Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-21
ECLI:NL:RBDHA:2026:9331
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,996 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9331 text/xml public 2026-05-05T09:30:22 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-21 11352166 \ RL EXPL 24-19030 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9331 text/html public 2026-04-23T15:06:57 2026-05-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9331 Rechtbank Den Haag , 21-04-2026 / 11352166 \ RL EXPL 24-19030 Luchtvaart RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Den Haag NvE/c Zaaknummer: 11352166 \ RL EXPL 24-19030 Vonnis van 21 april 2026 in de zaak van 1 [eisers sub 1], 2. [eisers sub 2] , beiden wonende te [woonplaats 1], 3. [eisers sub 3] , 4. [eisers sub 4] , 5. [eisers sub 5] , 6. [eisers sub 6], alle vier wonende te [woonplaats 2], 7. [eisers sub 7], 8. [eisers sub 8], beiden wonende te [woonplaats 3], gemachtigde: mr. R. Bos, eisende partijen, hierna samen te noemen: de Passagiers, tegen TUI AIRLINES NEDERLAND B.V. (TUI) , gevestigd te Rijswijk, gedaagde partij, hierna te noemen: TUI, gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 29 augustus 2024 met producties, - de conclusie van antwoord met producties, - de conclusie van repliek met producties, - de conclusie van dupliek, - de akte uitlating producties van de zijde van TUI. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. De Passagiers hadden voor 12 september 2022 een boeking voor vlucht OR 377 van TUI van Bonaire Flamingo International Airport naar Amsterdam Schiphol Airport. Deze vlucht maakt onderdeel uit van de rotatievlucht Amsterdam – Curaçao – Bonaire – Amsterdam. 2.2. Vlucht OR 377 is door TUI met een vertraging van 4 uur en 17 minuten uitgevoerd. 3 Het geschil 3.1. De Passagiers vorderen - samengevat - veroordeling van TUI tot betaling van € 4.085,00, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. De Passagiers leggen aan hun vordering ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; de Verordening) en de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie, hen recht geven op een vergoeding van € 600,- per persoon in verband met de opgelopen vertraging van hun vlucht van Bonaire naar Amsterdam. Het vertragen van een vlucht om economische redenen is geen buitengewone omstandigheid. Omdat betaling uitbleef hebben de Passagiers kosten moeten maken die worden begroot op € 485,-. Daarnaast is TUI de wettelijke rente verschuldigd. 3.3. TUI voert verweer. TUI concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de Passagiers, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de Passagiers in de kosten van deze procedure. Kort gezegd stelt TUI dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheid en dat ondanks het treffen van redelijke maatregelen de vertraging niet voorkomen had kunnen worden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Buitengewone omstandigheid 4.1. De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden. 4.2. Niet in geschil is dat de Passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Dit betekent dat TUI de Passagiers in beginsel moet compenseren. Dit is anders als TUI kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van een buitengewone omstandigheid. 4.3. Anders dan de passagiers hebben gesteld is de kantonrechter van oordeel dat TUI voldoende heeft aangetoond dat de vertraging van het betreffende vliegtuig was gelegen in de lange wachtrijen op de luchthaven Schiphol in de zomer van 2022, die het gevolg waren van een ernstig tekort aan beveiligingspersoneel. Dit blijkt uit de overgelegde verklaring van 17 september 2022 van de Station Operation Coördinator en de nieuwsberichten die over de lange wachtrijen zijn uitgebracht. Het gevolg was dat er lange wachtrijen voor de veiligheidscontrole ontstonden, wachtrijen die zich zelfs tot ver buiten het luchthavengebouw van Schiphol uitstrekten. TUI heeft vervolgens besloten het boarden uit te stellen en te wachten op de passagiers. Drie uur na het geplande vertrek van de vlucht, had de helft van de Passagiers zich nog niet gemeld. Om de Passagiers als nog in de gelegenheid te stellen hun vlucht te halen is de route van de vlucht gewijzigd. Omdat de luchthaven van Bonaire niet 24 uur per dag open is, is besloten daar eerst heen te vliegen en dan pas naar Curaçao. Uiteindelijk moest de vlucht wel vertrekken omdat als TUI nog langer zou wachten, de bemanning uit de uren zou lopen. TUI heeft uiteindelijk niet op alle passagiers gewacht, maar is met een vertraging van 4 uur en 54 minuten