Rechtspraak
Rechtbank Gelderland
2022-03-17
ECLI:NL:RBGEL:2022:1493
Civiel recht
Kort geding
2,443 tokens
Inleiding
proces-verbaal
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/400671 / KG ZA 22-51
Proces-verbaal van de zitting en de mondelinge uitspraak van 17 maart 2022
in de zaak van
1. de vennootschap onder firma
G.B.O. TRANSPORT& ZOON,
gevestigd te Ommeren ,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats] ,
3. [eiser 3],
wonende te Ingen,
4. [eiser 4],
wonende te [woonplaats] ,
eisers,
advocaat mr. P.A. Kerkhof te Breda,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. M. de Boorder te 's-Gravenhage.
Eisers zullen hierna gezamenlijk GBO c.s. worden genoemd. Gedaagde zal hierna [gedaagde] worden genoemd.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.
Tegenwoordig zijn mr. G.J. Meijer, voorzieningenrechter, en mr. Q. van Til, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen:
namens eiseres sub 1 en voor zichzelf: [eiser 2] , vennoot, bijgestaan door mr. Kerkhof voornoemd;
de heer [gedaagde] , bijgestaan door mr. De Boorder voornoemd.
De voorzieningenrechter gaat over tot de mondelinge behandeling.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 8 maart 2022 met 26 producties;
het e-mailbericht van 17 maart 2022 van mr. Kerkhof, met productie 27;
de conclusie van antwoord van 17 maart 2022 met 9 producties.
De partijen lichten hun standpunten toe en beantwoorden vragen van de voorzieningenrechter. De door mr. Kerkhof overgelegde Aantekeningen ten behoeve van de mondelinge behandeling maken deel uit van het procesdossier. Van het verhandelde is door de griffier aantekening gehouden.
Nu er door of namens [gedaagde] ten laste van GBO c.s. geen beslagen zijn gelegd, is ter zitting besproken dat het petitum thans als volgt luidt:
GBO c.s. vordert dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
[gedaagde] verbiedt iedere (verdere) executiemaatregel jegens GBO c.s. te (doen) treffen, in welke vorm en/of op welke wijze dan ook, daaronder begrepen, doch niet daartoe beperkt, beslagmaatregelen onder derden en/of op eigendommen van GBO c.s. althans [gedaagde] veroordeelt zich van het (doen) treffen van dergelijke beslagmaatregelen te onthouden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per keer of per dag of dagdeel dat [gedaagde] desondanks handelt in strijd met enige ten laste van hem krachtens het kortgedingvonnis uitgesproken verbod respectievelijk veroordeling en voorts op straffe van een dergelijke dwangsom voor iedere dag of dagdeel dat dergelijke overtredingen voortduren, zulks met een maximum van € 100.000,00;
[gedaagde] veroordeelt tot betaling aan GBO c.s. van de kosten van dit geding, daaronder begrepen de nakosten van deze procedure, een en ander te voldoen binnen veertien (14) dagen na dagtekening van dit vonnis en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
De voorzieningenrechter wijst het volgende vonnis.
1De gronden van de beslissing
1.1.
Het gaat in deze procedure niet om een verklaring voor recht. Dat is niet mogelijk in een kort geding. Het gaat in deze procedure om het treffen van een ordemaatregel, wegens de dreigende executie, waarvan volgens GBO c.s. sprake is.
Spoedeisend belang
1.2.
Volgens GBO c.s. hangt haar executie boven het hoofd met voor haar mogelijk zeer nadelige gevolgen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat sprake is van een reële dreiging. [gedaagde] heeft het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 september 2021 (met kenmerk 200.256.168, hierna: het arrest) aan GBO c.s. laten betekenen en haar daarbij een termijn gesteld om aan de veroordeling te voldoen. Dit klemt temeer nu de stelling van [gedaagde] is dat GBO c.s. nog niet heeft voldaan aan het arrest. Eiseres sub 1 en de vennoten hebben daarom een spoedeisend belang.
