Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2023-06-13
ECLI:NL:RBGEL:2023:3423
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,087 tokens
Inleiding
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/300368-22
Datum uitspraak : 13 juni 2023
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum verdachte] in [geboorteplaats/-land] ,
wonende aan de [adres verdachte] in [woonplaats verdachte] .
Raadsman: mr. D. van der Beek, advocaat in Nijmegen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks [pleegdatum] te [pleegplaats] ,door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een anderefeitelijkheid,[slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meerontuchtige handelingen,immers is hij verdachte in een gangpad van een supermarkt (Jumbo), waarvoornoemde [slachtoffer] aan het werk was, op (zeer) korte afstand achter die langs gelopen en heeft hij, verdachte, bij het passeren van die [slachtoffer] , oponverhoedse wijze,met zijn (linker)hand tegen de billen van die [slachtoffer] getikt en/of langs de billenvan die [slachtoffer] gewreven, althans de billen van die [slachtoffer] aangeraakt en/ofbetast;
2De standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week, met een proeftijd van twee jaren.
De verdediging heeft vrijspraak bepleit.
Overwegingen
Aangeefster heeft verklaard dat verdachte op [pleegdatum] , terwijl zij in Jumbo aan het werk was, achter haar langs liep en haar billen aanraakte. Direct daarna draaide zij zich om en zag zij hem.
De rechtbank heeft ter terechtzitting de camerabeelden van Jumbo van die betreffende dag bekeken. De rechtbank heeft het volgende op de beelden waargenomen:
Verdachte loopt het gangpad in. Hij loopt op korte afstand langs een medewerker. Op het moment dat hij haar passeert, beweegt hij zijn linkerarm van zijn lichaam af richting die medewerker. Daarna kijkt de medewerker om.
Gelet op de verklaring van aangeefster en hetgeen de rechtbank heeft waargenomen op de camerabeelden, is voor de rechtbank vast komen te staan dat verdachte aangeefster heeft aangeraakt ter hoogte van haar billen.
De vraag is vervolgens of verdachte aangeefster opzettelijk heeft aangeraakt en daarmee een ontuchtige handeling heeft gepleegd. Bij de beoordeling hiervan acht de rechtbank de volgende omstandigheden van belang. In het gangpad, waar aangeefster aan het werk was, was de doorgang versmald, omdat er twee winkelwagens en een dollie stonden. Aangeefster stond halverwege de breedte van het gangpad op het moment dat verdachte passeerde. Verdachte liep door dit gangpad en maakte, terwijl hij bleef lopen, een beweging met zijn linkerarm richting aangeefster. Voor en nadat hij haar raakte, liep hij in hetzelfde tempo door. Voorafgaand, tijdens en na deze aanraking keek verdachte niet richting aangeefster. De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor genoemde feitelijke vastgestelde gang van zaken het karakter draagt van een terloopse handeling. Het dossier bevat, nu verdachte ontkent, onvoldoende aanknopingspunten om gelet op die terloopsheid vast te kunnen stellen dat verdachte opzettelijk aangeefster heeft aangeraakt ter hoogte van haar billen. Gelet hierop moet vrijspraak volgen.
Dictum
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.L. Heldens (voorzitter), mr. L.M. Vogel en mr. L.F. Bögemann, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 juni 2023.