Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-15
ECLI:NL:RBDHA:2026:9704
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,053 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9704 text/xml public 2026-04-30T13:40:16 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-15 NL25.42144 en NL25.42146 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9704 text/html public 2026-04-30T13:40:08 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9704 Rechtbank Den Haag , 15-04-2026 / NL25.42144 en NL25.42146 Aanvraag voor verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, beroep gegrond, verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. De rechtbank is van oordeel dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat verweerder eiser en referente had moeten horen in bezwaar. De rechtbank overweegt dat verweerder zonder hoorzitting geen goede afweging heeft kunnen maken of het vasthouden aan het leeftijdsvereiste in het specifieke geval van eiser evenredig is. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.42144 en NL25.42146 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. J. Hemelaar), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. Sánchez Rhemrev). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. 1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 15 mei 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 augustus 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2. De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, eisers echtgenote [referente] (referente), de gemachtigde van eiser, K. Ghanmi als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2006 en heeft de Britse nationaliteit. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij referente. 3.1. Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen, omdat hij niet aan de voorwaarden voldoet. Allereerst voldoet eiser niet aan het leeftijdsvereiste , omdat hij niet 21 jaar of ouder is. Hij valt niet onder de uitzondering op deze eis , omdat er geen sprake is van een rechtsgeldig huwelijk of geregistreerd partnerschap dat al bestond in Groot-Brittannië. Er is niet gebleken van zwaarwegende omstandigheden die maken dat verweerder had moeten afzien van het leeftijdsvereiste. Daarnaast heeft eiser onvoldoende aangevoerd om aan te nemen dat er tussen hem en referente sprake is van een duurzame en exclusieve relatie. Eiser heeft ook niet aangetoond dat hij ongehuwd is en dat hij aan het middelenvereiste voldoet. Verder zijn er geen ingevulde en ondertekende ‘verklaring referent’, relatieverklaring en antecedentenverklaring overgelegd. Er is geen reden om door bijzondere omstandigheden van de beleidsregels af te wijken . Verweerder heeft ook een terugkeerbesluit opgelegd aan eiser. 3.2. Eiser en referente zijn tijdens de beroepsprocedure, op 16 januari 2026, met elkaar getrouwd. Wat vindt eiser in beroep? 4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – zeven gronden aan. Allereerst verzoekt eiser al hetgeen hij eerder in deze procedure naar voren heeft gebracht als herhaald en ingelast te beschouwen. Ten tweede is het bestreden besluit in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, betrekkelijke verdragsrechtelijke verplichtingen en relevante wet- en regelgeving. Ten derde heeft verweerder ten onrechte aan eiser het leeftijdsvereiste tegengeworpen, omdat verweerder niet heeft betrokken dat eiser en referente verloofd zijn en dat hun partnerschap al is ontstaan in Groot-Brittannië. Ten vierde heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom niet kan worden afgeweken van het leeftijdsvereiste gelet op de aangevoerde zwaarwegende omstandigheden. Verweerder heeft hierbij onvoldoende rekening gehouden met de belangen van eiser en referente, namelijk de verloving, de duurzame relatie, het recht om te trouwen op eigen tempo, de onwenselijkheid van de indirecte dwang, de cruciale maatschappelijke rol van referente als verpleegkundige en haar rol als mantelzorger. Ten vijfde heeft verweerder een onjuiste belangenafweging gemaakt in het kader van artikel 8 van het EVRM, door de belangen van de staat niet in de beoordeling te betrekken. Ten zesde zijn de gevolgen van het besluit onevenredig, onder meer omdat eiser en referent indirect worden gedwongen om versneld te trouwen of om naar Groot-Brittannië te verhuizen. Ten slotte heeft verweerder eiser niet gehoord, wat in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Had verweerder eiser en referente moeten horen? 