Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-22
ECLI:NL:RBDHA:2026:9732
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
19,927 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9732 text/xml public 2026-05-01T10:28:47 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-22 C/09/686222 / HA ZA 25-495 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9732 text/html public 2026-05-01T10:28:17 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9732 Rechtbank Den Haag , 22-04-2026 / C/09/686222 / HA ZA 25-495 Internationale koop van partijen FeCr door Tjechische onderneming van Indiase onderneming. Levering Ex Works in Rotterdam. Schadeclaim wegens gestelde non-conformiteit. Indiaas recht van toepassing. Tussenvonnis. RECHTBANK Den Haag Team Handel Zaaknummer: C/09/686222 / HA ZA 25-495 Vonnis van 22 april 2026 in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht COMMEXIM GROUP A.S. , te Jilové u Prahy, Tsjechische Republiek, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: Commexim, advocaat: mr. V.R. Pool, te Rotterdam tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht METSIL EXPORTS LTD , te Kollkata, India, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: Metsil, advocaat: mr. R.I.C. Baart, te Rotterdam. 1 De procedure 1.1. Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken: - de dagvaarding van 11 februari 2025, met de producties C1 tot en met C22; - de akte overzicht beslagstukken en -kosten van Commexim, met de producties B-01 tot en met B-15; - de conclusie van antwoord tevens akteverzoek tot wijziging van de partijaanduiding tevens conclusie van eis in reconventie, met de producties M-1 tot en met M-11; - de akte uitlating naamswijziging, tevens conclusie van antwoord in reconventie tevens akte in conventie, met de producties C-23 tot en met C-30; - de akte uitlating producties van Metsil, met productie M-12; - de akte overlegging producties ten behoeve van de mondelinge behandeling van Commexim, met de producties C-31 en C-32; - de akte overlegging producties ten behoeve van de mondelinge behandeling van Commexim, met de producties C-33 tot en met C-38; en - de nadere akte overlegging producties ten behoeve van de mondelinge behandeling van Metsil, met de producties M-14, M-15, M-17, M-18 en M-19. 1.2. Op 23 februari 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak nader toegelicht, pleitaantekeningen overgelegd, vragen van de rechtbank beantwoord en op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken. 1.3. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald. 2 De feiten Op grond van de stukken en hetgeen tijdens de zitting besproken is, wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. introductie partijen 2.1. Commexim is een Tsjechische onderneming die zich onder meer toelegt op de handel en levering van grondstoffen en halffabricaten zoals ferro legeringen en non-ferro metalen voor gieterijen, staalfabrieken en de metallurgische industrie. 2.2. Metsil is een Indiase producent en exporteur van ferro legeringen, met hoofdzetel in Kolkata en een productiefaciliteit in Barjora. Metsil vervaardigt, verhandelt en exporteert jaarlijks circa 115.000 metrische ton (mt) aan ferro legeringen voor de wereldmarkt, waaronder koolstofarm ferrochroom. drie koopovereenkomsten 2.3. In de maanden augustus en september 2024 hebben Commexim en Metsil voor het eerst zaken met elkaar gedaan. Tussen hen zijn drie koopovereenkomsten gesloten voor de levering van achtereenvolgens 50 mt, 12 mt en 25 mt koolstofarm ferrochroom (hierna: ferrochroom), onder toepassing van de Incoterm/transportconditie Ex Works. 2.4. Op 27 augustus 2024 ontving Metsil de purchase order (hierna: PO1) van Commexim voor de koop van 50 mt ferrochroom voor 1,99 USD/lb Cr. Op 3 september 2024 zond Metsil de factuur ter zake van deze overeenkomst, die door Commexim werd voldaan, waarna op 6 september 2024 de unconditional release instructions werden afgegeven waarmee de 50 mt ferrochroom werd geleverd bij de opslagloods van [bedrijf] te Rotterdam (hierna: [bedrijf] ). PO1 is hieronder afgebeeld: 2.5. Op 12 september 2024 ontving Metsil de purchase order (hierna: PO2) van Commexim voor de koop van 12 mt ferrochroom, voor dezelfde prijs als PO1. Op 20 september 2024 zond Metsil de betreffende factuur, die door Commexim werd voldaan, waarna op 24 september 2024 de unconditional release instructions werden afgegeven waarmee de 12 mt ferrochroom werd geleverd bij [bedrijf] . PO2 is hieronder afgebeeld: 2.6. Op 24 september 2024 ontving Metsil de purchase order (hierna: PO3) van Commexim voor de koop van 25 mt ferrochroom, met verwijzing naar het “RC Inspection certificate M20236038” en een prijs van 1,98 USD/lb Cr. Metsil heeft hiervoor geen factuur gestuurd, omdat Commexim deze partij niet meer wilde afnemen. De in opdracht van Metsil uitgevoerde onderzoeken 2.7. De door Metsil aan Commexim geleverde 50 en 12 mt ferrochroom maken onderdeel uit van een partij van 112 mt ferrochroom die door Metsil naar [bedrijf] is verscheept. Metsil heeft deze partij tweemaal laten onderzoeken, de eerste keer ter plaatse van haar productielocatie in India door Bureau Veritas en de tweede keer bij [bedrijf] door RC Inspections. 2.8. Het rapport van Bureau Veritas (hierna: het BV rapport) vermeldt onder meer het volgende: 2.9. Het “INSPECTION AND SAMPLING REPORT (Q)” van RC Inspection van 2 augustus 2024 (M20235579) (hierna: het RC rapport) vermeldt onder meer het volgende: (…) (…) 2.10. Het “CERTIFICATE of ANALYSIS” van RC Inspection van 7 augustus 2024 (M20235579) (hierna: het RC certificaat) vermeldt onder meer het volgende. 2.11. Commexim heeft van de partijen van 50 en 12 mt ferrochroom 25 mt een deel (net iets minder dan) 25 mt verkocht aan één afnemer, MTALX House Ltd. (hierna: MTALX), die het ferrochroom op haar beurt heeft doorverkocht en geleverd aan een Spaanse afnemer. Daarnaast heeft Commexim 25 mt vervoerd naar een opslaglocatie in Tsjechië, vanwaar een gedeelte is doorverkocht en geleverd aan andere afnemers in Europa. Het restant (12 mt) bevindt zich nog bij [bedrijf] . 2.12. Op 14 oktober 2024 heeft Commexim aan Metsil laten weten dat zij van diverse afnemers klachten had ontvangen over de kwaliteit van het ferrochroom. Naar aanleiding van deze klachten heeft Commexim de 12 mt ferrochroom die zich bij [bedrijf] bevindt laten onderzoeken en analyseren door Alfred H. Knight Holland B.V. (hierna: AHK). Metsil was hierbij niet aanwezig. 2.13. Het rapport van AHK van 23 oktober 2024 (hierna: het AHK rapport, bestaande uit een sampling report en een keuringscertificaat, vermeldt onder meer het volgende: (…) 2.14. Bij brief van 31 oktober 2024 heeft Commexim aan Metsil, kort gezegd, meegedeeld dat zij de eerste twee overeenkomsten ontbindt omdat het geleverde ferrochroom niet voldoet aan de overeengekomen specificaties en dat zij Metsil schadeplichtig acht. Commexim heeft Metsil gesommeerd tot terugbetaling van de koopsommen. Commexim heeft bij deze brief ook het rapport van AHK gevoegd. 2.15. Op 16 januari 2025 en op 25 februari 2025 heeft Commexim, na daartoe verkregen verlof van de rechtbank Rotterdam, ten laste van Metsil conservatoir derdenbeslag laten leggen onder [bedrijf] op de 12 mt ferrochroom. 3 Het geschil in conventie 3.1.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9732 text/xml public 2026-05-01T10:28:47 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-22 C/09/686222 / HA ZA 25-495 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9732 text/html public 2026-05-01T10:28:17 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9732 Rechtbank Den Haag , 22-04-2026 / C/09/686222 / HA ZA 25-495 Internationale koop van partijen FeCr door Tjechische onderneming van Indiase onderneming. Levering Ex Works in Rotterdam. Schadeclaim wegens gestelde non-conformiteit. Indiaas recht van toepassing. Tussenvonnis. RECHTBANK Den Haag Team Handel Zaaknummer: C/09/686222 / HA ZA 25-495 Vonnis van 22 april 2026 in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht COMMEXIM GROUP A.S. , te Jilové u Prahy, Tsjechische Republiek, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: Commexim, advocaat: mr. V.R. Pool, te Rotterdam tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht METSIL EXPORTS LTD , te Kollkata, India, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: Metsil, advocaat: mr. R.I.C. Baart, te Rotterdam. 1 De procedure 1.1. Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken: - de dagvaarding van 11 februari 2025, met de producties C1 tot en met C22; - de akte overzicht beslagstukken en -kosten van Commexim, met de producties B-01 tot en met B-15; - de conclusie van antwoord tevens akteverzoek tot wijziging van de partijaanduiding tevens conclusie van eis in reconventie, met de producties M-1 tot en met M-11; - de akte uitlating naamswijziging, tevens conclusie van antwoord in reconventie tevens akte in conventie, met de producties C-23 tot en met C-30; - de akte uitlating producties van Metsil, met productie M-12; - de akte overlegging producties ten behoeve van de mondelinge behandeling van Commexim, met de producties C-31 en C-32; - de akte overlegging producties ten behoeve van de mondelinge behandeling van Commexim, met de producties C-33 tot en met C-38; en - de nadere akte overlegging producties ten behoeve van de mondelinge behandeling van Metsil, met de producties M-14, M-15, M-17, M-18 en M-19. 1.2. Op 23 februari 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak nader toegelicht, pleitaantekeningen overgelegd, vragen van de rechtbank beantwoord en op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken. 1.3. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald. 2 De feiten Op grond van de stukken en hetgeen tijdens de zitting besproken is, wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. introductie partijen 2.1. Commexim is een Tsjechische onderneming die zich onder meer toelegt op de handel en levering van grondstoffen en halffabricaten zoals ferro legeringen en non-ferro metalen voor gieterijen, staalfabrieken en de metallurgische industrie. 2.2. Metsil is een Indiase producent en exporteur van ferro legeringen, met hoofdzetel in Kolkata en een productiefaciliteit in Barjora. Metsil vervaardigt, verhandelt en exporteert jaarlijks circa 115.000 metrische ton (mt) aan ferro legeringen voor de wereldmarkt, waaronder koolstofarm ferrochroom. drie koopovereenkomsten 2.3. In de maanden augustus en september 2024 hebben Commexim en Metsil voor het eerst zaken met elkaar gedaan. Tussen hen zijn drie koopovereenkomsten gesloten voor de levering van achtereenvolgens 50 mt, 12 mt en 25 mt koolstofarm ferrochroom (hierna: ferrochroom), onder toepassing van de Incoterm/transportconditie Ex Works. 