Rechtspraak Rechtbank Gelderland 2017-10-12
ECLI:NL:RBGEL:2017:5314
RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Belastingrecht zaaknummer: AWB 16/5035 uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 12 oktober 2017 in de zaak tussen [X] V.O.F., [A] en [B] te [Z] , eisers (gemachtigde: mr. [gemachtigde] ), en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft aan eisers met dagtekening 19 februari 2016 een informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) gegeven met betrekking tot de heffing van inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2010 tot en met 2013 en met betrekking tot de loonheffingen en omzetbelasting voor de tijdvakken van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2014. Eisers hebben hiertegen bezwaar gemaakt. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 15 juli 2016 de informatiebeschikking gehandhaafd. Eisers hebben daartegen bij brief van 22 augustus 2016, ontvangen door de rechtbank op 23 augustus 2016, beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Bij brief van 6 juli 2017, bij de rechtbank ingekomen op 7 juli 2017, hebben eisers een nader stuk ingediend waarvan afschrift is gezonden aan verweerder. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juli 2017. Overwegingen Feiten 1. De activiteiten van eisers bestaan uit de exploitatie van een privéhuis waar gelegenheid wordt gegeven tot prostitutie. 2. De onderneming wordt onder de naam [X] V.O.F. (de vof) in firmaverband gedreven door mevrouw [A] en de heer [B] (de vennoten). De vennoten zijn gelijkelijk gerechtigd tot het resultaat van de onderneming. 3. In het kader van de invoering van het zogenoemde opting-in systeem heeft verweerder op 16 december 2008 een bedrijfsbezoek aangekondigd. Van dit bedrijfsbezoek is een rapport opgemaakt, gedateerd 27 januari 2009. In het rapport is met betrekking tot de kasadministratie het volgende vermeld: “ De kasadministratie is niet inhoudelijk beoordeeld en gecontroleerd. Aan de administratie kan nog geen goedkeuring worden verleend. Wel is opgemerkt dat de administratie er – voor zover getoond – netjes en verzorgd uitziet.” Verder is tussen verweerder en eisers afgesproken dat in de maanden februari en maart 2009 boekenonderzoeken (deelonderzoeken) omzetbelasting en loonheffing/premie ZVW ingesteld zullen worden. Daarbij is onder meer de volgende afspraak gemaakt: “(…) Vanaf datum bezoek zal de kasadministratie aangepast worden. Kasboekingen zullen op de volgende wijze geschieden:- alle door de klant betaalde bedragen zullen aan de debetzijde (inkomsten) geboekt worden;- alle netto uitbetaalde bedragen aan de dames zullen aan de creditzijde (uitgaven) geboekt worden;- alle overige ontvangsten en stortingen zullen aan de debetzijde (inkomsten) geboekt worden;- alle overige uitgaven en opnames zullen aan de creditzijde (uitgaven) geboekt worden;(…)” 4. Op 18 mei 2009 is een boekenonderzoek bij eisers gestart met betrekking tot de omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2008 tot en met 30 juni 2009 en voor de loonheffingen over het tijdvak 1 juli 2008 tot en met 30 juni 2009. Het rapport van het boekenonderzoek is gedagtekend 18 maart 2010. Voor de omzetbelasting wordt een correctie voorgesteld van € 3.156 minder verschuldigde belasting en voor de loonheffingen een bedrag van € 3.616 aan meer verschuldigde belasting. Met betrekking tot de administratie is in het rapport vermeld dat belastingplichtige voldaan heeft aan de administratieve verplichtingen die wettelijk zijn voorgeschreven. 5. Op 7 april 2015 is een boekenonderzoek bij eisers gestart waarbij de aanvaardbaarheid van de aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen van de vennoten voor de jaren 2010 tot en met 2013 is onderzocht. Voorts is onderzocht de aanvaardbaarheid van de aangiften omzetbelasting en de aangiften loonheffingen over de tijdvakken 1 januari 2010 tot en met 31 december 2014. Hiervan zijn (concept-)rapporten opgemaakt, Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder hierin niet geslaagd. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. 10. Niet in geschil is dat de vof in de onderhavige jaren een administratie voert die voldoet aan de voorschriften van het opting-in systeem. Dagelijks wordt op de “aanwezigheidslijst” aangetekend op welk tijdstip een medewerkster binnenkomt en vertrekt. Op de “omzetdagstaat” wordt de werknaam van de medewerkster aangetekend alsmede het tijdstip waarop zij met de klant naar de kamer gaat en van de kamer terugkomt, het kamernummer, het aandeel in de bruto-ontvangst van de medewerkster en de vof, het bedrag aan BTW, het aandeel van de vof en de medewerkster ex BTW. Vervolgens worden op de “verzameldagstaat” de inkomsten en inhoudingen van de medewerksters uitgesplitst. Het op de verzameldagstaat vermelde bedrag aan netto-verdiensten wordt aan het einde van de (werk)dag contant aan de betreffende medewerkster uitbetaald. Aan de hand van de hiervoor vermelde staten voert de accountant de loonadministratie. Daarnaast voert de vof een kasadministratie. Een discrepantie tussen hetgeen op de staten en in de kasadministratie is vermeld is niet geconstateerd. 11. Verweerder doet zijn standpunt dat niet voldaan is aan de administratieplicht steunen op de stelling dat niet alle zakelijke inkomsten en uitgaven zouden zijn geadministreerd. Eisers hebben een en ander gemotiveerd betwist. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder tegenover de door eisers overgelegde andersluidende verklaringen van de vennoten en van twee medewerksters niet aannemelijk gemaakt dat de uitgaven voor condooms alsmede voor koffie en thee zijn aan te merken als zakelijke uitgaven, die ten onrechte niet in de administratie van eisers zijn verwerkt. De verklaring van de vennoten, ondersteund door de verklaringen van de medewerksters, dat deze uitgaven voor rekening komen van de medewerksters acht de rechtbank geloofwaardig. De constatering dat één van de negen door verweerder overgelegde facturen van de leverancier van de condooms is betaald van de zakelijke bankrekening van de vof en daartegenover geen vergoeding van (één van) de medewerksters is geboekt, is onvoldoende om de administratie te verwerpen. Dat de (marginale) kosten voor schoonmaakartikelen door eisers niet als zakelijke kosten in de administratie zijn verwerkt maakt dit niet anders. 12. Voor de stelling van verweerder dat de inkomsten niet volledig zouden zijn geadministreerd heeft hij voorts gewezen op de uitkomsten van de door de controlerend ambtenaren uitgevoerde chi-kwadraattoets, een door hen aan de hand van het aantal afgenomen condooms berekende theoretische omzet en een door hen gemaakte vergelijking van de voor de vennoten voor privé-uitgaven beschikbare middelen met NIBUD-normbedragen. Gelet op al hetgeen eisers hieromtrent hebben aangevoerd en verklaard is de rechtbank van oordeel dat verweerder de juistheid van zijn stelling niet aannemelijk heeft gemaakt. Voor wat betreft de chi-kwadraattoets hebben eisers er terecht op gewezen dat de vof vaste prijzen hanteert en dat de inhoudingen aan BTW, loonheffing en bijdrage Zorgverzekeringswet per jaar steeds in dezelfde verhouding tot die prijzen staan. Het meer dan gemiddeld voorkomen van bepaalde eindcijfers in de administratie vindt hierin zijn oorzaak en duidt – anders dan verweerder meent – op zich genomen niet op gefingeerde dagomzetten. De berekening van de theoretische omzet is gebaseerd op de veronderstelling dat per klant één condoom wordt verbruikt. De door eisers overgelegde verklaringen van de werkneemsters, die de rechtbank geloofwaardig acht, wijzen uit dat het geen uitzondering is dat per klant meerdere condooms worden gebruikt. Nu de theoretische omzetberekening gebaseerd is op een onjuiste veronderstelling kan deze geen ondersteuning bieden voor de stelling van verweerder. Met betrekking tot de vergelijking van de uit de administratie blijkende voor de vennoten voor privé-uitgaven beschikbare middelen met d