Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-24
ECLI:NL:RBDHA:2026:9648
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,619 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9648 text/xml public 2026-05-08T10:00:24 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-24 25/6292 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9648 text/html public 2026-04-30T09:07:31 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9648 Rechtbank Den Haag , 24-04-2026 / 25/6292 BZ, rechtbank onbevoegd. Verweerder is geen bestuursorgaan, dus is er geen sprake van een met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/6292 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser en Dunea N.V.. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid van 9 juni 2025. 1.1. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. 3. In artikel 1:1 van de Awb staat dat onder bestuursorgaan wordt verstaan (a) een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld of (b) een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed. 4. Dunea N.V. is een privaatrechtelijk rechtspersoon en daarmee niet krachtens publiekrecht ingesteld, zoals bijvoorbeeld de staat, provincies, gemeenten en waterschappen. 5. Van een bestuursorgaan, als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder b, van de Awb, is sprake bij organen van privaatrechtelijke rechtspersonen die niet tot de overheid kunnen worden gerekend, maar die wel met openbaar gezag zijn bekleed. In de rechtspraak wordt 'bekleed zijn met enig openbaar gezag' aangenomen als sprake is van een op de wet steunende bevoegdheid om de rechtspositie van de bestuurde (de burger) eenzijdig te bepalen. Bepalend daarvoor is of aan hen een of meer overheidstaken zijn opgedragen en daarvoor benodigde publiekrechtelijke bevoegdheden zijn toegekend. Hierbij geldt dat zij slechts zijn aan te merken als een bestuursorgaan voor zover zij hun publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefenen. Voor het overige handelen zij volgens het civiele recht. 6. Dunea is op grond van de Drinkwaterwet aangewezen als drinkwaterleverancier. Dunea moet zich houden aan de Drinkwaterwet, maar wendt haar privaatrechtelijke bevoegdheden aan om haar taken uit te voeren. Aan Dunea zijn geen overheidstaken opgedragen en geen publiekrechtelijke bevoegdheden toegekend. Dunea kan daarom ook niet worden aangemerkt als een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, onder b, van de Awb. 7. In artikel 2.2 van de Woo is bepaald op welke organen, personen en colleges de wet van toepassing is, naast bestuursorganen. De daarin genoemde organen, personen en colleges worden voor de toepassing van de Woo met een bestuursorgaan gelijkgesteld. Privaatrechtelijke rechtspersonen worden daarin niet genoemd. Voor zover eiser heeft gesteld dat in artikel 2.3, eerste lid, onder c, van de Woo is bepaald dat de wet ook mede van toepassing is op privaatrechtelijke rechtspersonen, overweegt de rechtbank dat artikel 2.3 van de Woo tijdens de parlementaire behandeling van de wet is komen te vervallen en dat dit artikel nooit in werking is getreden. Wat eiser hierover heeft aangevoerd, hoeft daarom niet te worden besproken. 8. Nu Dunea geen bestuursorgaan is en voor de toepassing van de Woo daarmee ook niet gelijk wordt gesteld, is er geen sprake van een met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen op een verzoek als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb, waartegen beroep kan worden ingesteld. 9. De rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Nobel, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb. Vergelijk de uitspraak van rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 januari 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:195. Kamerstukken II, 2020-2021, 35112, nr. 23.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9648 text/xml public 2026-05-08T10:00:24 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-24 25/6292 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9648 text/html public 2026-04-30T09:07:31 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9648 Rechtbank Den Haag , 24-04-2026 / 25/6292 BZ, rechtbank onbevoegd. Verweerder is geen bestuursorgaan, dus is er geen sprake van een met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/6292 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser en Dunea N.V.. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid van 9 juni 2025. 1.1. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. 3. In artikel 1:1 van de Awb staat dat onder bestuursorgaan wordt verstaan (a) een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld of (b) een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed. 4. Dunea N.V. is een privaatrechtelijk rechtspersoon en daarmee niet krachtens publiekrecht ingesteld, zoals bijvoorbeeld de staat, provincies, gemeenten en waterschappen. 5. Van een bestuursorgaan, als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder b, van de Awb, is sprake bij organen van privaatrechtelijke rechtspersonen die niet tot de overheid kunnen worden gerekend, maar die wel met openbaar gezag zijn bekleed. In de rechtspraak wordt 'bekleed zijn met enig openbaar gezag' aangenomen als sprake is van een op de wet steunende bevoegdheid om de rechtspositie van de bestuurde (de burger) eenzijdig te bepalen. Bepalend daarvoor is of aan hen een of meer overheidstaken zijn opgedragen en daarvoor benodigde publiekrechtelijke bevoegdheden zijn toegekend. Hierbij geldt dat zij slechts zijn aan te merken als een bestuursorgaan voor zover zij hun publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefenen. Voor het overige handelen zij volgens het civiele recht. 6. Dunea is op grond van de Drinkwaterwet aangewezen als drinkwaterleverancier. Dunea moet zich houden aan de Drinkwaterwet, maar wendt haar privaatrechtelijke bevoegdheden aan om haar taken uit te voeren. Aan Dunea zijn geen overheidstaken opgedragen en geen publiekrechtelijke bevoegdheden toegekend. Dunea kan daarom ook niet worden aangemerkt als een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, onder b, van de Awb. 7. In artikel 2.2 van de Woo is bepaald op welke organen, personen en colleges de wet van toepassing is, naast bestuursorganen. De daarin genoemde organen, personen en colleges worden voor de toepassing van de Woo met een bestuursorgaan gelijkgesteld. Privaatrechtelijke rechtspersonen worden daarin niet genoemd. Voor zover eiser heeft gesteld dat in artikel 2.3, eerste lid, onder c, van de Woo is bepaald dat de wet ook mede van toepassing is op privaatrechtelijke rechtspersonen, overweegt de rechtbank dat artikel 2.3 van de Woo tijdens de parlementaire behandeling van de wet is komen te vervallen en dat dit artikel nooit in werking is getreden. Wat eiser hierover heeft aangevoerd, hoeft daarom niet te worden besproken. 8. Nu Dunea geen bestuursorgaan is en voor de toepassing van de Woo daarmee ook niet gelijk wordt gesteld, is er geen sprake van een met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen op een verzoek als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb, waartegen beroep kan worden ingesteld. 9. De rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Nobel, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb. Vergelijk de uitspraak van rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 januari 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:195. Kamerstukken II, 2020-2021, 35112, nr. 23.