2.4. Op 27 augustus 2024 ontving Metsil de purchase order (hierna: PO1) van Commexim voor de koop van 50 mt ferrochroom voor 1,99 USD/lb Cr. Op 3 september 2024 zond Metsil de factuur ter zake van deze overeenkomst, die door Commexim werd voldaan, waarna op 6 september 2024 de unconditional release instructions werden afgegeven waarmee de 50 mt ferrochroom werd geleverd bij de opslagloods van [bedrijf] te Rotterdam (hierna: [bedrijf] ). PO1 is hieronder afgebeeld: 2.5. Op 12 september 2024 ontving Metsil de purchase order (hierna: PO2) van Commexim voor de koop van 12 mt ferrochroom, voor dezelfde prijs als PO1. Op 20 september 2024 zond Metsil de betreffende factuur, die door Commexim werd voldaan, waarna op 24 september 2024 de unconditional release instructions werden afgegeven waarmee de 12 mt ferrochroom werd geleverd bij [bedrijf] . PO2 is hieronder afgebeeld: 2.6. Op 24 september 2024 ontving Metsil de purchase order (hierna: PO3) van Commexim voor de koop van 25 mt ferrochroom, met verwijzing naar het “RC Inspection certificate M20236038” en een prijs van 1,98 USD/lb Cr. Metsil heeft hiervoor geen factuur gestuurd, omdat Commexim deze partij niet meer wilde afnemen. De in opdracht van Metsil uitgevoerde onderzoeken 2.7. De door Metsil aan Commexim geleverde 50 en 12 mt ferrochroom maken onderdeel uit van een partij van 112 mt ferrochroom die door Metsil naar [bedrijf] is verscheept. Metsil heeft deze partij tweemaal laten onderzoeken, de eerste keer ter plaatse van haar productielocatie in India door Bureau Veritas en de tweede keer bij [bedrijf] door RC Inspections. 2.8. Het rapport van Bureau Veritas (hierna: het BV rapport) vermeldt onder meer het volgende: 2.9. Het “INSPECTION AND SAMPLING REPORT (Q)” van RC Inspection van 2 augustus 2024 (M20235579) (hierna: het RC rapport) vermeldt onder meer het volgende: (…) (…) 2.10. Het “CERTIFICATE of ANALYSIS” van RC Inspection van 7 augustus 2024 (M20235579) (hierna: het RC certificaat) vermeldt onder meer het volgende. 2.11. Commexim heeft van de partijen van 50 en 12 mt ferrochroom 25 mt een deel (net iets minder dan) 25 mt verkocht aan één afnemer, MTALX House Ltd. (hierna: MTALX), die het ferrochroom op haar beurt heeft doorverkocht en geleverd aan een Spaanse afnemer. Daarnaast heeft Commexim 25 mt vervoerd naar een opslaglocatie in Tsjechië, vanwaar een gedeelte is doorverkocht en geleverd aan andere afnemers in Europa. Het restant (12 mt) bevindt zich nog bij [bedrijf] . 2.12. Op 14 oktober 2024 heeft Commexim aan Metsil laten weten dat zij van diverse afnemers klachten had ontvangen over de kwaliteit van het ferrochroom. Naar aanleiding van deze klachten heeft Commexim de 12 mt ferrochroom die zich bij [bedrijf] bevindt laten onderzoeken en analyseren door Alfred H. Knight Holland B.V. (hierna: AHK). Metsil was hierbij niet aanwezig. 2.13. Het rapport van AHK van 23 oktober 2024 (hierna: het AHK rapport, bestaande uit een sampling report en een keuringscertificaat, vermeldt onder meer het volgende: (…) 2.14. Bij brief van 31 oktober 2024 heeft Commexim aan Metsil, kort gezegd, meegedeeld dat zij de eerste twee overeenkomsten ontbindt omdat het geleverde ferrochroom niet voldoet aan de overeengekomen specificaties en dat zij Metsil schadeplichtig acht. Commexim heeft Metsil gesommeerd tot terugbetaling van de koopsommen. Commexim heeft bij deze brief ook het rapport van AHK gevoegd. 2.15. Op 16 januari 2025 en op 25 februari 2025 heeft Commexim, na daartoe verkregen verlof van de rechtbank Rotterdam, ten laste van Metsil conservatoir derdenbeslag laten leggen onder [bedrijf] op de 12 mt ferrochroom. 3 Het geschil in conventie 3.1.
Volledig
Commexim vordert, na wijziging van eis, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I Metsil veroordeelt om aan Commexim USD 215.367,97 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente naar Indiaas recht, althans naar Nederlands recht vanaf 14 oktober 2024 tot aan de dag van algehele voldoening; II Metsil veroordeelt om aan Commexim USD 7.500,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente naar Indiaas recht, althans naar Nederlands recht vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening; III Metsil veroordeelt om aan Commexim € 905,58 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente naar Indiaas recht, althans naar Nederlands recht vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening; IV Metsil veroordeelt om aan Commexim € 1.197,90 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente naar Indiaas recht, althans naar Nederlands recht vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening; V Metsil veroordeelt om aan Commexim € 2.809,24 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente naar Indiaas recht, althans naar Nederlands recht vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening; VI voor recht verklaart dat Metsil jegens Commexim aansprakelijk is voor alle schade en/of kosten en/of vorderingen van Commexim die zijn en/of zullen ontstaan onder en/of voortvloeien uit en/of samenhangen met de tussen Commexim en gedaagde gesloten koopovereenkomsten (50 mt en 12 mt) ferrochroom, als beschreven in de dagvaarding; VII Metsil veroordeelt tot vergoeding aan Commexim van de schade en/of kosten en/of vorderingen van Commexim die zijn en/of zullen ontstaan onder en/of voortvloeien uit en/of samenhangen met de tussen Commexim en Metsil gesloten koopovereenkomsten (50 mt en 12 mt) ferrochroom, als beschreven in de dagvaarding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; en VIII Metsil veroordeelt in de proceskosten met wettelijke rente. 3.2. Aan deze vorderingen legt Commexim, samengevat, de volgende stellingen ten grondslag. Partijen zijn onder meer overeengekomen dat het te leveren ferrochroom in overeenstemming moest zijn met de samenstelling/kwaliteit zoals vermeld in het RC certificaat. Blijkens het AHK-rapport voldoet het door Metsil geleverde ferrochroom niet aan de overeengekomen specificaties: met name het chroomgehalte is te laag en het koolstofgehalte is te hoog. Onder Indiaas recht is er sprake van fraud en misrepresentation door Metsil als bedoeld in artikel 17 respectievelijk artikel 18 Indian Contract Act, 1872 (hierna: ICA) en waren de overeenkomsten vernietigbaar op grond van artikel 64 ICA. Daarnaast is er sprake van non-conformiteit als bedoeld in de artikelen 15 en 16 van de Sale of Goods Act, 1930 (hierna: SOGA). Op grond van de artikelen 73 tot en met 75 ICA heeft Commexim jegens Metsil recht op schadevergoeding voor alle door Commexim geleden verliezen en mogelijke schadeclaims van klanten van Commexim. Zij specificeert de gevorderde bedragen als volgt: a. a) een deel van het factuurbedrag van de 50 mt: USD 71.452,98 b) de claim van haar afnemer MTALX: USD 84.452,98 c) het factuurbedrag van de 12 MT: USD 34.244,20 d) diverse kosten in verband met de claims: USD 21.975,43 + pm e) vertaalkosten dagvaarding: € 1.197,00 + pm f) advies Indiaas recht: USD 3.000 g) nader advies Indiaas recht: USD 7.500 h) opslagkosten [bedrijf] : € 905,58 i. i) buitengerechtelijke incassokosten: € 2.804,24 3.3. Metsil concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Commexim. in reconventie 3.4. Metsil vordert, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I voor recht verklaart dat de door Commexim gelegde conservatoire beslagen onrechtmatig zijn en dienen te worden opgeheven; II Commexim veroordeelt om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis de gelegde beslagen geheel, althans grotendeels, namelijk voor zover de beslagen het door de rechtbank in conventie toewijsbaar te oordelen bedrag te boven gaan, op te heffen, op straffe van een dwangsom van € 50.000 voor iedere dag dat Commexim daarmee in gebreke blijft, tot een maximum van € 250.000, met de bepaling dat, na verbeurte van voormelde maximum, het te dezen te wijzen vonnis in de plaats zal treden van de vereiste opheffing door Commexim in die zin, dat het vonnis zal gelden als een rechtsgeldige instructie van Commexim aan de deurwaarder tot opheffing van het beslag; III Commexim veroordeelt tot vergoeding aan Metsil van de door de beslagen veroorzaakte schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag waarop het eerste beslag is gelegd, althans vanaf de dag van de conclusie van eis in reconventie tot aan de dag der algehele betaling, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; IV Commexim veroordeelt tot vergoeding aan Metsil van de door haar geleden en nog te lijden schade en kosten als gevolg van Commexims niet-nakoming van PO3, waaronder mede begrepen vergoeding voor de kosten van opslag, bewaring en alle andere kosten die voortvloeien uit het nalaten de goederen af te nemen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover naar Indiaas recht, althans de wettelijk (handels)rente naar Nederlands recht vanaf 14 oktober 2024 tot aan de dag der algehele betaling, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; en V Commexim veroordeelt in de proceskosten met wettelijke rente. 3.5. Aan deze vorderingen legt Metsil, samengevat, de volgende stellingen ten grondslag. 3.5.1. Aangezien de vorderingen in conventie ongegrond zijn, zijn de conservatoire beslagen ten onrechte gelegd en is Commexim aansprakelijk voor alle schade die Metsil ten gevolge van deze beslagen heeft geleden en nog zal lijden. Daarnaast weegt het belang van Metsil om vrijelijk over haar goederen te beschikken zwaarder dan enig belang van Commexim bij handhaving van de beslagen. Dit rechtvaardigt opheffing van de gelegde beslagen. De beslagen zijn ten minste disproportioneel, omdat beslag is gelegd op alle voor de EU-markt bestemde voorraden van Metsil, met een totale waarde die naar schatting een factor tien hoger is dan de door Commexim gepretendeerde vordering. 3.5.2. Nadat Metsil in het kader van PO3 de conditional release order had afgegeven, heeft Commexim de unconditional release geweigerd. Dit levert non-acceptance op in de zin van artikel 56 SOGA. Metsil heeft het ferrochroom noodgedwongen elders moeten verkopen tegen een aanzienlijk lagere prijs dan de prijs die met Commexim. was overeengekomen. Daarom maakt Metsil aanspraak op vergoeding van het verschil tussen de overeengekomen contractprijs en de lagere vervangingsprijs. Dit verschil is de directe en voorzienbare schade die Commexim aan Metsil heeft berokkend. Commexim is daarnaast op grond van artikel 44 SOGA ook aansprakelijk voor de verliezen die het gevolg zijn van haar nalaten de goederen (tijdig) af te nemen, alsmede voor de kosten van opslag en bewaring. Dit omvat naast de opslagkosten ook alle overige schadeposten die direct uit dit nalaten dan wel weigeren door Commexim zijn voortgevloeid. 3.6. Commexim concludeert tot afwijzing van de vorderingen. 3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht 4.1. Aangezien partijen niet in Nederland zijn gevestigd, heeft de zaak een internationaal karakter. Daarom moet de rechtbank, ook ambtshalve, eerst beslissen of zij van de zaak kennis kan nemen en, zo ja, naar welk recht de vorderingen moeten worden beoordeeld. 4.2. De internationale bevoegdheid moet (in eerste instantie) worden beoordeeld aan de hand van de Brussel I bis-Verordening (hierna: Brussel I bis) nu sprake is van een rechtsverhouding met internationale aspecten, de hoofdvordering is ingesteld na 10 januari 2015 en de zaak valt binnen het materieel toepassingsgebied van deze verordening. Ingevolge de in artikel 4 lid 1 Brussel I bis neergelegde hoofdregel is de rechter van de lidstaat waar de gedaagde woonplaats heeft bevoegd.
