Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-04-10
ECLI:NL:RBDHA:2026:9372
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 24/8292 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser (gemachtigde: F. el Khabazi), en het college van burgemeester en wethouders van Delft, het college ([gemachtigde]). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om de eenmalige energietoeslag 2023. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag heeft kunnen afwijzen. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft op 19 april 2024 een aanvraag ingediend voor de eenmalige energietoeslag 2023. Met het besluit van 2 mei 2024 heeft het college de aanvraag afgewezen. Met het bestreden besluit van 5 september 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat het inkomen van eiser in de maand december 2023 boven de inkomensgrens lag waardoor er geen recht op de energietoeslag bestaat. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 op zitting behandeld. Op verzoek van de gemachtigde van eiser is de behandeling verplaatst naar 11.00 uur ’s ochtends. De rechtbank heeft dit bij brief van 29 januari 2026 aan partijen bevestigd. De gemachtigde van eiser is niet op dit tijdstip verschenen. In haar e-mail van 19 maart 2026 heeft zij laten weten dat ze op het oorspronkelijke tijdstip van de behandeling was verschenen en dat zij de brief van 29 januari 2026 niet heeft ontvangen. De rechtbank ziet geen reden om hier gevolgen aan te verbinden. De gemachtigde van eiser heeft namelijk niet verzocht om een nieuwe zitting. Ook als zij dit wel had gedaan, zou de rechtbank hieraan voorbij zijn gegaan. De brief van 29 januari 2026 is namelijk naar het juiste adres verzonden en eerdere post is ook ontvangen. 2.3. De gemachtigde van het college heeft aan de zitting deelgenomen. Beoordeling door de rechtbank Wanneer bestaat er recht op de energietoeslag? 3. Op grond van artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet (Pw) kan er recht bestaan op bijzondere bijstand. Deze kosten worden onder bepaalde voorwaarden vergoed. Onder meer moeten de kosten noodzakelijk zijn en moet een betrokkene onvoldoende vermogen en inkomsten hebben om de kosten zelf te dragen. 3.1. Om categoriale verstrekking van de energietoeslag mogelijk te maken is artikel 35 van de Pw gewijzigd. Op grond van het vierde lid kan, in afwijking van het eerste lid, voor het jaar 2023 tot en met 31 augustus 2024 bijzondere bijstand ook aan een alleenstaande of een gezin worden verleend in de vorm van een eenmalige energietoeslag, zonder dat wordt nagegaan of die alleenstaande of dat gezin in dat jaar een sterk gestegen energierekening had. De achtergrond en bedoeling van de wetgever bij deze wetswijziging is te vinden in de memorie van toelichting. 3.2. De wetgever heeft gemeenten de bevoegdheid gegeven om in 2023 een eenmalige energietoeslag toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Gemeenten hebben de vrijheid gekregen om zelf de voorwaarden voor de energietoeslag nader in te vullen. Het college heeft deze voorwaarden neergelegd in de Beleidsregel eenmalige energietoeslag 2023 gemeente Delft (de Beleidsregel). 3.3. In artikel 2, eerste, tweede en derde lid, van de Beleidsregel is bepaald dat de energietoeslag is bedoeld voor huishoudens met een laag inkomen. Van een laag inkomen is sprake als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Huishoudens met een in aanmerking te nemen inkomen tusse Daarnaast kent de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in artikel 4:84 een vangnetbepaling. In dit artikel staat dat het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. 5.2. Het college heeft in dit kader beoordeeld of er in de situatie van eiser bijzondere omstandigheden zijn die het noodzakelijk maken om af te wijken van het beleid. Hiertoe heeft het college alle loonstroken uit 2023 bij eiser opgevraagd. Op basis hiervan heeft het college het gemiddelde maandinkomen van eiser vastgesteld op € 1.261,02. Omdat eiser een student was, had hij ook recht op een studielening van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). De lening moet worden meegenomen in de berekening van het maandinkomen. Eisers maandinkomen over 2023 moet daarom worden vastgesteld op € 2.211,91. Gelet hierop lag het inkomen van eiser in 2023 ver boven de norm en is de energietoeslag terecht afgewezen. Over de periode van 1 maart 2023 tot en met 30 juni 2023 heeft eiser een aanvullende beurs van DUO ontvangen. Studenten die recht hebben op studiefinanciering komen niet voor de eenmalige energietoeslag in aanmerking. Studenten konden in plaats daarvan via DUO een eenmalige tegemoetkoming voor energiekosten ontvangen over het studiejaar 2023-2024, aldus het college. 5.3. De rechtbank is met het college van oordeel dat de wisselende inkomsten van eiser niet tot de conclusie hoeven leiden dat het college van de Beleidsregel moet afwijken. Het college heeft beoordeeld of in de individuele situatie van eiser bijzondere omstandigheden zijn die het noodzakelijk maken om af te wijken van het beleid. De rechtbank ziet daarbij geen aanleiding voor het oordeel dat het college het recht op studiefinancierings- mogelijkheden van eiser niet in aanmerking heeft kunnen nemen. Volgens vaste rechtspraak mag, gelet op het aanvullende karakter van de bijstand, van een student die bijstand aanvraagt namelijk worden gevergd dat hij een basislening bij de DUO aangaat, ook als hiermee een schuld wordt opgebouwd. Ook als de betrokkene feitelijk geen gebruik maakt van de studiefinancieringsmogelijkheden, kan dit als inkomen worden gezien. Daarnaast konden studenten in plaats van de energietoeslag een eenmalige tegemoetkoming voor energiekosten ontvangen over het studiejaar 2023-2024 van de DUO. Het is onduidelijk gebleven of eiser deze heeft ontvangen. Eiser heeft daarnaast ook niet aannemelijk gemaakt dat de gevolgen van het niet toekennen van de energietoeslag vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de met de Beleidsregel te dienen doelen. Is er sprake van een ongerechtvaardigd onderscheid? 6. Eiser voert aan dat het oneerlijk is dat mensen met een bijstandsuitkering wel in aanmerking komt voor de energietoeslag, terwijl eiser een jaarinkomen heeft dat onder de bijstandsnorm ligt en daarmee niet in aanmerking komt voor de energietoeslag. Daarnaast heeft eiser ook geen recht op andere minimavoorzieningen die mensen met een bijstandsuitkering wel ontvangen. 6.1. Voor zover eiser hiermee bedoelt dat er een ongerechtvaardigd onderscheid wordt gemaakt tussen studenten en personen die een bijstandsuitkering ontvangen, overweegt de rechtbank als volgt. Het verschil in behandeling tussen eiser en personen met een bijstandsuitkering komt voor uit het feit dat eiser als student aanspraak heeft op studiefinanciering, al dan niet in de vorm van een lening. De CRvB heeft geoordeeld dat de ongelijke behandeling van studenten in vergelijking met andere minima met betrekking tot het recht op energietoeslag objectief gerechtvaardigd is. Hieruit kan worden afgeleid dat het ook gerechtvaardigd is om studenten die aanspraak maken op het normbedrag voor de studiefinanciering in dit kader anders te behandelen dan andere minima. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser