Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2017-12-04
ECLI:NL:RBGEL:2017:6264
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05/982758-14 Datum uitspraak : 4 december 2017 Tegenspraak vonnis van de meervoudige economische kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] , wonende [adres 1] , [woonplaats] . Raadsman: mr. C.A. Boeve, advocaat te Putten . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 31 mei 2016, 6 november 2017, 7 november 2017 en 20 november 2017. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ter zitting, ten laste gelegd dat: 1. [bedrijf 1] (met kvk nr: [nummer] ) op één of meer tijdstippen in de periode van 6 februari 2012 tot en met 25 juni 2014, in de gemeente Putten , tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met een of meer voorschrift(en) van de omgevingsvergunning van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland d.d. 30 juni 2005, welk(e) voorschrift(en) betrekking had(den) op activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, te weten het oprichten, veranderen of veranderen van de werking en/of het in werking hebben van een inrichting, gevestigd aan of nabij de [adres 2] te [plaats 11] , aangezien [bedrijf 1] en/of haar mededader(s): - niet vergunde afvalstoffen, te weten: - slib (geclassificeerd als euralcode 190811* of 190812) en/of - proceswater (geclassificeerd als euralcode 161001* of 161002) en/of - zuurwater (geclassificeerd als euralcode 161001* of 161002), heeft op- en/of overgeslagen en/of be- en/of verwerkt (i.s.m. vergunningsvoorschrift 9.5.1) en/of - in de opslagtanks O.1 en/of O.2 en/of O.3 en/of O.4 en/of O.5 en/of O.6 (organische) afvalproducten heeft bewerkt, door (organische) afvalproducten te mengen (i.s.m. vergunningsvoorschrift 3.2.9) en/of - niet direct voorafgaand aan het verpompen van een batch uit de stortkelder naar een opslagtank de pH en/of de temperatuur van het te verpompen materiaal heeft gemeten en/of de verkregen waarden niet op een rapportageformulier heeft geregistreerd (i.s.m. vergunningsvoorschrift 3.2.3) en/of - niet te allen tijde heeft gehandeld conform de in rapport 2 van de aanvraag bedoelde procedures (Acceptatie- en verwerkingsbeleid, AV-beleid en/of Administratieve organisatie en interne controle, AO/IC d.d. 31 oktober 2006 (zie bijlagendossier, map 1, blz 4000144 e.v.)) en/of daar genoemde richtlijnen, immers heeft [bedrijf 1] en/of haar mededader(s), toen aldaar: - niet de benodigde gegevens over een product opgevraagd middels een AV-Formulier (Acceptatie-Vragenformulier), als bedoeld in bijlage 3 behorende bij het Acceptatie- en verwerkingsbeleid, AV-beleid en/of Administratieve organisatie en interne controle, AO/IC d.d. 31 oktober 2006, bij de ontdoener, te weten: - [bedrijf 2] te [plaats 1] en/of - [bedrijf 3] te [plaats 2] , en/of - bij (een) kritisch(e) product(en) niet eens per 6 maanden een analyse beoordeeld en herhaald, te weten het slib van [bedrijf 2] (i.s.m.vergunningsvoorschrift 9.1.1), zulks terwijl hij, verdachte, toen en daar tot het hiervoor omschreven strafbare feit opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging feitelijk leiding heeft gegeven; 2. [bedrijf 1] (met kvk nr: [nummer] ) op één of meer tijdstippen in de periode van 6 februari 2012 tot en met 25 juni 2014, in de gemeente Putten en/of gemeente Apeldoorn en/of gemeente Horst aan de Maas en/of gemeente Tiel en/of gemeente Súdwest-Fryslân en/of gemeente Schagen en/of gemeente Venray en/of gemeente Hoogeveen en/of gemeente Tietjerksteradeel althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, zich opzettelijk heeft ontdaan van bedrijfsafvalstoffen en/of gevaarlijke afvalstoffen, te weten een afvalmengsel, door afgifte aan: - " [bedrijf 4] te [plaats 3] " en/of - " [bedrij [bedrijf 1] (met kvk nr: [nummer] ) op één of meer tijdstippen in de periode van 4 februari 2012 tot en met 25 juni 2014, in de gemeente Putten en/of Rotterdam en/of Amsterdam en/of Heerhugowaard, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, (zaaksdossier [bedrijf 3] ) (A1) - een begeleidingsbrief, nummer AB21523092 (bijlagendossier map 2 blz 4000641) en/of (B1) - een begeleidingsbrief, nummer AB17333357 (bijlagendossier map 1 blz 4000383) en/of (C1) - een begeleidingsbrief, nummer AB21523213 (bijlagendossier map 2 blz 4000635) en/of (D1) - een begeleidingsbrief, nummer AB17333911 (bijlagendossier map 1 blz 4000402) en/of (E1) - een begeleidingsbrief, nummer AB21523381 (bijlagendossier map 2 blz 4000631) en/of (F1) - een begeleidingsbrief, nummer AB17756870 (bijlagendossier map 1 blz 4000416) en/of (G1) - een begeleidingsbrief, nummer AB21522743 (bijlagendossier map 2 blz 4000627) en/of (H1) - een begeleidingsbrief, nummer AB01817048 (bijlagendossier map 2 blz 4000597) en/of (I1) - een begeleidingsbrief, nummer AB21823018 (bijlagendossier map 2 blz 4000623) en/of (J1) - een begeleidingsbrief, nummer AB18187959 (bijlagendossier map 2 blz 4000606) en/of (K1) - een begeleidingsbrief, nummer AB21823255 (bijlagendossier map 2 blz 4000620) en/of (L1) - een begeleidingsbrief, nummer AB18189104 (bijlagendossier map 2 blz 4000865) en/of (M1) - een begeleidingsbrief, nummer AB33961633 (bijlagendossier map 1 blz 4000009) en/of (N1) - een begeleidingsbrief, nummer AB37362186 (bijlagendossier map 2 blz 4000880) en/of (O1) - een begeleidingsbrief, nummer AB33961754 (bijlagendossier map 1 blz 4000039) en/of (P1) - een begeleidingsbrief, nummer AB38158855 (bijlagendossier map 1 blz 4000016), (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte en/of zijn medeverdachte(n) valselijk op die begeleidingsbrie(f)(ven): (Zaaksdossier [bedrijf 3] ) (A1) - als Euralcode 020399 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 161001* of 161002 was en/of (B1) - als Euralcode 020399 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 191211* of 191212 was en/of (C1) - als Euralcode 020399 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 161001* of 161002 was en/of (D1) - als Euralcode 020399 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 191211* of 191212 was en/of (E1) - als Euralcode 020399 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 161001* of 161002 was en/of (F1) - als Euralcode 020399 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 191211* of 191212 was en/of (G1) - in het veld 4B als locatie van bestemming " [bedrijf 1] , [adres 2] , [plaats 6] " aangegeven terwijl dit " [bedrijf 12] , [adres 3] , [plaats 5] , moest zijn en/of (H1) - in het veld 3A en/of 3B als ontdoener en/of locatie van herkomst " [bedrijf 1] , [adres 2] , [plaats 6] " aangegeven terwijl dit " [bedrijf 3] , [adres 4] , [plaats 2] ", moest zijn en/of (I1) - als Euralcode 020399 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 161001* of 161002 was en/of (J1) - als Euralcode 020399 en/of 020304 en/of 020305 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 191211* of 191212 was en/of (K1) - als Euralcode 020399 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 161001* of 161002 was en/of (L1) - als Euralcode 020399 en/of 020304 en/of 020305 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 191211* of 191212 was en/of (M1) - als Euralcode 020399 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 161001* of 161002 was en/of (N1) - als Euralcode 020399 en/of 020304 en/of 020305 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 191211* of 191212 was en/of (O1) - als Euralcode 020399 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd w de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 161001* of 161002 was en/of (R4) - als Euralcode 020399 en/of 020305 en/of 020304 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 191211* of 191212 was, zulks met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, zulks terwijl hij, verdachte, toen en daar tot het hiervoor omschreven strafbare feit opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging feitelijk leiding heeft gegeven. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Aanleiding onderzoek Naar aanleiding van het aantreffen van verontreinigde stoffen in oppervlaktewater is onderzoek gedaan door het Waterschap Veluwe en de politie. Bij dit onderzoek is het bedrijf [bedrijf 18] in beeld gekomen. Na nader onderzoek (onder de naam Work) is de verdenking ontstaan dat [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ) in strijd met wet- en regelgeving afvalstoffen aan [bedrijf 18] zou hebben geleverd en afvalstoffen in de eigen inrichting zou hebben ontvangen. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten, met uitzondering van feit 2 voor zover dat ziet op afgifte aan [bedrijf 7] . Voor dat onderdeel heeft zij vrijspraak gevorderd. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangevoerd dat er mogelijk administratieve fouten zijn gemaakt, maar dat geen sprake is geweest van strafbaar handelen. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken. Over feit 1 heeft de raadsman het volgende naar voren gebracht. [bedrijf 1] / [bedrijf 19] (hierna: [bedrijf 19] ) waren gerechtigd om stoffen met euralcode 020399 op te slaan. Ook mocht er op grond van de vergunning wel degelijk gemengd worden. Bovendien werden alleen afvalstromen van dezelfde doelgroep bij elkaar gevoegd. De temperatuur en pH-waarden werden wel degelijk bepaald en geregistreerd. De bedrijven [bedrijf 2] en [bedrijf 3] waren al vele jaren klant van [bedrijf 1] / [bedrijf 19] . Als er al een fout is gemaakt bij het opvragen van informatie bij deze bedrijven, dan heeft dat voor de ten laste gelegde periode plaatsgevonden. Het product dat [bedrijf 2] leverde, was geen kritisch product. Daarom was het niet nodig om iedere zes maanden een nieuwe analyse te maken. De raadsman heeft ten slotte naar voren gebracht dat bij controles nooit is aangegeven dat werd gehandeld in strijd met de omgevingsvergunning. Over feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat het product dat door [bedrijf 1] / [bedrijf 19] werd verkocht, wel degelijk waterig lecithine olie-mengsel (hierna: wlom) was. Verder was van een gevaarlijke afvalstof geen sprake. Over de feiten 3, 4 en 5 heeft de raadsman aangevoerd dat het gebruik van euralcode 020399 juist was en daarnaast zeer gebruikelijk in de branche. Deze code werd ook gebruikt met toestemming van controleurs. Bovendien zijn het de ontdoeners die de euralcode bepalen. Een en ander volgt ook uit de verhoren van getuigen die bij de rechter-commissaris hebben plaatsgevonden. De codes waren ook al vastgesteld voordat verdachte bij [bedrijf 1] ging werken. De raadsman heeft verder aangevoerd dat ook het NFI niet duidelijk is over wat de juiste code moet zijn voor het zuurwater. Ten aanzien van de bestemmingen die in de begeleidingsbrieven onjuist werden opgenomen, heeft de raadsman naar voren gebracht dat dit in enkele gevallen is gebeurd, maar dat dit geen strafbaar feit oplevert. De twee begeleidingsbrieven werden aan elkaar geniet en in de administratie gedaan. De afvalstroom was dus voor een ieder te traceren. Deze werkwijze was bovendien gebruikelijk in de branche. De begeleidingsbrieven werden dus niet opzettelijk vals ingevuld. Met betrekking tot het feitelijk leiding geven door verdachte heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte mogelijk als feitelijk leidinggevende kan worden gezien als het gaat om het invullen van begeleidingsbrieve De in de tenlastelegging onder feit 3 ( [bedrijf 3] ), feit 4 ( [bedrijf 2] ) en feit 5 ( [bedrijf 14] ) genoemde begeleidingsbrieven behoren bij de in de selectiedossiers beschreven afvalstromen. De rechtbank zal hieronder eerst de afzonderlijke zaaksdossiers en selectiedossiers bespreken en zich vervolgens uitlaten over de verwijten die verdachte worden gemaakt. De rechtbank zal per selectiedossier aangegeven welke documenten, zoals vermeld in de tenlastelegging onder feit 3, 4 en 5, daarin voorkomen. Zaaksdossier [bedrijf 3] (hierna te noemen: [bedrijf 3] ) is een inrichting waar afvalstoffen worden verwerkt. De werklocatie is gevestigd aan de [adres 4] te [plaats 2] . Er worden afvalstoffen als soapstocks, gums, vetten en oliën uit de agro-voedingsindustrie ingenomen met de bedoeling daaruit vetzuren/oliën terug te winnen. Door [bedrijf 3] wordt het proceswater uit het recyclingproces van plantaardige oliën en vetten, waaraan natronloog is toegevoegd om de pH waarde omhoog te brengen, afgegeven aan [bedrijf 1] onder de benaming proceswater en/of proceswater van de bewerking oliën en vetten. Selectiedossier 1 (18 juni 2012, documenten A1 en B1) Op 18 juni 2012 is 33.980 kilo proceswater vervoerd van [bedrijf 3] naar [bedrijf 1] . Het proceswater is daar gelost in tank 4. Daarna wordt nog 8.280 kilo ander afval gelost in die tank. Op 20 juni 2012 is een hoeveelheid van 6.880 kilo afval uit tank 4 vervoerd naar [bedrijf 11] te [plaats 9] (hierna: [bedrijf 11] ). In de vrachtwagen die voor dat vervoer wordt gebruikt zit al ander afval. Selectiedossier 2 (7 augustus 2012, documenten C1 en D1) Op 7 augustus 2012 is 35.400 kilo proceswater van [bedrijf 3] afgegeven aan [bedrijf 1] . Het proceswater is gelost in tank 5. In tank 5 is op 9 augustus 2012 35.208 kilo ander afval bijgestort. Op 9 augustus 2012 is 19.080 kilo afval uit deze tank vervoerd naar [bedrijf 11] . De dagstaat van de chauffeur vermeldt dat er voor laden bij [bedrijf 1] eerst ander afval is opgehaald. Bij [bedrijf 23] is afval, ongeschikt voor consumptie, opgehaald en bij [bedrijf 24] vetresidu. Chauffeur [getuige 1] heeft verklaard dat hij de totale vracht bij [bedrijf 1] heeft gelost in tank 5 en dat hij daarna opnieuw heeft geladen uit die tank. Daarna heeft het vervoer naar [bedrijf 11] plaatsgevonden. Selectiedossier 3 (25 september 2012, documenten E1 en F1) Op 25 september 2012 is 35.260 kilo proceswater van [bedrijf 3] vervoerd naar [bedrijf 1] . Op de tanklijst van tank 4 is vermeld dat deze partij in die tank is gelost. In tank 4 zit al afval van andere bedrijven. Volgens de chauffeur ( [getuige 2] ) en volgens diens dagstaat is dit proceswater van [bedrijf 3] echter in tank 5 gelost. Gelet hierop is onduidelijk of het afval dat op 25 september 2012 uit tank 4 is geladen en op 26 september 2012 is vervoerd naar [bedrijf 12] te [plaats 5] (hierna: [bedrijf 12] ) onder meer uit proceswater van [bedrijf 3] bestond. Selectiedossier 4 (5 februari 2013, documenten G1 en H1) Op 5 februari 2013 is 31.840 kilo proceswater opgehaald bij [bedrijf 3] . Uit de tanklijst rechtstreekse vrachten van die dag volgt dat de 31.840 kilo afval die bij [bedrijf 3] is opgehaald, rechtstreeks naar [bedrijf 12] is gebracht. Dit volgt ook uit de dagstaat van de chauffeur, waarop de volgende ritten zijn vermeld: “ [bedrijf 12] - [bedrijf 3] laden” en vervolgens “ [bedrijf 3] -- [bedrijf 12] lossen + spoelen” en vervolgens “ [bedrijf 12] - [bedrijf 14] ”. Selectiedossier 5 (25 april 2013, documenten I1 en J1) Op 25 april 2013 wordt 34.520 kilo proceswater van [bedrijf 3] vervoerd naar [bedrijf 1] . De partij wordt gelost in tank 5. In die tank zit op dat moment al ander afval. Op 25 en 26 april wordt er nog meer afval in tank 5 gelost. De tankstaat van tank 5 vermeldt dat er op 28 april 2013 5.840 kilo afval uit deze tank naar [bedrijf 11] zou zijn vervoerd in de vrachtwagen met kenteken [kenteken 1] . De rechtbank overweegt dat deze datum vermoedelijk niet juist is. De tanklijs In die tank is op dat moment al 33.960 kilo ander afval aanwezig. Op 30 januari 2013 is 33.220 kilo afval uit tank 5 vervoerd naar [bedrijf 18] . Selectiedossier 5 (17 juli 2013, documenten G2 en H2) Op 17 juli 2013 wordt 11.480 kilo slib van [bedrijf 2] naar [bedrijf 1] vervoerd. Het afval is op die dag gelost in de stortput van [bedrijf 1] . In de stortput is dan al 54.200 kilo afval aanwezig. Na het lossen van het afval van [bedrijf 2] is op 17 juli 2013 ook nog 12.320 kilo ander afval gelost in de stortput. Daarna is in totaal 60.000 kilo afval uit de stortput doorgepompt naar tank 2. Op 18 juli 2013 is 29.900 kilo afval uit tank 2 vervoerd naar [bedrijf 6] . Selectiedossier 6 (10 december 2013, documenten I2, J2, K2, L2 en M2) Op 10 december 2013 is 13.390 kilo slib van [bedrijf 2] naar [bedrijf 1] vervoerd. Het slib is gelost in de stortput. Daarin bevindt zich op dat moment 22.860 kilo afval. Nadat nog ander afval is gestort, wordt 40.000 kilo afval uit de stortput doorgepompt naar tank 1. Na het storten van de 40.000 kilo afval in tank 1 is 3.720 kilo afval uit die tank, samen met 29.720 kilo uit tank 2, vervoerd van [bedrijf 1] naar de [bedrijf 4] in [plaats 3] . Op 11 december 2013 is 32.600 kilo afval uit tank 1 vervoerd naar [bedrijf 7] . Op 13 december 2013 is 36.180 kilo afval uit tank 1 vervoerd van [bedrijf 1] naar [bedrijf 8] . Op 13 december 2013 is ook 27.500 kilo afval uit tank 1, samen met 5.400 kilo afval uit de opslag, vervoerd van [bedrijf 1] naar [bedrijf 9] . Selectiedossier 7 (26 februari 2014, document N2) Op 26 februari 2014 is 14.140 kilo afval van [bedrijf 2] naar [bedrijf 1] vervoerd. Het afval is gelost in de stortput. In de put zit dan al 19.860 kilo afval. Hierna is 30.000 kilo uit de stortput overgepompt naar tank 1. Op 28 februari 2014 is 26.400 kilo afval uit tank 1, samen met 8.340 kilo afval uit tank 2, vervoerd van [bedrijf 1] naar de [bedrijf 4] in [plaats 3] . Selectiedossier 8 (18 april 2014, documenten O2, P2 en Q2) Op 18 april 2014 is 12.700 kilo afval van [bedrijf 2] naar [bedrijf 1] vervoerd. Het slib is gelost in de stortput, waar dan al 4.480 kilo afval in zit. Op 18, 19 en 22 april 2014 is ook ander afval in de stortput gelost. Op 22 april 2014 is vervolgens 50.000 kilo afval doorgepompt naar tank 2. Die hele hoeveelheid is op diezelfde dag vervoerd naar de [bedrijf 4] (32.680 kilo) en [bedrijf 6] (17.320 kilo). Selectiedossier 9 (4 juni 2014, documenten R2, S2, T2, U2, V2, W2 en X2) Op 4 juni 2014 is 14.980 kilo slib van [bedrijf 2] naar [bedrijf 1] vervoerd. Het slib is in de stortput gelost. In de stortput zit dan al 36.340 kilo afval. Daarna, maar nog wel op 4 juni 2014, wordt 60.000 kilo afval uit de stortput overgepompt naar tank 2. Op 5 juni 2014 is in totaal 34.140 kilo afval uit tank 2 vervoerd naar de [bedrijf 4] in [plaats 3] . Op 5 juni 2014 is ook 32.700 kilo afval uit tank 2 vervoerd naar [bedrijf 6] . Op 10 juni 2014 is 17.740 kilo afval uit tank 2, samen met 3.580 kilo afval uit tank 3, vervoerd naar de [bedrijf 4] in [plaats 3] . Op 11 juni 2014 is 36.540 kilo afval uit tank 2, samen met 320 kilo afval uit tank 5, vervoerd naar [bedrijf 10] . Op 12 juni 2014 is eerst ander afval opgehaald bij een bedrijf in [plaats 15] . Dit is niet gelost bij [bedrijf 1] , wel is er 17.120 kilo afval uit tank 2 bijgeladen. Deze lading is vervolgens vervoerd naar de [bedrijf 4] in [plaats 3] . Op 13 juni 2014 is afval opgehaald bij een bedrijf in [plaats 15] . Dit afval is, samen met afval uit tank 2 bij [bedrijf 1] in dezelfde vrachtwagen, vervoerd naar de [bedrijf 4] in [plaats 3] . Zaaksdossier [bedrijf 14] - vetresidu [bedrijf 14] (in dit vonnis genoemd: [bedrijf 14] ) heeft twee productielocaties in [plaats 7] , aan de [adres 5] (postcode [plaats 7] ) en aan de [adres 10] (postcode [plaats 12] ). Binnen de vestiging aan de [adres 5] wordt uit zonnebloemzaden geperste olie in een raffinageproces geschikt gemaakt voor toepassing als levensmiddel of ten behoeve van verwerkin Selectiedossier 1 (16 maart 2012, documenten A4 en B4) Op 16 maart 2012 is 29.680 kilo proceswater van [bedrijf 14] vervoerd naar [bedrijf 1] . Daar is het gelost in tank 3. Op 22 en 23 maart 2012 is er ander afval in deze tank gelost. Op 26 maart 2012 is 15.520 kilo afval uit tank 3, samen met 17.720 kilo afval uit tank 4 naar [bedrijf 12] vervoerd. Selectiedossier 2 (14 augustus 2012, documenten C4 en D4) Op 14 augustus 2012 is 34.680 kilo proceswater van [bedrijf 14] naar [bedrijf 1] vervoerd. Daar is het gelost in tank 3. Op 15 en 17 augustus 2012 is ook ander afval in deze tank gelost. Op 20 augustus 2012 is in totaal 37.180 kilo afval uit deze tank vervoerd naar [bedrijf 12] . Selectiedossier 3 (22 oktober 2012, documenten E4 en F4) Op 22 oktober 2012 is 20.920 kilo proceswater van [bedrijf 14] vervoerd naar [bedrijf 1] en daar gelost in tank 4. In die tank zit dan al ander afval en diezelfde dag is er nog meer ander afval gelost in tank 4. Op 23 oktober 2012 is 29.180 kilo afval uit tank 4 vervoerd naar [bedrijf 11] . Selectiedossier 4 (13 april 2013, documenten G4 en H4) Op 13 april 2013 is 34.120 kilo proceswater (met afvalstroomnummer 05wu30000230) vervoerd van [bedrijf 14] naar [bedrijf 1] . Daar is het gelost in tank 4. In die tank is op 13 en 14 april 2013 nog meer afval van [bedrijf 14] gelost, maar dat betreft afval met een afvalstroomnummer dat eindigt op 229. Op 16 april 2013 is 33.500 kilo afval uit deze tank vervoerd naar [bedrijf 12] . Selectiedossier 5 (30 september 2013, documenten I4 en J4) Op 30 september 2013 is 33.340 kilo proceswater van [bedrijf 14] naar [bedrijf 1] vervoerd, waar het is gelost in tank 5. Op 1 oktober 2013 is ander afval in deze tank gelost, waarna er op 7 oktober 2013 afval uit deze tank naar [bedrijf 11] is vervoerd. Selectiedossier 6 (29 december 2013, documenten K4 en L4) Op 29 december 2013 is 34.460 kilo proceswater van [bedrijf 14] vervoerd naar [bedrijf 1] . Daar is het gelost in tank 5. Op 30 december 2013 is ander afval in tank 5 bijgestort en op 31 december 2013 is 17.380 kilo afval uit tank 5, samen met 14.880 kilo afval uit tank 4, vervoerd naar [bedrijf 13] . Selectiedossier 7 (3 maart 2014, documenten M4 en N4) Op 3 maart 2014 is 31.560 kilo proceswater van [bedrijf 14] naar [bedrijf 1] vervoerd, waar het is gelost in tank 4. Op 3 en 5 maart 2014 is er ander afval bijgestort in die tank en vervolgens is (ook nog op 5 maart 2014) 33.760 kilo afval uit tank 4 vervoerd naar [bedrijf 11] . Selectiedossier 8 (17 mei 2014, documenten O4 en P4) Op 17 mei 2014 is 31.180 kilo proceswater van [bedrijf 14] vervoerd naar [bedrijf 1] . Daar is het gelost in tank 4. In tank 4 was toen al 19.740 kilo ander afval aanwezig. Op 19 mei 2014 is 32.300 kilo afval uit tank 4 vervoerd naar [bedrijf 18] (volgens de tanklijst) dan wel [bedrijf 13] (volgens begeleidingsbrief). Selectiedossier 9 (13 juni 2014, documenten Q4 en R4) Op 13 juni 2014 is 33.880 kilo proceswater van [bedrijf 14] naar [bedrijf 1] vervoerd en daar gelost in tank 4. Op 16 juni 2014 is 22.020 kilo afval uit tank 4, samen met 9.400 kilo afval uit tank 6, waarin meerdere soorten afval zat, vervoerd naar [bedrijf 12] . Feit 1 (vergunning en AV-beleid) De rechtbank overweegt dat [bedrijf 1] onder feit 1 wordt verweten zich niet aan een aantal voorschriften van de vergunning van 30 juni 2005 te hebben gehouden. De rechtbank zal de in de tenlastelegging opgenomen gedragingen en nalatigheden in het navolgende bespreken. Niet vergunde afvalstoffen heeft op- en/of overgeslagen en/of be- en/of verwerkt Als voorschrift 9.5.1 is in de vergunning opgenomen dat de vergunning uitsluitend betrekking heeft op het op- en overslaan, be- en verwerken van de afvalstoffen met euralcodes 020203, 020204, 020301, 020302, 020304, 020305, 020399, 020403, 020499, 020501, 020502, 020599, 020601, 020602, 020603, 020699, 020701, 020702, 020704, 020705, 020799, 200108 en 200125. Gelet op de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft opgenomen bij de behand Chauffeur [getuige 4] heeft verklaard dat hij zelf geen monsters heeft genomen en dat hij ook niet heeft gezien dat dit wel gebeurde, maar dit antwoord volgde op de vraag of er voor dan wel tijdens het lossen werd bemonsterd. [getuige 4] heeft verder verklaard dat het slib gewoon in de put werd gestort zonder verdere behandeling of meting. Hieruit volgt dat zijn verklaring dus niet ziet op de procedure voorafgaand/tijdens het verpompen van materiaal van de stortkelder naar een opslagtank. Medewerkster van [bedrijf 1] [getuige 5] heeft verklaard dat er op de tankstaten zomaar wat werd ingevuld. Daarna is haar gevraagd naar het meten van de pH van de inkomende vrachten. Over wat er gebeurde voor/tijdens het verpompen van een batch van de stortkelder naar een opslagtank heeft zij niet verklaard. De rechtbank heeft in het dossier verder ook geen verklaringen of schriftelijke bescheiden aangetroffen die duidelijk maken of er binnen [bedrijf 1] al dan niet werd voldaan aan vergunningvoorschrift 3.2.3. De rechtbank komt, vanwege het ontbreken van bewijs, dan ook tot een vrijspraak voor dit onderdeel van de tenlastelegging. Niet te allen tijde heeft gehandeld conform het AV-beleid en/of AO/IC door van [bedrijf 2] en [bedrijf 3] niet de benodigde gegevens over een product op te vragen middels een AV-Formulier en door het slib van [bedrijf 2] niet eens per zes maanden te analyseren en beoordelen In voorschrift 9.1.1 van de vergunning is vermeld dat de vergunninghouder te allen tijde dient te handelen conform de in rapport 2 van de aanvraag bedoelde procedures (Acceptatie- en verwerkingsbeleid en Administratieve organisatie en Interne controle, AO/IC) en de daar genoemde richtlijnen. De rechtbank overweegt dat bij de vergunningaanvraag voor de inrichting aan de [adres 2] in [plaats 11] het AV-beleid van de aanvrager, te weten Fouragehandel [getuige 8] B.V. , van juni 2004 was gevoegd. Het beleid van [bedrijf 1] is uitvoerig beschreven in een rapport van [bedrijf 27] van 31 oktober 2006. Dit beleid is inhoudelijk niet anders dan dat van juni 2004. In het Acceptatie- en verwerkingsbeleid, Administratieve Organisatie en Interne Controle van [bedrijf 1] , zoals beschreven in het rapport van [bedrijf 27] van 31 oktober 2006, is onder meer opgenomen dat wanneer een ontdoener bij [bedrijf 1] informeert of een product verwerkt mag worden, [bedrijf 1] de benodigde gegevens zal opvragen door middel van het als bijlage 3 opgenomen AV-formulier (Acceptatie-Vragenformulier). Verder is in het AV-beleid opgenomen dat voor kritische producten geldt dat bij een eenmaal goedgekeurd product dat over langere tijd/periode wordt aangeleverd, analyses eens per zes maanden worden herhaald en beoordeeld. Uit onderzoek is gebleken dat de AV-formulieren van de afvalstromen van [bedrijf 2] en [bedrijf 3] in de administratie van [bedrijf 1] ontbreken. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat de afvalstromen van [bedrijf 2] en [bedrijf 3] naar [bedrijf 1] al bestonden voor de aanvangsdatum van de in de tenlastelegging opgenomen pleegperiode. Als er al iets niet goed is gegaan, is dat voor 6 februari 2012 geweest. De rechtbank volgt verdachte niet in dit betoog. Daarbij is het volgende van belang. Over de vooracceptatie is in het AV-beleid vermeld dat het door de ontdoener/aanbieder ingevulde AV-formulier door de KAM-manager moet worden getoetst. Als eerste moet beoordeeld worden of de aanbieder het aangeboden product al eens eerder aan [bedrijf 1] heeft geleverd conform het acceptatiebeleid. Als dat niet het geval is, moet de procedure ‘acceptatie nieuw product’ worden gevolgd. Doel van die procedure is het verkrijgen van voldoende informatie om te kunnen beoordelen of het aangeboden product mag worden geaccepteerd binnen de inrichting van [bedrijf 1] . Als het aangeboden product al wel eerder aan [bedrijf 1] is geleverd conform het acceptatiebeleid, kan de procedure ‘acceptatie bij een vervolgafgifte’ worden gevolgd. Deze procedure ziet op producten die door een be Voor zover verdachte dit niet al wist, zou dit verdachte, als zij zou hebben gehandeld in overeenstemming met het AV-beleid van [bedrijf 1] , ook duidelijk zijn geweest. Door niet te handelen in overeenstemming met het (verdachte bekende) AV-beleid van [bedrijf 1] heeft verdachte minstgenomen voor lief genomen en het risico aanvaard dat [bedrijf 1] niet vergunde afvalstoffen ontving. [getuige 8] heeft verder verklaard dat er binnen het bedrijf afvalstoffen werden gemengd en dat verdachte bepaalde waar dit plaatsvond. In de stortput werd alles gemengd en vervolgens doorgepompt naar tank 1 en 2. In de andere tanks werden twee producten gemengd. Ook werden in de tanks meerdere producten van dezelfde alsmede van andere ontdoeners gemengd, zo heeft [getuige 8] verklaard. De rechtbank gaat, zoals hiervoor reeds overwogen, uit van het mengen en dus bewerken van verschillende soorten afvalstoffen nu de stoffen van verschillende bedrijven afkomstig zijn, veelal van elkaar afwijkende benamingen hebben en/of ook verschillende euralcodes hebben. Dit mengen is, zoals ook uit de verklaring van [getuige 8] volgt, bewust (in opdracht van verdachte) en dus opzettelijk gebeurd. Het verweer van verdachte dat geen sprake was van het mengen (en dus ook niet van het bewerken) van afvalstoffen omdat sprake zou zijn van aan elkaar gelijke/gelijksoortige afvalstoffen is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concreet onderbouwd, terwijl deze gelijkheid zonder concreet onderbouwde toelichting en concrete informatie naar het oordeel van de rechtbank (gelet op de verschillende herkomsten, benamingen en/of euralcodes) niet voor de hand ligt en dus niet aannemelijk is. Feit 2 (afgifte aan niet-bevoegde bedrijven) Uit artikel 10.37 van de Wet milieubeheer volgt dat het verboden is zich door afgifte aan een ander van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen te ontdoen, tenzij het gaat om afgifte aan een persoon die bevoegd is die afvalstoffen in te zamelen, ze nuttig toe te passen of te verwijderen. De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen zoals die bij het bespreken van de afzonderlijke selectiedossiers zijn opgenomen, volgt dat [bedrijf 1] afval heeft geleverd aan een aantal andere bedrijven. Dit zijn de [bedrijf 4] in [plaats 3] , [bedrijf 18] , later overgegaan in [bedrijf 13] , (beiden gevestigd aan de [adres 9] , [plaats 11] ), [bedrijf 6] (gevestigd in [plaats 16] [plaats 16] ), [bedrijf 7] (gevestigd in [plaats 17] ) , [bedrijf 8] (gevestigd in [plaats 18] [plaats 18] ), [bedrijf 9] (gevestigd in [plaats 19] [plaats 19] ), [bedrijf 10] (gevestigd in [plaats 20] [plaats 20] ), [bedrijf 11] (gevestigd [adres 7] , [plaats 9] , gemeente [gemeente 1] ) en [bedrijf 12] (gevestigd [adres 3] , [plaats 5] , gemeente [gemeente 2] ). Over [bedrijf 7] is in het proces-verbaal beschreven dat niet is onderzocht of het bedrijf stoffen met euralcodes 19.12.11* en 19.12.12 mag ontvangen. Ook zou [bedrijf 7] alleen handelen in co-producten, maar niet zelf vergisten. Daarom komt de rechtbank tot een vrijspraak voor zover het gaat om afgifte van afvalstoffen aan [bedrijf 7] . Euralcode 19.12.11*/19.12.12 Het NFI heeft onderzoek gedaan naar de door [bedrijf 1] aan vergistingsinstallaties afgegeven afvalstoffen. Geconcludeerd is dat afvalstoffen die bij [bedrijf 1] een bewerking hebben ondergaan en/of worden gemengd, onder Euralcode 19.12.11* (overig afval (inclusief mengsels van materialen) van mechanische afvalverwerking dat gevaarlijke stoffen bevat) of 19.12.12 (overig, niet onder 19.12.11* vallend afval (inclusief mengsels van materialen) van mechanische afvalverwerking) vallen, afhankelijk van de vraag of de afvalstoffen al dan niet gevaarlijke stoffen bevatten. Met betrekking tot de [bedrijf 4] en [bedrijf 10] overweegt de rechtbank dat (zoals beschreven in selectiedossier 1 van zaaksdossier [bedrijf 2] ) op 8 februari 2012 afval uit de stortput is overgepompt naar tank 1, waar dan al ander afval in aanwezig is. Naar het oordeel van de rechtb De rechtbank verwijst naar de bewijsmiddelen zoals die zijn opgenomen bij de bespreking van selectiedossier 9 van zaaksdossier [bedrijf 2] . [bedrijf 6] is erkend als co-vergister. Dit betekent dat onderdeel IV van bijlage Aa geldt. Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [bedrijf 1] afvalstoffen (een afvalmengsel) heeft afgegeven aan bedrijven die niet bevoegd waren die afvalstoffen in te zamelen, nuttig toe te passen en/of te verwijderen. Medeplegen Naar het oordeel van de rechtbank dient ten aanzien van het medeplegen een onderscheid te worden gemaakt tussen de periode voor en de periode na 1 juli 2013. Hierbij is het volgende van belang. Op 26 september 2012 is [bedrijf 19] opgericht. Het bedrijf wordt bestuurd door verdachte. Volgens de gegevens van de Kamer van Koophandel bestaan de activiteiten van [bedrijf 19] uit inzameling van onschadelijk afval, groothandel in overige oude materialen en afvalstoffen en inzameling en/of handel in organische rest- en afvalstoffen. Uit onderzoek is gebleken dat de inhoud van de websites van [bedrijf 1] en [bedrijf 19] identiek is. Beide bedrijven maken gebruik van hetzelfde ip-adres. Dit betekent dat er een onderlinge verhouding bestaat tussen domeinnaamhouders. In de brief van [bedrijf 1] van 26 juni 2013 aan haar relaties, met als onderwerp: ‘Overname van activiteiten’, wordt verzocht om het correspondentieadres te veranderen van [bedrijf 1] in [bedrijf 19] . De verwerkingslocatie blijft [bedrijf 1] . De reden van oprichting van [bedrijf 19] was gelegen in het feit dat er een aantal B.V.’s onder één B.V. zouden worden gehangen. Maar omdat de vergunning van [bedrijf 1] niet mee kon naar [bedrijf 19] , is het niet gelukt om alles onder [bedrijf 19] te laten vallen, zo heeft [getuige 8] verklaard. Alle klanthandelingen waren al wel omgezet en als het gaat om leidinggeven en bestuursfuncties is alles overgegaan van [bedrijf 1] naar [bedrijf 19] . Ook verdachte heeft verklaard dat [bedrijf 1] de vergunning had en dat [bedrijf 19] er