Volledig
Commexim vordert, na wijziging van eis, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I Metsil veroordeelt om aan Commexim USD 215.367,97 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente naar Indiaas recht, althans naar Nederlands recht vanaf 14 oktober 2024 tot aan de dag van algehele voldoening; II Metsil veroordeelt om aan Commexim USD 7.500,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente naar Indiaas recht, althans naar Nederlands recht vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening; III Metsil veroordeelt om aan Commexim € 905,58 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente naar Indiaas recht, althans naar Nederlands recht vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening; IV Metsil veroordeelt om aan Commexim € 1.197,90 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente naar Indiaas recht, althans naar Nederlands recht vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening; V Metsil veroordeelt om aan Commexim € 2.809,24 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente naar Indiaas recht, althans naar Nederlands recht vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening; VI voor recht verklaart dat Metsil jegens Commexim aansprakelijk is voor alle schade en/of kosten en/of vorderingen van Commexim die zijn en/of zullen ontstaan onder en/of voortvloeien uit en/of samenhangen met de tussen Commexim en gedaagde gesloten koopovereenkomsten (50 mt en 12 mt) ferrochroom, als beschreven in de dagvaarding; VII Metsil veroordeelt tot vergoeding aan Commexim van de schade en/of kosten en/of vorderingen van Commexim die zijn en/of zullen ontstaan onder en/of voortvloeien uit en/of samenhangen met de tussen Commexim en Metsil gesloten koopovereenkomsten (50 mt en 12 mt) ferrochroom, als beschreven in de dagvaarding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; en VIII Metsil veroordeelt in de proceskosten met wettelijke rente. 3.2. Aan deze vorderingen legt Commexim, samengevat, de volgende stellingen ten grondslag. Partijen zijn onder meer overeengekomen dat het te leveren ferrochroom in overeenstemming moest zijn met de samenstelling/kwaliteit zoals vermeld in het RC certificaat. Blijkens het AHK-rapport voldoet het door Metsil geleverde ferrochroom niet aan de overeengekomen specificaties: met name het chroomgehalte is te laag en het koolstofgehalte is te hoog. Onder Indiaas recht is er sprake van fraud en misrepresentation door Metsil als bedoeld in artikel 17 respectievelijk artikel 18 Indian Contract Act, 1872 (hierna: ICA) en waren de overeenkomsten vernietigbaar op grond van artikel 64 ICA. Daarnaast is er sprake van non-conformiteit als bedoeld in de artikelen 15 en 16 van de Sale of Goods Act, 1930 (hierna: SOGA). Op grond van de artikelen 73 tot en met 75 ICA heeft Commexim jegens Metsil recht op schadevergoeding voor alle door Commexim geleden verliezen en mogelijke schadeclaims van klanten van Commexim. Zij specificeert de gevorderde bedragen als volgt: a. a) een deel van het factuurbedrag van de 50 mt: USD 71.452,98 b) de claim van haar afnemer MTALX: USD 84.452,98 c) het factuurbedrag van de 12 MT: USD 34.244,20 d) diverse kosten in verband met de claims: USD 21.975,43 + pm e) vertaalkosten dagvaarding: € 1.197,00 + pm f) advies Indiaas recht: USD 3.000 g) nader advies Indiaas recht: USD 7.500 h) opslagkosten [bedrijf] : € 905,58 i. i) buitengerechtelijke incassokosten: € 2.804,24 3.3. Metsil concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Commexim. in reconventie 3.4. Metsil vordert, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I voor recht verklaart dat de door Commexim gelegde conservatoire beslagen onrechtmatig zijn en dienen te worden opgeheven; II Commexim veroordeelt om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis de gelegde beslagen geheel, althans grotendeels, namelijk voor zover de beslagen het door de rechtbank in conventie toewijsbaar te oordelen bedrag te boven gaan, op te heffen, op straffe van een dwangsom van € 50.000 voor iedere dag dat Commexim daarmee in gebreke blijft, tot een maximum van € 250.000, met de bepaling dat, na verbeurte van voormelde maximum, het te dezen te wijzen vonnis in de plaats zal treden van de vereiste opheffing door Commexim in die zin, dat het vonnis zal gelden als een rechtsgeldige instructie van Commexim aan de deurwaarder tot opheffing van het beslag; III Commexim veroordeelt tot vergoeding aan Metsil van de door de beslagen veroorzaakte schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag waarop het eerste beslag is gelegd, althans vanaf de dag van de conclusie van eis in reconventie tot aan de dag der algehele betaling, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; IV Commexim veroordeelt tot vergoeding aan Metsil van de door haar geleden en nog te lijden schade en kosten als gevolg van Commexims niet-nakoming van PO3, waaronder mede begrepen vergoeding voor de kosten van opslag, bewaring en alle andere kosten die voortvloeien uit het nalaten de goederen af te nemen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover naar Indiaas recht, althans de wettelijk (handels)rente naar Nederlands recht vanaf 14 oktober 2024 tot aan de dag der algehele betaling, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; en V Commexim veroordeelt in de proceskosten met wettelijke rente. 3.5. Aan deze vorderingen legt Metsil, samengevat, de volgende stellingen ten grondslag. 3.5.1. Aangezien de vorderingen in conventie ongegrond zijn, zijn de conservatoire beslagen ten onrechte gelegd en is Commexim aansprakelijk voor alle schade die Metsil ten gevolge van deze beslagen heeft geleden en nog zal lijden. Daarnaast weegt het belang van Metsil om vrijelijk over haar goederen te beschikken zwaarder dan enig belang van Commexim bij handhaving van de beslagen. Dit rechtvaardigt opheffing van de gelegde beslagen. De beslagen zijn ten minste disproportioneel, omdat beslag is gelegd op alle voor de EU-markt bestemde voorraden van Metsil, met een totale waarde die naar schatting een factor tien hoger is dan de door Commexim gepretendeerde vordering. 3.5.2. Nadat Metsil in het kader van PO3 de conditional release order had afgegeven, heeft Commexim de unconditional release geweigerd. Dit levert non-acceptance op in de zin van artikel 56 SOGA. Metsil heeft het ferrochroom noodgedwongen elders moeten verkopen tegen een aanzienlijk lagere prijs dan de prijs die met Commexim. was overeengekomen. Daarom maakt Metsil aanspraak op vergoeding van het verschil tussen de overeengekomen contractprijs en de lagere vervangingsprijs. Dit verschil is de directe en voorzienbare schade die Commexim aan Metsil heeft berokkend. Commexim is daarnaast op grond van artikel 44 SOGA ook aansprakelijk voor de verliezen die het gevolg zijn van haar nalaten de goederen (tijdig) af te nemen, alsmede voor de kosten van opslag en bewaring. Dit omvat naast de opslagkosten ook alle overige schadeposten die direct uit dit nalaten dan wel weigeren door Commexim zijn voortgevloeid. 3.6. Commexim concludeert tot afwijzing van de vorderingen. 3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht 4.1. Aangezien partijen niet in Nederland zijn gevestigd, heeft de zaak een internationaal karakter. Daarom moet de rechtbank, ook ambtshalve, eerst beslissen of zij van de zaak kennis kan nemen en, zo ja, naar welk recht de vorderingen moeten worden beoordeeld. 4.2. De internationale bevoegdheid moet (in eerste instantie) worden beoordeeld aan de hand van de Brussel I bis-Verordening (hierna: Brussel I bis) nu sprake is van een rechtsverhouding met internationale aspecten, de hoofdvordering is ingesteld na 10 januari 2015 en de zaak valt binnen het materieel toepassingsgebied van deze verordening. Ingevolge de in artikel 4 lid 1 Brussel I bis neergelegde hoofdregel is de rechter van de lidstaat waar de gedaagde woonplaats heeft bevoegd.
