Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2017-11-01
ECLI:NL:RBGEL:2017:5582
vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen zaaknummer / rolnummer: C/05/306765 / HZ ZA 16-339 Vonnis van 1 november 2017 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , wonende te [plaatsnaam] , gemeente [naam gemeente] , 2. [eiser sub 2] , wonende te [plaatsnaam] , gemeente [naam gemeente] , eisers, advocaat mr. J. Postma te Delft, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SCHOORL RECREATIEBOUW B.V. , gevestigd te Ermelo, gedaagde, advocaat mr. J.F. Hoff te Zwolle. Partijen zullen hierna [eisende partij] en Schoorl Recreatiebouw B.V. genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 7 december 2016 het proces-verbaal van comparitie van 2 februari 2017 de brief van 29 augustus 2017 van [eisende partij] de brief van 6 september 2017 van Schoorl Recreatiebouw B.V. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Schoorl Recreatiebouw B.V. exploiteert een onderneming die zich bezig houdt met het leveren van recreatieobjecten voor de particuliere markt. Zij heeft onder meer de recreatieobjecten op recreatiepark Bospark de Heivlinder te Ermelo gerealiseerd. 2.2. Op 22 februari 2012 heeft De Heivlinder B.V. een perceel grond, deel uitmakend van Bospark de Heivlinder, kavel C21 te Ermelo, voor een bedrag van € 38.625,00 v.o.n. aan [eisende partij] verkocht. De levering van het perceel heeft plaatsgevonden op 9 maart 2012. 2.3. Op 29 februari 2012 heeft [eisende partij] met Schoorl Recreatiebouw B.V. een koopovereenkomst gesloten inzake het recreatieobject Schoorl, type Veluwse Boerderij, op Bospark de Heivlinder te Ermelo. Het betreft model Heidehoeve, 50m2 buitenwerks, voor een bedrag van € 119.800,00 exclusief btw. Overeengekomen is dat het recreatieobject door verkoper sleutelklaar zal worden opgeleverd omstreeks september 2012. 2.4. In november 2012 is het recreatieobject met bitumendakbedekking gerealiseerd. Op dat moment was het overeengekomen kunstrieten dak niet leverbaar. Het kunstrieten dak is alsnog in november 2013 aangebracht. 2.5. Bij brief van 19 december 2013 is Schoorl Recreatiebouw B.V. aangeschreven namens [eisende partij] om de gestelde vochtschade aan het dak te verhelpen en de isolatie van het recreatieobject te controleren, omdat het in de zomer bijzonder warm is en in de winter niet warm te stoken is. Bij gebreke van een tijdige reactie, wordt aangezegd dat een deskundige wordt ingeschakeld om de isolatie te controleren en dat de kosten van het onderzoek en de kosten van het herstel op Schoorl Recreatiebouw B.V. worden verhaald. 2.6. Bij e-mailbericht d.d. 23 december 2013 heeft Schoorl Recreatiebouw B.V. laten weten dat [eisende partij] zich voor de vochtschade, die overigens niet bekend was, tot service@deheivlinder.nl kan wenden, als zijnde de procedure aangaande garanties. Met betrekking tot de isolatie is gesteld dat het recreatieobject voldoende is geïsoleerd, dat van huurders nimmer klachten zijn ontvangen en dat ook hiervoor de procedure aangaande garanties geldt. 2.7. [eisende partij] heeft een deskundigenonderzoek laten verrichten door LPB|SIGHT B.V. De vraag van ing. H.J. de Jong (hierna: de deskundige) van dit bureau aan Schoorl Recreatiebouw B.V. bij e-mail d.d. 30 januari 2014 om te kunnen beschikken over de bouwkundige en installatietechnische gegevens van het recreatieobject, is door Schoorl Recreatiebouw B.V. beantwoord met de opmerking dat deze er niet zijn, omdat het een stacaravan betreft. 2.8. De conclusie van het rapport van de deskundige d.d. 25 maart 2014 is dat uitgaande van toepasselijkheid van het Bouwbesluit de thermische kwaliteit van de gevel en het dak niet toereikend zijn. 2.9. Bij brief van 8 mei 2014 is het rapport van de deskundige namens [eisende partij] aan Schoorl Recreatiebouw B.V. gezonden. Schoorl Recreatiebouw B.V. is aansprakelijk gesteld en verzocht dit te erkennen en zich uit te laten over het na-isoleren van het recreatieobject. 