Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-17
ECLI:NL:RBDHA:2026:9094
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,053 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9094 text/xml public 2026-05-01T09:30:18 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-17 23/614 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9094 text/html public 2026-04-22T11:47:44 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9094 Rechtbank Den Haag , 17-04-2026 / 23/614 Beroep ongegrond. Bijzondere bijstand voor medicinale cannabis terecht afgewezen. Deskundige (neuroloog) benoemd en gevolgd. Geen sprake van acute noodsituatie. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 23/614 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. M.M. Dezfouli), en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college (gemachtigde: mr. J.M.N. Packbier). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor de kosten van medicinale cannabis. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank heeft een neuroloog als onafhankelijk deskundige benoemd en heeft met verwijzing naar diens advies geoordeeld dat er geen zeer dringende redenen zijn om eiseres de bijzondere bijstand te verlenen. Het college heeft de aanvraag terecht afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor haar medicatiekosten (medicinale cannabis). Het college heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 29 juni 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 december 2022 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college. 2.3. De rechtbank heeft na bespreking van de zaak het onderzoek ter zitting geschorst teneinde eiseres in de gelegenheid te stellen om een verklaring van haar/een arts te verkrijgen waarin staat wat de mogelijk ernstige gevolgen kunnen zijn voor haar gezondheid bij geen gebruik van medicinale cannabis (THC Olie/Bedrocan). 2.4. Eiseres heeft vervolgens een medische verklaring overgelegd van de anesthesioloog-pijnspecialist gedateerd 19 juli 2024. 2.5. Het college heeft op 27 juli 2024 gereageerd en aangegeven dat de medische verklaring onvoldoende aannemelijk maakt dat sprake is van dringende redenen. Het college wenst graag te vernemen op welke mogelijke wijze de kwaliteit van leven minder zou zijn en wat de mogelijke gevolgen zijn bij het niet gebruiken van de medicinale cannabis. 2.6. Eiseres heeft op 9 december 2024 gereageerd en aangegeven dat zij geen andere onderbouwende documentatie heeft kunnen verkrijgen. 2.7. Het college heeft op 11 februari 2025 gereageerd en aangegeven dat de afwijzing van de bijzondere bijstand gehandhaafd blijft. 2.8. Nadat geen van partijen te kennen heeft gegeven een nadere zitting te willen, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens weer heropend en neuroloog dr. E.M.H. van den Doel (hierna: de deskundige) als deskundige benoemd voor het instellen van een onderzoek naar de gezondheidssituatie van eiseres in de te beoordelen periode, 9 maart 2022 tot 29 juni 2022 en het gebruik van medicinale cannabis. 2.9. De deskundige heeft de onderzoeksresultaten neergelegd in een rapport van 5 februari 2026 (deskundigenrapport). Het college heeft op 5 maart 2026 gereageerd op het deskundigenrapport. Eiseres heeft niet gereageerd op het deskundigenrapport. 2.10 Partijen hebben desgevraagd door de rechtbank niet aangegeven gebruik te willen maken van het recht om opnieuw gehoord te worden ter zitting. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten. Beoordeling door de rechtbank 3. Eiseres ontvangt een bijstandsuitkering. In 2015/2016 is bij eiseres de diagnose idiopathische intracraniële hypertensie (IIH) gesteld. Voor de klachten, onder andere verhoogde druk op haar ogen en hersenen, kreeg zij medicinale cannabis (CBD.THC Olie) voorgeschreven door een arts. De kosten bedragen maandelijks ongeveer € 350,-. De kosten worden niet vergoed vanuit de zorgverzekering. In eerste instantie heeft eiseres de kosten zelf betaald. In maart 2022 heeft eiseres zich tot het college gewend voor het aanvragen van bijzondere bijstand voor de medicinale cannabis omdat zij deze kosten niet meer zelf kan betalen. 4. Niet in geschil is dat de Zorgverzekeringswet (Zvw) als een voorliggende voorziening moet worden beschouwd en dat dus artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van de Pw het college geen mogelijkheid geeft om bijzondere bijstand toe te kennen voor de medicinale cannabis. 