administratief boven hing. Het personeel is overgenomen door [bedrijf 19] . De locatie was van [bedrijf 1] , maar op de facturen werd [bedrijf 19] vermeld. Naar het oordeel van de rechtbank geldt voor de periode na 1 juli 2013 dat sprake is geweest van medeplegen. Uit het bovenstaande volgt dat er een zeer nauwe en bewuste samenwerking bestond tussen [bedrijf 1] en [bedrijf 19] . De rechtbank stelt vast dat in de periode na 1 juli 2013 afval is afgegeven aan de [bedrijf 4] te Apeldoorn, [bedrijf 18] , [bedrijf 6] , [bedrijf 8] , [bedrijf 9] , [bedrijf 10] , [bedrijf 11] , [bedrijf 12] en [bedrijf 13] . Zij verwijst naar de bewijsmiddelen zoals die zijn opgenomen in de volgende dossiers: - zaaksdossier [bedrijf 3] : selectiedossiers 6, 7, 8 en 9; - zaaksdossier [bedrijf 2] : selectiedossiers 5, 6, 7, 8 en 9; - zaaksdossier [bedrijf 14] -vetresidu: selectiedossiers 5, 6, 7, 8 en 9; - zaaksdossier [bedrijf 14] -zuurwater: selectiedossiers 5, 6, 7, 8 en 9. Opzettelijk handelen De rechtbank stelt vast dat afvalstoffen zijn afgegeven aan andere bedrijven met vermelding van de benamingen ‘c.1.12 waterig lecithine-oliemensel’ (hierna: ‘wlom’) dan wel ‘c.2.3 uitgepakte voedingsmiddelen’ . Dit zijn stoffen die voorkomen op de bijlage Aa-lijst en dus mogen worden ontvangen door de co-vergisters. Zoals bewezen is verklaard heeft [bedrijf 1] feitelijk afvalstoffen afgegeven die niet mochten worden ontvangen door de bedrijven waaraan [bedrijf 1] leverde. Naar het oordeel van de rechtbank volgt de opzet van [bedrijf 1] uit het gebruik van onjuiste benamingen op de begeleidingsbrieven. [getuige 8] heeft verklaard dat verdachte vaststelde of een bedrijf waaraan afvalstoffen werden geleverd die stoffen mocht ontvangen. Verdachte bepaalde ook dat de benaming ‘wlom’ moest worden gebruikt. [getuige 8] heeft verder verklaard dat [bedrijf 1] het afval zelf niet ontving onder de naam ‘wlom’, zodat [bedrijf 1] het ook ni In artikel 10.44 van de Wet milieubeheer is vermeld dat degene die bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen vervoert, verplicht is een begeleidingsbrief als bedoeld in artikel 10.39 bij die afvalstoffen aanwezig te hebben zolang hij die afvalstoffen onder zich heeft. Bij controle dient een begeleidingsbrief te worden getoond zodat gecontroleerd kan worden welke stof wordt vervoerd. Bij vermelding van een onjuiste code wordt verhuld wat er wordt vervoerd en wordt ontvangen door de afnemers. En bij vermelding van de onjuiste ontdoener/ontvanger wordt de werkelijke ontdoener of de werkelijke ontvanger verhuld. Hieruit en uit de aard van dit document vloeit naar het oordeel van de rechtbank het oogmerk van misleiding voort. Medeplegen Ten aanzien van de vraag of sprake is van medeplegen verwijst de rechtbank naar haar overwegingen bij feit 2. Voor dit feit komt de rechtbank tot medeplegen ten aanzien van de documenten zoals die zijn opgenomen in selectiedossiers 6, 7, 8 en 9 (documenten K1, L1, M1, N1, O1 en P1). Opzettelijk handelen Gelet op de artikelen 10.38 en 10.39 Wet milieubeheer in onderling verband en samenhang bezien, is degene die zich van de afvalstoffen ontdoet degene die verantwoordelijk is voor de (juiste/volledige) invulling van de begeleidingsbrief. Op die begeleidingsbrief moet op grond van artikel 10 van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen ook de euralcode worden vermeld. Uit de verklaring van een medewerker van het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (hierna: LMA) volgt dat de ontdoener van het afval de euralcode moet verstrekken, maar dat het in de praktijk vaak de ontvanger is die de euralcode bepaalt. Met betrekking tot de euralcodes zoals die zijn vermeld op de begeleidingsbrieven van het vervoer van afval van [bedrijf 3] naar [bedrijf 1] overweegt de rechtbank het volgende. [getuige 12] , managing director bij [bedrijf 3] , heeft verklaard dat hij verantwoordelijk is voor het toekennen van de euralcode aan het proceswater. Ook chauffeur [getuige 13] heeft verklaard dat [bedrijf 3] de euralcode heeft ingevuld op de begeleidingsbrieven. De rechtbank overweegt dat uit deze verklaringen volgt dat [bedrijf 3] zelf de euralcode van het door hen geleverde afval bepaalde. Dit maakt echter niet dat er van opzet bij [bedrijf 1] geen sprake is geweest. Daarbij is het volgende van belang. In het AV-beleid van [bedrijf 1] is opgenomen dat alleen producten die kunnen worden ondergebracht onder de in bijlage I vermelde codes kunnen worden geaccepteerd binnen de inrichting. De acceptatieprocedure is bedoeld om voldoende informatie te ontvangen om te kunnen beoordelen of het aangeboden product mag worden geaccepteerd binnen de inrichting. Zoals onder feit 1 bewezen is verklaard, heeft [bedrijf 1] zich, ook ten aanzien van de afvalstoffen van [bedrijf 3] , niet aan dit beleid gehouden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [bedrijf 1] , door niet te controleren of de door [bedrijf 3] gehanteerde euralcode juist was, bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat die code niet zou kloppen. De rechtbank is van oordeel dat deze verantwoordelijkheid zeker op [bedrijf 1] rustte, omdat [bedrijf 1] zelf ook weer afval afzette bij andere bedrijven. [bedrijf 1] was dus ook een ontdoener en daarmee had [bedrijf 1] de wettelijke plicht om de euralcode voor dat afval te bepalen. De rechtbank overweegt dat die verantwoordelijkheid ook betekent dat gecontroleerd moet worden wat er op de inrichting wordt ontvangen. Dan volstaat het niet te vertrouwen op de door de ontdoener verstrekte informatie. Naar het oordeel van de rechtbank was de kans dat de door [bedrijf 3] genoemde euralcode, te weten 02.03.99, niet zou kloppen, aanmerkelijk. Euralcodes beginnend met 02 zien op afval van landbouw, tuinbouw, aquacultuur, bosbouw, jacht, visserij en de voedingsbereidings- en verwerkingsindustrie. Codes beginnend met 02.03 zien op afval van de bereiding en verwerking van fruit, groente, granen, spijsolie, cacao, koff Op de begeleidingsbrieven die horen bij het vervoer van afval van [bedrijf 1] naar [bedrijf 8] (nummer AB37357533 , document L2) en [bedrijf 9] (nummer AB37361473 , document M2) staat euralcode 020304 vermeld. Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat op alle in de tenlastelegging opgenomen documenten een onjuiste euralcode is vermeld. De rechtbank verwijst naar haar overwegingen bij feit 3 ten aanzien van het gebruik van begeleidingsbrieven. Medeplegen Ten aanzien van de vraag of sprake is van medeplegen verwijst de rechtbank naar haar overwegingen bij feit 2. Voor dit feit komt de rechtbank tot medeplegen ten aanzien van de documenten zoals die zijn opgenomen in selectiedossiers 5, 6, 7, 8 en 9 (documenten G2, H2, I2, J2, K2, L2, M2, N2, O2, P2, Q2, R2, S2, T2, U2, V2, W2 en X2). Opzettelijk handelen [getuige 14] , van [bedrijf 2] , heeft verklaard dat de begeleidingsbrieven voor het vervoer naar [bedrijf 1] al gedeeltelijk waren voorgedrukt. De datum en de tijd van het transport werden door [bedrijf 2] ingevuld. [getuige 14] heeft geen idee welke euralcode er op de begeleidingsbrief stond. Chauffeur [getuige 13] heeft verklaard dat de begeleidingsbrief bij [bedrijf 2] altijd werd meegenomen vanaf [bedrijf 1] . Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij naar een klant ging om het productieproces te bekijken. Hij nam de code over die de concurrent gebruikte. Hij dacht daar wel over na. Naar het oordeel van de rechtbank had [bedrijf 1] niet mogen volstaan met het overnemen van de door een concurrent gebruikte euralcode. Zoals ook ten aanzien van feit 3 is overwogen, had [bedrijf 1] een eigen verantwoordelijkheid om de juiste euralcode te bepalen. Ten aanzien van het bepalen van de euralcodes voor het vervoer van [bedrijf 1] naar de afnemers, verwijst de rechtbank naar hetgeen zij hierover bij feit 3 heeft overwogen. Feit 5 (documenten uit zaaksdossiers [bedrijf 14] ) Zaaksdossier [bedrijf 14] - vetresidu Het NFI heeft onderzoek gedaan naar de door [bedrijf 1] aan vergistingsinstallaties afgegeven afvalstoffen. Geconcludeerd is dat afvalstoffen die bij [bedrijf 1] een bewerking hebben ondergaan en/of worden gemengd, onder Euralcode 19.12.11* (overig afval (inclusief mengsels van materialen) van mechanische afvalverwerking dat gevaarlijke stoffen bevat) of 19.12.12 (overig, niet onder 19.12.11* vallend afval (inclusief mengsels van materialen) van mechanische afvalverwerking) vallen, afhankelijk van de vraag of de afvalstoffen al dan niet gevaarlijke stoffen bevatten. De rechtbank stelt vast dat op begeleidingsbrieven van vervoer van afval van [bedrijf 1] naar [bedrijf 11] als euralcode 020399 (nummer AB17017271 , document A3) dan wel 020399/020304/020305 (nummers AB18189117 en AB38100992 , documenten F3 en N3) vermeld staat. Op een begeleidingsbrief van vervoer van afval van [bedrijf 1] naar [bedrijf 13] staat ook 020399/020304/020305 vermeld (nummer AB37362398 , document M3). Hiermee is wettig en overtuigend bewezen dat op deze begeleidingsbrieven onjuiste euralcodes staan vermeld. De rechtbank overweegt dat met betrekking tot een aantal begeleidingsbrieven ten laste is gelegd dat een onjuiste ontvanger dan wel een onjuiste ontdoener is vermeld. De rechtbank stelt vast dat de locatie van [bedrijf 1] in een aantal gevallen als locatie van bestemming is opgenomen in het vak ‘4B’, terwijl uit de bewijsmiddelen die bij de bespreking van de selectiedossiers zijn opgenomen volgt dat sprake is geweest van een rechtstreekse rit, zodat de locatie van [bedrijf 1] niet de bestemming van die rit is geweest. De juiste locatie van bestemming op begeleidingsbrieven met nummers AB05367516 en AB37360888 (documenten B3 en K3) had [bedrijf 12] moeten zijn. [bedrijf 11] had de bestemming moeten zijn op de begeleidingsbrieven met nummers AB17758755 en AB37360890 (documenten D3 en I3). [bedrijf 18] [plaats 11] had de bestemming moeten zijn op begeleidingsbrief met nummer AB01812481 (document G3). De rechtbank stelt v Voor dit feit komt de rechtbank tot medeplegen ten aanzien van de documenten zoals die zijn opgenomen in selectiedossiers 5, 6, 7, 8 en 9 (documenten I4, J4, K4, L4, M4, N4, O4, P4, Q4 en R4). Opzettelijk handelen [getuige 15] van [bedrijf 14] heeft verklaard dat de euralcode normaliter in overleg met de afnemer werd gedaan, zo ook met [bedrijf 1] . De benodigde vervoersdocumenten werden ingevuld door de transporteur (de afnemer). Die zorgde ervoor dat er een pakketje lag met ingevulde formulieren, met uitzondering van datum, gewicht en handtekening. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zelf niet bij [bedrijf 14] is geweest, maar dat hij de code één op één heeft overgenomen van [getuige 8] . Hij heeft er verder niet actief naar gekeken. Zoals al is overwogen bij feit 3 had [bedrijf 1] een eigen, zelfstandige, verantwoordelijkheid om de juiste euralcode te hanteren. Er kon niet worden volstaan met het overnemen van de code van de voorganger van het bedrijf. Ten aanzien van het bepalen van de euralcodes voor het vervoer van [bedrijf 1] naar de afnemers, verwijst de rechtbank naar hetgeen zij hierover bij feit 3 heeft overwogen. Toerekenen van gedragingen aan [bedrijf 1] (feiten 1, 2, 3, 4 en 5) Naar het oordeel van de rechtbank dienen de gedragingen van verdachte te worden toegerekend aan [bedrijf 1] . Het handelen en nalaten van verdachte vielen in de sfeer van [bedrijf 1] . Zijn beslissingen pasten in de normale bedrijfsvoering. Tussenconclusie Dit betekent dat wettig en overtuigend bewezen is dat [bedrijf 1] zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten, met uitzondering van feit 2 voor zover dat ziet op afgifte aan [bedrijf 7] . Feitelijk leidinggeven door verdachte (feiten 1, 2, 3, 4 en 5) Verdachte was in de periode zoals genoemd in de tenlastelegging aandeelhouder en directeur van [bedrijf 1] , via [bedrijf 21] Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit hetgeen in het voorgaande is opgenomen, dat het verdachte was die de lijnen binnen [bedrijf 1] uitzette. Hij was niet alleen op papier de directeur, maar speelde een hele grote rol bij de dagelijkse gang van zaken. Dit was zowel intern als extern het geval. Met betrekking tot dit laatste wijst de rechtbank op een aantal verklaringen. Komen ( [bedrijf 3] ) heeft verklaard dat het verdachte was die langs is geweest om gesprekken te voeren over het proceswater. [getuige 15] ( [bedrijf 14] ), heeft verklaard alleen verdachte persoonlijk te hebben ontmoet toen verdachte een bezoek bracht aan [bedrijf 14] . Ook verdachte zelf heeft verklaard dat hij naar klanten ging om het productieproces te bekijken. Toezichthouder [getuige 16] heeft verklaard dat verdachte het eerste aanspreekpunt was voor de Omgevingsdienst Noord-Veluwe. Zoals al eerder is opgenomen, heeft [getuige 7] een keer de hele omgevingsvergunning met verdachte doorgelopen. Uit deze verklaringen en omstandigheden volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het verdachte was die [bedrijf 1] naar buiten toe vertegenwoordigde. De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich ten aanzien van de vergunningvoorschriften niet kan verschuilen achter zijn KAM-functionaris. Verdachte was als directeur/enig aandeelhouder van zowel [bedrijf 1] als [bedrijf 19] bevoegd en redelijkerwijs gehouden te voorkomen dat werd gehandeld in strijd met de vergunning. Ook heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat werd gehandeld in strijd met de vergunning. Verdachte was op de hoogte van de vergunde euralcodes en de hele vergunning is met hem besproken. Ook is door de provincie aangegeven dat [bedrijf 1] onjuiste euralcodes gebruikte. Verdachte had er dan ook zorg voor moeten dragen dat door [bedrijf 1] geen onvergunde afvalstoffen werden ontvangen en dat ook overigens werd voldaan aan de voorschriften. 3 Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: 1. [bedrijf 1] (met kvk nr: [nummer] ) op één of meer tijdst [bedrijf 1] (met kvk nr: [nummer] ) op één of meer tijdstippen in de periode van 6 februari 2012 tot en met 25 juni 2014, in de gemeente Putten en /of gemeente Apeldoorn en /of gemeente Horst aan de Maas en /of gemeente Tiel en /of gemeente Súdwest-Fryslân en /of gemeente Schagen en /of gemeente Venray en /of gemeente Hoogeveen en /of gemeente Tietjerksteradeel althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, zich opzettelijk heeft ontdaan van bedrijfsafvalstoffen en/of gevaarlijke afvalstoffen, te weten een afvalmengsel, door afgifte aan: - " [bedrijf 4] te Apeldoorn" en /of - " [bedrijf 5] " en /of - " [bedrijf 6] " en /of - " [bedrijf 7] " en/of - " [bedrijf 8] " en /of - " [bedrijf 9] "en /of - " [bedrijf 10] en /of - " [bedrijf 11] " en /of - " [bedrijf 12] " en /of - " [bedrijf 13] , terwijl die /dit bedrij (f)( ven ) niet bevoegd waren die afvalstof ( fen ) in te zamelen en/of te verwerken en/of nuttig toe te passen en/of te verwijderen, zulks terwijl hij, verdachte, toen en daar tot het hiervoor omschreven strafbare feit opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging feitelijk leiding heeft gegeven; en [bedrijf 1] (met kvk nr: [nummer] ) op één of meer tijdstippen in de periode van 6 februari 2012 tot en met 25 juni 2014, in de gemeente [plaats 11] en /of gemeente Apeldoorn en /of gemeente Horst aan de Maas en /of gemeente Tiel en /of gemeente Súdwest-Fryslân en /of gemeente Schagen en /of gemeente Venray en /of gemeente Hoogeveen en /of gemeente [gemeente 2] althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander (en), althans alleen, zich opzettelijk heeft ontdaan van bedrijfsafvalstoffen en/of gevaarlijke afvalstoffen, te weten een afvalmengsel, door afgifte aan: - " [bedrijf 4] te [plaats 3] " en /of - " [bedrijf 5] " en /of - " [bedrijf 6] " en /of - " [bedrijf 7] " en/of - " [bedrijf 8] " en /of - " [bedrijf 9] "en /of - " [bedrijf 10] en /of - " [bedrijf 11] " en /of - " [bedrijf 12] " en /of - " [bedrijf 13] , terwijl die /dit bedrij (f)( ven) niet bevoegd waren die afvalstof ( fen ) in te zamelen en/of te verwerken en/of nuttig toe te passen en/of te verwijderen, zulks terwijl hij, verdachte, toen en daar tot het hiervoor omschreven strafbare feit opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging feitelijk leiding heeft gegeven; 3. [bedrijf 1] (met kvk nr: [nummer] ) op één of meer tijdstippen in de periode van 4 februari 2012 tot en met 25 juni 2014, in de gemeente Putten en/of Rotterdam en/of Amsterdam en/of Heerhugowaard , althans in Nederland , tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, (zaaksdossier [bedrijf 3] ) (A1) - een begeleidingsbrief, nummer AB21523092 (bijlagendossier map 2 blz 4000641) en /of (B1) - een begeleidingsbrief, nummer AB17333357 (bijlagendossier map 1 blz 