Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-04-22
ECLI:NL:RBDHA:2026:9651
Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige kamer Parketnummer: 09/151833-21 Datum uitspraak: 22 april 2026 Tegenspraak (art. 279 Sv) De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] , verblijfadres: [adres 1] . 1 Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 13 september 2021, 30 november 2021, 22 februari 2022 (alle pro forma) en 8 april 2026 (inhoudelijke behandeling). De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. van der Leeuw en van hetgeen door de raadsvrouw van de verdachte, mr. N.C.M.L. Bloebaum, naar voren is gebracht. De officier van justitie heeft op de terechtzitting van 30 november 2021 medegedeeld voornemens te zijn om een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) aanhangig te maken. 2 De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, die is gewijzigd op de terechtzitting van 22 februari 2022. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Aan de verdachte is – kort gezegd – tenlastegelegd: medeplegen van opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, in elk geval aanwezig hebben, van ongeveer 405 hennepplanten te Hazerswoude-dorp in de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 juli 2019; diefstal in vereniging van een hoeveelheid elektriciteit te Hazerswoude-dorp in de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 juli 2019; medeplegen van voorbereidingshandelingen van in de artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten te Valkenburg in de periode van 1 januari 2018 tot en met 29 oktober 2019; medeplegen van opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, in elk geval aanwezig hebben, van ongeveer 444 hennepplanten te Monster in de periode van 20 mei 2019 tot en met 12 februari 2021; diefstal in vereniging van een hoeveelheid elektriciteit en/of water te Monster in de periode van 20 mei 2019 tot en met 12 februari 2021; voorhanden hebben van een of meer onderdelen van wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten: een omgebouwd gas- alarmpistool en/of een patroonmagazijn en/of 169 stuks pistoolmunitie te Leiderdorp op 8 juni 2021; medeplegen van witwassen van een Rolex en/of een scooter en/of een personenauto en/of meerdere (contante) geldbedragen (waaronder € 30.000,- voor een verjaardagsfeest) te Leiden, althans in Nederland, en/of in Turkije in de periode van 1 juli 2016 tot en met 8 juni 2021. 3 De geldigheid van de dagvaarding 3.1. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 7 tenlastegelegde partieel nietig dient te worden verklaard. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat het onderdeel dat ziet op de contante geldbedragen in te algemene bewoordingen is geformuleerd. Met uitzondering van het daarin genoemde geldbedrag van € 30.000,-, is op basis van de tenlastelegging en het dossier onvoldoende duidelijk op welke contante geldbedragen de verdenking van witwassen ziet. 3.2. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdenking ten aanzien van de contante geldbedragen slechts ziet op het witwassen van het genoemde bedrag van € 30.000,- voor een verjaardagsfeest. 3.3. Het oordeel van de rechtbank Op grond van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) moet de dagvaarding onder meer een opgave van het ten laste gelegde feit bevatten, met vermelding van tijd en plaats, en van de omstandigheden waaronder dat feit zou zijn begaan. De opgave van het feit in de tenlastelegging moet voldoende duidelijk en feitelijk zijn zodat het voor de verdachte, in combinatie met het onderliggende dossier, vo In een telefoongesprek op 9 juni 2019 vraagt [naam 1] aan de verdachte of hij ‘arpa’ (gerst) moet geven, omdat ‘ze dorst hebben’. De verdachte reageert daarop dat hij dat heeft gegeven voordat hij wegging. In hetzelfde gesprek zegt [naam 1] tegen de verdachte dat hij ermee wil stoppen, maar dat ze er ‘misschien nog 2 of 3 doen’ als onder andere zijn huur wordt betaald. Daarbij komt ook een derde persoon ter sprake, [naam 2] , die bang zou zijn dat er niets overblijft. De verdachte reageert daarop dat [naam 2] blij moet zijn als er 5000 voor hem overblijft wanneer hij geen ruk heeft gedaan. In telefoongesprekken op 29 en 30 juli 2019 bespreken [naam 1] en de verdachte hoe zij moeten omgaan met een aangekondigde afsluiting van het water. In dat gesprek vraagt [naam 1] wat er zal gebeuren als het water wordt afgesloten, waarop de verdachte zegt dat ‘die daar eraan zullen gaan’ vanwege de warmte. In een telefoongesprek op 12 augustus 2019 vraagt [naam 1] aan de verdachte of hij nog veel moet doen, omdat zijn klanten zo zullen komen. De verdachte reageert dat hij klaar is en eraan komt, maar [naam 1] zegt daarop dat er iemand is en dat hij die eerst zal moeten wegsturen. Op dat moment maakte de telefoon van de verdachte verbinding met een zendmast in Monster. De rechtbank maakt uit het voorgaande op dat de verdachte een