Toetsingskader
1.3.
De vraag is of GBO c.s. heeft voldaan aan het arrest. In een executiegeschil als het onderhavige moet getoetst worden of de ter uitvoering van het veroordelend vonnis verrichte handelingen voldoen aan de inhoud van de veroordeling zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. De rechter moet het doel en de strekking van de veroordeling tot uitgangspunt nemen, waarbij geldt dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel. Bij deze uitleg mogen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid worden toegepast (vgl. Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE9400, NJ 2004, 410 en Hoge Raad 20 mei 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1367, NJ 1994, 652).
1.4.
Bij de beoordeling is derhalve van belang hoe de inhoud van het arrest moet worden uitgelegd. Daarbij is niet alleen het dictum van belang, maar ook waarop het dictum stoelt. In het dictum is niets vermeld over de aan de bruto-netto specificatie te stellen eisen. De enige eisen zijn dat GBO c.s. aan [gedaagde] , binnen 2 maanden na 28 september 2021, een deugdelijke specificatie waarin de toegewezen bedragen (€ 30.619,81) aan overuren zijn verwerkt, moet afgeven.
1.5.
De vraag is of de door GBO c.s. aan [gedaagde] afgegeven specificatie volstaat, óf dat deze, zoals [gedaagde] zegt, moet voldoen aan de vereisten van artikel 6 lid 4 van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (hierna: de CAO), waarbij sprake moet zijn van een uitsplitsing naar maanden en jaren. Voor de beoordeling hiervan is onder meer de verdere inhoud van het arrest van belang. Desbetreffende procedure is door [gedaagde] begonnen bij de kantonrechter. In het petitum van de inleidende dagvaarding van [gedaagde] is sprake van een vordering tot afgifte van een deugdelijke specificatie (enkelvoud). Dat komt ook terug in r.o. 2.6., 2.7 en 3.1 van het arrest, waarin ook sprake is van afgifte van een bruto-netto specificatie (enkelvoud). In het petitum en het arrest wordt niet gesproken over het moeten voldoen aan de CAO of het uitsplitsen per jaar of maand. Er is ook één totaalbedrag aan overuren toegewezen. Dan is het logisch dat er één specificatie volgt. De enkele omstandigheid dat in het dictum (4.4.) sprake is van specificaties (meervoud), is onvoldoende om het arrest zodanig uit te leggen dat sprake moet zijn van meerdere specificaties. In het dictum wordt niet gesproken over de CAO en uit het dictum volgt niet dat de specificatie moet voldoen aan artikel 6 van de CAO.
Redelijkheid en billijkheid
1.6.
Bij het voorgaande komt dat uit niets blijkt dat [gedaagde] zich eerder dan in februari 2022 op het standpunt heeft gesteld dat de specificatie moet voldoen aan de CAO. Het arrest vereist zoals gezegd enkel dat sprake is van een deugdelijke specificatie. Voor het antwoord op de vraag of de door GBO c.s. overgelegde specificatie deugdelijk is, zoals het arrest vereist, is het volgende van belang. Door partijen is diverse, door hen onderling gevoerde correspondentie overgelegd waaruit is af te leiden dat [gedaagde] akkoord was met de door GBO c.s.
Dictum
De voorzieningenrechter,
2.1.
verbiedt [gedaagde] iedere (verdere) executiemaatregel jegens GBO c.s. te (doen) treffen, in welke vorm en/of op welke wijze dan ook, daaronder begrepen, doch niet daartoe beperkt, beslagmaatregelen onder derden en/of op eigendommen van GBO c.s.,
2.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan GBO c.s. een dwangsom te betalen van € 2.500,00 per keer of per dag dat [gedaagde] niet aan de in 2.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt,
2.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van GBO c.s. tot op heden begroot op € 1.795,33, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
2.4.
veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
2.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Waarvan proces-verbaal,