vertrokken. Deze vertraging heeft het vliegtuig niet meer kunnen inlopen. Weliswaar had Schiphol voor de maanden juni, juli en augustus 2022 nog gevraagd om vluchten te annuleren, maar voor de maand september 2022 waren geen beperkingen opgelegd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het ontbreken van voldoende beveiligingspersoneel op de luchthaven Schiphol ten tijde van de betreffende vlucht OR 377 op 12 september 2022 als een buitengewone omstandigheid is aan te merken, waarop TUI zich kan beroepen. Het tekort aan beveiligingspersoneel was een uitzonderlijk gevolg van een uitzonderlijke situatie (de corona-epidemie) en staat in een zodanig ver verwijderd verband van de normale situatie, dat een luchthaven wel over voldoende beveiligingspersoneel beschikt, dat een en ander niet meer als inherent aan de uitoefening van het luchtvaartbedrijf is aan te merken. Vast staat dat TUI geen invloed kon uitoefenen op de wachtrijen op Schiphol en dat zij heeft geprobeerd de vlucht zo snel mogelijk uit te voeren. 4.4. De stelling van de Passagiers dat het vliegtuig in de dagen voorafgaand aan de vlucht van 12 september 2022 continu te laat was kan buiten beschouwing blijven, omdat niet gesteld of onderbouwd is dat het vliegtuig op 12 september 2022 vertraagd was door een te laat binnenkomende vlucht. Bovendien heeft TUI dit betwist en gesteld dat het vliegtuig tijdig gereed stond. Redelijke maatregelen getroffen 4.5. Omdat sprake is van een buitengewone omstandigheid heeft de kantonrechter vervolgens te beoordelen of TUI redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging voor de passagiers te beperken. De kantonrechter volgt de Passagiers niet in hun betoog dat de keuze van TUI om te wachten op de passagiers (in Amsterdam) een beslissing van de luchtvaartmaatschappij is en zij daarom invloed kon uitoefenen op de vertraging. Hoewel de Passagiers op Bonaire tijdig aanwezig waren, althans konden zijn, voor hun (terug)vlucht bestond die mogelijkheid er niet voor de passagiers voor de heenvlucht (Amsterdam – Bonaire / Curaçao). Met TUI is de kantonrechter van oordeel dat in de gegeven omstandigheden op Schiphol het tijdig vertrekken vanuit Amsterdam boven het belang van de passagiers om vervoerd te kunnen worden, indruist tegen de doelstellingen van de Verordening, namelijk het bieden van een hoog niveau van consumentenbescherming.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9331 text/xml public 2026-05-05T09:30:22 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-21 11352166 \ RL EXPL 24-19030 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9331 text/html public 2026-04-23T15:06:57 2026-05-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9331 Rechtbank Den Haag , 21-04-2026 / 11352166 \ RL EXPL 24-19030 Luchtvaart RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Den Haag NvE/c Zaaknummer: 11352166 \ RL EXPL 24-19030 Vonnis van 21 april 2026 in de zaak van 1 [eisers sub 1], 2. [eisers sub 2] , beiden wonende te [woonplaats 1], 3. [eisers sub 3] , 4. [eisers sub 4] , 5. [eisers sub 5] , 6. [eisers sub 6], alle vier wonende te [woonplaats 2], 7. [eisers sub 7], 8. [eisers sub 8], beiden wonende te [woonplaats 3], gemachtigde: mr. R. Bos, eisende partijen, hierna samen te noemen: de Passagiers, tegen TUI AIRLINES NEDERLAND B.V. (TUI) , gevestigd te Rijswijk, gedaagde partij, hierna te noemen: TUI, gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 29 augustus 2024 met producties, - de conclusie van antwoord met producties, - de conclusie van repliek met producties, - de conclusie van dupliek, - de akte uitlating producties van de zijde van TUI. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. De Passagiers hadden voor 12 september 2022 een boeking voor vlucht OR 377 van TUI van Bonaire Flamingo International Airport naar Amsterdam Schiphol Airport. Deze vlucht maakt onderdeel uit van de rotatievlucht Amsterdam – Curaçao – Bonaire – Amsterdam. 2.2. Vlucht OR 377 is door TUI met een vertraging van 4 uur en 17 minuten uitgevoerd. 3 Het geschil 3.1. De Passagiers vorderen - samengevat - veroordeling van TUI tot betaling van € 4.085,00, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. De Passagiers leggen aan hun vordering ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; de Verordening) en de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie, hen recht geven op een vergoeding van € 600,- per persoon in verband met de opgelopen vertraging van hun vlucht van Bonaire naar Amsterdam. Het vertragen van een vlucht om economische redenen is geen buitengewone omstandigheid. Omdat betaling uitbleef hebben de Passagiers kosten moeten maken die worden begroot op € 485,-. Daarnaast is TUI de wettelijke rente verschuldigd. 