Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2017-12-13
ECLI:NL:RBGEL:2017:6549
vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen zaaknummer / rolnummer: C/05/320700 / HZ ZA 17-270 Vonnis van 13 december 2017 in de zaak van [naam eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser in het verzet, advocaat mr. J. Klomp te Enschede, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST , zetelend te Apeldoorn, gedaagde in het verzet, advocaat mr. C. Rijckenberg te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eiser] en de Ontvanger genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 26 juli 2017 het proces-verbaal van comparitie van 18 oktober 2017. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De Ontvanger heeft op 2 maart 2010 (onder aanslagnummer 2010.190.805.15385) aan [eiser] een naheffingsaanslag Loonheffingen/Zorgverzekeringswet over het jaar 2006 opgelegd van € 2.751,--(inclusief boete en heffingsrente). 2.2. De Ontvanger heeft op 2 maart 2010 (onder aanslagnummer 2010.190.805.15386) aan [eiser] een naheffingsaanslag Loonheffingen/Zorgverzekeringswet over het jaar 2007 opgelegd van € 3.537,--(inclusief boete en heffingsrente). 2.3. De Ontvanger heeft op 2 maart 2010 (onder aanslagnummer 2010.190.805.15387) aan [eiser] een naheffingsaanslag Loonheffingen/Zorgverzekeringswet over het jaar 2008 opgelegd van € 4.148,--(inclusief boete en heffingsrente). 2.4. De Ontvanger heeft op 2 maart 2010 (onder aanslagnummer 2010.190.805.15388) aan [eiser] een naheffingsaanslag Loonheffingen/Zorgverzekeringswet over het jaar 2009 opgelegd van € 3.785,--(inclusief boete en heffingsrente). 2.5. Al deze naheffingsaanslagen moesten uiterlijk op 16 maart 2010 worden voldaan. 2.6. [eiser] heeft op 9 maart 2010 de Ontvanger om uitstel van betaling verzocht.De Ontvanger heeft [eiser] bij brief van 27 mei 2010 medegedeeld dat geen uitstel van betaling wordt verleend. 2.7. [eiser] heeft de naheffingsaanslagen niet betaald. 2.8. De Ontvanger heeft op 24 februari 2017 aan [eiser] een dwangbevel uitgevaardigd met betrekking tot de naheffingsaanslag over 2006 (kenmerk: 8975.4447.59), dit voor een bedrag van € 2.732,--. 2.9. De Ontvanger heeft op 6 februari 2017 aan [eiser] een dwangbevel uitgevaardigd met betrekking tot de naheffingsaanslag over 2007 (kenmerk: 8975.4446.15), dit voor een bedrag van € 3.552,--. 2.10. De Ontvanger heeft op 13 februari 2017 aan [eiser] een dwangbevel uitgevaardigd met betrekking tot de naheffingsaanslag over 2008 (kenmerk:8975.4441.69), dit voor een bedrag van € 4.163,--. 2.11. De Ontvanger heeft op 13 februari 2017 aan [eiser] een dwangbevel uitgevaardigd met betrekking tot de naheffingsaanslag over 2009 (kenmerk:8975.4448.17), dit voor een bedrag van € 3.800,--. 2.12. [eiser] heeft geen gevolg gegeven aan de dwangbevelen. 2.13. De Ontvanger heeft op 10 april 2017 aan [eiser] een hernieuwd bevel tot betaling betekend. Omdat betaling uitbleef, heeft de Ontvanger op 26 april 2017 ten laste van [eiser] executoriaal derdenbeslag gelegd onder Triodos Bank N.V.De Ontvanger heeft op 14 juni 2017 onder dat beslag een bedrag van € 8.795,-- geïncasseerd. 3 De vordering 3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:a. zal verklaren dat de Ontvanger het dwangbevel van 24 februari 2017 ter zake de naheffingsaanslag Loonheffingen / Zorgverzekeringswet 2006 niet ten uitvoer mag leggen, b. [eiser] zal ontheffen van de betaling van de naheffingsaanslag Loonheffingen / Zorgverzekeringswet 2006, 2007, 2008 en 2009, gedateerd 2 maart 2010, c. de Ontvanger zal veroordelen in de kosten van deze procedure waaronder begrepen de kosten van de (verzet) dagvaarding en de nakosten. 3.2. Op de stellingen van [eiser] zal, voor zover van belang, hierna nader worden ingegaan. 4. Het verweer 4.1. De Ontvanger concludeert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad het verzet van [eiser] ongegrond zal verklaren en zijn vorderingen zal afwijzen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. 4.2. Op het verwe