft geoordeeld dat eiseres geen recht heeft op WIA-uitkering.
16. Het beroep van eiseres is ongegrond. Dit betekent dat zij geen gelijk krijgt. Omdat eiseres in beroep geen gelijk krijgt, worden de door haar gemaakte proceskosten of het betaalde griffierecht niet vergoed.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 22 juni 2023 door mr. S.E.C. Debets, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Zwager, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.