5. Tussen partijen is alleen in geschil of de verlening van bijzondere bijstand voor de kosten van medicinale cannabis wegens zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Pw noodzakelijk is. Daarvoor moet vaststaan dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de betrokkene verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen zodat het verlenen van bijstand onvermijdelijk is. Van een acute noodsituatie is in ieder geval sprake als een situatie levensbedreigend is of als blijvend ernstig psychisch of lichamelijk letsel of invaliditeit daarvan het gevolg kan zijn, maar is niet tot die situaties beperkt. Ook in andere gevallen kan sprake zijn van een acute noodsituatie. Bij de beoordeling of een acute noodsituatie zich voordoet zal moeten worden meegewogen of het niet-verlenen van bijstand voor de betrokkene tot ernstige gevolgen leidt, met name voor diens gezondheid. Daarbij is verder van belang dat de wetgever bij het begrip ‘zeer dringende redenen’ heeft gedacht aan een extreme situatie en nadrukkelijk niet heeft beoogd een algemene ontsnappingsclausule te bieden. Daarom moet het gaan om een schrijnende situatie waarvan het evident is dat weigering van bijstand zonder meer onaanvaardbaar is. De bewijslast dat sprake is van zeer dringende redenen ligt bij eiseres. De deskundige 6. Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige kan volgen indien de motivering van dat oordeel hem overtuigend voorkomt. Daarbij is van belang of het rapport blijk geeft van een zorgvuldig onderzoek, alle beschikbare gegevens van de behandelaars van de betrokkene bij de beoordeling zijn betrokken en de conclusies voortvloeien uit de bevindingen en inzichtelijk zijn. 6.1. De rechtbank heeft de deskundige een aantal vragen voorgelegd over de medische situatie van eiseres en het gebruik van medicinale cannabis, onder meer de vraag of dat gebruik op grond van de medische situatie van eiseres als wenselijk, noodzakelijk of onvermijdelijk moet worden gekwalificeerd. De deskundige heeft in het deskundigenrapport op die vraag geantwoord dat vanuit neurologisch vakgebied er geen reden is voor het gebruik van cannabis. Volgens de deskundige is dit is noch wenselijk, noch noodzakelijk, noch onvermijdelijk. Op de vraag of er gevolgen zijn voor de gezondheid van eiseres bij geen gebruik van medische cannabis heeft de deskundige geantwoord dat er vanuit zijn vakgebied geen reden is om aan te nemen dat er enig gevolg zou zijn. 6.2. De rechtbank is van oordeel dat de deskundige, mede gelet op de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd, volledig, helder, consistent en coherent heeft gerapporteerd. Het betreft een duidelijke rapportage waarin een logische samenhang bestaat tussen de vaststelling van de feiten, de beantwoording van de vragen, de gebruikte gegevens en de bereikte conclusies.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:9094 text/xml public 2026-05-01T09:30:18 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-17 23/614 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:9094 text/html public 2026-04-22T11:47:44 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:9094 Rechtbank Den Haag , 17-04-2026 / 23/614 Beroep ongegrond. Bijzondere bijstand voor medicinale cannabis terecht afgewezen. Deskundige (neuroloog) benoemd en gevolgd. Geen sprake van acute noodsituatie. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 23/614 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. M.M. Dezfouli), en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college (gemachtigde: mr. J.M.N. Packbier). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor de kosten van medicinale cannabis. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank heeft een neuroloog als onafhankelijk deskundige benoemd en heeft met verwijzing naar diens advies geoordeeld dat er geen zeer dringende redenen zijn om eiseres de bijzondere bijstand te verlenen. Het college heeft de aanvraag terecht afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor haar medicatiekosten (medicinale cannabis). Het college heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 29 juni 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 december 2022 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college. 2.3. De rechtbank heeft na bespreking van de zaak het onderzoek ter zitting geschorst teneinde eiseres in de gelegenheid te stellen om een verklaring van haar/een arts te verkrijgen waarin staat wat de mogelijk ernstige gevolgen kunnen zijn voor haar gezondheid bij geen gebruik van medicinale cannabis (THC Olie/Bedrocan). 2.4. Eiseres heeft vervolgens een medische verklaring overgelegd van de anesthesioloog-pijnspecialist gedateerd 19 juli 2024. 2.5. Het college heeft op 27 juli 2024 gereageerd en aangegeven dat de medische verklaring onvoldoende aannemelijk maakt dat sprake is van dringende redenen. Het college wenst graag te vernemen op welke mogelijke wijze de kwaliteit van leven minder zou zijn en wat de mogelijke gevolgen zijn bij het niet gebruiken van de medicinale cannabis. 2.6. Eiseres heeft op 9 december 2024 gereageerd en aangegeven dat zij geen andere onderbouwende documentatie heeft kunnen verkrijgen. 