Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-25
ECLI:NL:RBDHA:2026:9191
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,051 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9191 text/xml public 2026-04-28T11:59:56 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-25 AWB - 25 _ 8985 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Den Haag Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026042304 V-N Vandaag 2026/832 FutD 2026-0746 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9191 text/html public 2026-04-23T09:09:49 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9191 Rechtbank Den Haag , 25-03-2026 / AWB - 25 _ 8985 Beroep ongegrond en verzoek schadevergoeding afgewezen. Invorderingsrente ex artikel 28 IW 1990. De verschuldigde belasitng niet volledig betaald, invorderingsrente verschuldigd. Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 25/8985 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2026 in de zaak tussen [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, en de ontvanger van de Belastingdienst, verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 4 november 2025 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde beschikkingen invorderingsrente. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2026. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] . Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Overwegingen 1. Met dagtekening 20 juni 2023 heeft verweerder aan eiser voor het jaar 2021 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslag IB/PVV) opgelegd tot een te betalen bedrag van € 9.382. De uiterste betaaldatum van de aanslag IB/PVV 2021 is 1 augustus 2023. 2. Eiser heeft tegen de aanslag IB/PVV 2021 bezwaar gemaakt en beroep aangetekend. Op 27 november 2024 hebben partijen een compromis bereikt als gevolg waarvan de aanslagen 2021, 2022 en 2023 zijn verminderd. Eiser heeft vervolgens het beroep ingetrokken. In het compromis zijn partijen, onder meer, het volgende overeengekomen: (…) Zojuist heb ik u gebeld en een voorstel gedaan om de aanslagen IB/PH 2021, 2022 te verminderen op grond van het vertrouwensbeginsel. (…) In 2021 bedraagt de belaste uitkering van uw verzekeraar euro 9.991, ik verminder het te belasten bedrag van de uitkering naar nihil. In 2022 bedraagt de belaste uitkering van uw verzekeraar euro 7.722, ik verminder het te belasten bedrag van de uitkering naar nihil. In 2023 bedraagt de belaste uitkering van uw verzekeraar euro 9.991, ik verminder het te belasten bedrag van de uitkering naar euro 7.278. (…) 2021 belastbaar inkomen box 1 euro 7.769 lager, vermindering van de aanslag euro 3.263. (want regeling was reeds euro 2.222 toegepast) 2022 belastbaar inkomen box 1 euro 7.722 lager, vermindering van de aanslag euro 4.326. (belaste bedrag lager want in LH reeds euro 2.269 toegepast). (…) 3. Met dagtekening 13 december 2024 heeft verweerder de definitieve aanslag IB/PVV 2021 verminderd naar een te betalen bedrag aan inkomstenbelasting van € 6.119. 4. Bij brief van 26 juli 2023 en 15 april 2024 heeft verweerder uitstel verleend voor de betaling van de aanslag IB/PVV 2021. In de brief staat onder meer: ‘Bij betaling na afloop van de enige of laatste betalingstermijn van een aanslag bent u rente verschuldigd. Het maakt daarbij niet uit of u uitstel van betaling hebt gekregen.’ 5. Met dagtekening 23 december 2024 heeft verweerder eiser per brief medegedeeld dat het uitstel van betaling is vervallen. 6. Op 8 januari 2025 heeft er een verrekening plaatsgevonden met de voorlopige aanslag IB/PVV 2023. Verweerder heeft € 1.450 op de aanslag en € 77 aan invorderingsrente afgeboekt. Met dagtekening 18 januari 2025 is aan eiser een mededeling invorderingsrente verstuurd. 7. Op 9 januari 2025 heeft eiser een bedrag van € 4.313 aan verweerder betaald. Verweerder heeft € 4.095 op de aanslag en € 218 aan invorderingsrente afgeboekt. Met dagtekening 24 januari 2025 is aan eiser een mededeling invorderingsrente verstuurd. 8. In totaal is in de beschikkingen, genoemd onder 6 en 7, € 295 invorderingsrente in rekening gebracht aan eiser. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de in rekening gebrachte invorderingsrente. 9. In geschil is of verweerder terecht invorderingsrente in rekening heeft gebracht. 10. Eiser stelt dat hem geen invorderingsrente in rekening kan worden gebracht omdat uit het compromis volgt dat hij geen inkomstenbelasting meer is verschuldigd over het jaar 2021. Dit betekent volgens hem dat ook geen invorderingsrente is verschuldigd. Verder verzoekt eiser om vergoeding van proceskosten en een schadevergoeding. 11. Verweerder meent dat terecht invorderingsrente aan eiser in rekening is gebracht. 12. Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 (IW 1990) is een belastingaanslag invorderbaar zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet. Het twaalfde lid van dit artikel bepaalt dat de verplichting tot betaling niet wordt geschorst door de indiening van een bezwaar- of beroepschrift inzake een belastingaanslag. 13. Artikel 28 IW 1990 schrijft de berekening van invorderingsrente bij overschrijding van de voor een belastingaanslag geldende enige of laatste betalingstermijn dwingend voor. De strekking van deze regeling brengt mee, dat bij de enkele overschrijding van de betalingstermijn, onafhankelijk van de vraag of al dan niet uitstel van betaling is verleend, invorderingsrente in rekening wordt gebracht. Dat eiser om uitstel van betaling van de aanslag heeft verzocht, staat aan de verschuldigdheid van de invorderingsrente dan ook niet in de weg. Nu de uiterste betaaldatum van de aanslag IB/PVV 1 augustus 2023 was, is eiser invorderingsrente verschuldigd. Naar het oordeel van de rechtbank kan de stelling van eiser, dat de Belastingdienst een fout heeft gemaakt en hij geen inkomstenbelasting over het 2021 is verschuldigd, niet gevolgd worden. Uit het compromis, hetgeen door eiser akkoord is bevonden, volgt dat het te belasten bedrag van de uitkering voor het jaar 2021 wordt verminderd naar nihil. Dit betekent niet dat over het jaar 2021 geen inkomstenbelasting meer is verschuldigd. Zoals eveneens volgt uit het compromis wordt de aanslag verminderd met een bedrag van € 3.263. Dat strookt met de vermindering d.d.13 december 2024. Nu uit het compromis verder niet blijkt dat er afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de invorderingsrente, heeft verweerder de invorderingsrente terecht in rekening gebracht. Het beroep is ongegrond. 14. Voor zover eiser verzoekt om een schadevergoeding voor het werk dat het hem heeft gekost en wegens smaad, overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel V van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten is titel 8.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (nog) niet van toepassing op besluiten van de Belastingdienst (met uitzondering van besluiten betreffende de vennootschapsbelasting). Het verzoek van eiser moet dan ook worden beoordeeld in het licht van artikel 8:73 (oud) van de Awb. Op grond van dat artikel is een veroordeling tot betaling van een vergoeding van (materiële) schade alleen mogelijk bij een gegrond beroep. Nu het beroep ongegrond is, wijst de rechtbank het verzoek van eiser om een vergoeding van schade dan ook af. 15. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard en is het verzoek om schadevergoeding afgewezen. 16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. van Riel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.M. Schillings, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht). Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9191 text/xml public 2026-04-28T11:59:56 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-25 AWB - 25 _ 8985 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Den Haag Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026042304 V-N Vandaag 2026/832 FutD 2026-0746 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9191 text/html public 2026-04-23T09:09:49 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9191 Rechtbank Den Haag , 25-03-2026 / AWB - 25 _ 8985 Beroep ongegrond en verzoek schadevergoeding afgewezen. Invorderingsrente ex artikel 28 IW 1990. De verschuldigde belasitng niet volledig betaald, invorderingsrente verschuldigd. Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 25/8985 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2026 in de zaak tussen [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, en de ontvanger van de Belastingdienst, verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 4 november 2025 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde beschikkingen invorderingsrente. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2026. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] . Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Overwegingen 1. Met dagtekening 20 juni 2023 heeft verweerder aan eiser voor het jaar 2021 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslag IB/PVV) opgelegd tot een te betalen bedrag van € 9.382. De uiterste betaaldatum van de aanslag IB/PVV 2021 is 1 augustus 2023. 2. Eiser heeft tegen de aanslag IB/PVV 2021 bezwaar gemaakt en beroep aangetekend. Op 27 november 2024 hebben partijen een compromis bereikt als gevolg waarvan de aanslagen 2021, 2022 en 2023 zijn verminderd. Eiser heeft vervolgens het beroep ingetrokken. In het compromis zijn partijen, onder meer, het volgende overeengekomen: (…) Zojuist heb ik u gebeld en een voorstel gedaan om de aanslagen IB/PH 2021, 2022 te verminderen op grond van het vertrouwensbeginsel. (…) In 2021 bedraagt de belaste uitkering van uw verzekeraar euro 9.991, ik verminder het te belasten bedrag van de uitkering naar nihil. In 2022 bedraagt de belaste uitkering van uw verzekeraar euro 7.722, ik verminder het te belasten bedrag van de uitkering naar nihil. In 2023 bedraagt de belaste uitkering van uw verzekeraar euro 9.991, ik verminder het te belasten bedrag van de uitkering naar euro 7.278. (…) 2021 belastbaar inkomen box 1 euro 7.769 lager, vermindering van de aanslag euro 3.263. (want regeling was reeds euro 2.222 toegepast) 2022 belastbaar inkomen box 1 euro 7.722 lager, vermindering van de aanslag euro 4.326. (belaste bedrag lager want in LH reeds euro 2.269 toegepast). (…) 3. Met dagtekening 13 december 2024 heeft verweerder de definitieve aanslag IB/PVV 2021 verminderd naar een te betalen bedrag aan inkomstenbelasting van € 6.119. 