Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-24
ECLI:NL:RBDHA:2026:9597
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,044 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9597 text/xml public 2026-04-29T14:45:46 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-24 NL25.953 en NL25.954 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening+bodemzaak NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9597 text/html public 2026-04-29T14:45:12 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9597 Rechtbank Den Haag , 24-02-2026 / NL25.953 en NL25.954 Verblijfsvergunning arbeid als zelfstandige - beroep ongegrond RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.953 en NL25.954 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiseres] , [V-nummer], eiseres/verzoekster (hierna: eiseres) (gemachtigde: mr. M.K. Bhadai), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning met als doel ‘arbeid als zelfstandige’. Ook beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres. 1.1. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres met het besluit van 2 september 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 december 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2026 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en is zelf niet verschenen. Verweerder heeft voorafgaand aan de zitting laten weten niet aanwezig te zullen zijn. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiseres is van 22 oktober 2022 tot 22 oktober 2023 in het bezit geweest van een verblijfsvergunning met als doel ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’. Op 12 september 2023 heeft eiseres een aanvraag ingediend om het doel van haar verblijfsvergunning te wijzigen naar ‘arbeid in loondienst’. Deze aanvraag is door verweerder afgewezen en verweerder heeft aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd. Op 25 juli 2024 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’. 3. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden die gelden voor een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid als zelfstandige. De stukken die eiseres heeft overgelegd zijn onvoldoende om advies te vragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: de RvO) over de vraag of haar arbeid een wezenlijk Nederlands belang dient. Wat vindt eiseres in beroep? 4. Volgens eiseres voldoet zij wel aan de gestelde criteria en heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met de door haar overgelegde stukken. Eiseres vindt dat zij voldoende bewijsstukken heeft overgelegd om haar ondernemerschapservaring en werkervaring aan te tonen. Ook heeft zij haar ondernemingsplan voldoende onderbouwd. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van de opstartende onderneming van eiseres. Daarnaast kan de onderneming van eiseres een wezenlijke bijdrage leveren aan de Nederlandse economie. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de potentie van haar onderneming. Verder heeft verweerder ten onrechte geen aanleiding gezien om af te wijken van de beleidsregels vanwege bijzondere omstandigheden. Tot slot heeft verweerder eiseres ten onrechte niet gehoord in bezwaar. Wat is het beoordelingskader? 5. Een verblijfsvergunning met als doel ‘arbeid als zelfstandige’ kan worden verleend aan een persoon van buiten de Europese Unie die arbeid als zelfstandige verricht of gaat verrichten, waarmee naar het oordeel van verweerder een wezenlijk Nederlands belang is gediend. Verweerder beoordeelt dit aan de hand van een puntenstelsel, waarbij punten worden toegekend voor persoonlijke ervaring, ondernemingsplan, en toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie. In bijlage 8a, behorend bij artikel 3.20a van het VV, en paragraaf B6/4.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: de Vc) is opgesomd welke stukken en gegevens overgelegd moeten worden. Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat verweerder mag verlangen dat de aanvrager de volgens paragraaf B6/4.5 van de Vc vereiste stukken overlegt, zoals een ondernemingsplan met een markt- en concurrentieanalyse toegespitst op de eigen dienst. Wat is het oordeel van de rechtbank? 