Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-15
ECLI:NL:RBDHA:2026:9707
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,190 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9707 text/xml public 2026-04-30T14:01:15 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-15 NL24.8780 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9707 text/html public 2026-04-30T14:00:54 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9707 Rechtbank Den Haag , 15-04-2026 / NL24.8780 Beroep tegen brief van 29 januari 2024 waarin verweerder aan eiser heeft medegedeeld dat eisers recht op tijdelijke bescherming eindigt op 4 maart 2024, beroep niet-ontvankelijk. De brief is geen besluit waartegen beroep kan worden ingesteld. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL24.8780 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. N. van Bremen), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. Sánchez Rhemrev). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de brief van verweerder van 29 januari 2024. 1.1. De rechtbank heeft het beroep op 18 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1975 en heeft de Turkse nationaliteit. Eiser verbleef op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne op het moment dat de invasie van Oekraïne door de Russische strijdkrachten begon. Eiser is vanuit Oekraïne naar Nederland gekomen en heeft hier rechtmatig verblijf gehad op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. In de brief van 29 januari 2024 heeft verweerder aan eiser medegedeeld dat eisers recht op tijdelijke bescherming eindigt op 4 maart 2024. Wat vindt eiser in beroep? 3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Volgens eiser vallen derdelanders met een tijdelijk verblijfsrecht in Oekraïne die zich voor 19 juli 2022 bij de gemeente hadden gemeld onder het verlengingsbesluit. Niet kan worden uitgegaan van de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen. 5. De rechtbank is van oordeel dat de brief van 29 januari 2024 geen besluit is waartegen beroep kan worden ingesteld. De rechtbank overweegt dat de mededeling van verweerder geen rechtsgevolgen heeft gecreëerd. Verweerder heeft in de brief namelijk medegedeeld dat uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 17 januari 2024 volgt dat de eisers tijdelijke bescherming van rechtswege eindigt op 4 maart 2024. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. 7. Eiser krijg geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. ECLI:NL:RVS:2024:32. Zoals bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9707 text/xml public 2026-04-30T14:01:15 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-15 NL24.8780 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9707 text/html public 2026-04-30T14:00:54 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9707 Rechtbank Den Haag , 15-04-2026 / NL24.8780 Beroep tegen brief van 29 januari 2024 waarin verweerder aan eiser heeft medegedeeld dat eisers recht op tijdelijke bescherming eindigt op 4 maart 2024, beroep niet-ontvankelijk. De brief is geen besluit waartegen beroep kan worden ingesteld. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL24.8780 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. N. van Bremen), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. Sánchez Rhemrev). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de brief van verweerder van 29 januari 2024. 1.1. De rechtbank heeft het beroep op 18 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1975 en heeft de Turkse nationaliteit. Eiser verbleef op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne op het moment dat de invasie van Oekraïne door de Russische strijdkrachten begon. Eiser is vanuit Oekraïne naar Nederland gekomen en heeft hier rechtmatig verblijf gehad op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. In de brief van 29 januari 2024 heeft verweerder aan eiser medegedeeld dat eisers recht op tijdelijke bescherming eindigt op 4 maart 2024. Wat vindt eiser in beroep? 3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Volgens eiser vallen derdelanders met een tijdelijk verblijfsrecht in Oekraïne die zich voor 19 juli 2022 bij de gemeente hadden gemeld onder het verlengingsbesluit. Niet kan worden uitgegaan van de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen. 5. De rechtbank is van oordeel dat de brief van 29 januari 2024 geen besluit is waartegen beroep kan worden ingesteld. De rechtbank overweegt dat de mededeling van verweerder geen rechtsgevolgen heeft gecreëerd. Verweerder heeft in de brief namelijk medegedeeld dat uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 17 januari 2024 volgt dat de eisers tijdelijke bescherming van rechtswege eindigt op 4 maart 2024. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. 7. Eiser krijg geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. ECLI:NL:RVS:2024:32. Zoals bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht.