Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2017-11-06
ECLI:NL:RBGEL:2017:6091
vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/326358 / KG ZA 17-454 / 172/871 Vonnis in kort geding van 6 november 2017 in de zaak van [eisende partij] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. M.M. Dezfouli te 's-Gravenhage, tegen naamloze vennootschap ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V. , gevestigd te Apeldoorn, gedaagde, advocaat mr. A.P.E. de Ruiter te Zwolle. Partijen zullen hierna [eisende partij] en Achmea genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 20 september 2017 met producties 1 tot en met 6 de brief van Achmea van 19 oktober 2017 met producties 1 tot en met 14 de mondelinge behandeling, gehouden op 23 oktober 2017 de pleitnota van Achmea. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eisende partij] heeft (onder andere) zijn [voertuig] met kenteken [XX-000-X] (hierna: het voertuig) verzekerd bij Achmea. 2.2. Op de tussen partijen gesloten overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van de Schadepolis (hierna: de Polisvoorwaarden) van toepassing. De Polisvoorwaarden luiden, voor zover hier van belang, als volgt: 5. Wanneer mogen wij een verzekering stoppen zonder opzegtermijn? U betaalt uw premie niet op tijd. (…) U of een verzekerde pleegt fraude. Wij mogen alle verzekeringen binnen de Schadepolis stoppen. (…) (…) (…) Wij mogen de fraude registreren. - Alle verzekeraars in Nederland kunnen dit zien. Bij begrippen ziet u wat wij onder fraude verstaan. (…) Begrippen (…) Fraude U of een verzekerde vertelt niet de waarheid of vertelt niet alles: Of om een vergoeding van ons te krijgen Of om een verzekering af te sluiten of te houden. 2.3. Op 9 november 2016 heeft [eisende partij] met indiening van het Aanrijdingsformulier bij Achmea een vergoeding geclaimd voor schade aan de achterzijde van zijn voertuig, door APK Zoetermeer begroot op € 5.000,00, als gevolg van een aanrijding op 7 november 2016. 2.4. In opdracht van Achmea heeft op 11 november 2016 een onderzoek aan het voertuig plaatsgevonden. Op 23 november 2016 is [eisende partij] door een toedrachtonderzoeker van Achmea gehoord. De resultaten zijn verwerkt in het Post-Crash Voertuig Diagnose rapport van 22 december 2016 (hierna: het rapport). 2.5. Bij brief van 6 januari 2017 heeft Achmea aan [eisende partij] meegedeeld dat zij niet tot uitkering overgaat omdat uit haar onderzoek is gebleken dat [eisende partij] Achmea opzettelijk heeft misleid door niet eerlijk te verklaren over de omstandigheden rondom de aanrijding. 2.6. Verder heeft Achmea in voormelde brief de verzekeringsovereenkomst met [eisende partij] per direct beëindigd en hem meegedeeld dat zijn gegevens voor de duur van acht jaar zijn opgenomen in het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister (hierna: het EVR). 2.7. Achmea, aangesloten bij het Verbond van Verzekeraars, is deelnemer aan het incidentenwaarschuwingssysteem financiële instellingen. In het Protocol Incidentenwaar-schuwingssysteem Financiële Instellingen (hierna: het Protocol) zijn regels vastgelegd ten aanzien van gegevensuitwisseling tussen de aangesloten (financiële) instellingen. In het Protocol is - voor zover van belang - het volgende bepaald: 3Algemeen 3.1 Incidentenregister en Extern Verwijzingsregister 3.1.1. Iedere Deelnemer heeft een Incidentenregister, waarin door de betreffende Deelnemer gegevens van (rechts)personen worden vastgelegd ten behoeve van het in artikel 4.1.1 Protocol genoemde doel, naar aanleiding van of betrekking hebbend op een (mogelijk) Incident. (...) 