ECLI:NL:RBDHA:2026:9718
Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-7909 Zaaknummer: C/09/693292 Datum beschikking: 16 maart 2026 Beëindiging voogdij Beschikking op het op 15 oktober 2025 ingekomen verzoek van: de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden, hierna: de Raad. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [de stiefvader] , de stiefvader en voogd, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, de gecertificeerde instelling en beoogd voogdes, alsmede [de pleegmoeder] en [de pleegvader] , de pleegouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift, met bijlagen, waaronder de bereidverklaring van de gecertificeerde instelling; de brief van de stiefvader van 31 oktober 2025. Op 2 maart 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: [naam 1] namens de Raad; [naam 2] namens de gecertificeerde instelling; de pleegouders. De stiefvader is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De minderjarige [de minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. Feiten Uit het huwelijk van de moeder, [de moeder] , en de vader, [de vader] , is [de minderjarige] geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] . Het huwelijk van de vader en de moeder is ontbonden door het overlijden van de vader op 27 september 2014. De moeder en de stiefvader zijn getrouwd op [datum] 2020 te [plaats] . Het huwelijk van de moeder en de stiefvader is ontbonden door het overlijden van de moeder op 22 augustus 2020. De moeder heeft in het gezagregister doen aantekenen dat zij wenst dat de stiefvader na haar dood voogd wordt over [de minderjarige] . Door de aanvaarding van die voogdij op 16 november 2020 is de stiefvader de voogd geworden van [de minderjarige] . [de minderjarige] woont bij de pleegouders. Verzoek en verweer De Raad verzoekt de voogdij van de stiefvader over [de minderjarige] te beëindigen en de gecertificeerde instelling te benoemen tot voogd over de minderjarige [de minderjarige] , een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. De gecertificeerde instelling heeft zich schriftelijk bereid verklaard de voogdij over [de minderjarige] te aanvaarden. De stiefvader is het niet eens met de inhoud van het rapport van de Raad, maar stemt in met de beëindiging van zijn taak als voogd. Beoordeling Wettelijk kader Op grond van het bepaalde in artikel 1:327 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank de voogdij van een natuurlijk persoon beëindigen indien: een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de voogd niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat is te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn; of de voogd het gezag misbruikt; of niet beschikt over de ingevolge artikel 2 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie vereiste beginseltoestemming. Op grond van het bepaalde van artikel 1:334 lid 1 BW voorziet de rechtbank, indien zij de beëindiging van de voogdij uitspreekt, tevens in het gezag, behoudens het bepaalde in het derde lid. Inhoudelijke beoordeling De Raad heeft ter onderbouwing van zijn verzoek gesteld dat sprake is van een ernstige bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige] en dat de stiefvader niet in staat is om de verantwoordelijkheid voor haar verzorging en opvoeding te dragen binnen een aanvaardbare termijn. [de minderjarige] heeft veel meegemaakt de afgelopen jaren. Zij is haar beide ouders verloren, is er pas later achter gekomen dat haar vader niet haar biologische vader was, is in een netwerkpleeggezin geplaatst en heeft verschillende psychische problemen gekregen. In november 2023 heeft er een incident plaatsgevonden, waarna [de minderjarige] volledig bij haar weekendpleegouders is gaan wonen. Een contactherstelgesprek met de stiefvader heeft wel plaatsgevonden, maar heeft niet het gewenste resultaat gehad. [de minderjarige] woont nu volledig bij haar pleegouders en ontvangt hulpverlening vanuit Kroost+ en GGZ Delfland, gericht op haar depressie en eetstoornis. Er is minimaal contact tussen haar en de stiefvader. Omdat [de minderjarige] dit niet wil, heeft de stiefvader niet altijd inzicht in waar hij als voogd toestemming voor moet geven. Hij kan hierdoor geen goed geïnformeerde keuzes in het belang van [de minderjarige] nemen. Ook heeft de stiefvader op meerdere momenten in de afgelopen jaren aangegeven dat hij de voogdij niet meer wil. Hij is verder van mening dat de hulpverlening dingen verkeerd heeft aangepakt. Hierdoor is er ook minimaal contact tussen de stiefvader en hulpverlening. Daarnaast zijn er zorgen dat de stiefvader de financiële zaken voor [de minderjarige] niet goed regelt. De voogdij van de stiefvader moet daarom beëindigd worden. Het is volgens de Raad van belang dat de gecertificeerde instelling de voogdij krijgt, zodat er rust komt en de benodigde hulpverlening goed geregeld wordt. Hierdoor wordt de stiefvader minder belast en kan [de minderjarige] zich focussen op haar herstel en verwerking. In de toekomst kan onderzocht worden wat er nodig is om de band tussen de stiefvader en [de minderjarige] te herstellen. Naar het oordeel van de rechtbank wordt [de minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling bedreigd en is de stiefvader niet in staat de verantwoordelijkheid voor haar verzorging en opvoeding te dragen binnen een voor de persoon en ontwikkeling van [de minderjarige] aanvaardbaar te achten termijn. Op de zitting is gebleken dat alle aanwezige betrokkenen het eens zijn met de beëindiging van de voogdij van de stiefvader en de benoeming van de gecertificeerde instelling als voogd. Uit de brief van de stiefvader blijkt dat hij ook wenst dat zijn voogdij over [de minderjarige] wordt beëindigd. De rechtbank overweegt dat de beëindiging van de voogdij van de stiefvader en de benoeming van de gecertificeerde instelling als voogd in het belang van [de minderjarige] is en zal als volgt beslissen. Beslissing De rechtbank: beëindigt de voogdij van [de stiefvader] over de minderjarige: [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 te Delft; benoemt tot voogdes over [de minderjarige] : Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 maart 2026.