3.3. TUI voert verweer. TUI concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de Passagiers, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de Passagiers in de kosten van deze procedure. Kort gezegd stelt TUI dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheid en dat ondanks het treffen van redelijke maatregelen de vertraging niet voorkomen had kunnen worden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Buitengewone omstandigheid 4.1. De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden. 4.2. Niet in geschil is dat de Passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Dit betekent dat TUI de Passagiers in beginsel moet compenseren. Dit is anders als TUI kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van een buitengewone omstandigheid. 4.3. Anders dan de passagiers hebben gesteld is de kantonrechter van oordeel dat TUI voldoende heeft aangetoond dat de vertraging van het betreffende vliegtuig was gelegen in de lange wachtrijen op de luchthaven Schiphol in de zomer van 2022, die het gevolg waren van een ernstig tekort aan beveiligingspersoneel. Dit blijkt uit de overgelegde verklaring van 17 september 2022 van de Station Operation Coördinator en de nieuwsberichten die over de lange wachtrijen zijn uitgebracht. Het gevolg was dat er lange wachtrijen voor de veiligheidscontrole ontstonden, wachtrijen die zich zelfs tot ver buiten het luchthavengebouw van Schiphol uitstrekten. TUI heeft vervolgens besloten het boarden uit te stellen en te wachten op de passagiers. Drie uur na het geplande vertrek van de vlucht, had de helft van de Passagiers zich nog niet gemeld. Om de Passagiers als nog in de gelegenheid te stellen hun vlucht te halen is de route van de vlucht gewijzigd. Omdat de luchthaven van Bonaire niet 24 uur per dag open is, is besloten daar eerst heen te vliegen en dan pas naar Curaçao. Uiteindelijk moest de vlucht wel vertrekken omdat als TUI nog langer zou wachten, de bemanning uit de uren zou lopen. TUI heeft uiteindelijk niet op alle passagiers gewacht, maar is met een vertraging van 4 uur en 54 minuten vertrokken. Deze vertraging heeft het vliegtuig niet meer kunnen inlopen. Weliswaar had Schiphol voor de maanden juni, juli en augustus 2022 nog gevraagd om vluchten te annuleren, maar voor de maand september 2022 waren geen beperkingen opgelegd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het ontbreken van voldoende beveiligingspersoneel op de luchthaven Schiphol ten tijde van de betreffende vlucht OR 377 op 12 september 2022 als een buitengewone omstandigheid is aan te merken, waarop TUI zich kan beroepen. Het tekort aan beveiligingspersoneel was een uitzonderlijk gevolg van een uitzonderlijke situatie (de corona-epidemie) en staat in een zodanig ver verwijderd verband van de normale situatie, dat een luchthaven wel over voldoende beveiligingspersoneel beschikt, dat een en ander niet meer als inherent aan de uitoefening van het luchtvaartbedrijf is aan te merken. Vast staat dat TUI geen invloed kon uitoefenen op de wachtrijen op Schiphol en dat zij heeft geprobeerd de vlucht zo snel mogelijk uit te voeren. 4.4. De stelling van de Passagiers dat het vliegtuig in de dagen voorafgaand aan de vlucht van 12 september 2022 continu te laat was kan buiten beschouwing blijven, omdat niet gesteld of onderbouwd is dat het vliegtuig op 12 september 2022 vertraagd was door een te laat binnenkomende vlucht. Bovendien heeft TUI dit betwist en gesteld dat het vliegtuig tijdig gereed stond. Redelijke maatregelen getroffen 4.5. Omdat sprake is van een buitengewone omstandigheid heeft de kantonrechter vervolgens te beoordelen of TUI redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging voor de passagiers te beperken. De kantonrechter volgt de Passagiers niet in hun betoog dat de keuze van TUI om te wachten op de passagiers (in Amsterdam) een beslissing van de luchtvaartmaatschappij is en zij daarom invloed kon uitoefenen op de vertraging. Hoewel de Passagiers op Bonaire tijdig aanwezig waren, althans konden zijn, voor hun (terug)vlucht bestond die mogelijkheid er niet voor de passagiers voor de heenvlucht (Amsterdam – Bonaire / Curaçao). Met TUI is de kantonrechter van oordeel dat in de gegeven omstandigheden op Schiphol het tijdig vertrekken vanuit Amsterdam boven het belang van de passagiers om vervoerd te kunnen worden, indruist tegen de doelstellingen van de Verordening, namelijk het bieden van een hoog niveau van consumentenbescherming.