Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-20
ECLI:NL:RBDHA:2026:9922
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,053 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9922 text/xml public 2026-05-12T15:41:06 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-20 C/09/700560 / JE RK 26-346 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9922 text/html public 2026-04-28T10:23:29 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9922 Rechtbank Den Haag , 20-03-2026 / C/09/700560 / JE RK 26-346 Beschikking van de kinderrechter waarin de minderjarige onder toezicht wordt gesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder wordt verleend. RECHTBANK DEN HAAG Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/700560 / JE RK 26-346 Datum uitspraak: 20 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming , 'sGravenhage, hierna te noemen: de Raad, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. B.S. van Haeften uit Den Haag, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . De kinderrechter merkt als informant aan: Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden , hierna te noemen: de gecertificeerde instelling. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder met haar advocaat; - [naam 1] namens de Raad; - [naam 2] namens de gecertificeerde instelling. De kinderrechter heeft [partner van de vader] , de partner van de vader, en [partner van de moeder] , de partner van de moeder, bijzondere toestemming verleend om als toehoorder bij de zitting aanwezig te zijn. 1.3. De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft geen mening gegeven. 2 De feiten 2.1. [de minderjarige] is gedurende het huwelijk van de vader en de moeder geboren. 2.2. Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden. 2.3. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.4. [de minderjarige] verblijft sinds najaar 2025 op vrijwillige basis bij een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten bij Jeugdformaat; daaraan voorafgaand verbleef zij sinds 29 september 2025 op een crisisplek van Jeugdformaat. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [de minderjarige] onder toezicht te stellen tot aan haar meerderjarigheid. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. [de minderjarige] kampt al lang met ernstige suïcidale klachten, spanningsklachten, paniekaanvallen, een aanhoudend gevoel van innerlijke onrust, en een vol hoofd. [de minderjarige] heeft moeite met slapen en kan (verbale) agressie tonen naar zichzelf en haar moeder. Door haar klachten is de ontwikkeling van [de minderjarige] op meerdere gebieden gestagneerd. Zo gaat [de minderjarige] al langdurig niet naar school en heeft zij geen structurele dagbesteding. Ook heeft [de minderjarige] moeite met het vinden en behouden van aansluiting bij leeftijdsgenoten. [de minderjarige] kijkt mogelijk met angst naar de wereld en dit kan een grote impact hebben op haar leven. Ondanks de langdurige betrokkenheid van hulpverlening, zijn de zorgen over [de minderjarige] toegenomen. [de minderjarige] erkent dat zij hulp moet aannemen, maar heeft moeite met het opbouwen van een vertrouwensrelatie en lijkt in de weerstand te gaan op moeilijke momenten. [de minderjarige] kan daarbij zelfbepalend en manipulerend gedrag laten zien richting de hulpverlening en haar moeder. Gelet op de naderende meerderjarigheid van [de minderjarige] is het noodzakelijk dat op korte termijn duidelijk wordt wat [de minderjarige] nodig heeft om zich veilig en stabiel te kunnen ontwikkelen. Zonder passende specialistische diagnostiek en behandeling blijft het risico bestaan op verdere psychische ontregeling en suïcidaliteit, waarbij [de minderjarige] mogelijk een gevaar is voor zichzelf of anderen. Er is momenteel sprake van een acuut veiligheidsrisico. De vader en de moeder (h)erkennen de zorgen, maar het is hen met hulpverlening in het vrijwillig kader niet gelukt om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] weg te nemen. Het is noodzakelijk dat [de minderjarige] langer op de woongroep verblijft. De thuissituatie bij de moeder is niet langer passend of veilig voor [de minderjarige] vanwege de escalaties die hebben plaatsgevonden en doordat de moeder overvraagd is. Gedurende de uithuisplaatsing moet er duidelijkheid komen over het woonperspectief van [de minderjarige] en er moet gewerkt worden aan haar zelfstandigheidsvaardigheden. 4 De standpunten 4.1. Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder voelt zich machteloos. Zij realiseert zich dat in de korte tijd tot aan de meerderjarigheid van [de minderjarige] niet alle door de Raad benoemde doelstellingen behaald kunnen worden, maar hoopt dat er met hulpverlening wel zoveel mogelijk bereikt kan worden. De huidige vrijwillige plaatsing van [de minderjarige] bij Jeugdformaat staat onder druk doordat [de minderjarige] een groot beroep doet op de hulpverlening. [de minderjarige] heeft een vertrouwensband met haar coach van Jeugdformaat die meer betrokken is dan dat zij normaal zou zijn. [de minderjarige] heeft ook regelmatig het Crisis Interventie Team (CIT) en de huisartsenpost gebeld. Verder heeft de moeder benoemd dat [de minderjarige] een keer naar therapie is gegaan en zich de week erna heeft afgemeld vanwege ziekte, terwijl anderen niet merkten dat zij ziek was. 4.2. De vader stemt ook in met het verzochte. De vader heeft benoemd dat [de minderjarige] ook als zij meerderjarig is nog hulp nodig zal hebben en het lijkt de vader goed als [de minderjarige] een begeleid wonen traject gaat volgen. Voor [de minderjarige] is het erg belangrijk om een vertrouwensband met een hulpverlener op te bouwen en het verschilt hoelang dit duurt. Verder heeft de vader benadrukt dat hij niet achter een gesloten plaatsing zou staan. 4.3. De gecertificeerde instelling ziet dat [de minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd, maar twijfelt of een ondertoezichtstelling een passende maatregel is. Het is niet realistisch dat binnen zes maanden de door de Raad gestelde doelen behaald zullen worden. Daarnaast zal een ondertoezichtstelling betekenen dat er een nieuwe persoon betrokken raakt bij [de minderjarige] , die als [de minderjarige] meerderjarig is haar ook weer zal moeten overdragen naar het vrijwillige kader. Bovendien kan [de minderjarige] niet gedwongen worden tot behandeling. De gecertificeerde instelling denkt wel dat het belangrijk is om nu te kijken naar een vervolgplek waar [de minderjarige] ook na haar meerderjarigheid kan blijven. Mogelijk moet er ook worden gekeken naar het aanvragen van een mentor of een zorgmachtiging. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt ernstig bedreigd. Al vanaf jonge leeftijd kampt [de minderjarige] met ernstige suïcidale gedachten en spanningsklachten. Als gevolg van haar problematiek volgt [de minderjarige] al jaren geen onderwijs meer en momenteel heeft zij ook geen dagbesteding.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9922 text/xml public 2026-05-12T15:41:06 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-20 C/09/700560 / JE RK 26-346 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9922 text/html public 2026-04-28T10:23:29 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9922 Rechtbank Den Haag , 20-03-2026 / C/09/700560 / JE RK 26-346 Beschikking van de kinderrechter waarin de minderjarige onder toezicht wordt gesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder wordt verleend. RECHTBANK DEN HAAG Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/700560 / JE RK 26-346 Datum uitspraak: 20 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming , 'sGravenhage, hierna te noemen: de Raad, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. B.S. van Haeften uit Den Haag, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . De kinderrechter merkt als informant aan: Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden , hierna te noemen: de gecertificeerde instelling. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder met haar advocaat; - [naam 1] namens de Raad; - [naam 2] namens de gecertificeerde instelling. De kinderrechter heeft [partner van de vader] , de partner van de vader, en [partner van de moeder] , de partner van de moeder, bijzondere toestemming verleend om als toehoorder bij de zitting aanwezig te zijn. 1.3. De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft geen mening gegeven. 2 De feiten 2.1. [de minderjarige] is gedurende het huwelijk van de vader en de moeder geboren. 2.2. Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden. 2.3. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.4. [de minderjarige] verblijft sinds najaar 2025 op vrijwillige basis bij een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten bij Jeugdformaat; daaraan voorafgaand verbleef zij sinds 29 september 2025 op een crisisplek van Jeugdformaat. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [de minderjarige] onder toezicht te stellen tot aan haar meerderjarigheid. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. [de minderjarige] kampt al lang met ernstige suïcidale klachten, spanningsklachten, paniekaanvallen, een aanhoudend gevoel van innerlijke onrust, en een vol hoofd. [de minderjarige] heeft moeite met slapen en kan (verbale) agressie tonen naar zichzelf en haar moeder. Door haar klachten is de ontwikkeling van [de minderjarige] op meerdere gebieden gestagneerd. Zo gaat [de minderjarige] al langdurig niet naar school en heeft zij geen structurele dagbesteding. Ook heeft [de minderjarige] moeite met het vinden en behouden van aansluiting bij leeftijdsgenoten. [de minderjarige] kijkt mogelijk met angst naar de wereld en dit kan een grote impact hebben op haar leven. Ondanks de langdurige betrokkenheid van hulpverlening, zijn de zorgen over [de minderjarige] toegenomen. [de minderjarige] erkent dat zij hulp moet aannemen, maar heeft moeite met het opbouwen van een vertrouwensrelatie en lijkt in de weerstand te gaan op moeilijke momenten. [de minderjarige] kan daarbij zelfbepalend en manipulerend gedrag laten zien richting de hulpverlening en haar moeder. Gelet op de naderende meerderjarigheid van [de minderjarige] is het noodzakelijk dat op korte termijn duidelijk wordt wat [de minderjarige] nodig heeft om zich veilig en stabiel te kunnen ontwikkelen. Zonder passende specialistische diagnostiek en behandeling blijft het risico bestaan op verdere psychische ontregeling en suïcidaliteit, waarbij [de minderjarige] mogelijk een gevaar is voor zichzelf of anderen. Er is momenteel sprake van een acuut veiligheidsrisico. De vader en de moeder (h)erkennen de zorgen, maar het is hen met hulpverlening in het vrijwillig kader niet gelukt om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] weg te nemen. Het is noodzakelijk dat [de minderjarige] langer op de woongroep verblijft. De thuissituatie bij de moeder is niet langer passend of veilig voor [de minderjarige] vanwege de escalaties die hebben plaatsgevonden en doordat de moeder overvraagd is. Gedurende de uithuisplaatsing moet er duidelijkheid komen over het woonperspectief van [de minderjarige] en er moet gewerkt worden aan haar zelfstandigheidsvaardigheden. 4 De standpunten 4.1. Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder voelt zich machteloos. Zij realiseert zich dat in de korte tijd tot aan de meerderjarigheid van [de minderjarige] niet alle door de Raad benoemde doelstellingen behaald kunnen worden, maar hoopt dat er met hulpverlening wel zoveel mogelijk bereikt kan worden. De huidige vrijwillige plaatsing van [de minderjarige] bij Jeugdformaat staat onder druk doordat [de minderjarige] een groot beroep doet op de hulpverlening. [de minderjarige] heeft een vertrouwensband met haar coach van Jeugdformaat die meer betrokken is dan dat zij normaal zou zijn. [de minderjarige] heeft ook regelmatig het Crisis Interventie Team (CIT) en de huisartsenpost gebeld. Verder heeft de moeder benoemd dat [de minderjarige] een keer naar therapie is gegaan en zich de week erna heeft afgemeld vanwege ziekte, terwijl anderen niet merkten dat zij ziek was. 4.2. De vader stemt ook in met het verzochte. De vader heeft benoemd dat [de minderjarige] ook als zij meerderjarig is nog hulp nodig zal hebben en het lijkt de vader goed als [de minderjarige] een begeleid wonen traject gaat volgen. Voor [de minderjarige] is het erg belangrijk om een vertrouwensband met een hulpverlener op te bouwen en het verschilt hoelang dit duurt. Verder heeft de vader benadrukt dat hij niet achter een gesloten plaatsing zou staan. 4.3. De gecertificeerde instelling ziet dat [de minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd, maar twijfelt of een ondertoezichtstelling een passende maatregel is. Het is niet realistisch dat binnen zes maanden de door de Raad gestelde doelen behaald zullen worden. Daarnaast zal een ondertoezichtstelling betekenen dat er een nieuwe persoon betrokken raakt bij [de minderjarige] , die als [de minderjarige] meerderjarig is haar ook weer zal moeten overdragen naar het vrijwillige kader. Bovendien kan [de minderjarige] niet gedwongen worden tot behandeling. De gecertificeerde instelling denkt wel dat het belangrijk is om nu te kijken naar een vervolgplek waar [de minderjarige] ook na haar meerderjarigheid kan blijven. Mogelijk moet er ook worden gekeken naar het aanvragen van een mentor of een zorgmachtiging. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt ernstig bedreigd. Al vanaf jonge leeftijd kampt [de minderjarige] met ernstige suïcidale gedachten en spanningsklachten. Als gevolg van haar problematiek volgt [de minderjarige] al jaren geen onderwijs meer en momenteel heeft zij ook geen dagbesteding.