3.1.2 Aan het Incidentenregister is het Extern Verwijzingsregister gekoppeld. Dit Extern Verwijzingsregister is raadpleegbaar door de Deelnemers, alsmede de Organisatie van de Deelnemers via een Verwijzingsapplicatie en bevat uitsluitend verwijzingsgegevens die onder strikte voorwaarden conform artikel 5.2 Protocol door de Deelnemers mogen worden opgenomen. (…) 4 Incidentenregister 4.1 Doel Incidentenregister 4.1.1 Me (…) 5.3 Verwijdering van gegevens uit het Extern Verwijzingsregister 5.3.1 Indien niet langer aan de voorwaarden van artikel 5.2.1 Protocol wordt voldaan draagt de Deelnemer zorg voor verwijdering van de door de Deelnemer opgenomen Verwijzingsgegevens uit het Extern Verwijzingsregister. De Deelnemer doet dit ook naar aanleiding van een gehonoreerd verzoek tot verwijdering conform artikel 9.4 Protocol. 5.3.2 Verwijdering van Verwijzingsgegevens uit het Extern Verwijzingsregister moet plaatsvinden uiterlijk 8 jaar na opname van het betreffende gegeven in het Incidentenregister, tenzij zich ten aanzien van de betreffende (rechts)persoon een nieuwe aanleiding heeft voorgedaan en opname in het Extern Verwijzingsregister conform artikel 5.2.1 Protocol heeft plaatsgevonden. 3 Het geschil 3.1. [eisende partij] vordert samengevat - Achmea te veroordelen tot verwijdering van zijn gegevens uit het Incidentenregister en het EVR, zulks op straffe van een dwangsom, alsmede Achmea te veroordelen om de beëindiging van de verzekeringsovereenkomst ongedaan te maken en voor recht te verklaren dat de schade van [eisende partij] moet worden vergoed, een en ander met veroordeling van Achmea in de proceskosten en de nakosten. 3.2. Achmea voert gemotiveerd verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Het spoedeisend belang van de vordering vloeit voort uit de stelling van [eisende partij] dat het voor hem als eigenaar van een garage van groot belang is om auto’s te kunnen verzekeren, hetgeen door de registratie van zijn gegevens volgens hem niet langer mogelijk is. 4.2. In deze procedure moet worden beoordeeld of voorshands voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure komt vast te staan dat Achmea heeft voldaan aan (I) de voorwaarden voor opname van de gegevens van [eisende partij] in het Incidentenregister en het EVR en (II) de voorwaarden voor beëindiging van de overeenkomst. (zie ook: Hof Arnhem-Leeuwarden 27 mei 2017, ECLI:NL:GHARL:2014:4259) Gelet op het voorlopig karakter van de kort geding procedure past daarbij geen uitgebreid onderzoek naar de feiten en is geen plaats voor nadere bewijsvoering. Er is in dit geval geen reden om van deze regel af te wijken. De voorzieningenrechter baseert de beslissing daarom op feiten en erkende of onweersproken stellingen of stellingen die voorshands aannemelijk zijn geworden. (I) Opname gegevens in Incidentenregister en EVR 4.3. Niet te ontkennen valt dat opname in het Incidentenregister en, met name, in het daaraan gekoppelde EVR, verstrekkende gevolgen kan hebben. Alle deelnemende instanties kunnen immers door toetsing in het EVR vaststellen dat er sprake is van opname in het Incidentenregister van een andere deelnemer waarna zij vervolgens nadere informatie kunnen opvragen omtrent de reden van opname. Dit kan ertoe leiden dat niet alleen de deelnemer die tot opname in het Incidentenregister is overgegaan maar ook andere deelnemers hun diensten aan de opgenomen persoon zullen weigeren. Gelet hierop dienen hoge eisen te worden gesteld aan de gronden van Achmea voor opname van de gegevens van [eisende partij] in deze registers. Opname in het Incidentenregister en het EVR kan alleen indien dit in overeenstemming is met de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp) en het Protocol, zoals hier overigens onbestreden is. Verder dient bij opname in het EVR volgens vaste jurisprudentie sprake te zijn van opzettelijke benadeling van de verzekeraar. 4.4. De voorzieningenrechter acht het voorshands aannemelijk dat van een dergelijke opzettelijke benadeling van Achmea sprake is en overweegt daartoe als volgt. 4.5. Niet vast staat welke schade [eisende partij] precies van Achmea heeft geclaimd. In de dagvaarding stelt [eisende partij] dat door de aanrijding op 7 november 2016 schade is ontstaan aan de versnellingsbak, de achteruitrijcamera en de (uitklapbare) achterspoiler van zijn voertuig. In het door [eisende partij] ingevulde Aanri