6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag van eiseres zonder voorlegging aan de RvO mocht afwijzen, omdat de overgelegde stukken niet voldoen aan de vereisten die zijn gesteld in de bijlage 8a en paragraaf B6/4.5 van de Vc. Zo heeft eiseres onvoldoende inzicht gegeven in haar inkomsten in de 12 maanden voorafgaand aan haar aanvraag. Eiseres heeft haar aanvraag namelijk ingediend in juli 2024, maar heeft enkel stukken overgelegd ter onderbouwing van haar inkomsten in 2022 en 2023. Ook heeft eiseres haar ondernemerschaps- en werkervaring onvoldoende onderbouwd. Eiseres heeft een aantal verklaringen van derden overgelegd, maar hieruit blijkt niet in welke mate de werkervaring relevant is voor de beoordeling van de aanvraag en bovendien ontbreekt een onderbouwing en nadere toelichting. Uit de aanbevelingsbrief van Albert Heijn, die weggelakte passages bevat zonder dat is toegelicht waarom, blijkt evenmin in hoeverre de verrichtte werkzaamheden van eiseres aansluiten bij de aard van haar voorgenomen onderneming. Verder ontbreken, nog los van de reeds wel of niet gemaakte kosten voor het opstarten van de onderneming, in het in bezwaar overgelegde herziene ondernemingsplan nog steeds essentiële financiële componenten zoals een gedetailleerd financieel plan en een liquiditeitsprognose voor de komende drie jaar, en is de financiële paragraaf niet opgesteld of geverifieerd door een onafhankelijke deskundige. Daarnaast is de marktanalyse te algemeen van aard en onvoldoende diepgaand. In de marktanalyse ontbreekt een koppeling tussen de geschetste algemene trends in de Nederlandse PR- en consultancysector en hoe de onderneming van eiseres daarop inspeelt of zich onderscheidt van andere bedrijven. Tot slot heeft eiseres geen schriftelijke bewijzen overgelegd om de door haar gestelde innovaties, arbeidscreatie of geplande investeringen te onderbouwen. Concluderend heeft verweerder alle door eiseres overgelegde documenten betrokken bij de besluitvorming en voldoende deugdelijk gemotiveerd dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden. 7. Niet is gebleken van gevolgen voor eiseres die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met het beleid te dienen doelen, waarin verweerder aanleiding had moeten zien om af te wijken van zijn beleid en haar aanvraag alsnog in te willigen. 8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de hoorplicht in bezwaar niet heeft geschonden. Eiseres heeft in bezwaar niet alle ontbrekende informatie overgelegd, terwijl verweerder in het primaire besluit van 2 september 2024 duidelijk heeft aangegeven op welke punten de aanvraag van eiseres niet toereikend was. Verweerder heeft op grond van wat naar voren is gebracht in bezwaar daarom redelijkerwijs kunnen concluderen dat het bezwaar niet tot een andere uitkomst kon leiden dan afwijzing van de aanvraag. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. 10. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit. 11. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Bakker, griffier.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9597 text/xml public 2026-04-29T14:45:46 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-24 NL25.953 en NL25.954 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening+bodemzaak NL Den Haag Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9597 text/html public 2026-04-29T14:45:12 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9597 Rechtbank Den Haag , 24-02-2026 / NL25.953 en NL25.954 Verblijfsvergunning arbeid als zelfstandige - beroep ongegrond RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.953 en NL25.954 uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiseres] , [V-nummer], eiseres/verzoekster (hierna: eiseres) (gemachtigde: mr. M.K. Bhadai), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning met als doel ‘arbeid als zelfstandige’. Ook beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres. 1.1. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres met het besluit van 2 september 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 december 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2026 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en is zelf niet verschenen. Verweerder heeft voorafgaand aan de zitting laten weten niet aanwezig te zullen zijn. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiseres is van 22 oktober 2022 tot 22 oktober 2023 in het bezit geweest van een verblijfsvergunning met als doel ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’. Op 12 september 2023 heeft eiseres een aanvraag ingediend om het doel van haar verblijfsvergunning te wijzigen naar ‘arbeid in loondienst’. Deze aanvraag is door verweerder afgewezen en verweerder heeft aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd. Op 25 juli 2024 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’. 3. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden die gelden voor een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid als zelfstandige. De stukken die eiseres heeft overgelegd zijn onvoldoende om advies te vragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: de RvO) over de vraag of haar arbeid een wezenlijk Nederlands belang dient. Wat vindt eiseres in beroep? 