4. Bij brief van 26 juli 2023 en 15 april 2024 heeft verweerder uitstel verleend voor de betaling van de aanslag IB/PVV 2021. In de brief staat onder meer: ‘Bij betaling na afloop van de enige of laatste betalingstermijn van een aanslag bent u rente verschuldigd. Het maakt daarbij niet uit of u uitstel van betaling hebt gekregen.’ 5. Met dagtekening 23 december 2024 heeft verweerder eiser per brief medegedeeld dat het uitstel van betaling is vervallen. 6. Op 8 januari 2025 heeft er een verrekening plaatsgevonden met de voorlopige aanslag IB/PVV 2023. Verweerder heeft € 1.450 op de aanslag en € 77 aan invorderingsrente afgeboekt. Met dagtekening 18 januari 2025 is aan eiser een mededeling invorderingsrente verstuurd. 7. Op 9 januari 2025 heeft eiser een bedrag van € 4.313 aan verweerder betaald. Verweerder heeft € 4.095 op de aanslag en € 218 aan invorderingsrente afgeboekt. Met dagtekening 24 januari 2025 is aan eiser een mededeling invorderingsrente verstuurd. 8. In totaal is in de beschikkingen, genoemd onder 6 en 7, € 295 invorderingsrente in rekening gebracht aan eiser. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de in rekening gebrachte invorderingsrente. 9. In geschil is of verweerder terecht invorderingsrente in rekening heeft gebracht. 10. Eiser stelt dat hem geen invorderingsrente in rekening kan worden gebracht omdat uit het compromis volgt dat hij geen inkomstenbelasting meer is verschuldigd over het jaar 2021. Dit betekent volgens hem dat ook geen invorderingsrente is verschuldigd. Verder verzoekt eiser om vergoeding van proceskosten en een schadevergoeding. 11. Verweerder meent dat terecht invorderingsrente aan eiser in rekening is gebracht. 12. Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 (IW 1990) is een belastingaanslag invorderbaar zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet. Het twaalfde lid van dit artikel bepaalt dat de verplichting tot betaling niet wordt geschorst door de indiening van een bezwaar- of beroepschrift inzake een belastingaanslag. 13. Artikel 28 IW 1990 schrijft de berekening van invorderingsrente bij overschrijding van de voor een belastingaanslag geldende enige of laatste betalingstermijn dwingend voor. De strekking van deze regeling brengt mee, dat bij de enkele overschrijding van de betalingstermijn, onafhankelijk van de vraag of al dan niet uitstel van betaling is verleend, invorderingsrente in rekening wordt gebracht. Dat eiser om uitstel van betaling van de aanslag heeft verzocht, staat aan de verschuldigdheid van de invorderingsrente dan ook niet in de weg. Nu de uiterste betaaldatum van de aanslag IB/PVV 1 augustus 2023 was, is eiser invorderingsrente verschuldigd. Naar het oordeel van de rechtbank kan de stelling van eiser, dat de Belastingdienst een fout heeft gemaakt en hij geen inkomstenbelasting over het 2021 is verschuldigd, niet gevolgd worden. Uit het compromis, hetgeen door eiser akkoord is bevonden, volgt dat het te belasten bedrag van de uitkering voor het jaar 2021 wordt verminderd naar nihil. Dit betekent niet dat over het jaar 2021 geen inkomstenbelasting meer is verschuldigd. Zoals eveneens volgt uit het compromis wordt de aanslag verminderd met een bedrag van € 3.263. Dat strookt met de vermindering d.d.13 december 2024. Nu uit het compromis verder niet blijkt dat er afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de invorderingsrente, heeft verweerder de invorderingsrente terecht in rekening gebracht. Het beroep is ongegrond. 14. Voor zover eiser verzoekt om een schadevergoeding voor het werk dat het hem heeft gekost en wegens smaad, overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel V van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten is titel 8.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (nog) niet van toepassing op besluiten van de Belastingdienst (met uitzondering van besluiten betreffende de vennootschapsbelasting). Het verzoek van eiser moet dan ook worden beoordeeld in het licht van artikel 8:73 (oud) van de Awb. Op grond van dat artikel is een veroordeling tot betaling van een vergoeding van (materiële) schade alleen mogelijk bij een gegrond beroep. Nu het beroep ongegrond is, wijst de rechtbank het verzoek van eiser om een vergoeding van schade dan ook af. 15. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard en is het verzoek om schadevergoeding afgewezen. 16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. van Riel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.M. Schillings, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht). Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.