Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-24
ECLI:NL:RBDHA:2026:9933
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,019 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9933 text/xml public 2026-05-01T18:00:10 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-24 NL25.53773 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9933 text/html public 2026-04-28T11:01:51 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9933 Rechtbank Den Haag , 24-04-2026 / NL25.53773 Beroep tegen een aanvullend terugkeerbesluit. Op de juiste wijze bekendgemaakt. Beroep ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL25.53773 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. A. Habib-Portier), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M. Weerman). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het aan eiser opgelegde aanvullend terugkeerbesluit. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het terugkeerbesluit. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het terugkeerbesluit in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank verder uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Bij besluit van 17 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser een aanvullend terugkeerbesluit opgelegd. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1988. 2.1. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. 2.2. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank Wat is het betoog van eiser? 3. Eiser bestrijdt dat het bestreden besluit aan hem is uitgereikt. Er bevindt zich geen uitreikingsblad in het dossier. Als er vanuit moet worden gegaan dat het besluit wel is uitgereikt, dan is het niet op de juiste wijze bekendgemaakt, aangezien het niet ook aan zijn gemachtigde is toegezonden. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. Uit artikel 3.104, vijfde lid, van het Vb en artikel 3:41, tweede lid van de Awb volgt dat een terugkeerbesluit wordt bekend gemaakt door uitreiking of door toezending naar het laatst bekende adres. Toezending aan de gemachtigde is dus geen vereiste. 4.1. Niet in geschil is dat er geen uitreikingsblad in het dossier zit. Wel bevindt zich in het dossier een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal waaruit blijkt dat aan eiser op 17 oktober 2025 om 22:26 uur op het politiebureau te Eindhoven een aanvullend terugkeerbesluit is opgelegd en dat een afschrift onmiddellijk aan eiser is uitgereikt. De rechtbank ziet geen aanleiding daaraan te twijfelen. 4.2. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 5. Omdat eiser verder geen inhoudelijke gronden tegen het bestreden besluit heeft aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat de minister terecht het aanvullende terugkeerbesluit heeft opgelegd. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling is dan ook geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Korporaal-Wisman, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over het hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. op grond van artikel 8:54 van de Awb Vreemdelingenbesluit 2000 Algemene wet bestuursrecht
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9933 text/xml public 2026-05-01T18:00:10 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-24 NL25.53773 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9933 text/html public 2026-04-28T11:01:51 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9933 Rechtbank Den Haag , 24-04-2026 / NL25.53773 Beroep tegen een aanvullend terugkeerbesluit. Op de juiste wijze bekendgemaakt. Beroep ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL25.53773 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. A. Habib-Portier), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M. Weerman). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het aan eiser opgelegde aanvullend terugkeerbesluit. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het terugkeerbesluit. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het terugkeerbesluit in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank verder uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Bij besluit van 17 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser een aanvullend terugkeerbesluit opgelegd. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1988. 2.1. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. 2.2. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank Wat is het betoog van eiser? 3. Eiser bestrijdt dat het bestreden besluit aan hem is uitgereikt. Er bevindt zich geen uitreikingsblad in het dossier. Als er vanuit moet worden gegaan dat het besluit wel is uitgereikt, dan is het niet op de juiste wijze bekendgemaakt, aangezien het niet ook aan zijn gemachtigde is toegezonden. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. Uit artikel 3.104, vijfde lid, van het Vb en artikel 3:41, tweede lid van de Awb volgt dat een terugkeerbesluit wordt bekend gemaakt door uitreiking of door toezending naar het laatst bekende adres. Toezending aan de gemachtigde is dus geen vereiste. 4.1. Niet in geschil is dat er geen uitreikingsblad in het dossier zit. Wel bevindt zich in het dossier een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal waaruit blijkt dat aan eiser op 17 oktober 2025 om 22:26 uur op het politiebureau te Eindhoven een aanvullend terugkeerbesluit is opgelegd en dat een afschrift onmiddellijk aan eiser is uitgereikt. De rechtbank ziet geen aanleiding daaraan te twijfelen. 4.2. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 5. Omdat eiser verder geen inhoudelijke gronden tegen het bestreden besluit heeft aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat de minister terecht het aanvullende terugkeerbesluit heeft opgelegd. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling is dan ook geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Korporaal-Wisman, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over het hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. op grond van artikel 8:54 van de Awb Vreemdelingenbesluit 2000 Algemene wet bestuursrecht