4. Volgens eiseres voldoet zij wel aan de gestelde criteria en heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met de door haar overgelegde stukken. Eiseres vindt dat zij voldoende bewijsstukken heeft overgelegd om haar ondernemerschapservaring en werkervaring aan te tonen. Ook heeft zij haar ondernemingsplan voldoende onderbouwd. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van de opstartende onderneming van eiseres. Daarnaast kan de onderneming van eiseres een wezenlijke bijdrage leveren aan de Nederlandse economie. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de potentie van haar onderneming. Verder heeft verweerder ten onrechte geen aanleiding gezien om af te wijken van de beleidsregels vanwege bijzondere omstandigheden. Tot slot heeft verweerder eiseres ten onrechte niet gehoord in bezwaar. Wat is het beoordelingskader? 5. Een verblijfsvergunning met als doel ‘arbeid als zelfstandige’ kan worden verleend aan een persoon van buiten de Europese Unie die arbeid als zelfstandige verricht of gaat verrichten, waarmee naar het oordeel van verweerder een wezenlijk Nederlands belang is gediend. Verweerder beoordeelt dit aan de hand van een puntenstelsel, waarbij punten worden toegekend voor persoonlijke ervaring, ondernemingsplan, en toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie. In bijlage 8a, behorend bij artikel 3.20a van het VV, en paragraaf B6/4.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: de Vc) is opgesomd welke stukken en gegevens overgelegd moeten worden. Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat verweerder mag verlangen dat de aanvrager de volgens paragraaf B6/4.5 van de Vc vereiste stukken overlegt, zoals een ondernemingsplan met een markt- en concurrentieanalyse toegespitst op de eigen dienst. Wat is het oordeel van de rechtbank? 6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag van eiseres zonder voorlegging aan de RvO mocht afwijzen, omdat de overgelegde stukken niet voldoen aan de vereisten die zijn gesteld in de bijlage 8a en paragraaf B6/4.5 van de Vc. Zo heeft eiseres onvoldoende inzicht gegeven in haar inkomsten in de 12 maanden voorafgaand aan haar aanvraag. Eiseres heeft haar aanvraag namelijk ingediend in juli 2024, maar heeft enkel stukken overgelegd ter onderbouwing van haar inkomsten in 2022 en 2023. Ook heeft eiseres haar ondernemerschaps- en werkervaring onvoldoende onderbouwd. Eiseres heeft een aantal verklaringen van derden overgelegd, maar hieruit blijkt niet in welke mate de werkervaring relevant is voor de beoordeling van de aanvraag en bovendien ontbreekt een onderbouwing en nadere toelichting. Uit de aanbevelingsbrief van Albert Heijn, die weggelakte passages bevat zonder dat is toegelicht waarom, blijkt evenmin in hoeverre de verrichtte werkzaamheden van eiseres aansluiten bij de aard van haar voorgenomen onderneming. Verder ontbreken, nog los van de reeds wel of niet gemaakte kosten voor het opstarten van de onderneming, in het in bezwaar overgelegde herziene ondernemingsplan nog steeds essentiële financiële componenten zoals een gedetailleerd financieel plan en een liquiditeitsprognose voor de komende drie jaar, en is de financiële paragraaf niet opgesteld of geverifieerd door een onafhankelijke deskundige. Daarnaast is de marktanalyse te algemeen van aard en onvoldoende diepgaand. In de marktanalyse ontbreekt een koppeling tussen de geschetste algemene trends in de Nederlandse PR- en consultancysector en hoe de onderneming van eiseres daarop inspeelt of zich onderscheidt van andere bedrijven. Tot slot heeft eiseres geen schriftelijke bewijzen overgelegd om de door haar gestelde innovaties, arbeidscreatie of geplande investeringen te onderbouwen. Concluderend heeft verweerder alle door eiseres overgelegde documenten betrokken bij de besluitvorming en voldoende deugdelijk gemotiveerd dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden. 7. Niet is gebleken van gevolgen voor eiseres die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met het beleid te dienen doelen, waarin verweerder aanleiding had moeten zien om af te wijken van zijn beleid en haar aanvraag alsnog in te willigen. 8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de hoorplicht in bezwaar niet heeft geschonden. Eiseres heeft in bezwaar niet alle ontbrekende informatie overgelegd, terwijl verweerder in het primaire besluit van 2 september 2024 duidelijk heeft aangegeven op welke punten de aanvraag van eiseres niet toereikend was. Verweerder heeft op grond van wat naar voren is gebracht in bezwaar daarom redelijkerwijs kunnen concluderen dat het bezwaar niet tot een andere uitkomst kon leiden dan afwijzing van de aanvraag. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. 10. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit. 11. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Bakker, griffier.