Volledig
Omdat Metsil geen woonplaats heeft in een lidstaat van de Europese Unie, geldt ingevolge artikel 6 lid 1 van deze verordening dat de internationale bevoegdheid moet worden beoordeeld aan de hand van het nationale recht van de Nederlandse rechter en dus aan de hand van de artikelen 1 tot en met 14 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). 4.3. Volgens Commexim kan de rechtbank voor het geschil in conventie bevoegdheid ontlenen aan artikel 6 lid 1 punt a Rv, omdat de leveringen van de 50 mt en de 12 mt hebben plaatsgevonden in Nederland, te Rotterdam. Deze wetsbepaling knoopt voor de bevoegdheid aan bij de plaats waar de verbintenis die aan de eis (of het verzoek) ten grondslag ligt, is of moet worden uitgevoerd. Hiermee bedoelt de wetgever de litigieuze verbintenis. Vordert de eiser schadevergoeding of ontbinding van de overeenkomst, dan is de litigieuze verbintenis steeds die welke voortvloeit uit de overeenkomst en waarvan de niet-nakoming wordt aangevoerd ter rechtvaardiging van een dergelijke vordering. In dit geval is de litigieuze verbintenis de levering van ferrochroom met de door Commexim gestelde eigenschappen. Nu de levering in Nederland heeft plaatsgevonden, is de rechtbank internationaal bevoegd om kennis te nemen van de vordering conventie. Die bevoegdheid heeft Metsil ook niet bestreden. 4.4. De rechtbank is met betrekking tot het geschil in reconventie internationaal bevoegd op grond van artikel 7 lid 2 Rv, nu de geschillen in conventie en reconventie voldoende met elkaar samenhangen. Ook deze bevoegdheid is niet bestreden. 4.5. Het toepasselijk recht moet worden beoordeeld aan de hand van de Rome I-verordening (hierna: Rome I), aangezien deze verordening een universeel formeel toepassingsgebied kent. Niet in geschil is dat partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt. Als er geen rechtskeuze is gemaakt, is bij de verkoop van roerende zaken het recht van het land van toepassing waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft (artikel 4 lid 1 punt b Rome I), dat is in dit geval India. Hieruit volgt dat op de geschillen met betrekking tot de drie overeenkomsten Indiaas recht van toepassing is. Partijen zijn het daarover ook eens. 4.6. Ten slotte overweegt de rechtbank nog dat de zaak niet beoordeeld kan worden aan de hand van de regels van het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken van 11 april 1980 (Weens Koopverdrag), nu dit verdrag niet van toepassing is op de rechtsverhouding tussen partijen omdat India geen partij is bij dit verdrag. Inhoudelijke beoordeling in conventie 4.7. Partijen zijn het erover eens dat op de twee overeenkomsten die in conventie aan de orde zijn, de ICA en de SOGA van toepassing zijn. 4.8. In conventie staan de volgende vragen centraal: i. i) Zijn partijen overeengekomen dat het te leveren ferrochroom in overeenstemming zou moeten zijn met de specificaties vermeld in het RC certificaat? ii) Voldoet het door Metsil geleverde ferrochroom aan deze specificaties? iii) Heeft Commexim het ferrochroom aanvaard? iii) Is er sprake van fraude of misrepresentation (ICA) door Metsil of non-conformiteit (SOGA)? iv) Mocht Commexim de overeenkomsten ontbinden? v) Heeft Commexim schade geleden die voor vergoeding in aanmerking komt? 4.9. Partijen hebben ter onderbouwing van hun standpunten legal opinions (in de Engelse taal) overgelegd die de rechtbank, voor zover van belang, bij de beoordeling zal betrekken. Commexim heeft een legal opinion overgelegd van Bose & Mitra & Co van 17 november 2025 (hierna: B&M) en Metsil heeft een legal opinion overgelegd van Shroff & Associates van 2 januari 2026 (hierna: S&A). Zijn partijen overeengekomen dat het ferrochroom in overeenstemming zou moeten zijn met de specificaties uit het RC rapport? 4.10. Commexim stelt dat partijen zijn overeengekomen dat het te leveren ferrochroom in overeenstemming moest zijn met de samenstelling/kwaliteit zoals vermeld in het RC certificaat. Metsil stelt zich op het standpunt dat partijen met de verwijzing naar het RC certificaat in de purchase orders de analyse tot kwaliteitsmaatstaf hebben verheven. Op deze Third Party Inspection hebben partijen hun vertrouwen gebaseerd, maar het is niet een contractuele warranty van de verkoper, aldus Metsil. 4.11. De rechtbank constateert dat B&M uitvoerig is ingegaan op de door Commexim overgelegde correspondentie (productie C-02) die tussen partijen is gevoerd voorafgaand aan P01. Deze correspondentie acht B&M relevant voor de vraag wat is overeengekomen: “ Relevant insofar as they show the contract eventually entered into between parties and also the conditions and warranties basis which such a contract came to be entered ” . Uit die correspondentie, in combinatie met PO1, volgt volgens B&M dat “ the RC Certificate as to the nature, quality and specifications of the Cargo was critical to the parties entering in the contract for the cargo ”. Hetzelfde geldt voor PO2, omdat deze overeenkomst is gesloten op basis van dezelfde specificaties als PO1. Uit deze bevindingen maakt de rechtbank op dat B&M het standpunt van Commexim onderschrijft. 4.12. S&A heeft in haar legal opinion geen aandacht besteed aan de totstandkomings-geschiedenis van de purchase orders . S&A constateert wel dat in PO1 is gerefereerd aan het RC certificaat. 4.13. De rechtbank is van oordeel dat Metsil niet gemotiveerd heeft weersproken dat partijen zijn overeengekomen dat het te leveren ferrochroom in overeenstemming zou moeten zijn met de specificaties uit het RC certificaat. De rechtbank volgt Commexim dus op dit punt. Voldoet het door Metsil geleverde ferrochroom aan de overeengekomen specificaties? 4.14. Metsil heeft als meest verstrekkend verweer gevoerd dat zij heeft voldaan aan haar verplichting tot levering van ferrochroom overeenkomstig het RC certificaat, omdat Commexim het RC rapport en het RC certificaat voorafgaand aan de contractsluiting heeft ontvangen, beoordeeld en uitdrukkelijk heeft geaccepteerd. 4.15. Dit verweer, dat impliceert dat Commexim een eventuele non-conformiteit van het ferrochroom bij het aangaan van de overeenkomst heeft uitgesloten, vindt geen steun in de legal opinion van S&A en het standpunt van Metsil rijmt ook niet met het oordeel in randnummer 4.13. Het verweer wordt dat ook verworpen. 4.16. Vervolgens is aan de orde of het door Metsil geleverde ferrochroom voldoet aan de in het RC certificaat vermelde specificaties. Commexim stelt dat dit niet het geval is en acht met name van belang dat het gehalte Chroom (Cr) te laag is en het gehalte koolstof (C) te hoog. Ter onderbouwing van deze stelling beroept Commexim zich op het AHK rapport. 4.17. Wat dit rapport betreft is de meest verstrekkende stelling van Commexim dat partijen AHK gezamenlijk hebben aangewezen en dat Metsil te kennen heeft gegeven zich te zullen neerleggen bij de bevindingen van AHK. Ter onderbouwing hiervan heeft Commexim gewezen op de volgende e-mailwisseling: Commexim heeft op 15 oktober 2024 aan Metsil bericht: “We opened only one bag and put it on the table as you can see in the video. A rough estimation is 20-30% of contamination with another terminal. Two end-users informed us, that by their analysis contaminated material shows like Cr approx. 50% and C 2,5%, but of course it’s not certified, it’s their analysis. We send it to 5 other clients and we want to react quickly before we have more claims and additional costs and damages. Could you agree on AHK or SGS testing 12mt that we have untouched in Rotterdam?” Commexim heeft op 1 oktober 2024 aan Metsil bericht: “Please let us know by 12:00 Prague time if you disagree with AHK and want to use another third party to analyze the material.” [naam 1] heeft (namens Metsil) op 21 oktober 2024 aan Commexim bericht: “We have delivered the material from the same lot ie PB 6980005 & it has been inspected by RC at Rotterdam. We understand that it might be a minor difference but such a major difference at the customer end is highly unexcepted. Please be assured that the seller is flexible & fully supports you.