2.7. Het college heeft op 11 februari 2025 gereageerd en aangegeven dat de afwijzing van de bijzondere bijstand gehandhaafd blijft. 2.8. Nadat geen van partijen te kennen heeft gegeven een nadere zitting te willen, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens weer heropend en neuroloog dr. E.M.H. van den Doel (hierna: de deskundige) als deskundige benoemd voor het instellen van een onderzoek naar de gezondheidssituatie van eiseres in de te beoordelen periode, 9 maart 2022 tot 29 juni 2022 en het gebruik van medicinale cannabis. 2.9. De deskundige heeft de onderzoeksresultaten neergelegd in een rapport van 5 februari 2026 (deskundigenrapport). Het college heeft op 5 maart 2026 gereageerd op het deskundigenrapport. Eiseres heeft niet gereageerd op het deskundigenrapport. 2.10 Partijen hebben desgevraagd door de rechtbank niet aangegeven gebruik te willen maken van het recht om opnieuw gehoord te worden ter zitting. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten. Beoordeling door de rechtbank 3. Eiseres ontvangt een bijstandsuitkering. In 2015/2016 is bij eiseres de diagnose idiopathische intracraniële hypertensie (IIH) gesteld. Voor de klachten, onder andere verhoogde druk op haar ogen en hersenen, kreeg zij medicinale cannabis (CBD.THC Olie) voorgeschreven door een arts. De kosten bedragen maandelijks ongeveer € 350,-. De kosten worden niet vergoed vanuit de zorgverzekering. In eerste instantie heeft eiseres de kosten zelf betaald. In maart 2022 heeft eiseres zich tot het college gewend voor het aanvragen van bijzondere bijstand voor de medicinale cannabis omdat zij deze kosten niet meer zelf kan betalen. 4. Niet in geschil is dat de Zorgverzekeringswet (Zvw) als een voorliggende voorziening moet worden beschouwd en dat dus artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van de Pw het college geen mogelijkheid geeft om bijzondere bijstand toe te kennen voor de medicinale cannabis. 5. Tussen partijen is alleen in geschil of de verlening van bijzondere bijstand voor de kosten van medicinale cannabis wegens zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Pw noodzakelijk is. Daarvoor moet vaststaan dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de betrokkene verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen zodat het verlenen van bijstand onvermijdelijk is. Van een acute noodsituatie is in ieder geval sprake als een situatie levensbedreigend is of als blijvend ernstig psychisch of lichamelijk letsel of invaliditeit daarvan het gevolg kan zijn, maar is niet tot die situaties beperkt. Ook in andere gevallen kan sprake zijn van een acute noodsituatie. Bij de beoordeling of een acute noodsituatie zich voordoet zal moeten worden meegewogen of het niet-verlenen van bijstand voor de betrokkene tot ernstige gevolgen leidt, met name voor diens gezondheid. Daarbij is verder van belang dat de wetgever bij het begrip ‘zeer dringende redenen’ heeft gedacht aan een extreme situatie en nadrukkelijk niet heeft beoogd een algemene ontsnappingsclausule te bieden. Daarom moet het gaan om een schrijnende situatie waarvan het evident is dat weigering van bijstand zonder meer onaanvaardbaar is. De bewijslast dat sprake is van zeer dringende redenen ligt bij eiseres. De deskundige 6. Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige kan volgen indien de motivering van dat oordeel hem overtuigend voorkomt. Daarbij is van belang of het rapport blijk geeft van een zorgvuldig onderzoek, alle beschikbare gegevens van de behandelaars van de betrokkene bij de beoordeling zijn betrokken en de conclusies voortvloeien uit de bevindingen en inzichtelijk zijn. 6.1. De rechtbank heeft de deskundige een aantal vragen voorgelegd over de medische situatie van eiseres en het gebruik van medicinale cannabis, onder meer de vraag of dat gebruik op grond van de medische situatie van eiseres als wenselijk, noodzakelijk of onvermijdelijk moet worden gekwalificeerd. De deskundige heeft in het deskundigenrapport op die vraag geantwoord dat vanuit neurologisch vakgebied er geen reden is voor het gebruik van cannabis. Volgens de deskundige is dit is noch wenselijk, noch noodzakelijk, noch onvermijdelijk. Op de vraag of er gevolgen zijn voor de gezondheid van eiseres bij geen gebruik van medische cannabis heeft de deskundige geantwoord dat er vanuit zijn vakgebied geen reden is om aan te nemen dat er enig gevolg zou zijn. 6.2. De rechtbank is van oordeel dat de deskundige, mede gelet op de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd, volledig, helder, consistent en coherent heeft gerapporteerd. Het betreft een duidelijke rapportage waarin een logische samenhang bestaat tussen de vaststelling van de feiten, de beantwoording van de vragen, de gebruikte gegevens en de bereikte conclusies.