4000383) en /of (C1) - een begeleidingsbrief, nummer AB21523213 (bijlagendossier map 2 blz 4000635) en /of (D1) - een begeleidingsbrief, nummer AB17333911 (bijlagendossier map 1 blz 4000402) en /of (E1) - een begeleidingsbrief, nummer AB21523381 (bijlagendossier map 2 blz 4000631) en /of (F1) - een begeleidingsbrief, nummer AB17756870 (bijlagendossier map 1 blz 4000416) en /of (G1) - een begeleidingsbrief, nummer AB21522743 (bijlagendossier map 2 blz 4000627) en /of (H1) - een begeleidingsbrief, nummer AB01817048 (bijlagendossier map 2 blz 4000597) en /of (I1) - een begeleidingsbrief, nummer AB21823018 (bijlagendossier map 2 blz 4000623) en /of (J1) - een begeleidingsbrief, nummer AB18187959 (bijlagendossier map 2 blz 4000606) en/of ( elk ) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft /hebben opgemaakt of vervalst, immers heeft [bedrijf 1] en/of zijn medeverdachte(n) valselijk op die begeleidingsbrie (f)( ven ) : (Zaaksdossier [bedrijf 3] ) (A1) - als Euralcode 020399 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 161001* of 161002 was en /of (B1) - als Euralcode 020399 inge en [bedrijf 1] (met kvk nr: [nummer] ) op één of meer tijdstippen in de periode van 4 februari 2012 tot en met 25 juni 2014, in de gemeente Putten en/of Rotterdam en/of Amsterdam en/of Heerhugowaard, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander (en) , althans alleen, (Zaaksdossier [bedrijf 14] , vetresidu) (G3) - een begeleidingsbrief, nummer AB01812481 (bijlagendossier map 2 blz 4000737) en /of (H3) - een begeleidingsbrief, nummer AB37359261 (bijlagendossier map 2 blz 4000869 ) en /of (I3) - een begeleidingsbrief, nummer AB37360890 (bijlagendossier map 2 blz 4000719 ) en/ of (J3) - een begeleidingsbrief, nummer AB05374091 (bijlagendossier map 2 blz 4000849) en /of (K3) - een begeleidingsbrief, nummer AB37360888 (bijlagendossier map 2 blz 4000716) en /of (L3) - een begeleidingsbrief, nummer AB37360572 (bijlagendossier map 2 blz 4000889) en /of (M3) - een begeleidingsbrief, nummer AB37362398 (bijlagendossier map 2 blz 4000873) en /of (N3) - een begeleidingsbrief, nummer AB38100992 (bijlagendossier map 2 blz 4000815 ) en /of (Zaaksdossier [bedrijf 14] , zuurwater) (I4) - een begeleidingsbrief, nummer AB18187417 (bijlagendossier map 2 blz 4000588) en /of (J4) - een begeleidingsbrief, nummer AB37359930 (bijlagendossier map 2 blz 4000851) en /of (K4) - een begeleidingsbrief, nummer AB37361191 (bijlagendossier map 2 blz 4000732) en /of (L4) - een begeleidingsbrief, nummer AB37358920 (bijlagendossier map 2 blz 4000567) en /of (M4) - een begeleidingsbrief, nummer AB37361934 (bijlagendossier map 1 blz 4000046) en /of (N4) - een begeleidingsbrief, nummer AB37357926 (bijlagendossier map 2 blz 4000821) en /of (O4) - een begeleidingsbrief, nummer AB37361933 (bijlagendossier map 1 blz 4000036) en /of (P4) - een begeleidingsbrief, nummer AB38158547 (bijlagendossier map 2 blz 4000861) en /of (Q4) - een begeleidingsbrief, nummer AB38158311 (bijlagendossier map 1 blz 4000205) en /of (R4) - een begeleidingsbrief, nummer AB38158116 (bijlagendossier map 1 blz 4000071) , ( elk ) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/ hebben opgemaakt of vervalst, immers hebben [bedrijf 1] en /of haar medeverdachte (n) valselijk op die begeleidingsbrie (f)( ven ) : (Zaaksdossier [bedrijf 14] , vetresidu) (G3) - in het veld 4B als locatie van bestemming " [bedrijf 1] , [adres 2] , [plaats 6] " aangegeven terwijl dit " [bedrijf 5] , [adres 9] , [plaats 11] ", moest zijn en /of (H3) - in het veld 3A en /of 3B als ontdoener en /of locatie van herkomst " [bedrijf 1] , [adres 2] , [plaats 6] " aangegeven terwijl dit " [bedrijf 14] , [adres 5] , [plaats 7] " en/of " [bedrijf 14] , [adres 10] , [plaats 12] ", moest zijn en /of (I3) - in het veld 4B als locatie van bestemming " [bedrijf 1] , [adres 2] , [plaats 6] " aangegeven terwijl dit " [bedrijf 11] , [adres 7] , [plaats 9] ", moest zijn en /of (J3) - in het veld 3A als ontdoener " [bedrijf 1] , [adres 2] , [plaats 6] " aangegeven terwijl dit " [bedrijf 14] , [adres 5] , [plaats 7] " en/of " [bedrijf 17] , [adres 11] , [plaats 13] ", moest zijn en /of (K3) - in het veld 4B als locatie van bestemming " [bedrijf 1] , [adres 2] , [plaats 6] " aangegeven terwijl dit " [bedrijf 12] , [adres 3] , [plaats 5] ”, moest zijn en /of (L3) - in het veld 3A en /of 3B als ontdoener en /of locatie van herkomst " [bedrijf 1] , [adres 2] , [plaats 6] " aangegeven terwijl dit " [bedrijf 14] , [adres 5] , [plaats 7] " en/of " [bedrijf 14] , [adres 10] , [plaats 12] ", moest zijn en /of (M3) - als Euralcode 020399 en /of 020304 en /of 020305 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 191211* of 191212 was en /of (N3) - als Euralcode 020399 en /of 020304 en /of 020305 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 191211* of 191212 was en /of (Zaaksdossier [bedrijf 14] , zuurwater) (I4) - als Euralcode 020399 ingevuld, terwijl de Euralcode van de afvalstof die vervoerd werd 161001* of 161002 was en /of (J4) - als Euralcode Het gevorderde beroepsverbod gaat veel te ver. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank overweegt dat verdachte gedurende meerdere jaren leiding heeft gegeven aan bedrijven die hebben gehandeld in strijd met de eisen die aan een bonafide afvalverwerkingsbedrijf gesteld worden. Er is bij [bedrijf 1] structureel afval ontvangen dat niet was vergund en dat afval is in strijd met de vergunningvoorschriften gemengd. Ook op andere onderdelen zijn de vergunningvoorschriften niet in acht genomen. [bedrijf 1] en [bedrijf 19] hebben zich verder schuldig gemaakt aan het afvoeren van grote hoeveelheden afvalstoffen, die alleen door verbranding verwerkt hadden mogen worden, als een afvalstof die geschikt zou zijn voor gebruik in een biovergister. Door de betreffende afvalstof een verkeerde benaming te geven, is de stof terechtgekomen in een biovergister, verwerkt als meststof en vervolgens uitgereden over landbouwgrond. Commerciële belangen en financieel gewin hebben geprevaleerd boven veiligheid. De rechtbank doelt hier niet alleen op risico’s voor de volksgezondheid en op forse milieuschade, maar ook op de fysieke veiligheid van medewerkers van zowel [bedrijf 1] en [bedrijf 19] als andere bedrijven. De rechtbank overweegt verder dat ook sprake is van oneerlijke concurrentie. Afnemers betaalden immers voor een afvalstof die zij mochten ontvangen, namelijk voor producten van de bijlage Aa-lijst, maar ontvingen in werkelijkheid een product waarvoor de prijzen veel lager lagen. Ten slotte hebben [bedrijf 1] en [bedrijf 19] zich veelvuldig schuldig gemaakt aan het (mede)plegen van valsheid in geschrift door op de formulieren een onjuiste naam en/of code van de afvalstof te vermelden of een onjuiste ontdoener of ontvanger te vermelden. Verdachte heeft een grote, zo niet doorslaggevende, rol in het geheel gespeeld. De rechtbank weegt mee dat verdachte eerder is veroordeeld voor overtreding van de Wet milieubeheer. De rechtbank vindt in dit verband verder van belang dat eerder onderzoek is gedaan naar afvalverwerkingsbedrijven waar verdachte bij betrokken was en hij er ook toen mee is geconfronteerd dat in strijd met de wet zou zijn gehandeld. De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden passend en geboden is. Verdachte heeft zich immers herhaaldelijk en gedurende meerdere jaren schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Een geldboete naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de officier van justitie geëist, acht de rechtbank niet passend en zal de rechtbank daarom niet opleggen. Wel zal zij verdachte als bijkomende straf een onvoorwaardelijk beroepsverbod voor de duur van drie jaar opleggen. De rechtbank acht hierbij van belang dat de tenlastegelegde en bewezenverklaarde feiten geen incidenten betreffen, maar veeleer de vaste bedrijfsvoering van [bedrijf 1] en [bedrijf 19] lijken te representeren. Een laakbare bedrijfsvoering die onder leiding van verdachte werd gevoerd, ondanks frequent toezicht waarbij [bedrijf 1] op haar verantwoordelijkheden en (deels ook) op tekortkomingen is gewezen en ondanks een eerder strafrechtelijk onderzoek. De rechtbank is van oordeel dat dit beroepsverbod mede nodig is om te voorkomen dat verdachte zich weer bezig zal gaan houden met strafbare feiten die te maken hebben met afval(verwerking). Met het vorenstaande drukt de rechtbank ook de ernst van de gepleegde strafbare feiten uit en hierdoor wordt verdachte ervan weerhouden weer zulke feiten te plegen. 