2.10. Bij e-mailbericht d.d. 26 mei 2014 heeft zal veroordelen in de kosten van deze procedure, de buitengerechtelijke kosten, welke buitengerechtelijke kosten kunnen worden gesteld op € 2.500,00, de deskundigenkosten ter hoogte van € 1.867,88, alsmede in de nakosten, waaronder het salaris van de advocaat met de verklaring dat de kostenveroordeling uitvoerbaar zal zijn bij voorraad en de wettelijke rente daarover is verschuldigd met ingang van 14 dagen na de datum van het vonnis. 3.2. [eisende partij] legt aan zijn vorderingen, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, het navolgende ten grondslag. De pas in november 2012 gerealiseerde recreatiewoning was in het eerste jaar provisorisch afgedekt in plaats van met het overeengekomen rieten dak. Daarnaast was sprake van herhaalde klachten en opleveringspunten. In het najaar van 2013 bleek dat de toegepaste isolatie volstrekt ontoereikend was. Het was niet warm te stoken, het vochtgehalte was te groot en er is sprake van vocht, druppelvorming en schimmelvorming. De deskundige concludeert dat de woning niet volgens de minimaal te stellen eisen is geïsoleerd. Gelet op de vastgestelde gebrekkige isolatie dient ervan te worden uitgegaan dat ook de vloer niet voldoende is geïsoleerd. Het Bouwbesluit 2012 is op de recreatiewoning van toepassing. Op grond van de vastgestelde tekortkomingen en non-conformiteit ontbindt [eisende partij] gedeeltelijk de koopovereenkomst. De ongedaanmakingsverbintenis houdt een terugbetalingsverplichting in van € 29.515,63. Voor zover een lager bedrag op grond van de ongedaanmakingsverbintenis wordt toegewezen, vordert [eisende partij] bij wijze van schadevergoeding een bedrag van € 29.515,63 waarop het toegewezen bedrag bij wijze van ongedaanmakingsverbintenis in mindering kan strekken. Subsidiair doet [eisende partij] een beroep op dwaling met een verzoek tot wijziging van de overeenkomst en opheffing van het nadeel. Tevens wordt aanspraak gemaakt op gederfde huurinkomsten. [eisende partij] heeft de woning noodgedwongen uit de verhuur moeten halen. Voorts worden de teveel betaalde stookkosten die een direct gevolg van de slechte isolatie zijn, teruggevorderd. Tot slot worden buitengerechtelijke kosten gevorderd. 4 Het verweer 4.1. Schoorl Recreatiebouw B.V. concludeert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [eisende partij] niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vorderingen, althans deze zal afwijzen, met veroordeling van [eisende partij] in de kosten van de procedure, waaronder het salaris van de advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening en te vermeerderen met de nakosten ter hoogte van € 131,00 zonder betekening van het vonnis en met € 68,00 met betekening van het vonnis. 4.2. Schoorl Recreatiebouw B.V. voert het navolgende verweer. Het feit dat het kunstrieten dak pas in november 2013 is aangebracht, heeft geen invloed gehad op de kwaliteit van de dakbedekking. Een bitumendakbedekking is afdoende en heeft geen vochtschade gegeven in het recreatieobject. Deze problemen heeft [eisende partij] bovendien - aanvankelijk - niet kenbaar gemaakt aan Schoorl Recreatiebouw B.V. Er is te laat geklaagd. Betwist wordt dat de afwezigheid van het kunstrieten dak van invloed is geweest op de verhuurbaarheid van het recreatieobject. Schoorl Recreatiebouw B.V. betwist dat de toegepaste isolatie ontoereikend is, dat het vochtgehalte en de stookkosten daardoor zeer hoog waren, en dat daardoor sprake is van vocht, druppelvorming en schimmelvorming. De energienota is in lijn met die van de andere eigenaren van vergelijkbare recreatieobjecten. Voorts is het deskundigenrapport uitgegaan van verkeerde gegevens en uitgangspunten. Het recreatieobject is