6. Een van de voorwaarden voor het verlenen van de verblijfsvergunning die eiser heeft aangevraagd, is dat eiser en referente 21 jaar of ouder moeten zijn. Het leeftijdsvereiste heeft als doel om gedwongen huwelijken te voorkomen. Verweerder kan onder meer afwijken van het leeftijdsvereiste als het vasthouden aan het vereiste voor eiser en referente gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met het leeftijdsvereiste te dienen doel. 6.1. De rechtbank is van oordeel het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat verweerder eiser en referente had moeten horen in bezwaar. De rechtbank overweegt dat verweerder zonder hoorzitting geen goede afweging heeft kunnen maken of het vasthouden aan het leeftijdsvereiste in het specifieke geval van eiser evenredig is. Tijdens een hoorzitting had verweerder eiser en referente kunnen vragen naar hun persoonlijke situatie, eventuele nadelige gevolgen en het doel van het leeftijdsvereiste. Tijdens de zitting is namelijk naar voren gekomen dat referente mantelzorg geeft aan haar moeder, omdat zij verschillende medische problemen heeft en zorg mijdend is. Volgens referente neemt eiser de zorg voor haar moeder soms over als zij aan het werk is en is er verder niemand die de zorg voor haar moeder kan overnemen. Daarnaast heeft eisers gemachtigde tijdens de zitting toegelicht dat vasthouden aan het leeftijdsvereiste niet kan bijdragen aan het beoogde doel hiervan. Eisers gemachtigde heeft gesteld dat uithuwelijking niet aan de orde is. In dit verband heeft de gemachtigde aangevoerd dat eiser een man is, en dat zijn enige familielid, zijn oma, het juist niet eens is met het huwelijk tussen eiser en referente. Verder heeft eiser geen familie. 7. Gelet op het voorgaande, hoeven de overige beroepsgronden niet meer te worden besproken. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en het bestreden besluit wordt vernietigd. 9. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit . 10. Omdat het beroep gegrond is, veroordelen de rechtbank en de voorzieningenrechter verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 2802,-. 11. Ook bepaalt de rechtbank dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 388,- moet vergoeden. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit van 11 augustus 2025; - draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiser met inachtneming van deze uitspraak; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2802,-; - bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 388,- moeten vergoeden.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9704 text/xml public 2026-04-30T13:40:16 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-15 NL25.42144 en NL25.42146 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9704 text/html public 2026-04-30T13:40:08 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9704 Rechtbank Den Haag , 15-04-2026 / NL25.42144 en NL25.42146 Aanvraag voor verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, beroep gegrond, verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. De rechtbank is van oordeel dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat verweerder eiser en referente had moeten horen in bezwaar. De rechtbank overweegt dat verweerder zonder hoorzitting geen goede afweging heeft kunnen maken of het vasthouden aan het leeftijdsvereiste in het specifieke geval van eiser evenredig is. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.42144 en NL25.42146 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser) (gemachtigde: mr. J. Hemelaar), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. Sánchez Rhemrev). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. 1.1. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 15 mei 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 augustus 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2. De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, eisers echtgenote [referente] (referente), de gemachtigde van eiser, K. Ghanmi als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2006 en heeft de Britse nationaliteit. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij referente. 3.1. Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen, omdat hij niet aan de voorwaarden voldoet. Allereerst voldoet eiser niet aan het leeftijdsvereiste , omdat hij niet 21 jaar of ouder is. Hij valt niet onder de uitzondering op deze eis , omdat er geen sprake is van een rechtsgeldig huwelijk of geregistreerd partnerschap dat al bestond in Groot-Brittannië. Er is niet gebleken van zwaarwegende omstandigheden die maken dat verweerder had moeten afzien van het leeftijdsvereiste. Daarnaast heeft eiser onvoldoende aangevoerd om aan te nemen dat er tussen hem en referente sprake is van een duurzame en exclusieve relatie. Eiser heeft ook niet aangetoond dat hij ongehuwd is en dat hij aan het middelenvereiste voldoet. Verder zijn er geen ingevulde en ondertekende ‘verklaring referent’, relatieverklaring en antecedentenverklaring overgelegd. Er is geen reden om door bijzondere omstandigheden van de beleidsregels af te wijken . Verweerder heeft ook een terugkeerbesluit opgelegd aan eiser. 