8 De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 28, 31, 51, 57, 91 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2, 6 en 7 van de Wet op de economische delicten, art Weergave tanklijsten tank 4 en tank 6 in selectiedossier 6, p. 3100118-3100120 en document L1, begeleidingsbrief nummer AB18189104, p. 4000865. Document M1, begeleidingsbrief nummer AB33961633, p. 4000009 en weergave tanklijst tank 4 in selectiedossier 7, p. 3100135. Weergave tanklijst tank 4 in selectiedossier 7, p. 3100135 en document N1, begeleidingsbrief nummer AB37362186, p. 4000880. Document O1, begeleidingsbrief nummer AB33961754, p. 4000039 en weergave tanklijst tank 4 in selectiedossier 8, p. 3100151. Weergave tanklijst tank 4 in selectiedossier 8, p. 3100151 en document P1, begeleidingsbrief nummer AB38158855, p. 4000016. Weergave tanklijst tank 4 in selectiedossier 9, p. 3100168 en begeleidingsbrief nummer AB38100987, p. 4000859. Proces-verbaal zaaksdossier [bedrijf 2] , p. 3000005-3000006. Document A2, begeleidingsbrief nummer AB04050844, p. 4000810. Weegbon, p. 4000373. Weergave tanklijst stortput in selectiedossier 1, p. 3000034. Weergave tanklijst tank 1 in selectiedossier 1, p. 3000035. Weergave tanklijst tank 1 in selectiedossier 1, p. 3000038 en begeleidingbrief nummer AB17017167. Weergave tanklijst tank 1 in selectiedossier 1, p. 3000040 en begeleidingsbrief nummer AB17017376, p. 4000374. Document B2, begeleidingsbrief nummer AB05367679, p. 4000807 en weergave tanklijst stortput in selectiedossier 2, p. 3000053. Weergave tanklijst stortput en weergave tanklijst tank 2 in selectiedossier 2, p. 3000053-3000054. Document C2, begeleidingsbrief nummer AB05367676, p. 4000804. Weergave tanklijst stortput in selectiedossier 3, p. 3000067. Weergave tanklijst tank 1 in selectiedossier 3, p. 3000068. Weergave tanklijst tank 1 in selectiedossier 3, p. 3000069 en document D2, begeleidingsbrief nummer AB17758528, p. 4000325A. Document E2, begeleidingsbrief nummer AB18188365, p. 4000593. Weergave tanklijst tank 5 in selectiedossier 4, p. 3000085. Weergave tanklijst tank 5 in selectiedossier 4, p. 3000089 en document F2, begeleidingsbrief nummer AB17757574, p. 4000602. Document G2, begeleidingsbrief nummer AB18188645, p. 400774. Weergave tanklijst stortput in selectiedossier 5, p. 3000107. Weergave tanklijst tank 2 in selectiedossier 5, p. 3000113 en document H2, begeleidingsbrief nummer AB18188708, p. 4000573. Document I2, begeleidingsbrief AB37359419, p. 4000777. Weergave tanklijst stortput en tank 1 in selectiedossier 6, p. 3000130-3000131. Weergave tanklijsten tank 1 en tank 2 in selectiedossier 6, p. 3000131-3000132 en document J2, begeleidingsbrief nummer AB37361420, p. 4000106. Weergave tanklijst tank 1 in selectiedossier 6, p. 3000133 en document K2, begeleidingsbrief nummer AB37358874, p. 4000585. Weergave tanklijst tank 1 in selectiedossier 6, p. 3000135 en document L2, begeleidingsbrief nummer AB37357533, p. 4000581. Weergave tanklijsten tank 1 en opslag in selectiedossier 6, p. 3000137 en document M2, begeleidingsbrief nummer AB37361473, p. 4000587. Begeleidingsbrief nummer AB33170402, p. 4000795. Weergave tanklijsten stortput en tank 1 in selectiedossier 7, p. 3000152-3000153. Weergave tanklijsten tank 1 en tank 2 in selectiedossier 7, p. 3000155 en document N2, begeleidingsbrief nummer AB37362029, p. 4000075. Document O2, begeleidingsbrief nummer AB37362150, p. 4000792. Weergave tanklijst stortput in selectiedossier 8, p. 3000168. Weergave tanklijst stortput in selectiedossier 8, p. 3000168-3000169 en weergave tanklijst tank 2 in selectiedossier 8, p. 3000169 en document P2, begeleidingsbrief nummer AB38100939, p. 4000073. Weergave tanklijst stortput in selectiedossier 8, p. 3000168-3000169 en weergave tanklijst tank 2 in selectiedossier 8, p. 3000169 en document Q2, begeleidingsbrief nummer AB38100909, p. 4000060. Document R2, begeleidingsbrief nummer AB37362153, p. 4000789. Weergave tanklijsten stortput en tank 2 in selectiedossier 9, p. 3000186. Weergave tanklijst tank 2 in selectiedossier 9, p. 3000190 en document S2, begeleidingsbrief nummer AB38158079, p. 4000128. Weergave tanklijst tank 2 in selectiedos Weergave tanklijst tank 4 in selectiedossier 4, p. 3200230. Weergave tanklijst tank 4 in selectiedossier 4, p. 3200230 en document H4, begeleidingsbrief AB18189282, p. 4000612. Document I4, begeleidingsbrief nummer AB18187417, p. 4000589 en weergave tanklijst tank 5 in selectiedossier 5, p. 3200245. Weergave tanklijst tank 5 in selectiedossier 5, p. 3200245 en document J4, begeleidingsbrief AB37359930, p. 4000851. Document K4, begeleidingsbrief nummer AB37361191, p. 4000732 en weergave tanklijst tank 5 in selectiedossier 6, p. 3200261. Weergave tanklijst tank 5 en tank 4 in selectiedossier 6, p. 3200261 en document L4, begeleidingsbrief nummer AB37358920, p. 4000567. Document M4, begeleidingsbrief nummer AB37361934, p. 4000047 en weergave tanklijst tank 4 in selectiedossier 7, p. 3200275. Weergave tanklijst tank 4 in selectiedossier 7, p. 3200275 en document N4, begeleidingsbrief nummer AB37357926, p. 4000821. Document O4, begeleidingsbrief nummer AB37361933, p. 4000036 en weergave tanklijst tank 4 in selectiedossier 8, p. 3200290. Weergave tanklijst tank 4 in selectiedossier 8, p. 3200290 en document P4, begeleidingsbrief nummer AB38158547, p. 4000861. Document Q4, begeleidingsbrief nummer AB38158311, p. 4000205 en weergave tanklijst tank 4 in selectiedossier 9, p. 3200306. Weergave tanklijsten tank 4 en tank 6 in selectiedossier 9, p. 3200306 en document R4, begeleidingsbrief nummer AB38158116, p. 4000071. In de Europese Afvalstoffenlijst (Eural) wordt via een stappenplan aan afvalstoffen een code toegekend. Hiermee kan bepaald worden of een afvalstof gevaarlijk is of niet. Alle afvalstoffen vallen onder een van de codes van de Europese afvalstoffenlijst. Indien er sprake is van een gevaarlijke afvalstof, wordt dit weergegeven met een asterisk (*) achter de code. Vergunningvoorschrift 9.5.1, p. 40002599. Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot mengen afvalstoffen, p. 40002517-40002520. NFI rapport van 21 oktober 2014, p. 4001983-4001991 Rapport van het NFI 30 oktober 2014, p. 4002002-4002011. NFI rapport van 11 september 2014, p. 4001626-4001637. Vergunningvoorschrift 3.2.9, p. 40002588. Vergunningvoorschrift 9.1.1, p. 40002597. Onderzoek naar het acceptatie- en verwerkingsbeleid en de administratieve organisatie/interne controle bij [bedrijf 1] , p. 10030. Acceptatie- en verwerkingsbeleid, Administratieve Organisatie en Interne Controle, 31 oktober 2006, p. 4000144. Genoemde voorschriften staan vermeld op p. 4000149 en 4000151. Onderzoek naar het acceptatie- en verwerkingsbeleid en de administratieve organisatie/interne controle bij [bedrijf 1] , p. 10040 ( [bedrijf 2] ) en p. 10042 ( [bedrijf 3] ). Acceptatie- en verwerkingsbeleid, Administratieve Organisatie en Interne Controle, 31 oktober 2006, p. 4000149-4000151. Proces-verbaal bevindingen LMA meldingen [bedrijf 3] , p. 4001571-4001579. Proces-verbaal bevindingen LMA meldingen [bedrijf 2] , p. 4001564-4001570. Acceptatie- en verwerkingsbeleid, Administratieve Organisatie en Interne Controle, 31 oktober 2006, p. 4000150. Rapport Onderzoek naar het acceptatie- en verwerkingsbeleid en de administratieve organisatie/ interne controle bij [bedrijf 1] , 1 april 2015, p. 10039; Analyserapport Grond-, gewas- en milieulaboratorium Zeeuws-Vlaanderen B.V., 1 oktober 2010, p. 4000190. Proces-verbaal van verhoor [getuige 6] , p. 40004560 en p. 40004573. Proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] bij de rechter-commissaris, [geboortedatum] 2016, antwoord op vraag 9 van de raadsman. Proces-verbaal van verhoor [getuige 8] , p. 40004081. Proces-verbaal van verhoor [getuige 9] bij de rechter-commissaris, 14 oktober 2016, antwoord op vragen 8 en 9 van de raadsman. Proces-verbaal van verhoor [getuige 8] , p. 40004083. Proces-verbaal van verhoor [getuige 8] , p. 40004113. Proces-verbaal van bevindingen, p. 4002031-4002033. Proces-verbaal van verhoor van [getuige 11] , p. 40004630-40004631. Proces-verbaal van bevindingen, p. 4002031-4002033. Proces-verbaal van bevindingen, p. 40020