Volledig
Omdat Metsil geen woonplaats heeft in een lidstaat van de Europese Unie, geldt ingevolge artikel 6 lid 1 van deze verordening dat de internationale bevoegdheid moet worden beoordeeld aan de hand van het nationale recht van de Nederlandse rechter en dus aan de hand van de artikelen 1 tot en met 14 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). 4.3. Volgens Commexim kan de rechtbank voor het geschil in conventie bevoegdheid ontlenen aan artikel 6 lid 1 punt a Rv, omdat de leveringen van de 50 mt en de 12 mt hebben plaatsgevonden in Nederland, te Rotterdam. Deze wetsbepaling knoopt voor de bevoegdheid aan bij de plaats waar de verbintenis die aan de eis (of het verzoek) ten grondslag ligt, is of moet worden uitgevoerd. Hiermee bedoelt de wetgever de litigieuze verbintenis. Vordert de eiser schadevergoeding of ontbinding van de overeenkomst, dan is de litigieuze verbintenis steeds die welke voortvloeit uit de overeenkomst en waarvan de niet-nakoming wordt aangevoerd ter rechtvaardiging van een dergelijke vordering. In dit geval is de litigieuze verbintenis de levering van ferrochroom met de door Commexim gestelde eigenschappen. Nu de levering in Nederland heeft plaatsgevonden, is de rechtbank internationaal bevoegd om kennis te nemen van de vordering conventie. Die bevoegdheid heeft Metsil ook niet bestreden. 4.4. De rechtbank is met betrekking tot het geschil in reconventie internationaal bevoegd op grond van artikel 7 lid 2 Rv, nu de geschillen in conventie en reconventie voldoende met elkaar samenhangen. Ook deze bevoegdheid is niet bestreden. 4.5. Het toepasselijk recht moet worden beoordeeld aan de hand van de Rome I-verordening (hierna: Rome I), aangezien deze verordening een universeel formeel toepassingsgebied kent. Niet in geschil is dat partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt. Als er geen rechtskeuze is gemaakt, is bij de verkoop van roerende zaken het recht van het land van toepassing waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft (artikel 4 lid 1 punt b Rome I), dat is in dit geval India. Hieruit volgt dat op de geschillen met betrekking tot de drie overeenkomsten Indiaas recht van toepassing is. Partijen zijn het daarover ook eens. 4.6. Ten slotte overweegt de rechtbank nog dat de zaak niet beoordeeld kan worden aan de hand van de regels van het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken van 11 april 1980 (Weens Koopverdrag), nu dit verdrag niet van toepassing is op de rechtsverhouding tussen partijen omdat India geen partij is bij dit verdrag. Inhoudelijke beoordeling in conventie 4.7. Partijen zijn het erover eens dat op de twee overeenkomsten die in conventie aan de orde zijn, de ICA en de SOGA van toepassing zijn. 4.8. In conventie staan de volgende vragen centraal: i. i) Zijn partijen overeengekomen dat het te leveren ferrochroom in overeenstemming zou moeten zijn met de specificaties vermeld in het RC certificaat? ii) Voldoet het door Metsil geleverde ferrochroom aan deze specificaties? iii) Heeft Commexim het ferrochroom aanvaard? iii) Is er sprake van fraude of misrepresentation (ICA) door Metsil of non-conformiteit (SOGA)? iv) Mocht Commexim de overeenkomsten ontbinden? v) Heeft Commexim schade geleden die voor vergoeding in aanmerking komt? 4.9. Partijen hebben ter onderbouwing van hun standpunten legal opinions (in de Engelse taal) overgelegd die de rechtbank, voor zover van belang, bij de beoordeling zal betrekken. Commexim heeft een legal opinion overgelegd van Bose & Mitra & Co van 17 november 2025 (hierna: B&M) en Metsil heeft een legal opinion overgelegd van Shroff & Associates van 2 januari 2026 (hierna: S&A). Zijn partijen overeengekomen dat het ferrochroom in overeenstemming zou moeten zijn met de specificaties uit het RC rapport? 4.10. Commexim stelt dat partijen zijn overeengekomen dat het te leveren ferrochroom in overeenstemming moest zijn met de samenstelling/kwaliteit zoals vermeld in het RC certificaat. Metsil stelt zich op het standpunt dat partijen met de verwijzing naar het RC certificaat in de purchase orders de analyse tot kwaliteitsmaatstaf hebben verheven. Op deze Third Party Inspection hebben partijen hun vertrouwen gebaseerd, maar het is niet een contractuele warranty van de verkoper, aldus Metsil. 4.11. De rechtbank constateert dat B&M uitvoerig is ingegaan op de door Commexim overgelegde correspondentie (productie C-02) die tussen partijen is gevoerd voorafgaand aan P01. Deze correspondentie acht B&M relevant voor de vraag wat is overeengekomen: “ Relevant insofar as they show the contract eventually entered into between parties and also the conditions and warranties basis which such a contract came to be entered ” . Uit die correspondentie, in combinatie met PO1, volgt volgens B&M dat “ the RC Certificate as to the nature, quality and specifications of the Cargo was critical to the parties entering in the contract for the cargo ”. Hetzelfde geldt voor PO2, omdat deze overeenkomst is gesloten op basis van dezelfde specificaties als PO1. Uit deze bevindingen maakt de rechtbank op dat B&M het standpunt van Commexim onderschrijft. 4.12. S&A heeft in haar legal opinion geen aandacht besteed aan de totstandkomings-geschiedenis van de purchase orders . S&A constateert wel dat in PO1 is gerefereerd aan het RC certificaat. 4.13. De rechtbank is van oordeel dat Metsil niet gemotiveerd heeft weersproken dat partijen zijn overeengekomen dat het te leveren ferrochroom in overeenstemming zou moeten zijn met de specificaties uit het RC certificaat. De rechtbank volgt Commexim dus op dit punt. Voldoet het door Metsil geleverde ferrochroom aan de overeengekomen specificaties? 4.14. Metsil heeft als meest verstrekkend verweer gevoerd dat zij heeft voldaan aan haar verplichting tot levering van ferrochroom overeenkomstig het RC certificaat, omdat Commexim het RC rapport en het RC certificaat voorafgaand aan de contractsluiting heeft ontvangen, beoordeeld en uitdrukkelijk heeft geaccepteerd. 4.15. Dit verweer, dat impliceert dat Commexim een eventuele non-conformiteit van het ferrochroom bij het aangaan van de overeenkomst heeft uitgesloten, vindt geen steun in de legal opinion van S&A en het standpunt van Metsil rijmt ook niet met het oordeel in randnummer 4.13. Het verweer wordt dat ook verworpen. 4.16. Vervolgens is aan de orde of het door Metsil geleverde ferrochroom voldoet aan de in het RC certificaat vermelde specificaties. Commexim stelt dat dit niet het geval is en acht met name van belang dat het gehalte Chroom (Cr) te laag is en het gehalte koolstof (C) te hoog. Ter onderbouwing van deze stelling beroept Commexim zich op het AHK rapport. 4.17. Wat dit rapport betreft is de meest verstrekkende stelling van Commexim dat partijen AHK gezamenlijk hebben aangewezen en dat Metsil te kennen heeft gegeven zich te zullen neerleggen bij de bevindingen van AHK. Ter onderbouwing hiervan heeft Commexim gewezen op de volgende e-mailwisseling: Commexim heeft op 15 oktober 2024 aan Metsil bericht: “We opened only one bag and put it on the table as you can see in the video. A rough estimation is 20-30% of contamination with another terminal. Two end-users informed us, that by their analysis contaminated material shows like Cr approx. 50% and C 2,5%, but of course it’s not certified, it’s their analysis. We send it to 5 other clients and we want to react quickly before we have more claims and additional costs and damages. Could you agree on AHK or SGS testing 12mt that we have untouched in Rotterdam?” Commexim heeft op 1 oktober 2024 aan Metsil bericht: “Please let us know by 12:00 Prague time if you disagree with AHK and want to use another third party to analyze the material.” [naam 1] heeft (namens Metsil) op 21 oktober 2024 aan Commexim bericht: “We have delivered the material from the same lot ie PB 6980005 & it has been inspected by RC at Rotterdam. We understand that it might be a minor difference but such a major difference at the customer end is highly unexcepted. Please be assured that the seller is flexible & fully supports you.