3.2. Eiser en referente zijn tijdens de beroepsprocedure, op 16 januari 2026, met elkaar getrouwd. Wat vindt eiser in beroep? 4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – zeven gronden aan. Allereerst verzoekt eiser al hetgeen hij eerder in deze procedure naar voren heeft gebracht als herhaald en ingelast te beschouwen. Ten tweede is het bestreden besluit in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, betrekkelijke verdragsrechtelijke verplichtingen en relevante wet- en regelgeving. Ten derde heeft verweerder ten onrechte aan eiser het leeftijdsvereiste tegengeworpen, omdat verweerder niet heeft betrokken dat eiser en referente verloofd zijn en dat hun partnerschap al is ontstaan in Groot-Brittannië. Ten vierde heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom niet kan worden afgeweken van het leeftijdsvereiste gelet op de aangevoerde zwaarwegende omstandigheden. Verweerder heeft hierbij onvoldoende rekening gehouden met de belangen van eiser en referente, namelijk de verloving, de duurzame relatie, het recht om te trouwen op eigen tempo, de onwenselijkheid van de indirecte dwang, de cruciale maatschappelijke rol van referente als verpleegkundige en haar rol als mantelzorger. Ten vijfde heeft verweerder een onjuiste belangenafweging gemaakt in het kader van artikel 8 van het EVRM, door de belangen van de staat niet in de beoordeling te betrekken. Ten zesde zijn de gevolgen van het besluit onevenredig, onder meer omdat eiser en referent indirect worden gedwongen om versneld te trouwen of om naar Groot-Brittannië te verhuizen. Ten slotte heeft verweerder eiser niet gehoord, wat in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Wat is het oordeel van de rechtbank? 5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen. Had verweerder eiser en referente moeten horen? 6. Een van de voorwaarden voor het verlenen van de verblijfsvergunning die eiser heeft aangevraagd, is dat eiser en referente 21 jaar of ouder moeten zijn. Het leeftijdsvereiste heeft als doel om gedwongen huwelijken te voorkomen. Verweerder kan onder meer afwijken van het leeftijdsvereiste als het vasthouden aan het vereiste voor eiser en referente gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met het leeftijdsvereiste te dienen doel. 6.1. De rechtbank is van oordeel het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat verweerder eiser en referente had moeten horen in bezwaar. De rechtbank overweegt dat verweerder zonder hoorzitting geen goede afweging heeft kunnen maken of het vasthouden aan het leeftijdsvereiste in het specifieke geval van eiser evenredig is. Tijdens een hoorzitting had verweerder eiser en referente kunnen vragen naar hun persoonlijke situatie, eventuele nadelige gevolgen en het doel van het leeftijdsvereiste. Tijdens de zitting is namelijk naar voren gekomen dat referente mantelzorg geeft aan haar moeder, omdat zij verschillende medische problemen heeft en zorg mijdend is. Volgens referente neemt eiser de zorg voor haar moeder soms over als zij aan het werk is en is er verder niemand die de zorg voor haar moeder kan overnemen. Daarnaast heeft eisers gemachtigde tijdens de zitting toegelicht dat vasthouden aan het leeftijdsvereiste niet kan bijdragen aan het beoogde doel hiervan. Eisers gemachtigde heeft gesteld dat uithuwelijking niet aan de orde is. In dit verband heeft de gemachtigde aangevoerd dat eiser een man is, en dat zijn enige familielid, zijn oma, het juist niet eens is met het huwelijk tussen eiser en referente. Verder heeft eiser geen familie. 7. Gelet op het voorgaande, hoeven de overige beroepsgronden niet meer te worden besproken. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en het bestreden besluit wordt vernietigd. 9. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit . 10. Omdat het beroep gegrond is, veroordelen de rechtbank en de voorzieningenrechter verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 2802,-. 11. Ook bepaalt de rechtbank dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 388,- moet vergoeden. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit van 11 augustus 2025; - draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiser met inachtneming van deze uitspraak; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2802,-; - bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 388,- moeten vergoeden.