vergunningsvrij gebouwd. Het Bouwbesluit 2003 is hierop niet van toepassing. Het gaat niet om een recreatiewoning, maar om een stacaravan op wielen. Als zodanig is het recreatieobject ook ver-/gekocht. De isolatie van de gevel en het dak is voldoende. De reactie va Vooropgesteld wordt dat de conformiteitseis van art. 7:17 BW meebrengt dat de koper van een recreatieobject in beginsel, behoudens andersluidende afspraken, ervan mag uitgaan dat de bouw van het recreatieobject is geschied met inachtneming van de op dat moment geldende voorschriften, ook als die voorschriften niet direct betrekking hebben op gebruiksbepalende eigenschappen of veiligheidsaspecten van het recreatieobject (vergelijk HR 25-02-2005, LJN AR5383). Gesteld noch gebleken is dat partijen op dit punt andersluidende afspraken hebben gemaakt. 5.6. De stelling van Schoorl Recreatiebouw B.V. dat op het recreatieobject het Bouwbesluit niet van toepassing is, wordt niet gevolgd. Vaststaat dat [eisende partij] een nieuw gebouwd recreatieobject heeft gekocht, dat onder meer een woonfunctie en logiesfunctie heeft. In het Bouwbesluit 2003 en 2012 is in artikel 1.2 Begripsbepalingen opgenomen: “ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wordt voorts verstaan onder: (…) logiesfunctie: gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan mensen (2003) /personen (2012) (…) woonfunctie: gebruiksfunctie voor het wonen. ” Het bouwbesluit is gebaseerd op artikel 2 Woningwet. In de thans geldende Woningwet is in artikel 1 lid 1 onder meer bepaald: “Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: (…) – woongelegenheid: a. woning met de daarbij behorende grond of het daarbij behorende deel van de grond; b. woonwagen, zijnde een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst, en c. standplaats, zijnde een kavel die is bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten. (…)” In Bouwbesluit 2003 en Bouwbesluit 2012 wordt voor de toepasselijke normen onderscheid gemaakt tussen woning en woonwagen. 5.7. [eisende partij] heeft niet betwist dat het recreatieobject verplaatsbaar is en na levering van de kavel op de standplaats is geplaatst. Op grond van de wettelijke omschrijving kwalificeert het recreatieobject als een woonwagen en niet als woning. Dit brengt mee dat het door [eisende partij] overgelegde onderzoek onvoldoende onderbouwing geeft voor de omvang van gestelde tekortkoming, alsmede voor die schadeposten waarvan de omvang is onderbouwd door het rapport. 5.8. De rechtbank acht een onafhankelijk deskundigenonderzoek nodig om vast te kunnen stellen of sprake is van onvoldoende isolatie van het recreatieobject en tot welke schade(posten) dit mogelijk heeft geleid. Van Schoorl Recreatiebouw B.V. mag in dit kader worden verwacht dat zij de specificaties van het recreatieobject, dat volgens haar zeggen is gebouwd door Van Arragon Chalet-Bouw, te zijner tijd aan de deskundige(n) ter beschikking zal stellen. Voordat hiertoe wordt overgegaan, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. Indien partijen zich wensen uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige(n), dienen zij daarbij aan te geven over welke deskundige(n) zij het eens zijn, dan wel tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben. De rechtbank zal de zaak hiertoe naar de rol verwijzen. 5.9. De rechtbank is voornemens in ieder geval aan de deskundige(n) te vragen: Kunt u op grond van de informatie over de bouw van het recreatieobject vaststellen of het Bouwbesluit van 2003 of 2012 van toepassing is op het recreatieobject van [eisende partij] ? Heeft de afwezigheid van het kunststofrieten dak tot november 2013 de isolatiewaarde beïnvloed? Zo ja, met welke gevolgen? Voldoet het recreatieobject aan het van toepassing zijnde Bouwbesluit op het punt van technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van energiezuinigheid en