essentiële en aansturende rol vervulde in het onderhoud van de kwekerij. Anders dan de verdediging heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat de rol die de verdachte vervulde van voldoende gewicht is om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hem en zijn medeverdachte(n). Daarom acht de rechtbank het onder 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Feit 5: medeplegen van diefstal van elektriciteit en water Bij het aantreffen van de hennepkwekerij aan de [adres 2] is gebleken dat de stroom voor de hennepkwekerij buiten de elektriciteitsmeter om werd verkregen door de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast te verbreken. Bovendien was op de toevoerleiding een illegale aansluiting gemaakt. Daarnaast is gezien dat een extra leiding om de watermeter was aangebracht (omloopleiding) zodat een juiste registratie van het waterverbruik niet (meer) mogelijk was. Uit het tapgesprek van 29 juli 2019 tussen [naam 1] en de verdachte blijkt dat het water tijdelijk wordt afgesloten. [naam 1] zegt: je zal morgen moeten komen. De verdachte beaamt dat en zegt dat hij ‘ [bijnaam] ’ wel langs zal sturen. Uit dit tapgesprek leidt de rechtbank af dat de verdachte zich bezig hield met de wateraansluiting van de hennepkwekerij. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de essentiële en aansturende rol van de verdachte in het onderhoud van de kwekerij, in combinatie met de omstandigheid dat het een feit van algemene bekendheid is dat een hennepkwekerij veel elektriciteit en water verbruikt, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte weet had van de illegale water- en stroomvoorziening en dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het opzettelijk wegnemen van een hoeveelheid water en elektriciteit ten bate van de kwekerij. Op grond hiervan zal de rechtbank het onder 5 tenlastegelegde medeplegen van de diefstal van water en elektriciteit eveneens bewezen verklaren. Feit 7: medeplegen van witwassen Juridisch beoordelingskader Voor een bewezenverklaring van witwassen in de zin van artikel 420bis e.v. Sr is vereist dat het betreffende voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. De rechtbank stelt voorop dat daarvoor niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dat een voorwerp ‘afkomstig is uit enig misdrijf’ kan bewezen worden geacht als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Of daarvan sprake is moet worden beoordeeld aan de hand van het toetsingskader dat Hij had eerder gratis diensten verleend aan Boef (tanden bleken), hetgeen ertoe leidde dat Boef het optreden kosteloos wilde doen. De totale kosten voor het feest kwamen neer op een bedrag van € 8.500,-. Het feest is bekostigd met het geld dat cadeau is gegeven door de 200 tot 250 aanwezigen op het feest. In totaal is een bedrag van circa € 22.000,- geschonken. Daarvan is het feest en ook de Piaggio scooter met kenteken [kenteken 1] betaald. De verdachte had de scooter al voorafgaand aan het feest gehaald, maar nadien pas betaald. Het was mogelijk om de scooter later te betalen omdat hij hem heeft gekocht van een bekende van [neef van de verdachte] , die met de verdachte mee was gegaan om te bemiddelen. [naam 3] en [neef van de verdachte] zijn als getuigen gehoord bij de rechter-commissaris. Zowel [naam 3] als [neef van de verdachte] hebben verklaard dat de artiesten voor een vriendenprijs of zelfs kosteloos hebben opgetreden, wegens de goede band die de getuigen hebben met die artiesten. Verder hebben zij beiden verklaard dat het feest is betaald van de contante geldbedragen die de zoon van de verdachte cadeau heeft gekregen. [neef van de verdachte] heeft verklaard dat dit een gebruikelijke gang van zaken is en dat hij zelf een bedrag van € 500,- in een envelop heeft gegeven. Daarnaast heeft [neef van de verdachte] verklaard dat hij de verdachte heeft voorgesteld bij Scooter Exclusief Lammenschans, waar goede bekenden van hem werken, waardoor de verdachte een betere prijs zou hebben gekregen. De verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven voor de contante uitgaven met betrekking tot het verjaardagsfeest. De rechtbank overweegt daartoe dat zijn verklaring wordt ondersteund door de getuigenverklaringen van [naam 3] en [neef van de verdachte] . De betaling van de scooter, pas enkele dagen nadat de scooter door de verdachte is meegenomen, roept naar het oordeel van de rechtbank wel vragen op. Het had echter op de weg van het Openbaar Ministerie gelegen om nader onderzoek te doen naar dit onderdeel van de verklaring. Door de verdachte en [neef van de verdachte] is immers vermeld bij welk bedrijf de scooter is gekocht, zodat hun verklaringen geverifieerd hadden kunnen worden. Dat geldt ook voor de afspraken die zijn gemaakt met de artiesten die hebben opgetreden op het feest, waarover concrete informatie is gegeven door de verdachte en de getuigen. Het uitblijven van nader onderzoek staat naar het oordeel van de rechtbank in de weg aan een bewezenverklaring, nu de lezing van de verdachte niet kan worden uitgesloten. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het medeplegen van witwassen van € 30.000,- voor het verjaardagsfeest en de Piaggio scooter met kenteken [kenteken 1] . Mercedes AMG met kenteken [kenteken 2] en Rolex De politie heeft naar aanleiding van TCI-informatie onderzoek verricht naar een mogelijke contante uitgave van de verdachte voor de aankoop van een Mercedes AMG in Duitsland, waarvoor hij meer dan € 40.000,- zou hebben betaald. Uit het iRVI onderzoek inzake de verdachte is gebleken dat hij een Mercedes AMG met kenteken [kenteken 2] op naam had staan sinds 2 augustus 2019. In afgetapte telefoongesprekken van de verdachte komt naar voren dat hij de Mercedes heeft gekocht van een particulier in Duitsland. Uit onderzoek van de politie naar soortgelijke voertuigen die te koop werden aangeboden, is gebleken dat de verkoopprijs varieert van € 33.790,- tot € 42.950,-. Vanaf 11 januari 2021 stond de Mercedes op naam van medeverdachte [partner van de verdachte] . Op het verblijfadres van de verdachte en [partner van de verdachte] is bij een doorzoeking op 8 juni 2021 een Rolex horloge aangetroffen. De nieuwwaarde van dit horloge is getaxeerd op € 13.600,-. Zoals eerder is overwogen, beschikten de verdachte en [partner van de verdachte] nauwelijks over geregistreerde inkomsten en vermogen. Op de bankr Nu de verklaringen van de verdachte en [naam 4] op onderdelen van elkaar verschillen, op wezenlijke punten niet kunnen worden geverifieerd en het dossier een aanwijzing bevat dat de verklaringen mogelijk op elkaar zijn afgestemd, is de rechtbank van oordeel dat het door de verdachte geboden tegenwicht tegen de verdenking van witwassen onvoldoende aanleiding geeft tot nader onderzoek door het Openbaar Ministerie. Gelet op het voorgaande is er geen andere conclusie mogelijk dan dat de ten laste gelegde Mercedes en Rolex onmiddellijk of middellijk uit enig (eigen) misdrijf afkomstig zijn. 4.6. De bewezenverklaring De rechtbank is met betrekking tot de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 7 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat: 1hij in de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 juli 2019 te Hazerswoude-dorp, gemeente Alphen aan den Rijn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 3] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 405 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; 2 hij in de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 juli 2019 te Hazerswoude-Dorp, gemeente Alphen aan den Rijn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, (telkens) een hoeveelheid elektriciteit, die aan Liander NV, toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 3hij in de periode van 1 januari 2018 tot en met 29 oktober 2019 te Valkenburg, gemeente Katwijk, (telkens), in een loods gelegen aan de [adres 4] en of in een voertuig (VW Transporter ( [kenteken 3] ), stoffen en voorwerpen heeft afgeleverd, vervoerd, of voorhanden gehad, te weten: - lampen en- transformatoren en- droog netten en- sealzakken en- zakken meststof (Kristalen) en- een sealmachine en- een henneptent met henneprestenwaarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten; 4hij in de periode van 20 mei 2019 tot en met 12 februari 2021 te Monster, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 444 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; 5hij in de periode van 20 mei 2019 tot en met 12 februari 2021 te Monster, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen (telkens) een hoeveelheid elektriciteit en water die toebehoorden aan Westland Infra en/of Evides Waterbedrijf NV, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen; 7hij in de periode van 1 juli 2016 tot en met 8 juni 2021 te Leiden, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, (telkens)- van voorwerpen, te weten een Rolex en een personenauto (Mercedes AMG [kenteken 2] ) - deze voorwerpen heeft verworven en voorhanden heeft gehad en daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat deze voorwerpen, onmiddellijk of middellijk, afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf; Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad. 5 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 6 De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 7 De strafoplegging 7.1. De vordering van de officier van justitie De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend, enerzijds om de ernst van de gepleegde feiten tot uitdrukking te brengen en anderzijds om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken. Voorlopige hechtenis De rechtbank zal bevelen dat het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven, nu het onvoorwaardelijke deel van de op te leggen gevangenisstraf gelijk is aan de duur van het voorarrest. 8 De inbeslaggenomen voorwerpen 8.