Volledig
If required we are fine with AHK Inspection for 12MT, to address any concerns. Kindly advice.” 4.18. De rechtbank is met Metsil van oordeel dat uit deze e-mailwisseling weliswaar blijkt dat Metsil geen bezwaar had tegen onderzoek door AHK van het ferrochroom dat nog bij [bedrijf] lag opgeslagen, maar dat hieruit niet blijkt dat Metsil zich vooraf neerlegde bij de resultaten van dat onderzoek. Commexim heeft haar stelling op dit punt onvoldoende onderbouwd, zodat deze niet is komen vast te staan. 4.19. Metsil heeft ook inhoudelijke bezwaren tegen de bevindingen van AHK. Volgens Metsil is het onderzoek niet overeenkomstig de daarvoor geldende ISO-richtlijnen uitgevoerd. AHK heeft – op instructie van Commexim – slechts één schep per zak genomen, en uitsluitend van de toplaag. Daarnaast gaf Commexim de opdracht het materiaal na monstername visueel en handmatig te scheiden in twee delen, aangeduid als “ dull ” en “ healthy ”, en deze afzonderlijk te analyseren. Dit is geen behoorlijke wijze van bemonstering en analyse. De aldus verkregen resultaten zijn per definitie niet representatief en derhalve onbetrouwbaar. Metsil wijst er in dit verband op dat bemonstering dient te geschieden overeenkomstig de geldende internationale normen, te weten ISO 3713 en ISO 4552-1. Aan deze normen heeft AHK niet voldaan, aldus Metsil. 4.20. In reactie hierop heeft Commexim gesteld dat niet relevant is dat de bemonstering niet (volledig) overeenkomstig ISO 3713 en ISO 4552-1 is uitgevoerd, omdat het ferrochroom niet (voldoende) homogeen was, het daarmee volgens AHK viel buiten de ISO standaarden en buiten hetgeen in de handel van ferro-legeringen gebruikelijk is. Daarom was een andere bemonsteringsmethode gerechtvaardigd, aldus Commexim. 4.21. Commexim heeft in haar reactie op de bezwaren van Metsil ook nog gesteld dat de mate van non-homogeniteit op zichzelf ook al non-conformiteit opleverde. Commexim heeft op dit punt gewezen op de volgende passage uit een e-mail van 9 oktober 2025 van de heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ) van AHK: “Expert opinion and recommendation Based on our findings and the relevant ISO-framework: • The material as presented was not homogeneous within the ISO5448 definition of a single ferrochrome designation. • The heterogeneity observed greatly exceeds the limits and statistical assumptions underpinning ISO 3713 / 4552-1. • The method applied - drawing a 63 kg gross sample, separating, weighing, preparing, and analyzing the two distinct constituents - was, in our professional judgement, the most appropriate and technically defensible approach under the circumstances. Maybe not our place to suggest and please disregard below if not appreciated Legal-technical challenge Independently of the sampling discussion, the stock under PB 6980005 does not meet ISO 5448 conditions of delivery for a single ferrochrome designation. Selling a consignment that contains constituents differing by 16.63% absolute Cr falls outside the constitution limits for graded or blended lots, and therefore amounts to a misdescription of the goods under widely accepted trade usage for ferroalloys. Even if the sales contract did not expressly incorporate ISO 5448, the custom of the trade and the buyer’s reasonable expectation of homogeneity for a stated designation apply. Commingling materially different designations frustrates the very assumptions on which ISO 3713 and ISO 4552-1 rely and cannot be cured by ex-post sampling.” 4.22. Deze uitlating van [naam 2] acht de rechtbank niet beslissend, omdat Commexim [naam 2] heeft ingeschakeld om de onderzoeksmethode van AHK toe te lichten en niet om vast te stellen of het ferrochroom aan de tussen partijen gesloten overeenkomsten voldeed. Bovendien was [naam 2] ook niet betrokken bij (de totstandkoming van) die overeenkomsten. 4.23. De rechtbank is van oordeel dat Commexim, op wie op grond van de hoofdregel van het bewijsrecht (artikel 150 Rv) de bewijslast rust, nog niet heeft aangetoond dat het ferrochroom niet aan de specificaties van het RC certificaat voldeed. Redengevend hiervoor is dat Metsil de juistheid van de gekozen onderzoeksmethode en bevindingen van AHK voldoende gemotiveerd heeft weersproken. Dit betekent dat nader onderzoek van het ferrochroom nodig is. 4.24. Metsil stelt zich op het standpunt dat nader onderzoek geen zin meer heeft, onder meer vanwege het tijdsverloop, de omstandigheid dat zakken zijn verplaatst en vanwege het ondeugdelijke onderzoek door AHK. De rechtbank acht nader onderzoek wel zinvol nu [bedrijf] , zoals Commexim onweersproken heeft gesteld, een te goeder naam en faam bekend opslagbedrijf is en de door AHK onderzochte zakken na het onderzoek zijn verzegeld (zie productie C-09). Bovendien heeft Metsil haar ter zitting ingenomen stelling dat de kwaliteit van ferrochroom na verloop van tijd vermindert, althans dat de chemische samenstelling verandert, zodat een nieuw onderzoek geen goed beeld geeft van de samenstelling van de partij ferrochroom ten tijde van de levering/aanvaarding, onvoldoende onderbouwd. 4.25. Het onderzoek naar de geleverde ferrochroom zal in eerste instantie gericht moeten zijn op de partij van 12 mt die zich bij [bedrijf] bevindt. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek kan worden bezien of ook onderzoek aan het in Tsjechië bevindende materiaal nog zinvol en noodzakelijk is. Het komt de rechtbank voor dat partijen dit onderzoek bij [bedrijf] gezamenlijk zouden kunnen laten verrichten. Hierover kunnen partijen zich – gelijktijdig – bij akte uitlaten. Als een gezamenlijk onderzoek niet tot de mogelijkheden behoort, is de rechtbank voornemens een deskundigenbericht te gelasten. Met het oog hierop zullen partijen, indien zij niet gezamenlijk tot een onderzoeksopdracht komen, zich in hun akten ook kunnen uitlaten over de persoon van de deskundige(n) en de voor te leggen vragen. 4.26. Om proceseconomische redenen zal de rechtbank nu ook de volgende geschilpunten bespreken. Heeft Commexim het ferrochroom aanvaard in de zin van artikel 42 SOGA? 4.27. Metsil betoogt onder meer dat Commexim het ferrochroom heeft aanvaard in de zin van artikel 42 SOGA en zich hierdoor niet op non-conformiteit kan beroepen. Dit artikel bepaalt volgens Metsil dat de koper wordt geacht de goederen te hebben geaccepteerd indien hij na het verstrijken van een redelijke termijn geen afkeuring kenbaar maakt, dan wel indien hij handelingen verricht die met het eigendomsrecht van de verkoper onverenigbaar zijn. In dit geval heeft Commexim het ferrochroom niet voor of kort na de unconditional release (de aflevering) laten keuren. Bovendien heeft Commexim de lading onder PO1 (deels) doorverkocht. Voor de lading van 12 mt onder PO2 geldt dat Commexim de unconditional release order heeft aanvaard, de factuur heeft betaald en de partij naar een ander deel van het veem van [bedrijf] overgebracht. Ook dat houdt een aanvaarding in de zin van artikel 42 SOGA, aldus Metsil. 4.28. Volgens Commexim gaat dit betoog, onder verwijzing naar de legal opinion van B&M, niet op. Het was volgens Commexim ook feitelijk onmogelijk om het ferrochroom voorafgaand aan de unconditional release te laten keuren. Metsil heeft op haar beurt gewezen op de legal opinion van S&A die volgens haar op dit onderdeel het standpunt van Commexim niet onderschrijft. 4.29. Niet geschil is, dat het ferrochroom Ex Works is geleverd. Bij Ex Works levert de verkoper de goederen aan de koper doordat hij deze op de overeengekomen plaats ter beschikking stelt van de koper, respectievelijk diens vervoerder. Dit is ook het moment dat het risico in de goederen van de verkoper op de koper overgaat en waarop de geleverde zaken moeten beantwoorden aan de overeenkomst. Een eerdere keuring van de goederen door de koper ligt dan niet voor de hand. 4.30. De artikelen 41 en 42 SOGA luiden als volgt: “ 41. Buyer’s right of examining the goods . - (1) Where goods are delivered to the buyer which he has not previously examined, he is not deemed to have accepted them unless and until he has had a reasonable opportunity of examining them for the purpose of ascertaining whether they are in conformity with the contract.
Volledig
If required we are fine with AHK Inspection for 12MT, to address any concerns. Kindly advice.” 4.18. De rechtbank is met Metsil van oordeel dat uit deze e-mailwisseling weliswaar blijkt dat Metsil geen bezwaar had tegen onderzoek door AHK van het ferrochroom dat nog bij [bedrijf] lag opgeslagen, maar dat hieruit niet blijkt dat Metsil zich vooraf neerlegde bij de resultaten van dat onderzoek. Commexim heeft haar stelling op dit punt onvoldoende onderbouwd, zodat deze niet is komen vast te staan. 4.19. Metsil heeft ook inhoudelijke bezwaren tegen de bevindingen van AHK. Volgens Metsil is het onderzoek niet overeenkomstig de daarvoor geldende ISO-richtlijnen uitgevoerd. AHK heeft – op instructie van Commexim – slechts één schep per zak genomen, en uitsluitend van de toplaag. Daarnaast gaf Commexim de opdracht het materiaal na monstername visueel en handmatig te scheiden in twee delen, aangeduid als “ dull ” en “ healthy ”, en deze afzonderlijk te analyseren. Dit is geen behoorlijke wijze van bemonstering en analyse. De aldus verkregen resultaten zijn per definitie niet representatief en derhalve onbetrouwbaar. Metsil wijst er in dit verband op dat bemonstering dient te geschieden overeenkomstig de geldende internationale normen, te weten ISO 3713 en ISO 4552-1. Aan deze normen heeft AHK niet voldaan, aldus Metsil. 4.20. In reactie hierop heeft Commexim gesteld dat niet relevant is dat de bemonstering niet (volledig) overeenkomstig ISO 3713 en ISO 4552-1 is uitgevoerd, omdat het ferrochroom niet (voldoende) homogeen was, het daarmee volgens AHK viel buiten de ISO standaarden en buiten hetgeen in de handel van ferro-legeringen gebruikelijk is. Daarom was een andere bemonsteringsmethode gerechtvaardigd, aldus Commexim. 4.21. Commexim heeft in haar reactie op de bezwaren van Metsil ook nog gesteld dat de mate van non-homogeniteit op zichzelf ook al non-conformiteit opleverde. Commexim heeft op dit punt gewezen op de volgende passage uit een e-mail van 9 oktober 2025 van de heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ) van AHK: “Expert opinion and recommendation Based on our findings and the relevant ISO-framework: • The material as presented was not homogeneous within the ISO5448 definition of a single ferrochrome designation. • The heterogeneity observed greatly exceeds the limits and statistical assumptions underpinning ISO 3713 / 4552-1. • The method applied - drawing a 63 kg gross sample, separating, weighing, preparing, and analyzing the two distinct constituents - was, in our professional judgement, the most appropriate and technically defensible approach under the circumstances. Maybe not our place to suggest and please disregard below if not appreciated Legal-technical challenge Independently of the sampling discussion, the stock under PB 6980005 does not meet ISO 5448 conditions of delivery for a single ferrochrome designation. Selling a consignment that contains constituents differing by 16.63% absolute Cr falls outside the constitution limits for graded or blended lots, and therefore amounts to a misdescription of the goods under widely accepted trade usage for ferroalloys. Even if the sales contract did not expressly incorporate ISO 5448, the custom of the trade and the buyer’s reasonable expectation of homogeneity for a stated designation apply. Commingling materially different designations frustrates the very assumptions on which ISO 3713 and ISO 4552-1 rely and cannot be cured by ex-post sampling.” 4.22. Deze uitlating van [naam 2] acht de rechtbank niet beslissend, omdat Commexim [naam 2] heeft ingeschakeld om de onderzoeksmethode van AHK toe te lichten en niet om vast te stellen of het ferrochroom aan de tussen partijen gesloten overeenkomsten voldeed. Bovendien was [naam 2] ook niet betrokken bij (de totstandkoming van) die overeenkomsten. 