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich niet uitgelaten over de inbeslaggenomen voorwerpen. 8.2. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft evenmin een standpunt ingenomen over de inbeslaggenomen voorwerpen. 8.3. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal het op de beslaglijst, als bijlage III aan dit vonnis gehecht, onder 2 genoemde voorwerp verbeurdverklaren. Dit voorwerp, de Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken 4] , is voor verbeurdverklaring vatbaar aangezien dit voorwerp aan de verdachte toebehoort en met behulp van dit voorwerp de onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde feiten zijn begaan of voorbereid. Bij de vaststelling van deze bijkomende straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. De rechtbank zal ten aanzien van het op de beslaglijst onder 3 genoemde voorwerp de bewaring gelasten ten behoeve van de rechthebbende. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder feit 6 en kan voorts niet vaststellen aan wie het voorwerp toebehoort. 9 De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen: - 14 a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57, 311, 420bis van het Wetboek van Strafrecht; - 3, 11 en 11a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst II. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden. 10 De beslissing De rechtbank: verklaart de dagvaarding ten aanzien van het onder 7 tenlastegelegde partieel nietig, te weten met betrekking tot het onder het tweede gedachtestreepje ten aanzien van andere geldbedragen dan "€30.000 voor een verjaardagsfeest"; verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 6 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 4.6 bewezen is verklaard; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt: ten aanzien van feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod ; ten aanzien van feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen ; ten aanzien van feit 3: stoffen en/of voorwerpen afleveren, vervoeren, voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde lid en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten ; ten aanzien van feit 4: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod ; ten aanzien van feit 5: diefstal door twee of meer verenigde personen ; ten aanzien van feit 7: medeplegen van witwassen ; verklaart de verdachte daarvoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 391 (DRIEHONDERDEENENNEGENTIG) DAGEN ; bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, te weten 261 dagen, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet Bijlage I: tekst van de tenlastelegging Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 22 februari 2022 – ten laste gelegd dat: 1 hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 juli 2019 te Hazerswoude-dorp, gemeente Alphen aan den Rijn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 3] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 405 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; 2 hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 juli 2019 te Hazerswoude-Dorp, gemeente Alphen aan den Rijn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan Liander NV, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 3 hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 29 oktober 2019 te Valkenburg, gemeente Katwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (telkens), in een loods gelegen aan de [adres 4] en of in een voertuig (VW Transporter ( [kenteken 3] ), stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten: (een groot aantal) - lampen en/of - transformatoren en/of - droog netten en/of - sealzakken en/of - zakken meststof (Kristalen) en/of - een sealmachine en/of - een henneptent met hennepresten waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten; 4 hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 mei 2019 tot en met 12 februari 2021 te Monster, gemeente Westland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 444 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; 5 hij in of omstreeks de periode van 20 mei 2019 tot en met 12 februari 2021 te Monster, gemeente Westland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een hoeveelheid elektriciteit en/of water in elk geval enig(e) goed(eren), dat geheel of ten dele toebehoorde aan Westland Infra en/of Evides Waterbedrijf NV, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 6 hij op of omstreeks 8 juni 2021 te Leiderdorp, althans in Nederland, een of meer (onderdelen van) wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten: - een omgebouwd gas- alarmpistool, van het merk Walther, type P22, kaliber 9mm kort en/of - een patroonmagazijn, van het merk Clock, kaliber 9 x 19mm, zijnde een of meer (onderdelen van) vuurwapen(s) in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of - 169, althans een groot aantal, stuks pistoolmunitie van categorie III, van diverse merken (o.a. S&B), kaliber 9mm Luger en/of 9mm kort, voorhanden