4.23. De rechtbank is van oordeel dat Commexim, op wie op grond van de hoofdregel van het bewijsrecht (artikel 150 Rv) de bewijslast rust, nog niet heeft aangetoond dat het ferrochroom niet aan de specificaties van het RC certificaat voldeed. Redengevend hiervoor is dat Metsil de juistheid van de gekozen onderzoeksmethode en bevindingen van AHK voldoende gemotiveerd heeft weersproken. Dit betekent dat nader onderzoek van het ferrochroom nodig is. 4.24. Metsil stelt zich op het standpunt dat nader onderzoek geen zin meer heeft, onder meer vanwege het tijdsverloop, de omstandigheid dat zakken zijn verplaatst en vanwege het ondeugdelijke onderzoek door AHK. De rechtbank acht nader onderzoek wel zinvol nu [bedrijf] , zoals Commexim onweersproken heeft gesteld, een te goeder naam en faam bekend opslagbedrijf is en de door AHK onderzochte zakken na het onderzoek zijn verzegeld (zie productie C-09). Bovendien heeft Metsil haar ter zitting ingenomen stelling dat de kwaliteit van ferrochroom na verloop van tijd vermindert, althans dat de chemische samenstelling verandert, zodat een nieuw onderzoek geen goed beeld geeft van de samenstelling van de partij ferrochroom ten tijde van de levering/aanvaarding, onvoldoende onderbouwd. 4.25. Het onderzoek naar de geleverde ferrochroom zal in eerste instantie gericht moeten zijn op de partij van 12 mt die zich bij [bedrijf] bevindt. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek kan worden bezien of ook onderzoek aan het in Tsjechië bevindende materiaal nog zinvol en noodzakelijk is. Het komt de rechtbank voor dat partijen dit onderzoek bij [bedrijf] gezamenlijk zouden kunnen laten verrichten. Hierover kunnen partijen zich – gelijktijdig – bij akte uitlaten. Als een gezamenlijk onderzoek niet tot de mogelijkheden behoort, is de rechtbank voornemens een deskundigenbericht te gelasten. Met het oog hierop zullen partijen, indien zij niet gezamenlijk tot een onderzoeksopdracht komen, zich in hun akten ook kunnen uitlaten over de persoon van de deskundige(n) en de voor te leggen vragen. 4.26. Om proceseconomische redenen zal de rechtbank nu ook de volgende geschilpunten bespreken. Heeft Commexim het ferrochroom aanvaard in de zin van artikel 42 SOGA? 4.27. Metsil betoogt onder meer dat Commexim het ferrochroom heeft aanvaard in de zin van artikel 42 SOGA en zich hierdoor niet op non-conformiteit kan beroepen. Dit artikel bepaalt volgens Metsil dat de koper wordt geacht de goederen te hebben geaccepteerd indien hij na het verstrijken van een redelijke termijn geen afkeuring kenbaar maakt, dan wel indien hij handelingen verricht die met het eigendomsrecht van de verkoper onverenigbaar zijn. In dit geval heeft Commexim het ferrochroom niet voor of kort na de unconditional release (de aflevering) laten keuren. Bovendien heeft Commexim de lading onder PO1 (deels) doorverkocht. Voor de lading van 12 mt onder PO2 geldt dat Commexim de unconditional release order heeft aanvaard, de factuur heeft betaald en de partij naar een ander deel van het veem van [bedrijf] overgebracht. Ook dat houdt een aanvaarding in de zin van artikel 42 SOGA, aldus Metsil. 4.28. Volgens Commexim gaat dit betoog, onder verwijzing naar de legal opinion van B&M, niet op. Het was volgens Commexim ook feitelijk onmogelijk om het ferrochroom voorafgaand aan de unconditional release te laten keuren. Metsil heeft op haar beurt gewezen op de legal opinion van S&A die volgens haar op dit onderdeel het standpunt van Commexim niet onderschrijft. 4.29. Niet geschil is, dat het ferrochroom Ex Works is geleverd. Bij Ex Works levert de verkoper de goederen aan de koper doordat hij deze op de overeengekomen plaats ter beschikking stelt van de koper, respectievelijk diens vervoerder. Dit is ook het moment dat het risico in de goederen van de verkoper op de koper overgaat en waarop de geleverde zaken moeten beantwoorden aan de overeenkomst. Een eerdere keuring van de goederen door de koper ligt dan niet voor de hand. 4.30. De artikelen 41 en 42 SOGA luiden als volgt: “ 41. Buyer’s right of examining the goods . - (1) Where goods are delivered to the buyer which he has not previously examined, he is not deemed to have accepted them unless and until he has had a reasonable opportunity of examining them for the purpose of ascertaining whether they are in conformity with the contract.
Volledig
(2) Unless otherwise agreed, when the seller tenders delivery of goods to the buyer, he is bound, on request, to afford the buyer a reasonable opportunity of examining the goods for the purpose of ascertaining whether they are in conformity with the contract. 42 Acceptance.- The buyer is deemed to have accepted the goods when he intimates to the seller that he has accepted them, or when the goods have been delivered to him and he does any act in relation to them which is inconsistent with the ownership of the seller, or when, after the lapse of a reasonable time, he retains the goods without intimating to the seller that he has rejected them.” 4.31. Volgens S&A heeft Commexim, omdat het onderzoek van AHK meer dan 30 dagen na de levering heeft plaatsvonden, niet binnen redelijke termijn het ferrochroom laten onderzoeken. De doorverkoop en aflevering van een deel van het ferrochroom was een handeling die onverenigbaar was met het eigendom van Metsil binnen de reikwijdte van artikel 42 SOGA, en Commexim moet daarom worden geacht de goederen te hebben geaccepteerd, aldus S&A. 4.32. Volgens B&M vertrouwde Commexim te goeder trouw op het door Metsil verstrekte RC certificaat. De klachten van afnemers leidden ertoe dat Commexim een analyse liet uitvoeren, waarvan de resultaten niet-conformiteit aan het licht brachten. De periode tussen levering en klacht werd dus benut door een legitiem verificatieproces, in overeenstemming met de zorg die van een voorzichtig handelende koper mag worden verwacht. Het recht van de koper op herstel wordt niet tenietgedaan door het louter verstrijken van tijd vóór de ontdekking van een verborgen gebrek, waarvan in dit geval sprake was. Commexim handelde snel na ontvangst van de klachten van haar afnemers en heeft vervolgstappen aangehouden tot de kwestie van niet-conformiteit was opgelost. Wanneer de koper zorgvuldig handelt, deskundig onderzoek uitvoert na klachten van afnemers en het probleem onmiddellijk bij ontdekking aan de orde stelt bij de verkoper, kan de het beroep op “acceptance by payment and transport” niet gelden als het afstand doen van een recht of estoppel , aldus B&M. 4.33. De rechtbank is van oordeel dat het verweer van Metsil, dat Commexim het ferrochroom heeft aanvaard in de zin van artikel 42 SOGA, moet worden verworpen. In haar legal opinion heeft S&A naar jurisprudentie verwezen, maar niet of nauwelijks toegelicht hoe deze moet worden toegepast op de onderhavige casus. B&M heeft dat in haar - veel uitvoeriger onderbouwde - legal opinion wel gedaan en heeft voldoende toegelicht dat in de omstandigheden van het geval Commexim het ferrochroom niet heeft aanvaard in de zin van artikel 42 SOGA. Voor zover Metsil op dit punt heeft nog aangevoerd dat – omdat volgens Commexim sprake was van visueel twee soorten materiaal – er geen sprake kan zijn geweest van een verborgen gebrek, volgt de rechtbank dat niet. Het gestelde gebrek heeft geen betrekking op de afmeting van de ferrochroom. Daarnaast is niet gesteld of gebleken dat uit deze visuele inspectie kon worden afgeleid wat de chemische samenstelling van het materiaal was en of deze afweek van de in het RC certificaat vermelde specificaties. Is er sprake van fraud of misrepresentation (ICA) door Metsil of non-conformiteit (SOGA)? 4.34. In deze procedure staat in rechte nog niet vast dat het geleverde ferrochroom al dan niet voldoet aan de in het RC certificaat vermelde specificaties. De rechtbank ziet echter aanleiding om vooruitlopend op die beoordeling, alvast te beoordelen of sprake is van fraud of misrepresentation . 4.35. Overwogen wordt dat alleen sprake kan zijn van fraud of misrepresentation indien het geleverde ferrochroom niet voldoet aan de in het RC certificaat vermelde specificaties. Commexim heeft echter niet toegelicht, als uit het onderzoek blijkt dat het ferrochroom niet voldoet aan de specificaties, op welke wijze de kwalificatie fraude of misrepresentation in deze zaak leidt tot een ruimere aansprakelijkheid voor schade of een hogere schadevergoeding dan een “reguliere” non-conformiteit. 4.36. De rechtbank zal de beoordeling dan ook beperken tot de grondslag non-conformiteit, dat is geregeld in de artikelen 15 en 16 SOGA, die als volgt luiden: “15. Sale by description. - Where there is a contract for the sale of goods by description, there is an implied condition that the goods shall correspond with the description; and, if the sale is by sample as well as by description, it is not sufficient that the bulk of the goods corresponds with the sample if the goods do not also correspond with the description. 16. Implied conditions as to quality or fitness .- Subject to the provisions of this Act and of any other law for the time being in force, there is no implied warranty or condition as to the quality or fitness for any particular purpose of goods supplied under a contract of sale, except as follows:- (1) Where the buyer, expressly or by implication, makes known to the seller the particular purpose for which the goods are required, so as to show that the buyer relies on the seller’s skill or judgment, and the goods are of a description which it is in the course of the seller’s business to supply (whether he is the manufacturer or producer or not), there is an implied condition that the goods shall be reasonably fit for such purpose: Provided that, in the case of a contract for the sale of a specified article under its patent or other trade name, there is no implied condition as to its fitness for any particular purpose. (2) Where goods are bought by description from a seller who deals in goods of that description (whether he is the manufacturer or producer or not), there is an implied condition that the goods shall be of merchantable quality: Provided that, if the buyer has examined the goods, there shall be no implied condition as regards defects which such examination ought to have revealed. (3) An implied warranty or condition as to quality or fitness for a particular purpose may be annexed by the usage of trade. (4) An express warranty or condition does not negative a warranty or condition implied by this Act unless inconsistent therewith.” 4.37. Volgens B&M heeft Commexim door de uitdrukkelijke bepaling “ Analisys according the RC Inspection Certificate M20235579 ” in beide inkooporders het certificaat gebruikt als een contractuele omschrijving in de zin van artikel 15 SOGA. Dit valt precies binnen het kader waar het koopovereenkomstenrecht uitgaat van het vertrouwen dat de verklaring van de verkoper over kwaliteit juist is. Commexims vertrouwen was daarom wettelijk beschermd. Metsil kan zich niet onttrekken aan zijn verplichtingen door een levering als de goederen niet overeenkomen met die omschrijving, aldus B&M. 4.38. S&A heeft in haar legal opinion toegelicht dat de overeenkomsten ten aanzien van de samenstelling van het ferrochroom geen “implied warranty” als bedoeld in artikel 16 SOGA inhouden. S&A heeft zich echter niet uitgelaten over de toepasselijkheid van artikel 15 SOGA, terwijl Commexim zich daarop uitdrukkelijk had beroepen. Ook tijdens de mondelinge behandeling is Metsil hierop niet ingegaan. Bij die stand van zaken heeft Metsil de juistheid van de legal opinion van B&M niet bestreden. De rechtbank concludeert met Commexim dat het RC certificaat onderdeel is van de contractuele beschrijving van de goederen, aan welke beschrijving het geleverde ferrochroom als “ implied condition ” in de zin van artikel 15 SOGA moest voldoen. Dit oordeel sluit aan op hetgeen onder 4.13 is beslist. 4.39. In de legal opinions is verder nog ingegaan op het beroep dat Metsil in het kader van artikel 16 SOGA heeft gedaan op het caveat emptor- beginsel (de onderzoeksplicht van de koper). Omdat artikel 16 SOGA in dit geval niet van toepassing is, kan het caveat emptor-beginsel verder onbesproken blijven. Overige vragen 4.40. De overige vragen hangen te nauw samen met de (precieze) uitkomst van het onderzoek naar de partij ferrochroom. Deze zullen pas beantwoord worden na de uitkomst van het nog uit te voeren onderzoek. in reconventie Schadeplichtigheid met betrekking tot PO3? 4.41.
Volledig
(2) Unless otherwise agreed, when the seller tenders delivery of goods to the buyer, he is bound, on request, to afford the buyer a reasonable opportunity of examining the goods for the purpose of ascertaining whether they are in conformity with the contract. 42 Acceptance.- The buyer is deemed to have accepted the goods when he intimates to the seller that he has accepted them, or when the goods have been delivered to him and he does any act in relation to them which is inconsistent with the ownership of the seller, or when, after the lapse of a reasonable time, he retains the goods without intimating to the seller that he has rejected them.” 4.31. Volgens S&A heeft Commexim, omdat het onderzoek van AHK meer dan 30 dagen na de levering heeft plaatsvonden, niet binnen redelijke termijn het ferrochroom laten onderzoeken. De doorverkoop en aflevering van een deel van het ferrochroom was een handeling die onverenigbaar was met het eigendom van Metsil binnen de reikwijdte van artikel 42 SOGA, en Commexim moet daarom worden geacht de goederen te hebben geaccepteerd, aldus S&A. 4.32. Volgens B&M vertrouwde Commexim te goeder trouw op het door Metsil verstrekte RC certificaat. De klachten van afnemers leidden ertoe dat Commexim een analyse liet uitvoeren, waarvan de resultaten niet-conformiteit aan het licht brachten. De periode tussen levering en klacht werd dus benut door een legitiem verificatieproces, in overeenstemming met de zorg die van een voorzichtig handelende koper mag worden verwacht. Het recht van de koper op herstel wordt niet tenietgedaan door het louter verstrijken van tijd vóór de ontdekking van een verborgen gebrek, waarvan in dit geval sprake was. Commexim handelde snel na ontvangst van de klachten van haar afnemers en heeft vervolgstappen aangehouden tot de kwestie van niet-conformiteit was opgelost. Wanneer de koper zorgvuldig handelt, deskundig onderzoek uitvoert na klachten van afnemers en het probleem onmiddellijk bij ontdekking aan de orde stelt bij de verkoper, kan de het beroep op “acceptance by payment and transport” niet gelden als het afstand doen van een recht of estoppel , aldus B&M. 4.33. De rechtbank is van oordeel dat het verweer van Metsil, dat Commexim het ferrochroom heeft aanvaard in de zin van artikel 42 SOGA, moet worden verworpen. In haar legal opinion heeft S&A naar jurisprudentie verwezen, maar niet of nauwelijks toegelicht hoe deze moet worden toegepast op de onderhavige casus. B&M heeft dat in haar - veel uitvoeriger onderbouwde - legal opinion wel gedaan en heeft voldoende toegelicht dat in de omstandigheden van het geval Commexim het ferrochroom niet heeft aanvaard in de zin van artikel 42 SOGA. Voor zover Metsil op dit punt heeft nog aangevoerd dat – omdat volgens Commexim sprake was van visueel twee soorten materiaal – er geen sprake kan zijn geweest van een verborgen gebrek, volgt de rechtbank dat niet. Het gestelde gebrek heeft geen betrekking op de afmeting van de ferrochroom. Daarnaast is niet gesteld of gebleken dat uit deze visuele inspectie kon worden afgeleid wat de chemische samenstelling van het materiaal was en of deze afweek van de in het RC certificaat vermelde specificaties. Is er sprake van fraud of misrepresentation (ICA) door Metsil of non-conformiteit (SOGA)? 4.34. In deze procedure staat in rechte nog niet vast dat het geleverde ferrochroom al dan niet voldoet aan de in het RC certificaat vermelde specificaties. De rechtbank ziet echter aanleiding om vooruitlopend op die beoordeling, alvast te beoordelen of sprake is van fraud of misrepresentation . 4.35. Overwogen wordt dat alleen sprake kan zijn van fraud of misrepresentation indien het geleverde ferrochroom niet voldoet aan de in het RC certificaat vermelde specificaties. Commexim heeft echter niet toegelicht, als uit het onderzoek blijkt dat het ferrochroom niet voldoet aan de specificaties, op welke wijze de kwalificatie fraude of misrepresentation in deze zaak leidt tot een ruimere aansprakelijkheid voor schade of een hogere schadevergoeding dan een “reguliere” non-conformiteit. 4.36. De rechtbank zal de beoordeling dan ook beperken tot de grondslag non-conformiteit, dat is geregeld in de artikelen 15 en 16 SOGA, die als volgt luiden: “15. Sale by description. - Where there is a contract for the sale of goods by description, there is an implied condition that the goods shall correspond with the description; and, if the sale is by sample as well as by description, it is not sufficient that the bulk of the goods corresponds with the sample if the goods do not also correspond with the description. 16. Implied conditions as to quality or fitness .- Subject to the provisions of this Act and of any other law for the time being in force, there is no implied warranty or condition as to the quality or fitness for any particular purpose of goods supplied under a contract of sale, except as follows:- (1) Where the buyer, expressly or by implication, makes known to the seller the particular purpose for which the goods are required, so as to show that the buyer relies on the seller’s skill or judgment, and the goods are of a description which it is in the course of the seller’s business to supply (whether he is the manufacturer or producer or not), there is an implied condition that the goods shall be reasonably fit for such purpose: Provided that, in the case of a contract for the sale of a specified article under its patent or other trade name, there is no implied condition as to its fitness for any particular purpose. (2) Where goods are bought by description from a seller who deals in goods of that description (whether he is the manufacturer or producer or not), there is an implied condition that the goods shall be of merchantable quality: Provided that, if the buyer has examined the goods, there shall be no implied condition as regards defects which such examination ought to have revealed. (3) An implied warranty or condition as to quality or fitness for a particular purpose may be annexed by the usage of trade. (4) An express warranty or condition does not negative a warranty or condition implied by this Act unless inconsistent therewith.” 4.37. Volgens B&M heeft Commexim door de uitdrukkelijke bepaling “ Analisys according the RC Inspection Certificate M20235579 ” in beide inkooporders het certificaat gebruikt als een contractuele omschrijving in de zin van artikel 15 SOGA. Dit valt precies binnen het kader waar het koopovereenkomstenrecht uitgaat van het vertrouwen dat de verklaring van de verkoper over kwaliteit juist is. Commexims vertrouwen was daarom wettelijk beschermd. Metsil kan zich niet onttrekken aan zijn verplichtingen door een levering als de goederen niet overeenkomen met die omschrijving, aldus B&M. 4.38. S&A heeft in haar legal opinion toegelicht dat de overeenkomsten ten aanzien van de samenstelling van het ferrochroom geen “implied warranty” als bedoeld in artikel 16 SOGA inhouden. S&A heeft zich echter niet uitgelaten over de toepasselijkheid van artikel 15 SOGA, terwijl Commexim zich daarop uitdrukkelijk had beroepen. Ook tijdens de mondelinge behandeling is Metsil hierop niet ingegaan. Bij die stand van zaken heeft Metsil de juistheid van de legal opinion van B&M niet bestreden. De rechtbank concludeert met Commexim dat het RC certificaat onderdeel is van de contractuele beschrijving van de goederen, aan welke beschrijving het geleverde ferrochroom als “ implied condition ” in de zin van artikel 15 SOGA moest voldoen. Dit oordeel sluit aan op hetgeen onder 4.13 is beslist. 4.39. In de legal opinions is verder nog ingegaan op het beroep dat Metsil in het kader van artikel 16 SOGA heeft gedaan op het caveat emptor- beginsel (de onderzoeksplicht van de koper). Omdat artikel 16 SOGA in dit geval niet van toepassing is, kan het caveat emptor-beginsel verder onbesproken blijven. Overige vragen 4.40. De overige vragen hangen te nauw samen met de (precieze) uitkomst van het onderzoek naar de partij ferrochroom. Deze zullen pas beantwoord worden na de uitkomst van het nog uit te voeren onderzoek. in reconventie Schadeplichtigheid met betrekking tot PO3? 4.41.